Waarom ‘mansplaining’ het debat doodt

Vrouwen weten hoe het zit,  mannen leggen het toch even uit: mansplaining (‘raadlozen’ of ‘fluitleggen’, in goed Nederlands). Een zinloze indeling, waardoor de een met de vingers in de oren  ‘blèèèh’ zit te roepen, terwijl de ander iets interessants vertelt.

Vrouwen zijn te bescheiden en mannen bluffen te veel, naar het schijnt. Vrouwen willen begripvolle  woorden van troost, mannen geven raad. Vrouwen weten hoe het zit,  mannen leggen het toch even uit.

 

 

 

 

 

 

‘Popjes, ik leg het nog één keer uit…’

Pedante vent
Het Engels kent sinds enkele jaren een woord voor dat laatste verschijnsel, dat mannen dingen aan vrouwen uitleggen die ze al (beter) weten: mansplaining. Een nogal lelijke samentrekking van man en explaining, met de negatieve connotatie van die pedante vent die het wel even uitlegt. Het Duits en het Frans deden het mooier: herrklären en mecspliquer zetten het Engelse origineel in de schaduw. De Herr (heer, meneer) en de mec (vent, jongen) expliceren het wel.  Vertalingen die  fraaier zijn dan het origineel, omdat ze, anders dan dat origineel, beide bestaan uit het hele oorspronkelijke woord voor verklaren (erklären en expliquer), waaraan één inleidende letter is toegevoegd, waardoor het geheel plotseling die rijke, nieuwe betekenis krijgt.

Vertalingen
Leuk natuurlijk, en op Twitter werden dan ook verwoede pogingen gedaan om een adequate Nederlandse variant van dit begrip te munten. Dat bleek nog niet zo eenvoudig, want het moet één woord zijn, dat zowel dat uitleggerige als dat mannelijke omvat. Er werd gesuggereerd hiertoe een bestaand woord als ‘uitventen’ in een nieuwe betekenis te gebruiken – maar ja, dat hééft dus al een betekenis. Verder kwamen er constructies langs als

  • expli(ci)meneren
  • explikerelen
  • hemmeren
  • manduiden
  • manstrueren
  • uitleghanerij
  • ventuleren.

Raadlozen en fluitleggen
Allemaal nogal ongelukkige neologismen:  weinig pakkend, niet lekker bekkend, of tekortschietend qua betekenis. Zelf kwam ik tot raadlozen en fluitleggen. Van die eerste vond ik de gelijkenis met een verwant, bestaand woord aardig, in combinatie met het aspect van ‘ongevraagd uitstorten’ van raad, maar de term mist het zuiver uitleggerige; van de tweede kon me vooral bekoren de combinatie van het gehele oorspronkelijke werkwoord (net als in het Duits en Frans) met twee aanloopletters, waardoor het geheel zowel op – toegegeven – enigszins platte wijze verwijst naar de mannelijkheid, als naar de dat pedant-overbodige; van beide beviel me de compactheid en ‘gewone’ klank. Maar dit alles is wellicht wat fluitleggerig.

Met oren dicht blèèèh roepen
Enfin. Naar mij wordt nauwelijks geluisterd, en dat mansplaining raakt al behoorlijk ingeburgerd (althans in de internetkringen waarover we het hier hebben). En eigenlijk is dat jammer. Want vroeger hadden we natuurlijk allemaal wel eens te maken met aanmatigende, opgeblazen, pedante schoolmeesters die op betweterige toon hun muffe eigendunk over ons uitstortten. En dat waren ook wel eens vrouwen. Niet dat je je dat realiseerde: een vervelende betweter is een vervelende betweter, vrouwelijk of mannelijk. In feite was dat een volwassener benadering van het verschijnsel. Want het voornaamste effect van de term mansplaining is dat het opgeblazen uitleggers categoriseert in mannen en vrouwen: een zinloze indeling, die wél het gevaar in zich draagt dat de ene categorie met de vingers in de oren en de tong uit de mond heel hard ‘blèèèh’ zit te roepen, terwijl de ander  wel degelijk iets interessants te berde probeert te brengen.

Kortom, of het nou gaat om mannen en vrouwen of witten en zwarten (zie de de hashtag whitesplaining), het is hier al vaker gesignaleerd: die neiging tot categorisering, dat hokjesdenken, doodt de discussie, de dialoog en het debat. (Zie ook: Waarom ‘genderneutrale’ taal niet deugt.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *