Waarom leerlingen geen studenten zijn

Doorgeschoten gelijkheidsdenken leidt bij mbo’ers die ‘student’ willen heten tot het idee dat ‘niveau’ een kwestie van woordkeus is. De wens is echter de vader van de gedachte: zo krachtig als het woord is, het verandert de harde werkelijkheid niet naar jouw voorkeuren. 

 

 

 

 

 

 

Het is een vast onderdeel van het ‘empowerment’-jargon dat de nationale obsessie met het begrip ‘identiteit’ kenmerkt: een schier oneindig vertrouwen in het belang en de kracht van het woord. Nóem iemand ‘LHBTI’er’ en hij wordt ook  eh… LHBTI’er. Zég dat bepaalde bevolkingsgroepen  ‘achtergesteld’ zijn, en ze krijgen werkelijk het idee dat duistere krachten op niets anders uit zijn dan hun persoonlijke ondergang. Roep lang en luid genoeg dat alle scholieren ‘bruisen van het talent’ en ook het domste jongetje van de klas krijgt zowaar het idee dat het allemaal nog goed kan komen.

Hoog en laag? Kwetsend!
Dat vertrouwen neemt overdreven vormen aan in discussies over het onderwijs. Onlangs pleitte iemand ervoor de term ‘lager opgeleiden’ te vervangen door ‘praktisch opgeleiden’ (waarbij  ze het vreemd genoeg had over ‘mensen die wat met hun handjes kunnen’, maar niet over ‘mensen die wat met hun hersentjes denken’). Woorden als ‘hoog’ en ‘laag’ blijken uiterst  ‘kwetsend’ te zijn voor grote groepen leerlingen, studenten of deelnemers – of hoe ze heten mogen. Het zijn tijden waarin wie klaagt over achterstelling bijna per definitie gelijk krijgt – en media-aandacht. Het lijkt slechts een kwestie van tijd tot het voorstel komt om het ‘stigmatiserende’ ‘laaggeletterd’ te vervangen door ‘praktisch geletterd’.

Niveau? Stom!
Vandaag werd bekend dat de ‘Jongerenorganisatie Beroepsonderwijs’ wil dat mbo’ers – die tot nu toe ‘leerlingen’ worden genoemd – in de wet ‘studenten’ gaan heten. Het argument: ‘Je hoort heel vaak dat je geen student zou zijn, en dan ga je het vanzelf geloven.’ In het doorgeschoten egalitaire denken van deze jongeren is ‘niveau’ een kwestie van woordkeus, losgezongen van de realiteit – als het woord zelf al niet moet worden verboden. In elk geval vinden ze zelf kennelijk dat ze hetzelfde niveau hebben als hbo’ers en wo’ers.  De bijkans onoverbrugbare ‘kloof’ tussen mbo en hoger onderwijs is volgens hen gebaseerd op ‘vooroordelen’.  En dat, luidt hun  praktische standpunt,  ‘vinden wij stom’.

De wens en de vader
Zowel de oorzaak van het probleem als de oplossing ervan moeten we blijkbaar zoeken in de terminologie. Maar afgezien van de vraag of het de mbo’ers niet gewoon om financiële voordeeltjes te doen is, die samenhangen met het ‘studentschap’: of je het nu ‘middelbaar’ of ‘praktijkgericht beroepsonderwijs’ noemt, het is niet hetzelfde als wat we ‘hoger’ of ‘theoretisch onderwijs’ noemen – en ook degenen die het volgen zijn verschillend. Bij gebrek aan beter moeten we het doen met de woorden die we hebben, en die recht doen aan die verschillen. Een leerling is dus geen student.
Natuurlijk, die werkelijkheid kan hard zijn. Maar de wens is de vader van de gedachte. Want het woord is krachtig – maar niet zo krachtig dat het die jou onwelgevallige werkelijkheid aanpast aan jouw wensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *