Blog
De Taaldokter hoort wel eens wat. Dan vist hij een beduimeld notitieboekje uit zijn zak en schrijft het op. En als hij het de volgende dag nog kan lezen, kunt u het nu ook lezen. Belangrijkste bevinding: de schepping heeft niet voorzien in een zwanenhals tussen hersens en mond.
In het decembernummer van Onze Taal vraagt Frank Jansen de lezers of ‘kunstomschrijvingen helderder moeten’. Kunst zou ‘in een kwade reuk’ staan, wat zou blijken uit het verlagen van subsidies, en de protesten daartegen zouden niet overtuigen, wat weer zou komen doordat het publiek ‘niets van kunst snapt’ - door de ontoegankelijke teksten uit de kunstwereld...
Hoe dit ook zij, de vraag is interessant. Volgens Jansen kan enerzijds worden beargumenteerd dat kunstomschrijvingen helderder moeten, omdat ze ‘een dienende functie’ hebben, en die alleen goed vervullen als de schrijfstijl geen extra barrières opwerpt; juist de complexiteit van het onderwerp zou vragen om begrijpelijke formuleringen. Jansen suggereert dat de wíl om duidelijk te schrijven ontbreekt uit misplaatste arrogantie.
Anderzijds is volgens Jansen verdedigbaar dat kunstomschrijvingen juist niet helderder hoeven, omdat het onmogelijk is om simpel te schrijven over dergelijke complexe zaken. ‘Echte kunst’ zou zich door haar aard onttrekken aan de mogelijkheid van beschrijving, en pogingen daartoe zouden leiden tot ongewenste trivialisering. Die ‘echte kunst’ zou direct aanspreken, waarna eventueel verdieping volgt, in plaats van andersom. Bij ‘grote kunst’ zouden teksten dus onnodig en storend zijn, bij ‘andere werken’ nutteloos.
De taal van recensies, flapteksten, bijschriften bij exposities en programmaboekjes kent haar eigen clichés met een hoge mate van abstractie, ongeacht de desbetreffende kunstvorm. Schaamteloos worden oorverdovende clichés uit de kast getrokken en wordt nietszeggendheid verheven tot norm. Ordinair jatwerk heet dan ‘gebruikmaken van toegeëigende werken’ of ‘intertekstualiteit’. De kunstenaar maakt niet iets, maar 'refereert aan', ‘verwijst naar’, ‘daagt uit’, ‘stelt aan de kaak’ of 'speelt met verwachtingspatronen'. Dit wordt veelal gebracht als een groot pre; het werk heeft dan ‘urgentie'.
Moet die taal helderder? Ja natuurlijk, anders heb je er niets aan, en veel als kunst gepresenteerde zaken hebben wel degelijk baat bij enige achtergrondinformatie. Is dat ook mogelijk? Je zou zeggen van wel: als wetenschapsjournalisten ingewikkelde materie begrijpelijk uitleggen en juristen complexe strafzaken samenvatten voor leken, zou het voor de betere kunstbeschouwer toch mogelijk moeten zijn iets zinnigs te vertellen over een kunstwerk. Het argument dat ‘echte kunst’ zich niet laat duiden is een drogredenering; een soort godsbewijs, verkregen uit diens onkenbaarheid. Daarmee werk je reacties als ‘Ik snap het niet, dus het zal wel kunst zijn’ in de hand.
Kunst – ‘goed’ of ‘slecht’ - laat zich wel degelijk in heldere bewoordingen omschrijven. Dat vage omschrijvingen dus over slechte kunst zouden gaan is een gebrekkige apologie van beperkte schrijvers; duidelijke taal vraagt geen kwaliteit van het onderwerp, maar vooral van de schrijver.
Termen uit de kunstbullshitgenerator dienen daarbij te worden vermeden.
Enfin. Nu maar hopen dat u niet denkt dat dit de Taaldokter is die doet of hij Taaldokter is, spelend met het verwachtingspatroon van mensen die dan denken dat hij het niet zelf is, maar iemand die hem nadoet.
Is het schijn, of mag 'een professionaliseringsslag maken' tegenwoordig weer gewoon 'efficiënter werken' heten?
Een parlementariër van de Partij voor de Vrijheid over de wens van die partij om een 'preventieve aanval' op Iran uit te voeren: 'We zullen een oorlogshandeling moeten verrichten om dit regime tot staan te brengen.'
Die heeft zich snel het Haagse jargon eigengemaakt, is toch wel de belangwekkendste overweging als je dat hoort. Een oorlogshandeling. De Taaldokter wijdt er maar eens een schrijfhandeling aan.
Niet meerdere handelingen, nee, een oorlogshandeling. Wat dat dan is? Een 'krijgsverrichting'? 'Schieten'? 'Een bom gooien'? Het is onduidelijk. Gezien het overleg waarmee de PVV gewoonlijk haar woorden kiest kun je je ook afvragen waarom deze 'oorlogs-framing' is gekozen; was het - even vage, maar 'vriendelijker' - 'defensiehandeling' te slapjes? Dat is des te raadselachtiger omdat dat 'oorlog' een sterke negatieve connotatie heeft, terwijl bijvoorbeeld gewoon 'aanvallen' hetzelfde betekent en een wat positievere uitstraling heeft - pro-actiever, zeg maar.
De PVV uit tegen Iran: 'Aanvalluuuuh!'
Steeds vaker te signaleren: het zelfstandig naamwoord 'situatie' als tweede deel van een samenstelling. De voorbeelden zijn talrijk: van vergunningsituatie tot overtalsituatie, van terugvalsituatie en veiligheidssituatie tot toekomstsituatie en het onvermijdelijke win-winsituatie.
Die toenemende populariteit van 'situatie' past in de tendens van taalvervaging, de neiging multifunctionele, poly-interpretabele formuleringen te gebruiken. Een ambtenaar die een burger schrijft over diens 'vergunningsituatie' bedoelt gewoon: 'gedurende de tijd dat uw vergunning geldt' - en het zou wel zo duidelijk zijn als hij dat ook zo opschreef. De voetbalverslaggever die het heeft over een 'overtalsituatie' kan dat meestal niet eens zonder nog meer vage terminologie: 'Er is sprake van een overtalsituatie' of 'De ploeg heeft te maken met een overtalsituatie'.
Nu hoorde De Taaldokter weer iemand zeggen: 'Die-en-die van zeventien kwam uit een gezinssituatie in de opvang.' Kan dat '-situatie' hier dan niet functioneel zijn? Nee, want het ging gewoon om een gezin, niet om 'een soort gezin' of 'een met een gezin vergelijkbare situatie'. Zoals hier terecht niet wordt gesproken van een 'opvangsitutatie', zo had er dus beter gewoon 'gezin' gezegd kunnen worden.
Kortom: samenstellingen met -situatie roepen meer vragen op dan zij beantwoorden.
Zie ook: Terugvalsituatie en de Sprake van-ziekte onder Ziektebeelden.
En waar gaat het om, bij het voorkomen van zo'n 'zedenzaak'? Nou, volgens de 'deskundige' mevrouw dat er 'professionals' zijn die 'iets kunnen met signalen'. De Taaldokter gelooft dat ze nog een voorbeeld gaf, maar toen was ze hem in elk geval al helemaal kwijt, verloren als hij zich had in fantasieën over geheime tekens, esoterische codes en klop- en rooksignalen die werden ontcijferd door in unifomen gestoken beroepsontcijferaars. Een stukje signaal waar hij wel wat mee kon.
De Taaldokter woonde wat sacherijnig een enigszins stroperig overleg bij, door een andere deelnemer aangekondigd als 'uitgebreid gesprek', welke formulering maar in het hoofd bleef rondzingen - 'uitgebreid gesprek, uitgebreid gesprek' - totdat hij plotseling hoorde: 'uitgespreid gebrek' - juist op het moment dat het ophield met zachtjes sneeuwen.
Tijdens een van de vele voetbalpraatprogramma's waarmee de Nederlandse televisie is gezegend merkten twee deelnemers achter elkaar op dat het 'toch onbestaanbaar is, twee coaches bij een topclub die niet met elkaar praten' (over de vermeende communicatieve kloof tussen M. Jol en D. Blind bij Ajax). Een halve minuut nadat de eerste het woord in de mond had genomen sprak de tweede het uit. 'Onbestaanbaar.' De Taaldokter meende hem er vergenoegd op te zien nakauwen.
Dit tv-landschap is het Land der Blinden en in dit soort programma's is Eenoog koning. Daarom spreekt dit soort mannen daar niet over 'mogelijk' en 'onmogelijk', maar over 'bestaanbaar' en 'onbestaanbaar'.
Zij bedoelden trouwens niet letterlijk 'onmogelijk', maar onmogelijk in de zin van 'dat moet toch niet mogelijk zijn'. Hetzelfde type man gebruikt daar in een ander métier een vergelijkbare uitdrukking voor: 'Het kan toch niet zo zijn dat...' - veelal aangevuld met 'in dit land', en meestal volgt er dan iets met 'met z'n allen'. Maar waar het over gaat kan dan dus altijd wél. Het is bestaanbaar.

Al eerder tekende de Taaldokter op - uit de mond van, hoe kan het ook anders, zou je bijna zeggen, een voetbalcommentator: 'Het lukte hem niet om de bal van richting te doen laten veranderen.'
Nu schrijft de Telegraaf dat de gemeente ons 'wil doen laten geloven'. 'Doen laten...' Het is een van die merkwaardige constructies die onzin verkopen op bijna onmerkbare wijze. Bijna onmerkbaar, want in eerste instantie valt je nauwelijks iets op. Maar wel onzin, want bij nadere beschouwing is dat 'doen laten' natuurlijk dubbelop - maar waarom? Is het omdat de formulering met alleen 'doen' een beetje uit de tijd raakt, zodat de schrijver niet meer zeker is of die wel volstaat? En is alleen 'laten' weer wat te cru?
Het heeft de Taaldokter flink doen laten peinzen, maar hij komt er niet uit.
Een tweet over wat bepaalde politici zouden moeten doen: 'naar hun achterban luisteren en over hun eigen schaduw heen kijken'. Dat is weer eens wat anders dan dat inmiddels al vertrouwde maar in eerste instantie net zo onbegrijpelijke - en nu eigenlijk nog steeds, om eerlijk te zijn - schaduwspringen.
Ook hier weer die associatie met lange namiddagschaduwen in oude westerns. En ook hier lijkt iets bedoeld te zijn als 'ruimdenkend zijn', 'de blik verruimen'; eigenlijk het ouderwetse 'verder kijken dan hun neus lang is' - maar dat zal wel weer te denigrerend klinken.
Opgetekend: volwassen kerels die het hebben over 'kijken waar de pijn zit' en hoe ze 'problemen kunnen hendelen'.
Transparantie is een toverwoord. Typisch genoeg vooral in overheidsteksten, niet zelden in combinatie met het holle 'voorbeeldfunctie' - helaas veelal in niet bijster inzichtelijke constructies en terminologie.
Tuurlijk, jongetjes die de naaktheid van de keizer onthullen - zoals Wikileaks - zijn welkom in een wereld die bol staat van de verbloemende, verzachtende en verhullende taal. Vervelend is echter dat dit evangelie van de transparantie dermate driftig wordt gepredikt, dat het gebruik van sommige termen op zichzelf tegenwoordig al waardevol schijnt: 'helderheid geven'; 'duidelijkheid verschaffen'.
Een politicus die zegt dat hij 'alleen maar duidelijkheid wil geven' over iets, heeft daarmee de discussie al bijna gewonnen. Schijntransparantie waarbij niemand gebaat is. Duidelijk praten, dat zou helpen.
'Om heel eerlijk te zijn...' 'Ik zal heel eerlijk met u zijn...' 'Ik moet heel eerlijk zeggen dat...' - en dan volgt er strijk en zet iets wat weinig of niets te maken heeft met eerlijkheid.
Tegen iemand die zojuist een speech heeft gehouden: 'Ik moet eerlijk zeggen dat ik vond dat je het fantastisch deed.' Alleen paranoïde geesten zien in zo'n mededeling de neerslag van verrassing over de ontkrachting van een volslagen gebrek aan vertrouwen in het kunnen van de aangesprokene - zij is dan ook voornamelijk bedoeld als profilering van de spreker als oprecht.
Tegen interviewer die een lastige vraag stelt over bezuinigingen: 'Ik zal daar heel eerlijk over zijn: we moeten allemaal inleveren.' En alweer: slechts kwaadwillenden horen daarin dat de spreker voor deze ene keer een uitzondering maakt, maar gewoonlijk natuurlijk liegt dat het gedrukt staat - ook hier wordt vooral applaus gevraagd voor de 'open en oprechte' communicatie van de spreker.
'Voetbalanalist' Y. Mulder over de uitschakeling van FC Twente in de Champions league: 'Beslissende foutjes werden afgestraft.' Klinkt logisch, is onzin: als ze niet werden afgestraft waren ze niet beslissend. Vgl. 'Onbelangrijke foutjes werden afgestraft'; 'Beslissende foutjes bleven onbestraft'.
Prachtige ambtenaar in het tv-programma Aanbouw van de hoofdstedelijke zender AT5 over de nieuwe 'Westrandweg', die wordt aangelegd in het Amsterdamse westelijk havengebied. Een man die aan zijn jargon vastgeklonken zit als een heipaal in de drassige bodem.
Deze 'omgevingsmanager' van Rijkswaterstaat (wat wil je ook met zo'n functienaam) zegt 'een oplossing te willen bieden' voor de files door een tweede Coentunnel 'aan te bieden', en 'een extra impuls voor de regionale economie' te geven, 'zodat we de noordelijke Randstad beter bereikbaar maken'. Er loopt ook een andere weg, en 'die functie moest behouden blijven ter ontsluiting van het gebied', maar nu worden er 'extra vierkante meters gegenereerd' waar 'Amsterdam winst uit kan halen', en als 'compenserende maatregel' 'zul je zien dat we extra moeraszones aanbieden'. 'Natte natuur', noemt een andere ambtenaar dat even later.
De overheid 'biedt' oplossingen, tunnels en moerasgebieden 'aan'. Aanbieden: fijn, klantgericht woord, moet de 'omgevingsmanager' hebben gedacht. Het tegendeel is natuurlijk waar: de overheid doet gewoon haar werk, maar doet het voorkomen alsof het meer is dan dat én redeneert vanuit zichzelf in plaats van de 'klant' door de producten te verkopen als 'aanbiedingen'.
Snelheidsovertreders op de nieuwe weg wordt een vorstelijke boete aangeboden.
Een klassieker in het voetballexicon: 'Dzsudzsák... zoekt zijn linkerbeen...'

Je denkt dat het op een gegeven moment wel ophoudt, of dat je er zelf immuun voor wordt, murwgebeukt door de stroom absurditeiten die de menukaartenschrijvers over je uitstorten, maar soms vlamt toch weer die vertrouwde blinde woede op: de stompzinnige spaties, de zinloze aanhalingstekens, de dikdoenerige onzin...
De kaart van café-restaurant Stanislavski in Amsterdam.
Het begint al met ‘dag kaart’. Dahag, kaart!
Dan: ‘buffel mozarella’ op een ‘“boterham”’; hoezo? Is dat soms geen echte boterham? Wat is het dan? Vervolgens: ‘”filet americain”’ – ja, geen echte filet dus hè, maar “filet”. Bij de soep komt een ‘krokante “focaccia”’ – zo noemen wij dat dan hè, “focaccia”. Idem, mutatis mutandis, voor ‘”Croque Monsieur”’ en “Het Vlaamsch Broodhuys”’. Wat is eigenlijk de bedoeling van die kaart? Nietsvermoedende klanten raadseltjes opgeven?
Dan is er ‘zwarte pepermayonaise’; zozo, zwarte mayo – nou, laten we eens gek doen. En: ‘Serrano ham’; ja, als het ‘gerookte zalm’ is, zal het ook wel ‘Serrano ham’ zijn. Je kunt ook kiezen voor ‘3 kleine, 100 % rundvlees gegrilde hamburgers’, ‘brioche broodjes’, ‘ansjovis dressing’, ‘Gruyère kaas’, of natuurlijk de ‘maaltijd salade’. Tot slot zijn er dan ‘Chocolade, Citroen, Peren of Appel gebak...
Spaties, aanhalingstekens, kapitalen, je doet maar wat, het gaat erom dat het er een beetje mooi uitziet, net zoals de gerechten zelf. En als ze het nu consequent deden, maar nee hoor: ‘“Caesar Salade”’ met ‘Romaine sla’, maar ‘salade “Nicoise”’ met ‘kropsla’; ‘chocolade dessert’ naast ‘chocolademousse’, en ‘”Cheese-cake”’ krijgt ineens een koppelteken. Er valt werkelijk geen lijn in te ontdekken, en vermoedelijk ziet zo’n menubakker die ook niet. Maar natuurlijk wel heel correct ‘paddenstoelen’ schrijven... Eten en ambiance waren navenant.
WikiLeaks-oprichter J. Assange wordt verdacht van verkrachting en seksuele intimidatie. De Volkskrant over de aanklacht van een van de twee vrouwen: ‘Maar ook nadat het condoom was afgedaan, bleef Assange seks met haar hebben.’
Een raadselachtige zin, die allerlei moeilijk met elkaar te rijmen beelden oproept. De vrouw wilde niet (meer), maar de man 'bleef seks met haar hebben'. Dat kale 'seks hebben' impliceert toch enige mate van wederzijdse instemming, zou je zeggen. Op deze manier klinkt het bijna als 'bleef het leuk met haar hebben'. Een toevoeging als 'tegen haar zin' zou dat hebben kunnen voorkomen. Het wat abstracte 'bleef doorgaan' had ook gekund. Ook een ouderwetser aandoende term was mogelijk geweest: 'bleef zijn wil met haar doen' bijvoorbeeld.
Seks hebben. Rare, ambtelijke term. Lastig te definiëren ook, leert bijvoorbeeld het verleden van B. Clinton. Assanges verdediging is voorspelbaar: 'I did not have sex with that woman.'
De Taaldokter heeft een hekel aan lijstjes, maar als hij dan toch een term mag nomineren als vervelendste van de afgelopen jaren, is het wel 'verschil maken'. Vermoedelijk overgenomen uit het Angelsaksische taalgebied waar zij al langer een prominente rol speelt (to make a difference), heeft deze uitdrukking zich in rap tempo een stevige positie in de Nederlandse taalmode verworven. Zij ligt inmiddels steeds meer lieden die het even niet meer weten in de mond bestorven - waarom immers zelf iets verzinnen als een cliché volstaat?
Politici, sporters, hulpverleners, werknemers, ondernemers, kinderartsen, huisschilders, ouders, iedereen lijkt tegenwoordig 'het verschil te maken'. Maar tussen wat dan in 's hemelsnaam? Wat betekent het als 'wethouders en gemeenteraadsleden het verschil kunnen maken tegen de verkeerde keuzes van het kabinet' (de PvdA), als 'je verschil kunt maken in een wereld die de jouwe niet is' (human.nl), als je schrijft: 'Operational Excellence: het verschil maken' (Twynstra Gudde), als 'mensen die het verschil maken taart ontvangen' (agenschap.nl), als 'Van Persie het verschil kan maken' (AD)? - et cetera ad infinitum.
Wat ermee wordt geïmpliceerd is helder: wie 'verschil maakt' is goed bezig. Met het bepaalde lidwoord 'het' helemaal: 'het verschil maken' - dat uiterst belangwekkende 'onderscheid' dat we allemaal kennen...
Omdat 'verschil maken' net zo multifunctioneel en poly-interpretabel is als 'goed bezig zijn' (het kan betrekking hebben op voetballen, ondernemen, politiek bedrijven en op nog een heleboel andere, minder helder te definiëren bezigheden) is de populariteit van de uitdrukking logisch. Het lijkt er zelfs op lijkt dat 'verschil maken' een (samengesteld) onovergankelijk, zelfstandig samengesteld werkwoord aan het worden is, zoals 'gelijkmaken' dat is in de sportwereld - weliswaar nog nauwelijks aaneengeschreven, maar dat wekt geen verwondering, aangezien ook woorden als 'bekendmaken', 'kennismaken', 'losmaken', 'waarmaken', en 'zwartmaken' vaak los worden geschreven.
De Taaldokter hoorde journalist P. Witteman het maar hebben over 'de Fensie': 'Hoe is de sfeer bij de Fensie?' 'Wat vindt de Fensie daar eigenlijk zelf van?' Bleek te gaan om 'defensie'. Kwam nogal primitief over. Of fensief, natuurlijk.
Politici en ambtenaren schermen graag met de term 'draagvlak'. Zo is er vaak 'zorg of voor de maatregelen voldoende breed draagvlak bestaat', en anders 'dient stevig draagvlak onder de bevolking te worden gecreëerd'. Draagvlak. Vervelend woord, voortgekomen uit de consensuscultuur waarin het iedereen naar de zin moet worden gemaakt (terwijl de essentie van democratie nu juist is dat dat niet altijd kan, maar dat je je daarbij neerlegt).
De suggestie van dat 'draagvlak creëren' is al erg genoeg: 'We zijn het er in Nederland over eens dat...' De tirannie van Meerderheid en Middelmaat, verkocht onder het mom van 'democratie'. Soms kun je maar beter geen draagvlak hebben.
De praktijk is nog erger: 'draagvlak creëren' betekent meestal niets anders dan: 'met zo veel mogelijk folders en websites mensen wijsmaken dat ze geen revolutie hoeven te ontketenen als onze plannen doorgaan'. Zijn die folders verspreid, de websites gebouwd en drie inspraakavonden met notoire klagers belegd, dan heet het in het evaluatieverslag dat 'draagvlak in het veld is bewerkstelligd', wat inhoudt dat het proces door minder bezwaarschriften en insprekers is tegengewerkt dan aanvankelijk werd gevreesd.
Nog meer windhandel in het rijtje 'redengevingen', 'taakstellingen', 'smaakbelevingen', 'verwachtingspatronen' en 'maatregelenpakketten': Belangrijke Man zegt op tv: 'Het tijdsbestek is kort.' Natuuurlijk niet: 'De tijd is kort', nee, haha, was het maar zo simpel meneertje, en trouwens, hoe kan tijd kort zijn - nee hoor: 'Het Tijdsbestek is Kort.'
Zie ook hier.
Taal en politiek, het zal wel nooit wat worden.
D66 Amsterdam liet de gang van zaken in de partij na de voor haar niet naar wens verlopen gemeenteraadsverkiezingen analyseren door de ‘commissie Bruines’ (genoemd naar voorzitter S. Bruines). Deze commissie trok vier hoofdconclusies ‘met wijsheid achteraf’ - zoals ze dat zelf scherp formuleert – over de oorzaken van het dramatische verloop van campagne en onderhandelingen. Die conclusies staan in het rapport onder de kopjes:
- Te korte voorbereidingstijd
- Een slechte voorbereiding
- Men was niet goed geprepareerd op de politieke omgeving
- Een zwakke groepsmentaliteit
Een fraai voorbeeld van zaken complexer presenteren dan ze zijn. In dit geval door slechte kopjes. Goede kopjes helpen de lezer; slechte sturen deze met een kluitje in het riet, zoals hier. Want bij doorlezen blijkt al spoedig dat onder de kopjes weliswaar niet geheel dezelfde, maar toch verrassend gelijkaardige zaken aan bod komen. En je hoeft geen close reader te zijn om te zien dat de eerste drie kopjes eigenlijk precies hetzelfde betekenen.
Ga maar na. ‘Te korte voorbereidingstijd’ valt natuurlijk gewoon onder ‘Slechte voorbereiding’. En dan was men ook nog niet ‘voldoende geprepareerd’ – heeft dat soms niets met voorbereiding te maken? Hier blijkt het belang van gelijkvormige kopjes. In het rijtje ‘te korte voorbereidingstijd’, ‘slechte voorbereiding’ en ‘zwakke groepsmentaliteit’ was een formulering als ‘slechte voorbereiding op politieke omgeving’ natuurlijk stilistisch veel beter geweest. Maar ja, zo zal de commissie hebben geredeneerd, dan ziet een kind in één oogopslag dat we drie keer hetzelfde zeggen; laten we maar iets met ‘prepareren’ doen en de zinsbouw een beetje omgooien.
Eigenlijk was de oorzaak van die verkiezingsuitslag natuurlijk gewoon een gebrek aan kwaliteit – een gebrek dat fraai wordt weerspiegeld in de conclusies van dit rapport.
De Taaldokter vandaag in Trouw over de betekenisinflatie van 'duurzaamheid' - en over lijstjesmoeheid. Kijk hier voor een pdf.

Inderdaad.En trouwens: waarom überhaupt dat meervoud, en niet gewoon 'mail'?

Op tv sprak weer eens iemand over 'agressiviteit'. De Taaldokter heeft het liever over 'agressie', maar dat is slechts een kwestie van smaak: een lichte voorkeur door het gevoel dat 'agressie' wat directer en duidelijker is dan 'agressiviteit'.
Van Dale geeft als betekenis van 'agressie': 'agressiviteit'. Bij 'agressiviteit' staat: 'het agressief zijn'. Vermoedelijk wordt in verband met concrete personen of situaties dus eerder 'agressie' gebruikt, en, verwijzend naar die meer algemene staat, 'agressiviteit'. Een aardige betekenisnuance, blijkbaar veroorzaakt dat suffix -teit.
Dat roept de vraag op: zijn er meer Nederlandse woorden die ook zo'n vorm op -teit hebben die een dergelijk subtiel betekenisverschil veroorzaakt?
De psyche der voetbalverslaggevers is moeilijk te doorgronden, maar dat was bekend. Uit sommige van hun uitlatingen blijkt dat zij een welhaast kinderlijke bewondering paren aan nauw verholen dédain voor de spelers over wie zij spreken.
De voetballer die waarschijnlijk het vaakst object van deze journalistieke schizofrenie was, is C. Seedorf, een van de meest succesvolle Nederlandse spelers, enigszins omstreden doordat hij weleens een mening heeft en die soms zelfs weet te verwoorden zonder te vervallen in clichématig gemurmel.
En wat zegt de voetbalcommentator dan als Seedorf aan de bal is? 'Seedorf. Jaaa, dat is een hele grote meneer bij AC Milan nu...'
Een hele grote meneer ('een heel grote meneer' dus). Bedoelend: grappig toch, dat vinden die rare Italianen, terwijl wij allemaal weten dat 't eigenlijk een pisventje is.
Iemand beledigen door een beleefdheidsvorm te gebruiken dus. Blijkbaar werken bepaalde beroepsgroepen dit fenomeen in de hand. Eerder schreef de Taaldokter in dit verband over de politie die het had over 'een meneer' die aangifte had gedaan, daarmee suggererend dat de man zelf ook niet geheel kosher was. Mooie meneren en grote meneren. Zie ook: Willem Holleeder is 'een meneer'.
Journalisten hebben er een handje van, maar in de dagelijkse omgang merk je het ook vaak: taalseksisme. En nu bedoelt de Taaldokter niet 'hij' schrijven ' waar je, om maar helemaal correct te lijken, 'zij en/of hij' had kunnen schrijven, of vergeten 'm/v' achter functienamen te zetten, of gewrochte constructies bedenken met 'persoon' in plaats van 'man', want dat is natuurlijk de dood in de pot.
Het gaat om meer verkapt seksime in de taal, dat wel een in het oog springende exponent heeft: het aan vrouwen met de voornaam, maar aan mannen refereren met de achternaam. Zo sprak tv-presentator J. Pauw onlangs in één zin over 'Rutte' en over 'Femke', bedoelend de premier en GroenLinks-fractievoorzitter F. Halsema.
Zul je allicht af en toe iemand horen verwijzen naar 'Femke' met 'mevrouw Halsema', of - beter nog, maar nóg minder frequent - 'Halsema', wie het heeft over de minister-president, de PvdA-voorman of de PVV-leider, zal zelden in het openbaar reppen van 'Mark', 'Job' of 'Geert'.
De enige uitzondering op deze regel zijn uitlatingen - veelal in campagnetijd of tijdens partijcrises - van partijgenoten van de man in kwestie, waarin zij hem bij de voornaam noemen om eenheid in de partij te suggereren.
Het aardige is dat dat nu juist krachtig werkt. Maar in niet-heikele tijden vervalt men weer graag in het 'de heer'-jargon. Femke. Bah.
De journalisten-voornaam-noemers zulen zich verdedigen met het argument dat ze het onderwerp van gesprek persoonlijk kennen of er een vriendschappelijke band mee hebben (wat het door hen nagestreefde imago van onafhankelijkheid niet bepaald een krachtige impuls geeft), maar eigenlijk zeggen ze gewoon 'meneer' en 'vrouwtje'.
En dat is de reden dat op deze website gewoonlijk naar mensen wordt verwezen met hun initiaal en achternaam.
P. de Leeuw had het in zijn televisieprogramma over PVV'er J. Sharpe, van wie van alles werd gezegd, 'als zou hij een pornobron zijn'. Mooi woord, en hij bedoelde natuurlijk: 'pornobaron' - een fraai staaltje Klinkerslikken; de Taaldokter werd echter aan het denken gezet door dat 'als zou'.
Een taalpurist zou misschien zeggen: dat moet zijn: 'als was hij een pornobaron'; dat als(of)' en 'zou [...] zijn' is immers dubbelop. Diezelfde purist zou, als hij consequent was, ook uitspraken moeten afwijzen als: 'als ware hij een pornobaron'. Want die zeggen eigenlijk hetzelfde - 'als zou hij zijn'. Toch vallen dergelijke constructies regelmatig op te tekenen. Waaruit maar weer eens blijkt dat we voor purisme niets kopen.
Of het nu een aanvoegende of voorwaardelijke wijs is, of nog iets anders, in die typische combinatie met 'als', dat 'als ware hij...' - de Taaldokter is er niet dol op; in dit geval ware 'alsof hij een pornobaron was' natuurlijk het duidelijkst en misschien wel het mooist geweest.
En die 'wijzen' roepen alleen maar problemen op. Zo twitterde W. de Bie eergisteren: 'Zag schoolklas in bibliotheekfiliaal dat moet sluiten. Moge alle verantwoordelijken blijvend getroffen worden door rode wangbloos.' Dat enkelvoud 'moge' is goed te begrijpen, als een soort aankondiging van een nadrukkelijke wens, maar heet grammaticaal niet correct te zijn: 'mogen' zou hier de enige juiste vorm zijn geweest.
Dus wat moet de taalvakman of -vrouw? De woorden van Wim T. Schippers indachtig zijn: 'Vakmanschap bestaat vaak uit het je houden aan regels zonder je af te vragen waartoe ze dienen.' En driftig, instemmend knikken.
Een nieuwe in het rijtje '-gevingen', '-stellingen', '-belevingen', '-patronen' en '-pakketten': taakstelling.
Tijdens een gesprek in tv-programma Buitenhof over de bezuinigingen in de kunstsector liet een van de sprekers zich ontvallen: 'Andere orkesten hebben veel meer taakstellingen richting het publiek.' Zie de ziektebeelden voor dat Syndroom van Richting; hier gaat het om dat 'taakstellingen'.
Een orkest met een taakstelling. Iemand die dat zegt, moet wel een Man met een Missie zijn. Maar waarom zei hij niet gewoon: 'taak'? Om dezelfde reden als mensen het hebben over 'redengeving', 'vraagstelling', 'smaakbeleving', 'verwachtingspatroon' en 'maatregelenpakket' dus.
Dikdoenerij en gebakken lucht willen verkopen. Terwijl zijn boodschap juist sterker zou zijn geweest als hij 'taken' had gebruikt. Alweer geldt: hoe langer hoe interessanter - én ondoorzichtiger. Of het om een blazersensemble ging kan de Taaldokter zich niet herinneren, maar dat gebruik van 'taakstelling' is windhandel.
Mooie doem-beeldspraak in een mailtje van de Kamer van Koophandel Amsterdam: 'Welke wetten en regels treffen uw bedrijf in 2011?' Alsof het meteorieten zijn...

Nog even spatieneuken. De verkiezing van de 'Best Schrijvende Ambtenaar 2010' gebeurt door een jury. En die treedt op in een 'jury samenstelling'. Je denkt eerst nog: misschien is er ook een 'jury spelling' en een 'jury structuur' - maar bedoeld is natuurlijk gewoon 'jurysamenstelling'. De 'projectleider spelling' van de Taalunie zit in de jury...
En waar vindt die verkiezing plaats? Nou, hier natuurlijk:
![]()
Die 'Voedsel en Waren Autoriteit' schaamt zich overigens nergens voor. Dit is de Amsterdamse gevel:
.jpg)

De Bijenkorf in Amsterdam heeft een halve etage met boeken. Dit is de poëzie.
Steeds vaker te horen: 'bespreekbaar maken'.
Problemen. Homoseksualiteit. Laaggeletterdheid. Zelfmoord. Wanhoop. Huiselijk geweld. Conflicten op het werk. Arbeidsmarktproblematiek. Geldzaken. Veiligheid. Kwaliteit. Alles kan of moet 'bespreekbaar' worden 'gemaakt'.
Maar wat is dat eigenlijk, dat 'bespreekbaar maken'? Mensen net zo lang martelen totdat ze ergens over willen praten? Ze 'schoppen tot ze een geweten hebben'?
Nee hoor: meestal bedoelen de sprekers gewoon 'het ergens over hebben'. De term wordt alleen veelvuldig misbruikt (met name door politici), bijvoorbeeld door midden in een gesprek te melden 'Ik wil dit gewoon graag bespreekbaar maken', terwijl het al een half uur gaat over wat er dan 'bespreekbaar' moet worden 'gemaakt'. Praatjes voor het publiek en voor de vaak.
(Iets 'bespreekbaar' hebben 'gemaakt' is inmiddels ook een verworvenheid waarover je je trots niet onder stoelen of banken dient te steken. 'Die-en-die heeft als eerste het probleem van zus-en-zo in Nederland bespreekbaar gemaakt.' Die-en-die heeft het er als eerste over gehad, wordt dan dus bedoeld.)
De bespreekbaarmakers suggereren dat juist en alleen zij het 'aandurven' 'taboes te doorbreken' en 'helderheid te verschaffen' - daarbij structureel tegengewerkt door achterbaks gekonkel en slinkse machinaties van Geheime Krachten. Een te wantrouwen type. Waarover men kan spreken, dat hoeft men niet bespreekbaar te maken, om Wittgenstein te parafraseren.
Bespreekbaar maken. Verboden woord.
De Taaldokter hoorde een tv-documentairemaker spreken over ‘fraudulerende topmanagers’. Vaker gehoord, en, natuurlijk, een verspreking. Maar ligt daar een mechanisme aan ten grondslag? Werd hier in plaats van 'frauderen' het nieuwe werkwoord 'frauduleren' afgeleid van het bijvoeglijk naamwoord 'frauduleus'? Fraude - frauduleus - frauduleren?
Hoe werkt dat? Zegt die man ook: De mirakulerende arts genas de tuberculerende lijder aan de weing scrupulerende ziekte op fabulerende wijze?
Dat de geïnterviewde even later het bekende anglicisme ’narcicistisch’ in de mond nam, was meer een soort toegift.

Zijn er nog mensen die hier in trappen?
F. van Meurs van de Radboud Universiteit in Nijmegen promoveert op het gebruik van Engelse termen in personeelsadvertenties van bedrijven. We kennen ze allemaal: van het raadselachtige hands on-mentaliteit tot het razend interessante human resource management. Bedrijven schijnen dergelijke termen voornamelijk te gebruiken omdat er geen Nederlandse alternatieven voor zijn, of omdat ze sterk ingeburgerd zijn in de branche.
Leuk onderzoek. De Taaldokter was wel verbaasd op de website van de universiteit te lezen dat 'de meest voorkomende Engelse termen zijn: senior, professional en control.' Senior? Sinds Cicero een Engelse term.
Met de introductie van het begrip 'duurzame persoon' (uitgesproken als 'duusme psoon') of 'duurzame Nederlander' (zie bijvoorbeeld hier) heeft de inflatie van het begrip 'duurzaam' een voorlopig nieuw hoogtepunt bereikt.
De betekenis van de term evolueerde van 'lang meegaand' tot allerlei varianten op de definitie van 'duurzame ontwikkeling' van de commissie Brundtland: 'een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in gevaar te brengen'. Inmiddels is het een gemakkelijk containerbegrip geworden, een modieuze vergaarbak voor wervend bedoelde intenties. Anno 2010 laten zichzelf respecterende grote of kleine ondernemers (en overheden) - van banken en havens tot afvalverwerkers en hotels - in lijvige rapporten, of minstens op websites, in veelal hoogdravende bewoordingen weten hoe 'duurzaam' zij 'ondernemen' ('Na de nulmeting wordt een lichtplan gerealiseerd waarin de mogelijkheden van duurzame verlichting worden geïnventariseerd').
Daarbij laten zij meestal na het begrip te definieren, wat jammer is, want daardoor blijft de bedoeling onduidelijk. Meestal wordt de term in omtrekkende bewegingen beschreven: 'Duurzaamheid draait om...', 'gaat om...', of - nog erger - 'gaat over...' Waar het dan 'over gaat'? Nou: over 'de toekomst van onze planeet' bijvoorbeeld, of over people, planet en profit, of over 'toekomstbestendigheid' (raar, want het gaat niet om bestendigheid tegen de toekomst maar om bestendigheid van de toekomst tegen huidige ontwikkelingen). De Taaldokter zelf kwam niet verder dan 'duurzaamheid is de leefbaarheid van de toekomst' (in het duurzaamheidsverslag van de gemeente Amsterdam over 2009).
Kun je van een product of een proces met enige goede wil nog zeggen dat het 'duurzaam' is (een energiezuinige auto of een rookzuiveringsmethode), van een persoon is dat wel erg gekunsteld: aansluitend bij de Brundtland-definitie is dat niet iemand die 'lang meegaat', maar iets als 'iemand die zich zo ontwikkelt dat de huidige wereldbevolking in haar behoeften voorziet zonder de komende generaties te beperken om in hun behoeften te voorzien'. Of zou het zijn: 'iemand die energie bespaart'? Of misschien: 'iemand die jongeren kansen biedt'? Of toch: iemand die het economische systeem wil hervormen? Of: iemand die 'staat' voor goed onderwijs?
Kortom: wat de term betekent blijft onduidelijk, terwijl wat er gebeurt meestal heel concreet en helder is: geen investeringen in landen met twijfelachtige regimes, korting op havengeld voor 'schone schepen', recycling van afval, hergebruik van handdoeken. Wat eigenlijk bedoeld wordt met al dat Duurzame Dingen Doen is niet meer dan: je gezonde verstand gebruiken.
En wat maakt dat een duurzaam 'persoon'? Gewoon: een verstandig mens. In dat licht is het twijfelachtig dat die lijst met 'duurzame Nederlanders' voornamelijk bestaat uit (blanke, middelbare) mannen. Zij kunnen het wellicht niet helpen dat ze er op staan, maar degene die weer eens zo'n lekker ogende lijst meent te moeten samenstellen kan niet genoeg worden gewantrouwd - overigens net zoals instellingen die 'duurzaamheid' opnemen in hun 'visie' of 'missie'. De Taaldokter is duurzaamheidsmoe.

In een Antwerpse lift heet een keuringsinstantie 'keuringsorganisme'. Het woord wekt de indruk dat we hier te maken hebben met een zeer dynamische instelling - niet zozeer door de medewerkers, maar doordat zij zélf een levende entiteit is. In combinatie met liften roept dat de associatie op met de mindere horrorfilm. 'Al kort nadat de eerste sporen van het keuringsorganisme in de schacht waren gesignaleerd, begon de lift kuren te vertonen. Spoedig bleek dat het organisme diep in de cabine zelf was doorgedrongen. Toen de uitlopers na een week niet alleen de wanden aan de binnenzijde hadden overwoekerd, maar op alle etages uit de liftschacht begonnen te groeien, werd de lift buiten werking gesteld.'

Deze foto werd de Taaldokter toegestuurd, vergezeld van de volgende vragen:
'Onlangs was ik in het onvolprezen Zandvoort. Daar probeerde ik een parkeermeter aan de praat te krijgen en mijn oog viel op een opschrift op de betaalautomaat. Daar stond 'fiscaal gebied'. Weet niet wat het betekent, maar ik was onder de indruk. Weet u wat dat betekent? Hoe moet ik mij gedragen in een fiscaal gebied?'
Inderdaad een raadselachtig opschrift. De reguliere betekenis van 'fiscaal', iets als 'de belastingheffing betreffend', lijkt hier niet van toepassing te zijn. De associatie met bijvoorbeeld het Portugese 'fiscalização' - dat zoiets betekent als 'inspectie, controle' - roept de vraag op of 'een gebied waar wordt gecontroleerd' de bedoeling was. Daarover vindt de Taaldokter echter zo snel niets in het Nederlands. Wel meldt Van Dale dat 'de fiscaal' in vroeger tijden een bepaald soort ambtenaar was, en dat met die term ook nu nog wordt verwezen naar een ambtenaar 'van het openbaar ministerie bij de zeekrijgsraden en bij bijzondere gerechtshoven'. Zandvoort? Zeekrijgsraden? Je zou er inderdaad van onder de indruk raken.
Zou gewoon bedoeld worden dat in het 'gebied' betaald moet worden om te parkeren? Dat lijkt een nogal overbodige mededeling op een parkeermeter, die bovendien niet duidelijk is, want wat is dat 'gebied' dan: de gemeente Zandvoort, de wijk, een straal van tien meter rond de parkeerautomaat?
Een opschrift, kortom, dat meer vragen oproept dan beantwoordt - laat staan over hoe je te gedragen in het 'fiscaal gebied'. Tips zijn welkom!
In de aankondiging van een workshop Customer Experience Marketing leest de Taaldokter: 'Klantbeleving is het nieuwe merk! Hoe zorg je dat je beloftes waargemaakt zijn in de praktijk en dat je klanten de juiste klantbeleving krijgen?'
Eerder schreef de Taaldokter hier over 'smaakbeleving'. Niet de 'smaak' dus, nee: de 'beleving' - in dit geval een 'intens complexe smaakbeleving'. Een naar woord, maar wel gevormd volgens een logisch procédé: smaakbeleving is de beleving van de smaak door degene die proeft, de manier waarop de proever de smaak ervaart.
Bij dit 'klantbeleving' is iets anders aan de hand: volgens de tekst gaat het immers om de 'klantbeleving' van de klant! (En dus niet om de 'productbeleving', of gewoon 'de beleving', wat je zou verwachten.) Dat is net zoiets als 'de smaakbeleving van het bier'. Onzin dus, en een typerend staaltje navelstaarderig formuleren. Waarschijnlijk wordt tijdens de workshop aangeraden de 'beleving' van producten te testen door proefpersonen te vragen; 'Wat is uw klantbeleving?' Het doet denken aan de gemeente die 'Bewonersbrief' schrijft boven brieven aan burgers.
Dit alles nog afgezien van dat volslagen onzinnige 'klantbeleving' als 'merk', geheel conform de in bepaalde kringen populaire aanname dat het zinvol is dingen, ideeën en zelfs mensen als 'merk' 'in de markt te zetten'; de Taaldokter is niet bijster gek op dergelijke 'merkbeleving'.
De Taaldokter vandaag in Trouw over de constructie 'inzetten op' in het regeerakkoord: kijk hier. Meer hier.
Ajax voetbalt tegen Auxerre - door vrijwel iedereen die er op televisie iets over zegt - voor, tijdens en na de wedstrijd - uitgesproken als 'Ook Zèr' - en regelmatig zelfs als 'Auk Zèr'. Dan win je nooit, natuurlijk.
Bij het verscheiden van H. Mulisch dacht de Taaldokter glimlachend terug aan teletekst, dat drie jaar geleden kort berichtte over de tachtigste verjaardag van de schrijver, op één pagina met twee andere onderwerpen. Een - naar hij aanneemt onbedoeld - vermakelijke combinatie. De berichtjes begonnen als volgt:
- 'Op het IJsselmeer bij Hindelopen is een platbodem gezonken.'
- 'In de zeehaven van IJmuiden is een 60 meter hoge kraan ingestort.'
- 'In Amsterdam is een receptie gehouden voor Harry Mulisch.'
Bij voorbaat excuses, de Taaldokter tekent alleen maar op wat hij hoort, en soms is dat niet best. Nu weer, twee Amsterdamse meisjes in gesprek, nauwelijks te verstaan, tot één van de twee luid en duidelijk, op verontwaardigde toon, sprak: 'Alles naar de kut gebracht... Alles naar de kut gebracht.' Wat het betekent durft de Taaldokter nauwelijks te bedenken, een zoektocht op internet levert weinig begrijpelijks op, maar veel goeds zal het niet zijn. Tips zijn welkom.
Hoewel het volgens de Taalunie in Nederland 'standaardtaal' is, keek de Taaldokter er van op toen hij van de hand van een bekende dichter las: 'Het zou ook kunnen dat [...], bedacht ik me net.'
Ze hebben het wel steeds over ‘ik besef me’, maar ‘ik bedenk me’ is ook geen lieverdje, dacht de Taaldokter. Door dat wederkerende voornaamwoord me was de eerste associatie die zich opdrong die van ‘ik verander van mening', 'ik kom op mijn woorden terug’, en niet ‘ik besef’.
Verkiezingen van taalergernissen suggereren enige representativiteit; in werkelijkheid vormen zij vrijblijvend divertissement voor de mierenneuker. Puristen, liefhebbers én journalisten zouden beter eens wat kritischer kunnen kijken naar de drogredeneringen, frames en eufemismen van politici.
Publieke top-tiens, canons, polls en verkiezingen - over zo ongeveer alles - mogen zich verheugen in toenemende populariteit. Zo bieden diverse taalverkiezingen de gelegenheid te stemmen op populaire of juist ‘verboden’ woorden en uitdrukkingen. Een bezigheid die, in bescheiden kring, veel belangstelling geniet. Helaas, want zo weinig waarde als de uitslagen hebben, zo breed worden zij vaak uitgemeten – hapklare lijstjes doen het nu eenmaal goed.
In 2006 stemden lezers van Het Parool voor ‘het mooiste Amsterdamse woord’ (achenebbisj), jaarlijks maken Onze Taal en Van Dale het ‘Woord van het jaar’ bekend (2009: ontvrienden), en elke maand reikt de Stichting Nederlands de ‘sof- en de lofprijs’ uit (om het Nederlands te bevorderen en het ‘oprukkende Engels’ tegen te gaan). Op internet is nu al ‘Ik heb zoiets van’ gekozen tot ‘vaagtaal 2010’ (www.vaagtaal.nl), en tot 1 december kunt u nog stemmen op uw ‘grootste taalergernis van 2010’ (www.irritantstewoord.nl).
Dergelijke ergernis-verkiezingen zijn vooral reclame voor de initiatiefnemers en een legitimatie van de ergeraars. Dat mag. Ergerlijker lijkt dat de uitslagen totaal niet representatief zijn (wat toch de bedoeling, of op zijn minst de suggestie is): slechts een klein deel van de taalgebruikers doet mee, en dan nog alleen de taalergeraars. Dat resulteert in tamelijk willekeurige lijstjes met enerzijds evergreens zoals een stukje, ik heb zoiets van, met alle respect en hun hebben, en anderzijds individuele ergernissen over de taal van de buurman of collega die het heeft over het nieuwe werken, mensenmens, of 2.0.
Kortom: gratuit divertissement voor de mierenneuker. Het enige wat die lijstjes illustreren is de toegenomen geconditioneerdheid van veel mensen om, zodra ze de kans krijgen en niet gehinderd door enige kennis van zaken, geheel vrijblijvend hun mening te geven.
Taalergernissen hoeven echter niet representatief te zijn om waarde te hebben. Een treffend verwoorde, degelijk onderbouwde ergernis kan helpen voorkomen dat individuele kromspraak de norm van een meerderheid wordt. Daarbij gaat het niet om de frequentie van een term of van de ergernis daarover, maar om de invloed van de gebruiker. Een enigszins gezaghebbend politicus (of, in komkommertijd, een iets minder gezaghebbende) hoeft zijn mond maar open te doen en geluid voort te brengen, of een tweet te versturen, en zijn woorden echoën in duizendvoud tot in alle uithoeken van het internet, de tv en de kranten.
Als die terminologie bol staat van de drogredenen (‘Op als-vragen geef ik uiteraard geen antwoord’), twijfelachtige framing (‘Bent u voor of tegen de ouderen van Nederland?’) en eufemismen (‘We hebben een adempauze genomen op het gebied van de loonvorming’), is een alerte criticus die zich lekker ergert meer dan welkom. Een jongetje, dat, optornend tegen een wind van woorden, de naaktheid van de keizer onthult, door te roepen: ‘Ja, dit is een als-vraag. Is daar iets mis mee? Wilt u geen antwoord geven? Dan lijkt het mij zinniger dit gesprek nu te beëindigen. Uiteraard.’ Iemand die ‘ombuigen’ consequent vertaalt als ‘bezuinigen’. Iemand die leest dat het kabinet ‘inzet op alternatieven voor dierproeven’, en vraagt: komen die alternatieven er? Of hoopt u dat alleen? Doet u er alles voor wat in uw mogelijkheden ligt? Of 'spreekt' u die ambitie zo'n beetje 'uit in de richting van de burgers'?
Vrijblijvende, ludieke lijstjes met politiek-correcte ergernissen of hoogst particuliere irritaties – prima: ik irriteer me er niet aan. Maar laat al die puristen, liefhebbers én journalisten eens wat vaker kritisch kijken naar de invloedrijke taal van de overheid.
In het restaurant zaten een man en een vrouw tegenover elkaar: de vrouw met haar gezicht naar binnen, de man met uitzicht op de straat. Misschien dat hij zo luid sprak omdat hij even vergat dat er nog meer mensen aanwezig waren. De vrouw werd steeds stiller, en, naar het scheen, steeds kleiner, terwijl de man het al een kwartier had over 'de grote projecten die ik draai'.
Projecten draaien. Als je dat kunt zeggen, draai je je hand niet om voor zo'n project, je doet het in een handomdraai, hoe groot het ook is. Lopendebandwerk voor jou, bijna, Grote Projecten draaien. Wel goed om er toch even bij te vermelden dat het Grote Projecten zijn. Dat ze niet denkt: hij ziet er leuk uit, geld heeft-ie ook, maar hij zal toch niet alleen kleine projectjes draaien?
De Taaldokter kondigde al eerder aan het te zullen hebben over het woord 'randvoorwaarde'. Dat schoot er even bij in, totdat hij de term vanmorgen weer eens las, in de Volkskrant online: de regering vindt afschaffing van de numerus fixus voor de studie medicijnen 'een randvoorwaarde voor goede marktwerking in de zorg'.
Misschien een wat cryptisch voorbeeld om mee te illustreren dat mensen die 'randvoorwaarde' zeggen altijd gewoon 'voorwaarde' bedoelen (maar zo hun redenen hebben om dat dus niet te gebruiken). En er zullen vast mensen zijn die beweren dat het hier niet gaat om een keiharde voorwaarde, een conditio sine qua non, maar meer om een soort bijkomstige voorwaarde waaraan ook moet zijn voldaan.
Maar dat is dus een voorwaarde. 'Randvoorwaarden' bestaan niet. Dat blijkt ook uit de definities van het begrip. Bijvoorbeeld: 'voorwaarde die noodzakelijk is bij de bepaling binnen welk kader een proces of plan zich dient te ontwikkelen'. Een 'voorwaarde waaraan het kader moet voldoen', daar kun je je nog iets bij voorstellen, hoewel ook dat gewoon een voorwaarde is, maar dit? Of: een 'voorwaarde die het kader vormt waarbinnen een bepaald proces zich gaat of kan gaan afspelen, essentiële voorwaarde'. Ook dat is een voorwaarde; hier zelfs eigenlijk een 'essentiële voorwaarde'. Dat geldt ook voor 'bijkomstige voorwaarde die echter wel noodzakelijk is voor het te bereiken doel'. En wat te denken van de online Van Dale: 'bijkomstige voorwaarde waaraan voldaan moet zijn'? Een voorwaarde waaraan voldaan moet zijn - je moet er maar opkomen.
Je kunt je best voorstellen dat het - in uitzonderlijke gevallen - nuttig is 'randvoorwaarden' te gebruiken, bijvoorbeeld in relatie tot aard en status van andere voorwaarden die meer direct betrekking hebben op het onderwerp. Dat klakkeloze 'randvoorwaarde' lijkt het bijna altijd afdoende 'voorwaarde' echter te verdringen.
Enkele van de talrijke voorbeelden:
- 'Veiligheid is een essentiële randvoorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs';
- 'Prijs belangrijkste randvoorwaarde voor koopgedrag in de Nederlandse detailhandel';
- 'Een herkenbare wijk is de randvoorwaarde om aan sociale opbouw te werken';
en ga zo maar door, om met G. Wilders te spreken.
Alleen al aan de belendende terminologie ('kwalitatief goed'. 'koopgedrag', 'aan sociale opbouw werken') valt af te lezen dat het ook hier gaat om Verdoezelende Dikdoenerij, net zoals bij de 'redengevingen', 'vraagstellingen', 'smaakbelevingen', 'verwachtingspatronen' en 'maatregelenpakketten' van gisteren. Kortom: dat negeren van het vertrouwde 'voorwaarde' moet maar eens afgelopen zijn. Onconditioneel.
over geving, stelling, beleving, patronen en pakketten
Naar aanleiding van het debat over de regeringsverklaring vraagt men zich op Twitter af waarom mensen 'redengeving' zeggen als ze gewoon 'reden' bedoelen ('net zoiets als 'vraagstelling' in plaats van 'vraag').
Er zijn nog wel meer voorbeelden. Wat dacht u van allerlei soorten 'beleving', in plaats van het woord waarom het gaat: die vermaledijde 'smaakbeleving' bijvoorbeeld. Of het bekende 'verwachtingspatroon' waar het gewoon gaat om 'verwachting'. Om nog maar te zwijgen over 'maatregelenpakketten'.
Hoe langer hoe interessanter - én ondoorzichtiger. Gebakken lucht dus. De reden? Dikdoenerij en neiging tot verdoezeling.
In het programma Ochtendspits van omroep WNL was de filmrecensent van de Telegraaf te gast: 'Die-en-die maakt films van dertien in een dozijn. En dit is de dertiende in het dozijn.'
Presentatrice: 'Oh. En is-ie een beetje anders, eh...?'
Toch maar eens de Taalprof geconsulteerd over die GeenStijl-kwestie. Volgens hem zijn constructies als '*jeneverfles pakken gaat*' 'vooropplaatsing van de uitgebreide werkwoordelijke groep, met voorkeur voor hulpwerkwoordconstructie, waardoor het effect ontstaat van een vereenvoudiging waarin de groep het voorwerp bij de persoonsvorm is.' Kijk hier voor de uitgebreide analyse.
over de Autoriteit van het Gevoel
Een enkele uitzondering daargelaten, is de taal der voetballers eerder trendvolgend dan trendsettend. Niet verwonderlijk, anders waren ze geen voetballer geworden. Daarbij valt op dat de overgenomen terminologie vaak uit softe hoek komt. De Taaldokter roept het bijvoorbeeld door R. Koeman zo graag op lijzige toon gebezigde buurtwerkersjargon in herinnering: 'Het gaat ook om een stukje vertrouwen.'
Gisteravond maakte Ajax-speler D. de Zeeuw een doelpunt, na 'een mindere periode'. Vervolgens sprak hij, volgens het Parool: 'Ik voel al weken dat ik me weer goed voel, nu komt het er eindelijk uit.' Ik voel dat ik me goed voel. Bedoelend: ik voel me goed. Suggererend: ik voel het, dus het is zo. De autoriteit van het gevoel. Hij voelde dat natuurlijk al veel eerder, maar merkte dat de trainer bij zichzelf voelde daar nog problemen mee te hebben. Dit zei natuurlijk niets: De Zeeuw kon best voelen dat hij zich goed voelde, maar eigenlijk als een krant spelen.
Onmiddellijk schoten de Taaldokter de lieden te binnen die zo modieus vanuit de superioriteit van het Gevoel spreken: 'Ik merk dat er nog steeds sprake is van een afstand. Ik voel steeds sterker dat ik daar iets mee moet doen.'
En hij kreeg het gevoel dat hij voelde dat hij zich best okee voelde, maar zich in werkelijkheid uiterst belabberd voelde.
Commentator tijdens Ajax-Auxerre: 'Ajax balanceert tussen angst en vrees.' Zo wordt het natuurlijk nooit wat.
Op het blogje van gisteren ('Geenstijl bij zinnen?') werd gereageerd met: 'Zelf denk ik hierbij eerder aan een weggelaten betrekkelijk voornaamwoord ('die') - eerder dan aan 'dat hij/zij'. Het voelt ook qua functie als een bijvoeglijke (achtergrondinfo) bijzin bij de naam van de twitteraar, vind je niet?'
Verdomd, dacht de Taaldokter in eerste instantie, dat is de meest logische oplossing - ze 'voelen' inderdaad 'aan' als een bijvoeglijke bepaling bij een (ontbrekend) antecedent: naam, persoonlijk voornaamwoord of zelfstandig naamwoord. Maar vervolgens bedacht hij: de oudste en meest frequente vorm van deze toelichtingen heeft de hoofdzinvolgorde en is een soort directe rede: '[Jan:] *denkt er het zijne van*'. Het leek hem op een of ander manier niet aannemelijk dat daarin 'die' ontbreekt: '*[Jan die] denkt er het zijne van*'. Voor zover de Taaldokter kon nagaan, is de vorm met bijzinvolgorde en de persoonsvorm achteraan later gevormd, naar aanleiding van die eerste. Zijn interpretatie daarvan neigde tot die als een soort indirecte rede, zoiets als '[Jan, die meedeelt / zegt / laat weten dat hij] *er het zijne van denkt*'.
Enfin, het blijft bij psycholinguïstisch hineininterpretieren. Overigens heeft het tegenwoordig deelwoord ('er het zijne van denkend') blijkbaar afgedaan ter beschrijving van de staat waarin schrijvers verkeren - iets waarvoor we in veel gevallen dankbaar mogen zijn ('verblijvend'), maar in deze gevallen was het juist zeer op zijn plaats geweest.
Nu voetbal kijkend,
uw Taaldokter
Op weblog www.geenstijl.nl wordt, het moet maar eens gezegd, best aardig geschreven - door de redactie dan, niet door de zogeheten 'reaguurders'. Het altijd enigszins miskende toontje moet je liggen, maar het grotendeels ontbreken van de gebruikelijke slordigheidjes en wartaal zijn een verademing.
Een verrijking van de Nederlandse taal waren trouvailles zoals dat 'reaguurders', woorden met 'o's' schrijven met 'eau's' ('heaumeau') en 'hoor' en 'haar' als 'heur' niet: uit meligheid oubolligheid parafraseren wordt al snel zelf oubollig. Zoals de ook veel gebezigde constructie met 'doen': '*gaat tv uitzetten doen*' - waar overigens 'tv-kok' C. Spijkers het patent op had: 'Dan ga ik nu even lekker roerbakken doen' - over oubolligheid gesproken.
Op het blog (en overigens ook via Twiiter) is het gebruikelijk om berichten te laten volgen door regie-aanwijzingachtige beschrijvingen van wat de schrijver denkt of doet, tussen sterretjes: '*kucht*', '*leunt tevreden achterover*', '*pakt gitaar en zingt uit volle borst mee*'. Heel gewone toevoegingen eigenlijk, behalve dat ze - waar de berichten zelf meestal gewoon in de ik-vorm zijn geschreven - plotseling in de derde persoon enkelvoud zijn gesteld en dat het onderwerp zelf niet wordt genoemd ('hij' of 'zij' staat er nooit bij). Het effect: een zekere distantie die voor de liefhebber wellicht een komische werking heeft.
Maar dan. Op het blog (en ongetwijfeld ook elders, maar de Taaldokter heeft nog meer te doen) is ook een andere constructie gebruikelijk:
- *terugkeert naar tokkietopic boven*
- *tijd hiermee vrij maakt om morgen met bier en chips het pleidooi van Mosko te zien*
- *jeneverfles pakken gaat*
- *met verbazing kijkt*
- *hoopvol naar rechter Moors kijken doet*
- *Daar even niet aan denken moet met Prakmans in beeld*
- *Klaar zit*
- *chips en bier pakt en F5-knop oppoetst*
- *in broek gepist heeft*
- *Tik met de mike geven doet*
- *linksaf slaat*
Hee? Deze constructie heeft een bijzinsvolgorde, maar de hoofdzin ontbreekt, net als - weer - het onderwerp. Opmerkelijk. Alle zinnen zijn door er 'dat hij/zij...' voor te plaatsen aan te vullen tot redelijk normale uitingen. Ook hier lijkt - in combinatie met de inhoud - de enigszins vervreemdende formulering een komische bedoeling te hebben. De mogelijkheden van deze uiterst productieve constructie zijn onbeperkt, wat moge blijken uit het bericht dat slechts bestond uit:
'*aluhoedje opzet*
*naar schuilkelder rent*
*boekenkast omdraait*
*achterkamer binnengaat*
*naar koelkast rent*
*biertje uithaalt*
*plop doet*'
Sinds wanneer dit gebeurt, wie ermee begon en waarom? De Taaldokter weet het niet. *in duister tast*.
De Taaldokter kan nóg bevangen worden door onwillekeurige huiveringen wegens de gedachte aan lieden die spreken over hun 'kinderwens' - of, abstracter, 'kinderwens' in het algemeen, als was het verschijnsel waarnaar de term verwijst een ziekte, en iets wat iedereen zomaar moet pikken, en had de kinderbijslag niet al twee generaties geleden moeten worden afgeschaft - het kan altijd erger. Dat bleek toen hij tv-mastodont A. Knevel zonder blikken of blozen bij herhaling hoorde reppen van 'doodswens', daarmee verwijzend naar wat tot voor kort fraai eufemistisch 'doodsverlangen' heette.
'Blij dat je er weer bent. Was je ziek?'
'Neuh, beetje last van doodswens.'
Die constructies met -wens worden gevormd volgens een 'hospitaliserend', en, vreest de Taaldokter, productief procédé: het gaat om een vorm van 'wens', dus ja, je kunt er verder weinig aan doen. Overbevolking? Sorry, kinderwens. Somber? Sorry, doodswens. Benieuwd wanneer de eerste inbreker begint over zijn 'geldwens'. Maar nu is het mooi geweest. Slaapwens.
J.P. Balkenende blikt terug op zijn premierschap, met name op zijn campagne voor 'normen en waarden', zoal immer enigszins spottend gememoreerd door de verslaggever van dienst: 'Ik heb een thema op de agenda gezet en daar zijn veel mensen mee aan de slag gegaan'. Ter illustratie van dit wapenfeit voegt hij eraan toe: 'Kijk in de buurten'.
'Een thema'; 'op de agenda zetten'; 'veel mensen'; 'aan de slag gaan' - de Taaldokter ziet de Koning der Concreetheid met lede ogen gaan, want de fantasieloze niets-aan-de-hand-terminologie van de nieuwe minister-president M. Rutte zal ongetwijfeld minder soulfood opleveren. Overigens, die buurten, waar liggen die toch?
Even terugkomend op de 'terugvalsituatie' van Y. van Gelder: het was nog erger: de bondsvoorzitter zei dat 'we helaas hebben moeten constateren dat er van de zijde van Yuri sprake was van een terugvalsituatie.'
'Helaas': wij hadden het ook liever anders gezien. 'Hebben moeten constateren': we konden niet anders, we hadden alle mogelijkheden geprobeerd, maar ja...' 'Van de zijde van Yuri' - niet eens 'van zijn kant', nee: zo'n beetje uit zijn richting (maar of hij het nou echt zelf was...)
In vakjargon krijgen woorden wel eens een andere betekenis dan de gebruikelijke. De voetbaltaal vormt daarop geen uitzondering. Sterker nog: soms gaan termen daar het tegenovergestelde betekenen van hun oorsponkelijke betekenis. Zo hoort de Taaldokter tijdens wedstrijden commentatoren regelmatig spreken over 'verdedigen' met een persoon als 'object'; dus niet het bekende 'verdedigen van het doel', maar bijvoorbeeld: 'Van der Wiel verdedigt Marcus Berg'. En dat is opvallend: normaliter betekent 'Marcus Berg verdedigen' het 'beschermen' van Marcus Berg; in dit geval is het iedere tv-kijker duidelijk dat de verslaggever iets bedoelt als 'Van der Wiel verdedigt het doel door Marcus Berg te tackelen'. In feite is aanvallen in het voetballexicon de beste verdediging.
Of dat-en-dat geen germanisme is, of anglicisme, of gallicisme, wordt de Taaldokter vaak gevraagd, niet zelden op dat beste-leerling-van-de-klas-toontje ('Meester, hadden we geen huiswerk voor vandaag?' - zie: J.P. Balkenende). Telkens moet hij dan weer antwoorden dat hem dat koud laat, normatief bezien; natuurlijk is het best interessant hoe zo'n woord een plaats verovert in het Nederlands.
Af en toe is hij getuige van dat inburgeringsproces. Ook nu weer, in een Amsterdamse tram, waar een meisje en een jongen op luide toon discussieerden over de merites van een tv-serie, tijdens welk gesprek een keer of vijf de term 'eppiezoot' viel. De Taaldokter spitste zijn oren, en kon al snel met een lichte glimlach de betekenis van het woord achterhalen, toen de jongen toegaf zijn mening te baseren op 'de enige eppiezoot die hij had gezien'.
Gezien te Antwerpen: een poster van het Vlaams Architectuurinstituut met de slogan: 'Architectuur in Vlaanderen: een stevige brok gebouwde realiteit'. Anno 2010 dus: een 'brok', een 'stukje'. 'Gebouwde realiteit': ja, 'gebouwd', dat spreekt voor zichzelf. Maar 'realiteit'? Wat een nietszeggende leus zeg. Hebben we het over 'Kunst: een flink stukje uitgevoerde cultuur'? Nou dan. 'Architectuur in Vlaanderen: luchtkastelen'. De poster hing overigens in een vitrine van de fraaie nieuwbouw van kunstcampus de Singel.
De Taaldokter nam kennis van de kritiek op, de apologie van en de discussie over het aantal vrouwen in het nieuwe kabinet, en daar schoot hem de dame te binnen die - werkzaam op een Nederlandse ambassade in een ver land - tijdens een receptie tegemoet werd getreden door de ambassadeursvrouw met de woorden: 'En wiens vrouw bent u?' Zou een aardige vraag zijn voor een journalist aan een van de drie vrouwelijke ministers.
De Taaldokter stond ineens stil bij de incongruentie tussen 'op jonge leeftijd' en 'op hoge leeftijd'. Je zou verwachten dat het tegenovergestelde van 'op jonge leeftijd' luidde: 'op oude leeftijd', en dat van 'op hoge leeftijd' 'op lage leeftijd' (de tegenstellingen zijn immers 'jong - oud' en 'laag - hoog' en niet 'jong - hoog' en 'laag - oud'). Wel kwam 'op lage leeftijd' hem iets gebruikelijker voor dan 'op oude leeftijd'; toch meende hij dit zelden te horen: men kiest voor 'op jonge leeftijd'. En eigenlijk deed dat hem denken aan iets 'wat financieel niet duur kost, qua geld betreft'. Beetje raar. Maar misschien kwam hij zelf op leeftijd.
De Volkskrant online: 'Yuri van Gelder heeft in de aanloop naar het WK turnen toch weer cocaïne gebruikt. Dat heeft de voorzitter van de turnbond Jos Geukers tijdens een persconferentie in Rotterdam bekendgemaakt. 'Er was sprake van een terugvalsituatie', aldus de voorzitter.
'Terugvalsituatie' - onbegrijpelijk gebruik van een raar woord. De bond zegt het vertrouwen op in de sporter, noemt daarbij man en paard, maar weigert dan te zeggen: 'Hij is teruggevallen [in zijn cocaïnegebruik / slechte gewoonte / verslaving]'. Het zal wel beroepsdeformatie zijn. Zo'n bondsvoorzitter heeft het natuurlijk de hele dag over 'situaties' waarin 'sprake is van'.
Zie ook: de Sprake-van-Ziekte
De Taaldokter constateerde het al eerder: Gulpener bier is best drinkbaar, maar de begeleidende, wervend bedoelde teksten die door de typekamer van de brouwerij worden afgescheiden tarten elke beschrijving. Nu toch weer een poging.
Eerst dan maar het raadselachtige 'uiterlijk': 'appelstroopkleur' die tegelijk 'helder' en 'diep bruinrood' is (of 'diep, bruinrood', of diep-bruinrood'?) De combinatie met 'lichtoranje kleurnuances' ('oranje nuances', of toch gewoon oranje?) doet een kater van psychedelische aard vrezen. De 'stabiele schuimkraag' (nee, een loszittende, alle kanten op waaiende schuimkraag, dat is lekker!) met de 'getinte structuur' - nou ja. Maar had de schrijver een toetsenbord zonder komma's? Aan de geur, met die 'volmondige gebrande moutaanzet' (een 'volmondig gebrande aanzet'?) gaan we even voorbij.
- Wat is dat dan voor een smaakbeleving?
- Nou, Taaldokter, dat is een smaakbeleving van ronde tonen.
- O, zit dat zo. Een smaakbeleving van ronde tonen van wat dan, als ik vragen mag?
- Welnu, als u het echt wilt weten: het gaat hier om een smaakbeleving van ronde tonen van ingekookte fruitstroop met fijne kruiden, artisanale laurier en dropbeleving.
- Aha. Dus als ik het goed begrijp, levert het mengsel van kruiden, laurier en drop tezamen ronde tonen, die zorgen voor de smaak?
- Nee, haha, domme Taaldokter: zó eenvoudig werken wij niet hoor: er is hier immers sprake van artisanale kruiden en dropbeleving!
Een smaakbeleving van ronde tonen van dropbeleving... In de mond van de Taaldokter deelde zich langzaam maar onmiskenbaar een muffe, zeer lang aanhoudende volmondige afdronk mee, met een rijke nonsensfinesse.
Bij de tijdelijke tentoonstelling Taking place in het Stedelijk Museum te Amsterdam


Dat werk van Kruger: leuk, imposant, beetje grappig - maar om nou te zeggen dat het 'de representatie van macht, identiteit en seksualiteit in de massamedia' 'benadert' - dat haalde de Taaldokter er niet uit. Hij zou trouwens niet weten hoe je dat doet, de representatie van iets 'benaderen'. 'Er in de buurt komen'? 'Het op kousenvoeten besluipen'?
Ook merkte hij niet dat het 'directe taalgebruik' (onder meer bestaande uit nogal gratuite kretologie zoals 'geloof + twijfel = gezond verstand') zijn 'sociale omgeving' 'aansprak'. Hij wist trouwens niet precies wat dat was, zijn 'sociale omgeving'; familie, vrienden en kennissen; collega's; medebezoekers? Die laatsten liepen er in elk geval niet bijster 'aangesproken' bij.
Enigszins geruststellend volgde dat die 'provocerende' en 'emotioneel beladen opmerkingen' het 'traditionele museumdecorum' 'verstoorden'. Daar was het de kunstenares natuurlijk om begonnen, gelukkig, de Taaldokter vreesde al dat het niet meer kwam: het 'aan de kaak stellen' van 'stereotiepen en cliché´s'.
Enfin. Gold voor Kruger dat de schrijver zijn hermetische idioom even niet wist te doorbreken, anders was het met het bijschrift bij het werk van Leavitt: de schrijver daarvan was overduidelijk een exponent van de stroming 'Hoe holler het werk, hoe holler de woorden'. Wat te denken van het overbekende 'spel tussen illusie en realiteit' - om maar te zwijgen van dat 'illusionistische diorama'; zelfs met het woordenboek in de hand kwam de Taaldokter er niet uit, en hij begon te vrezen dat de schrijver moedwillig de Kloof tussen kunstenaar en hardwerkende Nederlander in stand trachtte te houden.
Wel lukte het hem - naar eigen idee - vrij aardig om 'de kunstmatigheid van het werk te bevatten', maar er liepen enkele lieden in de zaal rond die zo te zien nog wel baat zouden hebben bij een cursusje 'kunstmatigheid bevatten - leer het nu zelf'.
En zo zetten beide bijschriften de toon voor het nader bepalen van hun betekenis. Of zoiets.
De Taaldokter hoorde EO's T. van den Brink ('Jan met de Tandjes') schijnbaar verbaasd en bijna verontwaardigd aan CDA-voorzitter H. Bleker vragen: 'Gebeuren er achter de schermen dingen die wij niet zien?', en verbaasde zich op zijn beurt over de vele associaties die één vraag kan oproepen:
- dat je wat 'achter de schermen' gebeurt niet ziet, is logisch - het woord zegt het al, zou Reve zeggen;
- dat je je daarover verbaast getuigt van een verregaande naïviteit;
- dat je je miskendheid daarover in zo'n geborneerde vraag ventileert is niet alleen lachwekkend en stupide, maar ook een getrouwe afspiegeling van de journalistieke tijdgeest.
Alweer bleek hier dat we het twijfelachtige niveau van onze politici voor een belangrijk deel mogen wijten aan de kwaliteit van hun interviewers; reden dat de Taaldokter het Bleker nauwelijks kwalijk nam dat die het zo'n beetje in het midden liet in plaats van te antwoorden: 'Goddank wel, ja.'
De oogst van een etmaal Antwerpen




Een brievenbus die 'buitendienst' is, intrigerende punten en een verdwaalde komma boven een winkel, een uitzonderlijke sluiting en de keuze uit heerlijke 'desserten' (volgens een autochtoon ga je toch ook niet naar 'concerts' maar naar 'concerten'). Kortom: waar de Vlaming 'zuiniger' heet te zijn op onze taal, wordt het Nederlandse rariteitenkabinet ten zuiden van de grens gewoon voortgezet.
Kijk hier voor de oude taal in het nieuwe akkoord.
Voetbalcommentator: 'Een eigen treffer' (of 'eigentreffer' - de spatie was niet hoorbaar). Hij bedoelde een 'eigen goal', maar het klonk merkwaardig.
Als de taal in het concept-regeerakkoord representatief is voor het beleid, valt er weinig vernieuwing te verwachten - of u dat nu leuk vindt of niet.
De Taaldokter bladerde eens wat door het concept-regeerakkoord van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie en het Christen-Democratisch Appèl, Vrijheid en verantwoordelijkheid, en werd onaangenaam getroffen door het veelvuldig gebruik van de 'oud-politieke' term 'inzetten op'. Al jaren gebruiken overheden die - daadkracht suggererende - constructie om te zeggen dat ze iets willen, gaan bereiken of ergens aandacht aan gaan schenken - regelmatig in de dodelijke combinatie met het woord 'ambitie'.
Niet zelden lees je: 'We gaan keihard inzetten op...', maar meer dan 'we willen graag' staat er niet. Enigszins potsierlijk is het wel, schrijven dat een kabinet 'inzet op overleg' of 'inzet op het zoveel mogelijk verkrijgen van medewerking' - zeker als je de verschillende betekenisconnotaties van 'inzetten' erbij betrekt, zoals bieden, op het spel zetten, inleggen, en beginnen met zingen of spelen. Dat prachtige inzetten op kan bijna altijd beter worden vervangen door 'willen' - maar dat klinkt de schrijvers al snel te veel zoals het is.
In dit akkoord zijn flink wat inzetten op te turven. Zo zal het kabinet behoorijk vaak inzetten op. Maar het zet ook daadwerkelijk in op. En het zet erop in dat. Natuurlijk is er ook de inzet die zich richt op of wordt gericht op. Maar onduidelijk is wat de status is van al dat inzetten op. Gebeurt het allemaal echt? Komen er alternatieven voor dierproeven? Of hoopt het kabinet dat alleen? Doet het er alles aan wat in haar mogelijkheden ligt? Of 'spreekt' het dit alles maar zo'n beetje 'uit in de richting van de burgers'?
Een greep uit de oogst, waaruit moge blijken dat de taal in dit akkoord in elk geval geen voorbode is van nieuw beleid. De Taaldokter zet erop in dat u rustig kunt gaan slapen. Leuke invuloefening: vervang alle inzetten door 'willen' en zie hoe duidelijk - en gewoontjes - het wordt.
Naar goed ambtelijk gebruik wordt er ingezet op. Dat gaat niet altijd goed: 'Er wordt optimaal ingezet op het tegenwerpen van het ontbreken van identiteitsgegevens bij ongedocumenteerde asielzoekers.' Optimaal inzetten op het tegenwerpen van het ontbreken van identiteitsgegevens? Een mens hoort er van op. Je vermoedt dat de schrijver wil zeggen dat het kabinet zal zorgen dat iedereen identiteitspapieren heeft, maar niets lijkt hier zeker.
- 'Het kabinet zal inzetten op een wijziging van de EU-richtlijn...'
- 'Voor verruiming van deze mogelijkheid zal het kabinet inzetten op een wijziging van de EU-richtlijn...'
- 'Het kabinet zal inzetten op een zodanige wijziging van de EU-richtlijn ...'
- 'Daarbij zal het kabinet onder meer inzetten op...'
- 'Het kabinet zal inzetten op strafbaarstelling van illegaliteit...'
- 'In elk geval zet het kabinet in op EU-regelgeving tot vermindering van transporten over lange afstand van slachtvee...'
- 'Het kabinet zet daartoe in op coherentie van beleid, economische groei en handelsbevordering.'
- 'In internationaal verband zet het kabinet in op versterking van het Initiatief Duurzame Handel...'
- 'Het kabinet zet hierbij tevens in op wijziging van de Europese richtlijn.'
- 'Het kabinet zet in op een wijziging van de EU-kwalificatierichtlijn...'
- 'Het kabinet zet in op versterking van betere zorg dichtbij huis.'
- 'Het kabinet zet in op betere basiszorg dichter bij huis.'
- 'Het kabinet zet in op alternatieven voor dierproeven.'
- 'Het kabinet zet in de EU in op een regeling die inhoudt dat lidstaten niet kunnen besluiten tot een generaal pardon.'
- 'Het kabinet zet in op een gelijk speelveld in Europa met betrekking tot de normen...'
- 'Het kabinet zet hiervoor in op overleg met de buurlanden en binnen de EU.'
- 'Het kabinet zet in op het zoveel mogelijk verkrijgen van medewerking...'
- 'Het kabinet zet in op hogere eisen aan dierenwelzijn...'
- 'Het kabinet zet in op doorlichting van de wereldwijde broeikasgasemissiehandel...'
- 'Verder wordt ingezet op aanpassing van de EUterugkeerrichtlijn (2008/115) terzake.
- 'Tot slot zal met het oog op het belang van kwalificatie ten behoeve van participatie en integratie worden ingezet op opneming in deze richtlijn van de mogelijkheid opleidingseisen te stellen aan gezinsmigranten.'
- 'Bij de komst van alleenstaande, minderjarige vreemdelingen richt de inzet zich maximaal op zo spoedig mogelijke terugkeer onder de voorwaarde van lokale opvang.'
- 'De inzet wordt gericht op minder partnerlanden en minder sectoren om de effectiviteit te bevorderen.'
- 'In Europees verband zet het kabinet erop in dat bij de Schengen-evaluatie van Roemenië en Bulgarije de tweejaarlijkse voortgangsrapportages over corruptie en juridische hervormingen in deze landen worden betrokken.'
Ruiz... Ruiz...! Maar: Gomes
Ook vanavond, tijdens Tottenham Hotspur - FC Twente, wist de commentator weer een drama ('koningsdrama', heet dat in voetbaltermen) samen te vatten in slechts vier woorden, zonder werkwoord: 'Ruiz... Ruiz...! Maar: Gomes' (nadat Twente-spits B. Ruiz een kans om Tottenham-doelman H. Gomes te passeren onbenut liet ('om zeep hielp', in voetbajargon) - snel, effectief en poëtisch. Vergelijk dat straks maar eens - alle krachtdadige terminologie ten spijt - met het regeerakkoord van de nieuwe Nederlandse regering. Vgl. ook: 'Goal? nee: Van der Sar.' Werkwoorden lijken niet nodig in de verslaglegging van voetbalwedstrijden, hoe opwindend ook - én daarbuiten.
Beetje flauw, maar niet flauw genoeg om onvermeld te laten, uit een restaurantrecensie: 'Als verfend liefhebber van lekker eten bezoek ik regelmatig eetcafés en restaurants.'
Taaldokters 'hertaalde' Troonrede ultra light vandaag in Het Parool.
Over puntkomma's gesproken (zie hieronder): waarom is er nog geen Nederlands equivalent van de Semicolon Appreciation Society? Een Genootschap ter Bevordering van de Puntkomma, bijvoorbeeld.
over 'functionaliteiten', 'communiceren aan' en de puntkomma
De Taaldokter kreeg een brief van Van Lanschot Chabot, die een werkelijk zeer anachronistische sfeer ademde.
Er werd gul gestrooid met de bekende altmodische termen 'uw eigen online omgeving', 'nieuwe online dienstverlening', 'u nog beter van dienst zijn', 'tijdstip dat u het beste uitkomt', dat je je afvraagt waar die lui de afgelopen tien jaar geweest zijn, maar dat was het ergste niet. Dat waren namelijk de volledig verjaarde, opgeblazen termen waar we blijkbaar nog steeds niet van verlost zijn.
Zo stond er over verwachte mogelijkheden op de website: 'Wij informeren u hierover zodra Mijn Chabot met deze functionaliteit uitgebreid is.' Deze functionaliteit. 'Deze functie' dus, 'deze mogelijkheid'; 'zodra dit kan', eigenlijk. Blijkbaar uit een handleiding uit 1989 begrepen dat je mogelijkheden 'functionaliteiten' noemt.Bah.
En even verderop: 'Het is mogelijk dat deze brief meerdere malen op uw adres wordt bezorgd; wij zijn wettelijk verplicht om aan iedere bij ons gegegistreerde relatie de activeringscode persoonlijk te communiceren.' Daarvan rijzen de haren je toch te berge. Het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat meer personen op één adres zaken doen met deze verzekeraar, maar de formulering wekt de grappige suggestie te voldoen aan de eis mensen adequaat te informeren door ze meerdere keren dezelfde brief te sturen. Wat nog grappiger wordt doordat ze het ook zeggen. Vervolgens de genadeslag in de vorm van dat 'communiceren'. Nogmaals, ten overvloede: dit verwerpelijke 'communiceren aan' (of 'naar') betekent gewoon 'meedelen' of 'laten weten', maar wekt de suggestie van fijn democratisch tweerichtingsverkeer, waarvan echter geen sprake is.
Overigens interessant, dat gebruik van de uitstervende puntkomma in die zin - want die maakt dat de lezer het verband legt tussen het ontvangen van meerdere brieven en die wettelijke informatieplicht van Van Lanschot Chabot. Maar de Taaldokter begrijpt wel dat de 'intermediair op verzekeringsgebied' niet schreef: 'Deze brief wordt mogelijk een paar keer op uw adres bezorgd, want wij zijn wettelijk verplicht om aan iedere bij ons geregistreerde relatie de activeringscode persoonlijk te communiceren.'
'Verzekeren in de U-vorm', begrijpt de Taaldokter uit de bijgevoegde brochure, luidt de nieuwe slogan; wat hem betreft is het meer 'Verzekeren in de Gij-vorm'.
De Taaldokter kreeg de volgende vraag: 'Is aanloggen net zoiets als inloggen? Of is het hetzelfde als de metro die door een verstoring later komt?'
De termen worden door elkaar gebruikt en er wordt hetzelfde mee bedoeld: een manier van aanmelden. De Taaldokter vermoedt dat 'aanloggen' is bedacht door puristen die 'inloggen' te Engels vinden klinken. Maar niets is zeker. 'Inloggen' is in elk geval gebruikelijker: Google geeft daarvoor zo'n 125.000.000 treffers, en voor 'aanloggen' slechts 12.300.
Op de vergelijking met 'verstoring' was de Taaldokter zelf niet gekomen, maar nu u erover begint...
Behalve dat het wat merkwaardig klinkt, zijn er geen overeenkomsten met die 'verstoring'. Het typische van dat 'verstoring' is dat het min of meer wordt gebruikt in de betekenis van 'storing', met 'ver-' ervoor. 'Aanloggen' wordt echter niet gebruikt als 'loggen' met 'aan-' ervoor.
Het rare van een trein die niet rijdt wegens een 'verstoring' is dat datgene wat wordt verstoord niet is genoemd. Gewoonlijk gaat het om een verstoring van iets, bijvoorbeeld de openbare orde. Hier wordt het woord zelfstandig gebruikt.
Daarnaast maakt de overeenkomst met het woord 'storing' (dat vervoerbedrijven gebruikten totdat 'verstoring' in zwang raakte) de constructie interessant: dat wordt zowel zelfstandig gebruikt ('Er is een storing') als met een 'object' ('Er is een storing aan de bovenleiding'). Die vervoerders denken na over hun taalgebruik ('een aanrijding met een persoon'); het lijkt aannemelijk dat men koos voor 'verstoring' in plaats van 'storing' omdat dit laatste minder nadruk legt op technische mankementen (waarvoor men zelf verantwoordelijk is), maar onbeïnvloedbare krachten van buitenaf suggereert, het werk van verstoorde geesten zelfs.
De Taaldokter hoorde P. de Leeuw vragen over een boek dat J. Van Inkel schrijft: ‘Speelt ’t ook af in de radiowereld?’ Dit ging niet over het gebruikelijke ‘afspelen’ in de ‘radiowereld’; De Leeuw, notoir woordenslikker, had het wederkerend voornaamwoord ‘zich’ ingeslikt!
Raar, want de Taaldokter herinnerde dat De Leeuw dat ‘zich’ juist zo gretig invoegde na ‘beseffen’ en ‘irriteren’. Maar misschien vergiste hij en versprak De Leeuw gewoon. In elk geval begon hij behoorlijk te ergeren, en mompelde bozig: scheer toch weg!, terwijl hij bijna verslikte.
Hoe de Taaldokter soms graag peinst over bijna niets.
Het NOS-journaal: 'Uit onderzoek is komen vast te staan dat...' Het klonk niet héél raar. Maar toch: er zat iets niet lekker.
Beter gebekt had natuurlijk 'Uit onderzoek is gebleken dat...', of: 'Na onderzoek is komen vast te staan dat...', of desnoods: 'Onderzoek heeft aangetoond dat...' Dat begin met 'Uit' kan alleen maar leiden tot formuleringen met 'blijken', of bijvoorbeeld 'volgen' - maar niet met 'komen vast te staan'. Iets komt nu eenmaal niet vast te staan uit iets. Waarschijnlijk vond de schrijver 'komen vast te staan' stelliger dan een constructie met 'blijken'. Dat had een woordje als 'onomstotelijk' kunnen oplossen.
Twee mogelijkheden:
a) matig 'idiomatisch gevoel' van de dienstdoende redacteur;
b) gevolg van de bekende tekstverwerkerskwaal: spelen met formuleringen, er verschillende proberen, en ten slotte kiezen voor de ene terwijl de zinsconstructie nog die van de andere is;
c) luiheid of onverschilligheid.
Dat 'is komen vast te staan' volgde dermate snel op 'Uit onderzoek', dat je mocht verwachten dat die wat merkwaardige constructie een redacteur zou opvallen. Dat dat blijkbaar niet gebeurde - of, erger, geen consequenties had -, dát was nou echte taalverloedering (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het schier oeverloze gedoe over 'leenwoorden'). Optie c dus. Maar goed. Zo erg was dat nou ook weer niet.
De Troonrede 2010 nu ook in hertaalde ultra light-versie!
De essentie: u werkt niet hard genoeg, verdient te veel, vraagt het onmogelijke en gaat te laat dood. Dus aan de slag en ophouden met zeuren, zodat u later tevreden kunt leven. Wanneer precies, dat is nog onzeker.
De Taaldokter had nooit veel op met 'hertalingen'. Toen las hij de troonrede van 2010. Je kon het er lang en breed over hebben - er stond wel degelijk iets in. Je moest alleen even de overbodige woorden schrappen en hier en daar parafraseren. Daarom hier de herschreven versie. Kijk hier voor de oorspronkelijke. En was de Taaldokter nu plotseling zo'n geborneerde zeurpiet geworden? Nee hoor, het stond er allemaal echt. Alleen in zo'n 750 woorden te veel.

Maar wel een hoofdletter U!
Wie 'verwachtingspatroon' zegt in plaats van 'verwachtingen' doet alsof hij zelf niet van de straat is, wil suggereren dat de mensen over wie hij het heeft dat niet zijn, of allebei. Komt verrassend vaak voor 'in de voetballerij', bijvoorbeeld hier en hier, maar ook daarbuiten.
Een nieuw voorbeeld van de uiterst productieve voetbal-infinitief-constructie tijdens Twente-Real Madrid: 'Sneijder, losmaken van Brama... en dan 't schot!' Poëtisch.
De Taaldokter ontving een brief van een pensioenfonds. 'Op zich is het goed nieuws dat we langer leven.' Daarover verschillen de meningen, dacht de Taaldokter, en herinnerde zich de man die door hem verfoeide personen steevast aanduidde met 'de volkomen ten onrechte nog niet overleden...'. Hij voelde ook een 'maar;' aankomen. En jawel hoor: 'Op dit moment zijn we, samen met andere pensioenfondsen, intensief in gesprek met de overheid en de toezichthouder over hoe we kunnen omgaan met het langer leven en de lage rentestand.' De Taaldokter ontdeed de zin van zijn tierlantijnen en hield zijn hart vast: 'Op dit moment zijn wij in gesprek over hoe we kunnen omgaan met het langer leven.' 'Omgaan' met het langer leven? Collectieve zelfmoord stimuleren? Strafpremies heffen?
Maar nee: de brief bleek slechts bedoeld te zijn om toekomstig gepensioneerden het gevoel te geven dat het fonds aan hun kant staat: 'We vinden het onacceptabel dat we vanwege die lage dekkingsgraad vervelende maatregelen moeten nemen.' Zo is dat: de barricades op, het Museumplein zal te klein zijn! Zó onacceptabel waren die maatregelen echter, dat het pensioenfonds vervolgde: 'Als het zover komt, zijn we voorbereid.' De Taaldokter hoorde op de achtergrond een stemmetje: 'Fijn voor voor u dat u langer leeft, maar dat hoeven wij toch niet zomaar te pikken?' Ondanks dat ferme 'onacceptabel' niet helemaal geruststellend.
'Nederlandse managers dulden geen spelfouten', kopten enkele periodieken de afgelopen dagen. De Taaldokterpraktijk leert iets heel anders: de 'HR-manager' van een grote gemeentelijke organisatie verklapte zelfs daar 'totaal niet' op te letten, want 'dan kan ik niemand meer aannemen'. En, voegde hij er achter zijn hand aan toe: 'Ik ben er zelf ook niet zo's ster in, spellen.' Daarom nam hij iedereen aan die zich verwaardigde te reageren op zijn vacatureteksten die ronkten van de 'pro-actieve houding' en de 'hands-on-mentaliteit'.
Voor de potentiële sollicitant rijst de vraag: wil je wel werken bij - bijvoorbeeld - een organisatie die een advertentie vol wartaal, onhandige constructies en aperte fouten plaatst, zoals deze?


Van de kaart geplukt: het wordt steeds lastiger: spatie of niet, streepje ertussen, beetje afwisselen? Weet je wat? We doen 'aubergine schotel' en dan 'artisjokharten'. En we houden het op 'balsamico uien', maar schrijven wel 'schapen- ricotta'. 'Notensla' en 'Gasconne kalfsvlees'. 'Tropea ui', 'rauw melkse kazen', en 'citroen granita'. En natuurlijk het 'drie gangen menu'. Wat maak je menu? Gelukkig stond er een streepje achter 'boeren' - en 'verandert de kaart regelmatig onder invloed van seizoenen'; hij voelde al wat vochtig en zal binnenkort wel stijf bevroren zijn.
Overigens zal de Taaldokter de eerste restaurateur die op de kaart nu eens niet rept van 'verse producten', 'natuurzuivere' of 'eerlijke ingrediënten' en 'authentieke receptuur' maar iets improviseert als 'Wij verwerken louter producten uit blik tot de u zo vertrouwde clichémaaltijden' met een zucht van opluchting verwelkomen.

Altijd goed om te merken dat er wordt nagedacht over de opschriften.
De Taaldokter werd overvallen door het onbehaaglijke gevoel iets gemist te hebben, toen plotseling in en om de politiek een uitdrukking opdook waar de pers weer eens geen antwoord op had, hoewel iedere spreker er zijn eigen bedoelingen mee leek te hebben. 'Over je eigen schaduw heen springen', of - iets minder kwiek - 'stappen'. 'Als we iets voor elkaar willen krijgen, moeten alle partijen over hun schaduw heen springen.' Fraaie framing; het klonk in elk geval als iets waar je niet tegen kon zijn. Praktisch en multifunctioneel ook. Weerstanden? Even over de eigen schaduw heen springen mensen!
Maar welke schaduw dan toch: je 'zwarte kant', je hersenschimmen, je onafscheidelijke achtervolger, je veilige beschutting, een combinatie of iets geheel anders? Hoe vaker het te horen is, hoe vager het wordt; het doet denken aan op een straathoek omhoog gaan staan kijken, en binnen een mum van tijd een ook omhoog kijkende menigte om je heen verzameld hebben - naar niets. Te vrezen valt dat, als de nieuwe premier straks zegt dat zijn kabinet er is gekomen 'omdat iedereen over zijn eigen schaduw is gesprongen', begrijpend geknik en instemmend gehum zijn deel zal zijn. De Taaldokter bleef maar even in zijn eigen slagschaduw zitten tot het overwoei.
Zie ook het Als-scenario.
Het wachten is op zo'n lied met Nederlandse voorbeelden (s'middags): The Apostrophe Song.
CDA-voorzitter Bleker bedankte op tv mastodont/mammoet/tyrannosaurus P.H. Donner voor zijn bemiddeling tussen de verdeelde fractieleden: 'Alle hulde ook in de richting van Donner'. Daar zal Donner verheugd van zijn opgesprongen zeg, zo'n voorzitter die met een slap handje 'alle hulde' in je richting wuift. Was 'Alle hulde voor Donner' te veel gevraagd? Gelukkig sprak Bleker wel onverwacht losjes gewoon over 'Donner', en niet over 'collega Donner (met wie ik zeer goed samenwerk)', of, erger, over 'de heer Donner'.
Zie ook: het Syndroom van Richting
en: Willem Holleeder is een meneer.
CDA-er M. Verhagen op tv over De Brief van partijgenoot A. Klink: 'Het kan niet en het klopt inhoudelijk niet. Derhalve heb ik geen behoefte daar nader op in te gaan.'
Tussen haakjes: de mogelijke tegenwerping dat het dus wél kan is flauw, want Verhagen gebruikt 'kunnen' hier in die verwerpelijke verpolitiekte betekenis, zoals in 'Het kan in dit land toch niet zo zijn dat....' Waar het de Taaldokter om gaat is Verhagens 'professioneel' - 'geen behoefte aan' - verwoorde conclusie - aannemende dat een zinsdeel dat wordt ingeleid door 'derhalve' - dus - een gevolgtrekking weergeeft. Eigenlijk zegt Verhagen dus: 'Die brief had niet gemogen en hij klopt inhoudelijk niet. Dus wil ik er niet op ingaan.'
Hoe heeft de tv-kijker het nu? Juist wel! Dit schreeuwt om een weerwoord, voorzien van toelichting, achtergronden en uitleg! Maar nee: met dat ene, slimme woordje suggereert Verhagen een sluitende redenering en zet de kijker op het verkeerde been. Én de journalist, die afgebluft zweeg; zoals wel vaker zegt dit meer over de kwaliteit van de journalist dan van de politicus. Derhalve.
Typische Taal van de Overheid is het niet, denkt de Taaldokter, maar hij ontmoet verrassend veel ambtenaren die na een aanleiding een brief schrijven, zoals dat wel vaker gebeurt, alleen schrijven ze het ook zo op. Nu weer een: 'Na aanleiding van uw schrijven d.d. 20 juni jl. kan ik u mededelen...' Het valt toch echt alleen te interpreteren als 'na afloop van de aanleiding', onzin dus, en iets geheel anders dan de vaste combinatie 'naar aanleiding van' die iets betekent als 'in reactie op' of 'als gevolg van'. Mogelijke oorzaak: 'naar aanleiding van' 'klinkt' ook geschreven als 'na aanleiding van'.
EO-presentator A. Knevel tijdens een spannend avondje CDA-watchen op tv: 'We krijgen net te horen dat de heer Klink in de kamer van heer Verhagen is gearriveerd.' Hij sprak het uit met dat typische toontje dat bedoeld is om enige ironische distantie door te laten klinken, maar daardoor leek het of hij iets onnoemelijk smerigs insinueerde. De heer Klink is in de kamer van de heer Verhagen gearriveerd.
Mooie, eenvoudige uitleg van wetenschappelijke problemen rond 'het ontstaan van taal' - met zeer grappige reactie - klik hier!

Volgens de Volkskrant kun je in onderhandelingen een time-out 'inlasten'. Dat lijkt de Taaldokter sterk: 'inlassen' is wel mogelijk, net zoals 'gelasten'. Is 'inlasten' een hypercorrectie of een slordigheidje? Lastig.
Altijd heerlijk om R. Koeman als 'analist' te horen; nu over L. Suarez: 'Hij is toch een speler die uit het niets een kool kan maken.' Handig in de keuken, als er oorlog komt.
De Taaldokter hoorde een krokodillentranerig gesprek over vrouwen tussen twee middelbare mannen:
'Vroeger vroeg je: "Wat doet je vader?"'
'Ja. Nu denk je: Heb je geen dochter?'

Nog maar even wat spatiegeneuzel, nu over 'de ontmoetingsplaats voor communicatieprofessionals', het 'Nederlands MediaNetwerk'. (Die rare tendens om websites 'ontmoetingsplaatsen te noemen: ontmoeten doe je nu juist niet op internet, dat is één van de voordelen ervan, maar 'communicatieprofessionals' denken dat ze hun 'webstekken' zo aantrekkelijk maken. De Taaldokter doet de term vooral denken aan 'hangplekken'. En over dat vermaledijde 'professionals' ('pfessionals') heeft hij het al in 2006 gehad:
'In het kader van ‘nederlandtegenterrorisme’ (wat enigszins doet denken aan ‘Albino’s tegen zon’, of ‘Muizen tegen olifanten’) leest de Taaldokter de slagzin ‘In Nederland werken meer dan 200.000 professionals samen tegen terrorisme’.
Wat is dat toch, een professional? ‘Iemand die een ambacht, kunst of sport beroepsmatig beoefent’, luidt de on-line-definitie van Van Dale. Nu gelooft de Taaldokter al lang niet meer alles wat er in woordenboeken staat, en het rijtje 'ambacht, kunst of sport' kent zo weinig onderlinge overeenkomsten dat het even goed uitgebreid kan worden met bijvoorbeeld ‘beroep’. ‘Iemand die een beroep beroepsmatig uitoefent’. Dat staat er ongeveer. Ja: natuurlijk zeg je niet dat in Nederland meer dan 200.000 amateurs samenwerken tegen terrorisme – hoewel iedereen weet dat dat wel zo is.)
Je kunt ook gewoon zeggen: ‘200.000 Nederlanders werken beroepsmatig samen tegen terrorisme’. Maar ja: vier lettergrepen - te veel. Maar ‘terrorisme dan’, roept u – dat heeft er wel... eh... ook vier! Ja, maar dat woord hoort inmiddels volkomen ten onrechte tot het collectieve idioom van de Nederlander (met navenante uitspraak - dank aan G. Bush en J.P. Balkenende: ‘terrism’). Nee: ‘Pfessials teen terrism’. Lekker. Veilig gevoel. Bah.'
Maar dat terzijde. Hebben 'communicatieprofessionals' het over 'dagblad hoofdredacteuren' omdat ze denken dat hun doelgroep 'hoofdredacteuren' een te lang woord vindt? Of is dit te veel eer, en zit er helemaal geen 'communicatiestrategie' achter?
Meer komkommerproza, dit keer uit een offerte van - nota bene - een cateraar: ‘Bovenstaand schema is voor ons een graatmeter om naar toe te werken. Het is uitstekend voor de kwaliteit waar wij ons strak op te kunnen focussen. We zullen echter te allen tijde flexibel met uw indeling omgaan en zullen graag vooraf op enig moment het verloop van de avond met u afstemmen. In verband met eventuele speeches of andere voorkomende situaties.’
'Graatmeter' is natuurlijk wat magertjes voor een cateringbedrijf. Gelukkig is het een 'graatmeter om naar toe te werken', geen ijkpunt. Dat begint er al meer op te lijken. Dan volgt de zin die mét dat 'te' een fraaie anakoloet vormt, en erzonder gewone wartaal: 'uitstekend voor de kwaliteit waar wij ons op kunnen focussen'. Fijn ook dat het om 'strak focussen' gaat. Typerend: de cateraar, niet van de straat en tuk op een foutloze offerte, heeft wel de spelling van dat vermaledijde 'te allen tijde' opgezocht - zo, daar gaan we in elk geval niet de mist in. Toch kreeg de Taaldokter er 'op enig moment' genoeg van. In verband met deze 'voorkomende situatie'.
In de vakantieperiode mag het ook best eens over het Engels gaan (ook lid van de familie der West-Germaanse talen trouwens, en je ziet er soms verrassend bekend voorkomende verschijnselen).
De Taaldokter probeerde in te loggen op Twitter, en toen verscheen deze boodschap op het scherm: Something is technically wrong. Thanks for noticing - we're going to fix it up and have things back to normal soon.
Even afgezien van dat misplaatste 'Thanks for noticing' verbaasde de Taaldokter zich over dat 'to fix up', dat allerlei betekenissen heeft, waaronder iets als 'to improve the condition'. Die zou hier best van toepassing kunnen zijn, maar waarom niet gewoon gezegd: 'we're going to fix it' ('repareren', 'corrigeren', 'in orde maken')? To fix up lijkt een exponent van de Engelse variant van de Nederlandse voorvoegselverwildering. Lekker woord wel, en ook in het Nederlands te gebruiken: 'Geen zorgen, we fiksen het helemaal op.'

Het Verboden Woord van de Maand is 'passie'.
Het is best te eten, het brood dat is verpakt in een plastic zak met 'authenticiteit' suggererende papierprint, maar de lust vergaat de Taaldokter als hij leest dat 'liefde en passie' de 'enige toevoeging' zijn. Ook de kleine lettertjes ronken: 'ambachtelijk', 'puur natuurlijk', 'authentieke tarwerassen'. Blut-und-Boden-Brot? Op 'ambachtelijke wijze' bereid door 'echte bakkers' die het deeg 'afwisselend hebben gekneed, laten rusten en opnieuw gekneed'. Tussendoor zijn zij nog even met de molenaarsdochter in de hooiberg verdwenen. Met 'liefde en passie' dus.
Je hoort er niet bij tegenwoordig, als je geen 'passie' hebt. Geïnstigeerd door passiepausen als M. van Nieuwkerk die op tv mensen 'bevragen' over hun 'passie'. 'Wat is je passie?' 'Je bent echt gepassioneerd hè?' 'Ah, dat vind ik zo mooi, als mensen echt zo'n rare passie hebben.' Personeelsadvertenties staan bol van de kwalificaties en 'competenties' met 'passie'. Zonder passie kun je beter dood zijn, daar komt het op neer. Gewoon een hobby hebben? UItgesloten. 'Postzegels zijn mijn passie.' Betekenisinflatie.
De Taaldokter wil graag mensen die eenvoudigweg een liefhebberij hebben, of hun vak beoefenen, en een bakker die brood bakt. Gewoon, zonder passie. Zoals het vroeger écht was: Brood. Met gezonde tegenzin voor u gebakken.
![]()
Goed, het is wat mierenneukerig altijd dat geklaag over spaties, maar het is komkommertijd en als de Taaldokter leest over 'korte regisseurs' slaat hem de klem toch weer in de kaken. Maar misschien is het wel zo bedoeld. R. Polanski schijnt slechts in de 1.50 te zijn. Zou zo'n fout niet worden gemaakt als we het, net als de Vlamingen, over 'kortfilm' zouden hebben?

'Vervangen voor' in plaats van 'vervangen door' lijkt een rage te worden... Zie ook hier.

In de sympathieke Amsterdamse galerie W139 las de Taaldokter het bovenstaande. Hoe knipogend en tongue-in-cheek de opzet van de expositie ook mocht zijn, de indruk vatte post dat deze tekst wel degelijk serieus bedoeld was. En dan zie je toch ineens weer met frisse moed de platgetreden paden bewandeld worden, de oorverdovende clichés uit de kast getrokken worden, en de nietszeggendheid verheven worden tot norm.
'Spelen met' is altijd eng als het niet gaat om kinderen, en zeker in verband met kunstenaars; 'spelen met verwachtingspatronen', of, zoals in dit geval, 'spelen met kwaliteiten zoals verwachting, genialiteit en dilettantisme' is ronduit angstaanjagend. (Al was het maar vanwege de kwalificatie van 'verwachting' als 'kwaliteit'.)
We gaan even voorbij aan de onterechte apostrof in 'Faber's' en ontmoeten weer eens de term 'vehikel'. 'Middelen' en 'methoden' zijn de kunstbeschouwing te simpel; daar gebruikt men 'vehikels' - zoals de Amerikaanse cop niet in een car rijdt maar in een police vehicle (en zijn Nederlandse evenknie in een 'dienstvoertuig'). Een vehikel, nota bene, 'om los te komen van hun eigen psychologie'.
En natuurlijk wordt er 'blootgelegd'; hier de 'voyeuristische verwachtingen van de kijker'.
Enfin. De Taaldokter blijft hopen op een geslaagde grap, en kreeg in elk geval een glimlach op de lippen bij het lezen van het afsluitende citaat. Nu maar hopen dat de mensen niet denken dat dit de Taaldokter is die doet of hij Taaldokter is, spelend met het verwachtingspatroon van mensen die dan denken dat hij het niet zelf is, maar iemand die hem nadoet.
Zomertaal. Meisje tegen jongen op terras: 'Dat was zooo... dat ik echt zoiets had van... OK...?' Met een air alsof ze niet anders kon, daar was ze nu eenmaal kei-eerlijk in, dan zo hard te oordelen. Instemmend gehum was het antwoord. Maar waarop?
De Taaldokter hoopte eigenlijk dat ze al weer over hun hoogtepunt heen waren, 'iets hebben van' en 'okee', maar te oordelen naar de blikken vol adoratie van de jongen roepen deze holle wrochtsels een bewondering op die ze een productieve toekomst tegemoet doet gaan.
Ook in deze tijden wordt de holle trom der vacatureteksten druistig beroerd. In een advertentie van het bureau Maandag voor een ‘Afdelingshoofd Ruimtelijke Ontwikkeling’ (het soort term dat bij de Taaldokter altijd een glimlach van herinnering oproept aan het bordje ‘hoofd verzorging’ op een deur in een bejaardentehuis) viel te lezen dat deze afdeling ‘het dorp zo optimaal mogelijk wil inrichten’, en wel ‘vanuit de kracht van het dorp met haar dorpse charmes en stadse allures.’ En daarbij wordt ‘de ruimtelijke ordening benaderd vanuit leefbaarheid, duurzaamheid, economie, volkshuisvesting, milieu, verkeer en de ligging in het Nationaal Landschap.’
Daarvan stap je als werkzoekende toch handenwrijvend de wondere wereld binnen van de gemeentelijke grootsprakige fouten (‘zo optimaal mogelijk’), het jargon (‘inrichten’ – de associatie met het verslepen en opnieuw stofferen van ‘straatmeubilair’ en dat bloedeloze ‘vanuit de kracht van het dorp’) en ontsporende clichés (die merkwaardige ‘stadse allures’ – ‘stadse allure, alla, maar dat meervoud suggereert eigenlijk dat het dorp naast zijn schoenen loopt). En dan aan de slag: lekker de ruimtelijke ordening ‘benaderen’ vanuit de ligging in het ‘Nationaal Landschap’.
Maar: er zijn ook ‘resultaatgebieden’; ‘Leidinggeven’ bijvoorbeeld: ‘Mens-, proces en resultaatgericht management [verrassend genoeg niet het vaak voorkomende niet-resultaatgerichte management] op basis van de uitgangspunten zoals vastgelegd voor de gemeente, zodanig dat het team op effectieve en efficiënte wijze functioneert.’ En dan moet je ook nog ‘hiërarchisch leiding geven’ (in tegenstelling tot het bekende niet-hiërarchisch leiding geven), en natuurlijk ‘medewerkers aanspreken op gedrag’ (‘Goedenmiddag, foei!’). Ga er maar aan staan.
Daarvoor zijn dan ook ‘functiespecifieke competenties’ vereist, waaronder ‘mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheden’. Geen ‘goede’ of ‘uitstekende’ uitdrukkingsvaardigheden, maar meer gewoon eh... in staat zijn tot wat communicatief gemompel. Net zoals in deze uiterst wervende advertentie dus.
De Taaldokter kende het als-scenario. Nu hoorde hij ook iemand 'de waarom-vraag ' stellen. Letterlijk: 'De waarom-vraag is altijd weer lastig.' Dat vindt de Taaldokter ook: waarom wordt deze formulering met 'de ...-vraag' gebruikt? Het lijkt aan populariteit winnende gemakzucht te zijn: één vraag voor alle mogelijke antwoorden - De Waarom-Vraag, die we allemaal kennen.
Zelf vraagt hij zich nu af of er ook wie-, wat-, waar-, wanneer- en hoe-vragen worden gesteld, om maar enkele opties te noemen, maar ook combinaties met voegwoorden en voorzetsels lijken mogelijk.
'Gaan jullie met vakantie dit jaar?'
a 'We hebben ons nog niet over de of-vraag gebogen.'
b 'Ja, maar we hebben nog geen antwoord op de waar-vraag.'
c 'Waarschijnlijk wel, maar de wanneer-vraag is nog onbeantwoord.'
'Ik heb geen horloge bij me, dus ik hoop niet dat iemand me de hoe-laat-vraag stelt.'
'De politie tast nog in het duister omtrent de door-wie-vraag.'
Commentator tijdens Ajax-PAOK Saloniki: 'Ajax lijdt weer balbezit.' Mooie verspreking tijdens balbezit voor Ajax, want het wedstrijdverloop had inderdaad iets van een kruisgang, ondanks de gebruikelijke, zelfoverschattende constatering dat 'het nu maar over twee weken in Griekenland moet gebeuren'. Daar zal de Amsterdamse club wel weer regelmatig 'balverlies veroveren'.

Volkskrant: meters latijs in Zuid-Amerika. Merkwaardig trouwens dat er wel een punt staat na 'vele jaren' maar geen komma na 'winter'.
Dat lieden die - naar analogie van de kwalificatie 'een fysieke uitdaging hebben' voor mensen met een lichamelijke handicap - 'een mentale uitdaging hebben' vaak in wat gewild neutrale termen over zichzelf en hun verleden spreken was de Taaldokter bekend. 'Ik heb jarenlang in de psychiatrie gezeten' is in dat verband zo maar een regelmatig op te tekenen kreet. 'Jarenlang in de psychiatrie gezeten.' Als betrof het 'watermanagement' of 'vliegtuigbouw'. Mét de suggestie 'als geneesheer-directeur', of, op z'n minst, 'verpleegkundige' - of, erger: als 'professional'. Mooi eufemisme kortom.
Nu vertelde echter ook zo'n 'professional' over een 'cliënt' dat die 'een jarenlange geschiedenis in de psychiatrie' had. En de Taaldokter dacht weemoedig terug aan het manke meisje dat over zichzelf zei dat ze een 'handicapper' was.
Man vertelt voor de camera dat hij en zijn vrouw niet langer samen zijn: 'Ik ben uit mekaar.' Prachtige manier van zeggen, ook door die implicatie van totale desintegratie. Deed de Taaldokter denken aan die wat groots en meeslepende, maar toch prachtige strofe uit één van J. Elburgs Sonnetten van de kleine waanzin:
'Ik leef niet meer. Ik leef van je gemis.
Ik ben een wond. Ik ben niet meer te stelpen.'
Het werd hier al eerder geconstateerd : vooral op tv zijn mensen vaak erg blij dat ze 'mogen'. Nu was het weer - de Taaldokter had ook liever gehad dat het iemand anders was, maar er is niets aan te doen, en hij zei het zelf - H. van Breukelen, te gast in een voetbalpraatprogramma. Nederig sprak hij enkele malen over het voorrecht 'hier' (of hij daarmee Zuid-Afrika of het programma bedoelde werd niet helemaal duidelijk) aanwezig te zijn: 'Ik mag hier zijn.' Bescheiden man. Even later vertelde hij ook dat hij een voetbalteam van journalisten 'mocht' coachen. Dat was een nét iets te hoge 'mag-dichtheid' in die paar minuten.
Om eenheid, eensgezindheid, eendracht of nog iets anders te suggereren wurmt men te pas en te onpas de constructie 'met elkaar' in zinnen. Vaak als dat inhoudelijk onzin is, soms zelfs aanmatigend. Politiewoordvoerders die aan de vooravond van grote evenementen roepen: 'We gaan er met elkaar een geweldig feest van maken.' Politici die iets zeggen wat niet zo snel te vatten of te controleren is en besluiten met 'Daar kunnen we het met elkaar over eens zijn.'
Gisteravond koppelde een vertegenwoordiger van medisch specialisten op tv de noodzaak van hoge salarisen voor zijn branchegenoten aan de kwaliteit van de zorg die zij bieden, waarvan hij het toenemende belang illustreerde met de open deur: 'We worden met elkaar ouder.' 'Zonder elkaar' vermoedelijk ook wel (het is zelfs niet onaannemelijk dat ... etc.), maar dat 'met elkaar' wijst ons er nog even fijntjes op dat we 'met elkaar' in hetzelfde schuitje zitten - en dus maar beter snel iets aan die salarissen kunnen doen.
Tijdens de niet te vermijden tv-commentaren op het WK ging het veel over 'verwachtingmanagement': 'In 1994, toen de verwachtingen ook zo hoog waren gespannen...' De hoog gespannen lijnen in het web der verwachting. Hoogspannend.
Ook oud-keeper en 'voetbalanalist' H. van Breukelen vond dat R. van Persie tijdens het WK een moeilijke rol had: 'We hebben natuurlijk een bepaald verwachtingspatroon naar Robin toe.' De Naar... toe-Neiging. Hoge verwachtingen? Mwah - 't is eerder een bepaald patroon. Weloverwogen met kalme, bijna zalvende stem uitgesproken, keurig in het overhemd, nette bril, de officierskin in de lucht, beschaving en autoriteit suggererend, maar met nog steeds die zweem van een Utrechts accent, waarmee hij - in zijn tijd bij PSV - vanuit zijn doel Romario naar de juiste plaats in de muur probeerde te dirigeren: 'Re - moa - rie - jau! ... RE - MOA - RIE - JAU!!!'
Voer voor de spatiepolitie: onterechte spaties waardoor een imperatief ontstaat. Nu weer: 'Bezoek adres...' Is dat uitnodigend? Het riep de man in herinnering die gebukt ging onder een soort interpretatieziekte waardoor hij elke deur met een bordje 'Kloppen s.v.p.' even snel beroffelde, om voort te gaan op zijn pad. Onbekend of hij ook gehoor gaf aan dergelijke oproepen tot bezoek.
Het werd de Taaldokter even vreemd te moede toen hij, herlezing van Nescio's verhaal Buiten-IJ stakende om bij een bekende supermarkt zuivel in te slaan - in de schappen 'buitenei' trof.
Ooit heeft iemand bedacht dat namen tussen aanhalingstekens dienen te staan. Snackbar “’t Hoekje”, motorschip “Jajem”, huis “Ons genoegen”. Zo staat op het viaduct over de Afsluitdijk bij Kornwerderzand: "Kapitein Boers viaduct". (Boers hield, als commandant van de kazemattenstelling op de Afsluitdijk, in mei 1940 lang stand tegen de Duitsers - om twee jaar later te worden gefusilleerd.)
Nog afgezien van die spatie teveel (of, desnoods, die apostrof te weinig): waarom toch die aanhalingstekens? Heet het viaduct eigenlijk Generaal Winkelmanviaduct, maar is besloten het toch maar naar kapitein Boers te noemen? Want dat is wat die aanhalingstekens doen vermoeden (zoals het raamopschrift “Lekker en vers” op de groentewinkel suggereert dat de waar in feite niet te rammen is.
Vol vragen en zonder hoop op afdoende antwoord,
uw “Taaldokter”
Voer voor de spatiepolitie: minimalistische hermetische poëzie op de menukaart:
dag verse vis
De Taaldokter kreeg de volgende vraag:
‘Ik heb gisteren tijdens een etentje een kleine discussie gehad. In een restaurant stond ergens in de tekst van de menukaart het volgende: '[naam restaurant] wenst u een smakelijk eten!' Mag hier het woord 'een' staan?
De schrijver vond dat 'een' merkwaardig staan, doordat je niet snel zegt: 'Een smakelijk eten!', maar wel kortweg de vaste combinatie 'Smakelijk eten' gebruikt - of bijvoorbeeld zegt: 'Een smakelijke maaltijd'. 'Maaltijd' is een telbaar zelfstandig naamwoord: 'een maaltijd', 'vier maaltijden per dag'. Dat geldt ook voor 'reis' in de vergelijkbare uitdrukking 'iemand (een) goede reis wensen'. 'Eten' is echter een gesubstantiveerd werkwoord, net zoals 'het wandelen' - en net zoals je het niet hebt over 'een wandelen' spreek je niet van 'een eten'. 'Een smakelijk eten' suggereert die mogelijkheid echter wel, en dat maakt het wat merkwaardig.
Mag dat 'een' hier staan? De Taalprof zegt: 'Interessant is waarom je het niet helemaal slecht vindt. Dat zou verklaard kunnen worden uit de mogelijkheid om niet-telbare woorden toch telbaar te gebruiken als een soortnaam: 'dit is een heel gezonde melk.' Het is in die context van dat eten wel een beetje vreemd, maar misschien dat die vaste context van het begin van de maaltijd die soortbetekenis van 'eten' oproept.'
Een aannemelijke verklaring, lijkt de Taaldokter. Vergelijkbare voorbeelden zijn welkom!

Hoeveel vragen kunnen acht woorden oproepen?
- 'Vastgekoppelde objecten': aan elkaar, aan een hek, aan dit bord? En wat zijn eigenlijk 'objecten'?
- 'Onderliggende datum': waaronder - en hoezo liggend? In ambtelijke stukken leest de Taaldokter vaak: '[boven- of] onderstaande datum'; bedoeld is dan: 'de hieronder vermelde datum', 'de datum hieronder'. Kleinigheidjes, maar deugen doet het niet. Daarnaast roept 'onderliggend' allerlei niet-gewenste want onzinnige associaties op, bijvoorbeeld met 'onderliggende partij'.
- 'door handhaving': waarom staat dat erbij? 'Handhaving' zal wel de naam van een gemeentelijke afdeling zijn (en dan hoort het met een hoofdletter), maar relevant is die hier niet; het is meer iets om in een intern protocol te vermelden. En nu kan de zin ook worden gelezen als: 'door middel van handhaving', wat niet de bedoeling zal zijn.
Jaja, denkt 'handhaving' nu: mierenneukerige wijsneus, wat had er dan moeten staan? Nou, bijvoorbeeld heel gewoon:
'Let op! Maak vanaf 20 april niets vast aan dit hek. Vanaf die datum verwijdert de gemeente alles wat er niet hoort om de ruimte vrij te houden / te kunnen werken aan ...' of iets dergelijks. Want het is natuurlijk wel zo netjes om dergelijke enigszins dreigende taal te motiveren. Zie bovenliggend plaatje.
Gehoord uit de mond van een sportster: 'Ik ben er alles aan gelegen om te winnen.' De Taaldokter dacht: 'Ik ben verteld dat zo'n constructie niet deugt, maar eigenlijk ben ik het om het even.'
Iedereen kent ze, de mensen, veelal de vagere kennissen, maar soms ook redelijk goede bekenden - maar nooit familieleden - dus laten we zeggen: relaties, aan wie men om nooit opgehelderde redenen altijd refereert met de voor- én de achternaam. Dus niet omdat men nóg iemand kent met dezelfde voornaam, maar omdat die Jan nu eenmaal Jan van Zanten is, of die Carola altijd Carola Klaassen wordt genoemd. Het merkwaardige effect dat dit gebruik van voor- en achternaam heeft, is dat het zowel een zekere afstand creëert ten opzichte van de persoon over wie het gaat, als enige vertrouwdheid suggereert. Des te prangender is de vraag: why?
J. van Gelder sluit een item over een Zuid-Afrikaans voetbalshirtmuseum af met: 'Leuk, al die...' DeTaaldokter zou zweren dat hij toen zei: 'memorilabia', maar ook bij naluisteren is hij daar niet zeker van. In elk geval memorabel. En het riep de opgeblazen jongeman in herinnering die beweerde in België te hebben schoolgegaan, waar het onderwijs stukken beter was dan in Nederland, en waar hij was onderwezen in de 'humanoria'.
K.-J. Huntelaar valt in: 'Fris, gebrand, geprikkeld, afgetraind.' Fris en geprikkeld, alla. Afgetraind: hmpff. Spelers zijn nu eenmaal niet langer 'goed getraind' of gewoon 'getraind', maar 'afgetraind', net zoals ballen of tegenstanders worden 'afgejaagd'. Maar dan: gebrand. Ook Huntelaar is dus gebrand. Ergens op? Een goede persoonlijke prestatie, de overwinning bijvoorbeeld? Nou, nee, niet in het bijzonder. Hij is meer algemeen gebrand. Toch wist ook hij zijn stempel niet te drukken. Op de wedstrijd? Ben je gek, niet zó specifiek. Zo werkt de teloorgang van de 'voorzetselconstituent' de ondraaglijke algemeenheid van de taal der voetbalcommentatoren in de hand. En andersom.

'Valse voorwendselen' (of: 'voorwendsels'): dat lijkt de Taaldokter een (goed ingeburgerd) pleonasme: een valse schijnreden. Of bestaat er ook zoiets als 'ware voorwendselen'? Toegegeven, zonder dat 'valse' lijkt 'voorwendselen' wat kaal, en dan smeekt het bijna om toelichting. Maar die ontbreekt dus; vandaar misschien.
D. Advocaat vertelt J. van Gelder over de kwaliteiten van voetballer M. van Bommel: 'Die worden toch nog een beetje onderkend.' Van Gelder: 'Miskend.' Advocaat: 'Miskend ook, maar ook onderkend.' Dat krijg je nu van dat rare, interessantdoenerige gebruik van 'onderkennen' voor 'erkennen.' Bedoelde Advocaat nu met 'miskennen' 'niet erkennen' en met 'onderkennen' 'niet voldoende erkennen'? Of is Van Bommel een overkende voetballer?
De productiviteit van het werkwoord 'opendraaien': de Taaldokter hoorde commentatoren al vaak over 'opendraaien naar' en 'opendraaien op', maar nu werd gezegd: 'Van Persie, voor de eerste keer. Kan-ie zich opendraaien?' Zich opendraaien. De zichzelf ontkurkende spits. Deed denken aan 'Robben. Lanceert zichzelf.' Wederkerend gebruik om het beknopt te houden. Want: 'Van Persie, voor de eerste keer. Kan-ie wegdraaien bij de verdediger en ruimte vinden om te passen of te schieten?' - dat is natuurlijk te veel tekst.
Het lijkt erop dat de Voornaamwoordvrees afneemt. De Taaldokter kreeg een mailtje van de gemeente:
'Ik was al eerder bezig om uw mail te beantwoorden, maar het lijkt erop dat deze niet verzonden is. Daarom opnieuw, mocht u deze toch ontvangen hebben, dan excuses voor het 2e keer verzenden. Let u bij het invullen van het formulier van de kapvergunning erop dat deze ondertekend wordt.'
Dát, dacht de Taaldokter in eerste instantie, is nu nog eens een 'pro-actieve' (vroeger heette dat gewoon 'initiatiefrijke') ambtenaar: mijn bericht al beantwoorden terwijl ik het nog niet heb verstuurd! Toen zag hij dat ook hier het Polyvalente Voornaamwoord zijn werk deed: bedoeld werd natuurlijk niet zijn bericht, maar dat van de ambtenaar zelf. Het 'deze' in de tweede zin kan grammaticaal alleen verwijzen naar 'uw mail' uit de eerste zin, maar logisch gezien niet. En de laatste zin bevat een voorbeeld van de voornaamwoordversimpeling waar velen zo dol op zijn: 'dit' legt het af tegen 'deze' en 'die'. Alweer dus: 'deze': Polyvalent Voornaamwoord.
Uit een mailtje aan een Vereniging van Eigenaren:
'Op de agenda staat 1 punt namelijk De Gevels. Aanstaande maandag 14 juni gaat de aannemer aan het werk met het onderste gedeelte van de gevel, deze laat op diverse plaatsen los en dient herstelt te worden voordat men met het schilderwerk begint. Voornoemde heeft niets te maken met het punt hetgeen op de vergadering wordt besproken.'
Een fraaie illustratie van de veel voorkomende combinatie van aperte spelfouten ('herstelt'), Onnodige Kapitalen ('De Gevels'), komma's in plaats van punten of puntkomma's en inhoudelijke raadselachtigheid ('loslatende gevels'?) met twijfelachtig gebruikte, belangwekkendheid suggererende terminologie ('voornoemde', 'hetgeen wordt besproken').

De Taaldokter bestelt ook wel eens online een pizza. Hij staat wel te kijken van de warmhoudmethoden anno 2010.

De Taaldokter kreeg dit fraaie 'IKEA-kryptö' toegestuurd: waarnaar verwijst dat aanwijzende voornaamwoord 'deze'? Naar 'lichaam'? Nee, dan zou het grammaticaal 'dit' moeten zijn, én er zou onzin staan: '... en het lichaam terugkrijgen als je opstaat'. Naar 'zitkussens' dan? Ook niet: 'zitkussens die zitkussens terugkrijgen als je opstaat'. Maar nu staat er ook onzin. Natuurlijk is bedoeld: 'Zitkussens die zich naar het lichaam vormen en hun oorspronkelijke vorm terugkrijgen als je opstaat'. Zal wel te ingewikkeld zijn.
Het merkwaardige is nu dat schrijvers over het algemeen juist lijden aan een soort Voornaamwoordenvrees. Daarom neigen zij tot wat kinderlijk aandoende herhalingen. In constructies als 'Wij hebben onze verzekeringsagent gevraagd om uw claim te behandelen. Deze zal de aansprakelijkheid onderzoeken' vervangen zij 'deze' graag door nog maar eens 'onze verzekeringsagent' te schrijven. Opdat de lezer niet denkt dat 'deze' verwijst naar 'claim'.
Te vrezen valt dat de schrijver in het IKEA-geval redeneerde dat 'deze' zich flexibel naar zijn bedoeling plooit en dan 'deze weer terugkrijgt'. Een polyvalent, breed inzetbaar voornaamwoord.
'Goeie balafname door Joris Mathijsen.'
Afgezien van de nog steeds licht storende - want enigszins infantiel aandoende - naam van haar partij (de Taaldokter moet bij het horen ervan altijd onwillekeurig denken aan de Club van de Zwarte Hand), maakt de spreektrant van F. Halsema een stem op haar niet aantrekkelijk. Zelf even oefenen? Klem de kaken stevig op elkaar en begin met: 'Laawelweze...' ('Laten we wel wezen'). Afgekeken van A. Kant?
Zonder meteen weer van alles te roepen over zakkenvullers en de Kleine Man die de lul is - er is een hoop smerigheid in het politieke debat: eerst moest er steeds geld worden 'opgehoest', nu wil iedereen maagzuur-emmers. Althans, dat verstond de Taaldokter de eerste keren dat enkele politici meenden het gezondheidsbeleid 'pakkend' te moeten illustreren met een 'herkenbaar voorbeeld'.
Jip-enJanneke-stadsomroep AT5 grossiert in klassiekers. Gisteren: 'De politie stuitte op twee kisten met minutie.' Maar liefst twee keer. Binnen een muniet.
J.P. Balkenende op de vraag of er voor hem na de verkiezingen eventueel ook 'een vicepremierschap inzit': 'Dat is een als-scenario, daar ga ik uiteraard niet op in.' Het bekende Als-scenario. Wij begrijpen natuurlijk dat onze premier daar niet op kan ingaan. (Ingaan op een scenario?) Alsof hij de interviewer betrapt op het gebruik van onoirbare methoden. Het aplomb van dat 'uiteraard' ook...
En hij komt er al jaren mee weg. In die heerlijke verkiezingstijd van 2006 zei hij, op de vraag wat er zou gebeuren als de verkiezingsuitslag slecht zou zijn voor zijn partij: 'Ja, dat is een als-vraag.' Alsof dat hem van de plicht tot antwoorden ontslaat. En nooit, nooit is er een journalist die dan zegt: 'Ja, dit is een als-vraag. Is daar iets mis mee? Wilt u geen antwoord geven? Dan lijkt het mij zinniger dit gesprek nu te beëindigen. Uiteraard.'
En de klassieker: deze. 'Inmiddels is deze Ryan Babel in de ploeg gekomen voor Dirk Kuijt.' (Die andere zit nog in de kleedkamer te punniken.)
Commentator: 'Is het optisch, of oogt-ie wat vermoeider, Robin van Persie?'
Telegraaf-hoofdredacteur Sj. Paradijs op de vraag van die Jan met de Tandjes van de EO waarom de SP niet en andere politieke partijen wél een pagina van zijn prachtkrant mochten maken: 'Dat was een keuze.' Alsof dat ook maar iets verklaart. Een keuze. Ja, hèhè, maar de vraag was: waarom die keuze? 'Dat was een keuze'. Vgl. J.P. Balkenende met zijn 'Daar geef ik geen antwoord op, dat is een als-vraag.' Antwoorden die iedere rechtgeaarde journalist tot razernij behoren te drijven. Zo niet in dit geval. Weliswaar werd er even doorgevraagd, maar dat leverde vergelijkbare antwoorden op. Kwaliteitsjournalist interviewt kwaliteitsjournalist.
Het WK voetbal nadert ontegenzeggelijk, dus: nieuwe aanvullingen op het Klein Voetballexicon.
Elke wedstrijd weer benieuwd wie er nu weer uit wiens rug komt. Eerste aflevering van deze rubriek rond de 35ste minuut van Nederland-Frankrijk, enkele jaren geleden: 'Ribéry uit de rug van Ooijer.' Prachtige, plastische, begrijpelijke uitdrukking.
Eindelijk opgetekend, een veelgehoorde variant op de constructie met 'ten opzichte van': 'Duwen ten opzichte van Braafheid.' Niet: 'tegen Braafheid', nee: ten opzichte van. Waarom? Het zal wel te simpel klinken, anders. Een eufemisme, ook: tegen klinkt misschien wel erg direct en zeker, en stel je nu toch voor dat de herhaling uitwijst dat er helemaal niet 'tegen' Braafheid werd geduwd, maar meer een beetje zomaar, in het algemeen. De Taaldokter bespeurt sowieso een perfide voorkeur voor archaïsche taal bij lieden die een camera of microfoon voor de neus krijgen. 'Ja, ik heb hem geduwd, maar ik heb ten opzichte van Braafheid en de fantastische supporters mijn excuses aangeboden.'
Commentator tijdens oefenwedstrijd Nederland-Ghana, terwijl de kijkers mannetje Sneijder met een pijnlijk gezicht over zijn enkel zien wrijven: 'Sneijder. Heeft last.' Van de recessie? Van zijn vriendin? Van zijn knie? Met andere woorden: waar is de 'voorzetselconstituent' gebleven? Nee hoor: in het voetballexicon heeft 'last hebben' dergelijke moderniteiten helemaal niet nodig.
Dit keer P. de Leeuw over de Gojjegraaf.
Nederlander in Zuid-Afrika op BNR over het dreigende WK voetbal: 'We hebben wat dat betreft de schoen opgepakt vanuit het Heineken-House-principe.' Dat wie de schoen past, deze aantrekke, en zwijgt over dergelijke principes. Of de doek in de ring werpt.
Taaldokter.nl schreef het Duurzaamheidsverslag 2009 voor de gemeente Amsterdam, én de publieksversie. Afgelopen week gepresenteerd tijdens de GRI-conferentie in de RAI.
F. Halsema van Groenlinks twitterde vanmorgen: 'Mijn hart gaat uit naar de nabestaanden van de decembermoorden.' Daarop meende I. van Gent van dezelfde partij te moeten antwoorden: 'De mijne ook!' De Taaldokter dacht: de hart van die meisje is te groot.
Horeca o horeca.
Op een mooie pinksterdag anno 2010, in een aangename uitspanning, gebeurt het nog steeds: bestelling wordt gebracht en verder wellevende oberes zegt, met afgewend gelaat - dat doen ze altijd, maar waarom toch: walging? Angst voor besmetting?: 'Kijk es.' Kijk eens? Ondanks de onmiddellijk opwellende woede voelt de Taaldokter zich dan bijna verplicht blij verrast naar een heel gemiddeld biertje te kijken. Om, als hij denkt weer op te mogen zien, te bemerken dat oberes meteen de hielen weer heeft gelicht. Waarom toch? Nou ja: bij het opnemen van de bestelling zei ze in elk geval niet 'Zeggetis?'
Gehoord: 'U bent de perversoonlijking van...' De Taaldokter vergat prompt van wát, maar het zal wel 'het kwaad' zijn geweest.
J.P. Balkenende ventileert tijdens dat 'premiersdebat' (haalt dat het woordenboek?) zijn toekomstideaal voor 'ons mooie land': 'Ik wil dat mensen een toekomstoriëntatie met elkaar opbouwen.' Goed woord. Toekomstoriëntatie. Past overal. Crisis? Honger en armoe? Maakt niet uit, we bouwen in elk geval een toekomstoriëntatie op. Met elkaar. Wereldbrand? Sorry, even geen tijd. Ben een toekomstoriëntatie aan het opbouwen.
De geheel ten onrechte niet van de tv weg te denken ex-voetballer en voetbaltrainer W. van Hanegem over spelers, trainers, vroeger en het verschil: 'Als speler heb je... of, eh, als speler had je...' En toen volgde iets wat 'je' als trainer niet hebt... of, eh... had. Verrrassend, omdat je - ijdel natuurlijk - hoopt en door het begin van de formulering ook een beetje verwacht dat hij, eindelijk, dat vermaledijde 'je' om te refereren aan de eerste persoon enkelvoud corrigeert tot 'ik'. Nee dus: hij corrigeert wel, maar niet de persoon - de tijd! 'Als speler had je...' Terwijl dat 'je' in de verleden tijd zo mogelijk nog gewrochter klinkt dan in de tegenwoordige tijd. Als Taaldokter heb je soms zoiets van nou jaaaa.
De Taaldokter hoorde een vrouw door haar telefoon zeggen 'Ik weet hoe Marjet daar in zit, maar ik wil even weten hoe Peter er in zit’. Hij vond zichzelf zijns ondanks conservatief, toen hij bedacht dat wat we in dergelijke situaties vroeger zeiden - willen weten hoe mensen ergens 'tegenover staan' - natuurlijk eigenlijk net zo'n merkwaardige manier is om te zeggen dat je iemands mening wilt weten, maar dat toch mooier vond dan ergens 'in zitten'. Hij besloot er maar niet lang over in te zitten.
... gaat vervoer per spoor hard achteruit. 'Goeiemorrege... eh... -middag. Hehe. Effe inoefenen.' INoefenen? Godallemachtig. Laat hij gewoon zijn vak uitoefenen.
'Deze trein gaat richting Bijlmer.' Deze en vergelijkbare omroepberichten waren jarenlang - en zijn misschien nog steeds wel - dagelijks te horen in de Amsterdamse metro. De treinen gingen dus niet naar een station - haha, ja, was het maar zo eenvoudig meneertje - , maar je mocht je in de handjes wrijven als je tegen zonsondergang ergens in de buurt van de bestemming was aangekomen. Pientere methode om onder de verantwoordelijkheid voor het naleven van de dienstregeling uit te komen.
Zie ook het Syndroom van Richting onder ziektebeelden.
'Dames en heren, het treinstel met nummer 8419 blijft achter en wordt afgerangeerd.' Uitgerangeerd. Kaltgestellt. Weg.
In de trein tussen Alkmaar-Noord en Amsterdam: ’Ja dames en heren, u merkt het: we staan even stil. De reden is logistieke problemen.’
De 'logistieke problemen' bestonden eruit dat zeven (7!) spoorwegbeambten zich wat onwennig bezighielden met een zwartslaper: een man die zonder kaartje in de trein had liggen slapen, zich niet wilde identificeren, en op station Alkmaar werd overgeleverd aan de spoorwegpolitie. Met rode oortjes begonnen de zeven druk te bellen - je maakt wat mee - en de man - die onmiskenbaar de indruk wekte dit vaker mee te maken - werd in de boeien geslagen en afgevoerd door twee potige jongens van Jan de Wit, stavast en zessen klaar. ‘Logistieke problemen’. Waarom niet gewoon gezegd wat er aan de hand was, terwijl de reizigers uit het raam hingen en toekeken?
Utrechter in de trein: 'Hij vertrek woar je nie ben, hij goat heen woar je niet mot weze, en ondertussen stoat-ie aanderhaalf uur stil.'
'Euwij arrrrriveren nu op eurrrrrotterdam zzzzentraal, ik ehherhaal, eurrrrotterdam zzzzentraal.'
Conducteur: 'Over enkele ogenblikken ztation Zhertogenbosch. Deze trein gaat door naar Zittard.' Tsss.
Steeds vaker te horen: 'de majesteit'. Niet meer 'hare majesteit' of 'zijne majesteit'. 'De majesteit droeg een rood ensemble.' Vermoedelijk ook in de aanspreekvorm: niet langer 'uwe majesteit', maar: 'Blieft de majesteit nog een kaakje?' Fantasieloze taalnivellering en eigenlijk majesteitsschennis die ons, Taaldokter (verstokt republikein), een doorn in het oog is.
Miss: 'Het gaat er toch niet om hoeveel IQ je in je hoofd hebt?'
De Taaldokter wenst het niet meer te horen:
'Moeten we niet een statement maken?'
'Hij maakt wél een statement.'
et cetera.
En nu gaat hij even buiten een statement maken.
Nog maar even wat horeca-ervaring. Kok werd opgehemeld: 'Hij is de Pele van het koken.' Reactie: 'Meer de Jean-Marie Pfaff.' Over smaak valt best te twisten.
Echt gehoord: 'Mag ik u even interpreteren?'
Ober die bestelling brengt (espresso, calvados, glaasje water en taart) tot Taaldokter: 'Alles voor meneer?' Een brede glimlach was zijn antwoord. En dank voor de prachttitel.
Gehoord op terras, eigenaar van eetcafé tegen bekende over zijn 'keukenbrigade': 'Het nadeel van echte koks is dat ze altijd hun eigen inbreng hebben.' Laat die boze tv-koks het maar niet horen. Best lekker gegeten.
De slogan op de 'waardetransportauto's' van 'Brink's' luidt: 'People. Trust. Innovation.' Dat Engels, alla - maar 'Mensen. Vertrouwen. Innovatie.'...; wat is dat voor onzin? Laten we maar drie krachtig klinkende termen achter elkaar zetten, en in elk geval iets met 'innovatie' doen, dan komt het allemaal goed, lijkt de achterliggende gedachte. Heel innovatief. Dat je daar in moet rijden...
Echt gebeurd, weliswaar zo'n dertig jaar geleden, op een Nederlands ministerie, maar het had helaas evengoed vandaag kunnen zijn geweest: ambtenaar wordt berispt omdat hij had geschreven dat iets 'onmogelijk' was; dat had natuurlijk moeten wezen: 'niet wel mogelijk'. Positief blijven denken maar.
En wat stond er, na alle gebruikelijke clichés, op de wijnkaart van restaurant Pompstation? 'Mooi betimmerd met hout'. Het moet toch niet gekker worden...
Kijk hier.
Wat leven we toch in een rare tijd, dacht de Taaldokter, toen hij, de dichter Hendrik de Vries googelend, tussen de eerste hits zag staan: ‘Hendrik de Vries is op Facebook.’ ‘Te vreeslijk om zich in te verdiepen.’
Uit de categorie Onzin in het nieuws: ‘Het ontwikkelen van een medicijn duurt zo’n vijf jaar en is zeer kapitaalintensief.’ Lees: 'duur'. Waarom juist zo’n term gebruikt in een journaal (AT5) dat erom bekend staat bij voorkeur in kleutertaal te formuleren? De wegen der hoofdstedelijke journalisten zijn zeer begripsintensief.
De Taaldokter hoorde met een half oor iemand op tv, die het vermoedelijk had over een computerprogramma: ‘Dit is bijvoorbeeld een appel. Die kun je uit laten deinen, en daardoor krijgt die appel een eigen karakter.’ Afgezien van het merkwaardige gesuggerereerde verband tussen groei en karakter werd zijn halve oor natuurlijk getroffen door dat 'uitdeinen'. Why? Dacht de spreker echt dat 'uitdeinen' 'groter worden' betekent? Hoorde hij halverwege zijn zin 'uitdijen' aankomen en hypercorrigeerde dat? Hoe één versprekinkje vragen oproept die uitdijen als het heelal zelf. En de Taaldokter schoot glimlachend zijn eigen vrees voor - maar tegelijkertijd heimelijke aantrekking door - het 'dijenvlees' op de kaart van een 'fusionrestaurant' aan de Amsterdams Zeedijk te binnen.
Er is sprake van een zekere moedeloosheid bij de Taaldokter. De reden: het veelvuldige gebruik van 'er is sprake van'. Zelden hoor je nog gewone constructies zoals 'er is' of 'er heerst'; nee: steeds meer is er 'sprake van'. Werkloosheid, letsel, misleiding, gedragsstoornissen, bodemverontreiniging, georganiseerde criminaliteit, verrommeling van het landschap... ga zo maar door.
De oorzaak? Om 'hen moverende redenen' hebben taalgebruikers blijkbaar de behoefte met dergelijke loze constructies omtrekkende bewegingen te maken. Maar wat ze nu willen zeggen blijft onduidelijk: wordt er 'gesproken over' werkloosheid, criminaliteit, en verrommeling van het landschap? Meestal bedoelen ze het krachtiger: ze vinden wel degelijk dat er werkloosheid heerst, dat er criminaliteit is en dat het landschap verrommelt. Maar stel je voor dat ze dat met zoveel woorden zouden zeggen! Geen sprake van.
De gewrochte constructie wint rap aan populariteit - niet langer praten alleen politici zich er wol mee in de mond, ook het NOS-journaal doet er aan mee: 'Er is sprake van grote aardverschuivingen'. Waarom toch niet gewoon: 'Er zijn (of waren) grote aardverschuivingen'? Waarom toch gekozen voor deze meer vragen oproepende dan beantwoordende formulering? Er is werkelijk geen houtsnijdende oorzaak voor te noemen, behalve verregaande luiheid en het alom gehuldigde motto 'Waarom zelf iets verzinnen als een cliché volstaat'.
Nu weer J.P. Balkenende over de vliegramp in Libië - waar alle commentatoren ongevraagd kwalificaties als 'verschrikelijk' aan menen te moeten toekennen, wat de Taaldokter nog moet horen bij alledaagse rampen die overal ter wereld plaatsvinden, maar dat terzijde -: eerst zei hij 'Er is sprake van veel onzekerheid', vervolgens: 'We hebben afgesproken dat er tot vrijdag geen sprake zal zijn van politieke campagneactiviteiten'.
Man op tv, gevraagd naar 'het waarom' van bevrijdingsdag: 'We zijn vrij. Dat mogen we toch vieren? Dat MOETEN we vieren zelfs!'
In de NRC van 10 mei schreef R. Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen: 'Het is zonneklaar dat grootschalig wetenschappelijk onderzoek nodig is om de mondiale vraagstukken te adresseren.' De Taaldokter zijn mond viel open. Niet vanwege de ruimte die de krant biedt aan open deuren (mededelingen die beginnen met 'Het is zonneklaar dat...' zijn overbodig óf ze bevatten een drogreden - en dan zijn ze eigenlijk ook overbodig), maar omdat het boegbeeld van de Nederlandse wetenschap zijn toevlucht zoekt in zo een onnodig Amerikanisme: 'adresseren'. Zou hij daarover hebben nagedacht?
'... Om grote vraagstukken op te lossen... Hmm, beetje te concreet misschien... Laten we zeggen "mondiale vraagstukken", dat is al beter... en dan... "aan te pakken"...? Nee. Wacht, ik heb het: "te adresseren". Dat wordt 'm!' Of moet je hopen dat hij er juist niet over heeft nagedacht - en gewoon die 'voortschrijdende invloed van het Engels' in de wetenschap zijn werk heeft laten doen? Vraagstukken adresseren... Hou toch op!
Zie ook: issues adresseren.
En weer stond het er, dit keer in de NRC van 8 mei:
'Is dit het begin van het einde van de euro? Dat is niet ondenkbeeldig.'
Ondenkbeeldig. 'Denkbeeldig' = ondenkbaar. 'Niet denkbeeldig' = niet ondenkbaar. 'Niet ondenkbeeldig' = niet niet ondenkbaar. Min maal min is plus, dus: ondenkbaar. Toch knap, precies het tegenovergestelde schrijven van wat je bedoelt, terwijl niemand het doorheeft. Niet ondenkbeeldig, zou je zeggen. Raar woord eigenlijk.
Taaldokter.nl verzorgde een flyer voor ondernemers namens de gemeente Amsterdam: Mag het licht uit?
Tijdens Koninginnedag op Amsterdamse dorpsomroep AT5 werden twee presentatrices in een bootje of op een vlonder bezocht door 'Bekende Amsterdammers': die intellectuele en culturele fine fleur van de hoofdstad, gespecialiseerd in belspelletjes, soaps, het luchtige lied en in het openbaar spreken over elkaar. Toen een hem onbekend meisje met een camouflagepet op en ook verder een tamelijk onbetekenend uiterlijk en passant werd toegevoegd - zonder dat ook maar iemand de indruk wekte dat overdreven te vinden - dat zij 'natuurlijk een stijlicoon' was, meende de Taaldokter toch dat de inflatie van het begrip 'icoon' voltooid was. Een stijlicoon. Je moet het willen zijn, maar dan ben je ook wat. 'Wat doe jij voor de kost?' 'Oh, gewoon. Stijlicoon.'
Steeds vaker te horen, bij wijze van 'voorstellen', 'laten weten', 'in overweging geven': 'tegen je aanhouden'. 'Mag ik dit even tegen je aanhouden?' Bij de luisteraar vat de illusie post zich behaaglijk tegen de warme woorden van de spreker te kunnen aanschurken. Lekker. - Maar dan volgt er gewoonlijk een als het universum zelf uitdijend verhaal, dat weinig te maken heeft met een concreet voorstel. De spreker swaffelt zijn gedachten, meningen en ideeën vrijelijk tegen je aan. Niet zelden ontaardt het in discussies volgens het patroon:
'Mag ik dit even tegen je aanhouden?'
'Maar laat me jou dan even dit meegeven.'
'Dinges wilde ook nog iets aandragen dacht ik.'
'Dat heeft ze net al aangegeven.'
Ook hier weer de suggestie van concreetheid door een 'lichamelijke' beeldspraak ter verbloeming van een oorverdovende vaagheid. 'Mag ik u dit even door de strot duwen?'
De Taaldokter volgde een discussie op tv tijdens welke weer telkens woorden als 'geloof' en 'respect' door de lucht vlogen alsof ze niets kostten, en waar sommige mensen maar geen genoeg van lijken te kunnen krijgen. De onvermijdelijke Mondige Moslima en de geprangde arabist ontbraken natuurlijk niet. Toen de woordenwisseling zich toespitste op de inhoud van de koran bleek de moslima het niet eens te zijn met de wetenschapper: 'Dat u toevallig arabist bent wil nog niet zeggen dat u mij kunt vertellen wat er in mijn geloof staat.' Afgezien van de moeizame formulering een opmerkelijke uitspraak, die goed past in de tendens alle autoriteit in twijfel te trekken; het zal niet lang meer duren voor de longarts hoort: 'Dat u nou dokter bent geeft u niet het recht te zeggen dat roken slecht is', of de leraar Nederlands: 'Dat u toevallig neerlandicus bent geeft u nog niet het recht mij te vertellen wat er in de grammatica staat.' De Taaldokter meende zelfs te horen dat ze begon met 'Met alle respect...' Onbenulligheid vindt altijd de haar welgevallige waarheid.

Taalhobbyisten mogen zich er nog steeds graag over opwinden en tandenknarsen 'groter dan... groter dan...' als het Boze Als weer eens klinkt. Treffender bewijs dat je evengoed tegen de regen kunt protesteren als hierboven zag de Taaldokter niet eerder. Je bent toch niet gek?

De Taaldokter kreeg de tekst hierboven toegestuurd door een kritische taalgebruiker. Close reading van commerciële internetpagina's is na al die jaren blijkbaar voor velen nog steeds een bron van vreugde: in slechts enkele zinnen de Ziekte van Welke, de d/t-fout, de Onnodige Hoofdletter en de Waanzinnige Wending... Wekt de verdeling van de mensheid in particulieren en hoveniers nog een glimlach op, met de 'In den beginne-toon' van de tweede zin komt de tekst bijkans los van al het aardse, om dan weer ruw te landen op de 'gebakken stenen'. Poëzie van Toos van de Typekamer.

En nu gaat de Taaldokter ze maar eens met naam en toenaam noemen: vandaag was het sportverslaggever Erik Oudshoorn in de NRC. Niet doen, 'vervangen voor'! Desnoods 'Rommedahl brengen voor Pantelic', maar niet 'vervangen voor'! Honderd keer schrijven: 'vervangen door'.
Zie ook Vervangen voor.

En als u toch niets te doen heeft, probeer dan deze tekst uit een programmaboekje eens te ontcijferen. Dat de tekstschrijver het vertaalde uit een Oostenrijkse krant mag geen excuus zijn voor de nachtmerrie-achtige abstractie die 'zich presenteert als de som van taalkundige stuiptrekkingen', zodat niemand meer 'met gereduceerde stilistische gebaren het voortbrengen van energetische opladingen begrijpt', ook al is er een 'vergelijkend extravert contrast' met 'gestileerde imiginaire taalfolklorismen' die 'dansen op vlakken van platte vergelijkingen', jankende taalgebruikers en onbehouwen barbarismen. En dan laat de Taaldokter zich hier nog van zijn 'emfatische kant' zien.
Gehoord in een café, uit de mond van een man die met een andere man was verwikkeld in een 'relatiegesprek' over hun vrouwen: 'We hebben naar elkaar toe uitgesproken dat we het een beetje saai vinden.' Vrouwen, laat af van alle hoop.
Voortdurende ergernis: in kunstcommentaren wordt regelmatig gezegd dat de desbetreffende uiting 'verwijst' naar iets (een andere kunstuiting, 'de werkelijkheid'), alsof dat een kwaliteit op zich is. Vaak wordt er zelfs 'een subtiel spel gespeeld met verwijzingen naar...'. In zeer enge gevallen 'verwijst' het kunstwerk 'naar zichzelf'. Noem hem conservatief, maar de Taaldokter is ervan overtuigd dat een beetje knippen en plakken, kopiëren en plagiëren geen garantie is voor degelijke kunst - hooguit een gevolg van handige 'marketing'. Verwijzen is geen kwaliteit. Verwijzen is geen kunst.
De Taaldokter hoorde een vrouw bij de EO over een bomaanslag: 'Een aanslag verbaast je altijd, zeker als ie zo'n grote omvang heeft.' Spreken over 'een aanslag van deze omvang' is niet raar - die nadruk op 'het hebben van een omvang' van de aanslag is dat wel: de associatie met dik(doenerigheid) dringt zich op.
Leuke constatering, die aansluit bij de stelllige overtuiging van de Taaldokter dat de neiging tot vereenvoudiging de grondslag is van de meeste, zo niet alle taalverandering; kijk hier.
De Taaldokter ontving van de gemeente de tekst: 'Op woensdag 14 april organiseert de gemeente een besloten afscheidsfeest voor Job Cohen. Wilt u de oud-burgemeester van Amsterdam nog bedanken, succes wensen, of iets anders meegeven?'
De Taaldokter herkauwde de zinnen. 'Meegeven.' Hier was niet bedoeld 'een presentje meegeven'. Dit was het meegeven van de Vergadertijger: 'Mag ik je dit dan nog even meegeven' - en dan 'gaf' hij altijd een lang verhaal 'mee'. Waarvan de status niet altijd even helder was; ging het om 'op het hart drukken', 'informeren', 'met klem adviseren', of nog iets anders? 'Ik geef het je even mee.' Het drukt zowel een akelig informele vrijblijvendheid uit, als op niets gestoelde superioriteit ('Eigenlijk weet ik het beter') - een funeste combinatie.
De Taaldokter besloot de burgemeeester maar niets mee te geven.


Het verbaast eigenlijk niet in deze tijd, waarin iedereen zich om het minste of geringste 'gekwetst' voelt, die nieuwe rage: je van tevoren gewoon maar vast excuseren. Ook al gaat het om een kerstdiner.
En nu de Taaldokter zich toch weer opwindt over (ex-)vakbondslieden; op tv meende
iemand van de FNV te moeten opmerken: 'Dat is volsterkt in tegenstrijd met onze gedachten daarover.’ Prachtig woord, tegenstrijd. Contra-spraak.
Nederlandse tv-reclame anno 2010: 'Hoe groot is de kans dat uw kinderen bij anderen iets kapot maken? Vraag het uw adviseur.' En wat zegt 'mijn adviseur' dan? 'Heel groot'? 'Vijf procent'?
De onnavolgbare D. Terpstra: 'De vraag is hoe je binden en verbinden moet verbinden met dat thema van aanpakken.' Door dat stoere 'aanpakken' klinkt het nog in de verte concreet, maar wie hier na een minuut analyse nog chocola van kan maken verdient een prijs. De man heeft het ook nooit over 'vroeger' of 'tot nu toe' maar altijd over 'de achterliggende periode'. Doodvermoeiend.
Het lijkt wel of lange en 'moeilijke' bijvoeglijke naamwoorden niet meer mogen; nu weer hoorde de Taaldokter iemand zeggen: 'Het is zo cliché, maar ik word er helemaal paranoia van.'
Sokken stoppen en kleding verstellen, wie doet het nog? Des te merkwaardiger dat de Taaldokter het woord 'wetsvoorstel' steeds vaker hoort uitspreken als 'wetsverstel'.
Fraaie begripsverwarring in een van de talloze voetbalpraatprogramma's die ons land kent: eerst werd er gesproken over 'innerlijke verdeeldheid' bij een club, vervolgens werd opgemerkt dat daar 'intern om gelachen' was. De Taaldokter moest inwendig grinniken.
Steeds vaker, lijkt het wel, hoort of leest de Taaldokter constateringen in plaats van wensen. De zogeheten aantonende in plaats van de aanvoegende wijs. Meer precies: ‘gaat’ in plaats van ‘ga’. Gisteren weer op de achterpagina van de NRC: ‘Het gaat jullie goed. Proost!’ Het heeft er alle schijn van dat het steeds minder taalgebruikers merkwaardig voorkomt plotseling in een betoog vast te stellen dat het goed met iemand gaat. En dan af te sluiten. Weerspiegelt dit een maatschappelijke trend? Enfin – het ga u lekker.
Echt gehoord, inclusief hoofdletter: 'Ze is Kunstenares. Ze maakt spanningsvelden van stilte.'
De fraaiste naam ooit kwam de taaldokter tegen in - waar anders - Brazilië: Olympio Bonald Junior. Maar dit was een goede tweede - vooral als hij zich er de Waalse uitspraak bij voorstelde. Apres ses succès à Paris, Las Vegas, Waardamme... Poëzie.

Heerlijk, alleen dat woord al. De Taaldokter doet ook een duit in het zakje. Uit de pers: verloedering of verandering?
'Het is geen schande als je tegen Juventus je stempel niet kunt drukken', sprak de commentator over een jonge Ajax-voetballer. Niet: 'als je je stempel niet op Juventus kunt drukken', of, wat logischer zou zijn, 'als je tegen Juventus je stempel niet op de wedstrijd kunt drukken', maar gewoon 'je stempel drukken.' Steeds vaker te horen. Lekker je stempel drukken. Het heeft bijna iets onsmakelijks.
'Wat zit je daar te doen?'
'Even me stempel drukken.'
De Taaldokter zoekt geografische ziektebeelden. Hij kent al de Mastreechter Staar.

Bij (hoge) 'nood' of 'calamiteiten' op het Amsterdamse stadhuis word je geacht een boekwerk door te nemen alvorens tot actie over te gaan. Dit riep bij de Taaldokter warme herinneringen op aan de overheidsinstantie die schreef: 'Wij hebben diverse calamiteitenbestrijdingsplannen waarin de te nemen maatregelen staan beschreven die nodig zijn om de gevolgen van een calamiteit/ramp/crisis te minimaliseren.'
Aankruisen wat niet gewenst is. Hoe één zin talloze vragen kan oproepen (één gek kan meer vragen stellen dan duizend wijzen kunnen beantwoorden):
- hoezo 'diverse' plannen?
- waarom dat 'te nemen'?
- waarom dat 'beschreven'?
- waarom dat 'die nodig zijn'?
- et cetera
- ad infinitum
Kortom: waarom niet gewoon geschreven: 'Wij hebben een calamiteitenplan'? De Taaldokter kent het antwoord al, maar stelt af en toe graag een retorische vraag. En nu fluks naar de calamiteitenuitgang!
De Taaldokter kreeg via doorgaans welingelichte kringen het Vraag- en Ontwijkschema van een bekend bewindspersoon. Hij heeft één aanvulling: plaats er een extra kolom voor met de tekst: 'Ik wil alleen maar aangeven van...' En natuurlijk een kritiekpuntje: de tekst in de vijfde kolom moet vanzelfsprekend luiden: 'We moeten ervoor waken alleen over de vorm en niet over de inhoud te spreken.' Overal toepasbaar.

'George, aannemen, en... HET SCHIETEN OVERLATEN AAN MULENGA!'
'Zomaar inleveren van Bak-Nielsen'.
De Taaldokter vindt het een sympathieke politieke partij van meest weldenkende mensen, heus, maar kan het nu gvd afgelopen zijn met die 'vernieuwingsagenda' van D66? Gadverdarrie bah! Vernieuwingsagenda. Doorpakken.Huuuuh!
.jpg)
Geachte mevrouw,
Ik heb vaak last van gebrek aan typekracht bij afwezigheid van mijn secretaresse. Toch maak ik, 44 jaar met vijftien jaar Taaldokterervaring, geen gebruik van uw aanbod. Hierbij ontvangt u een zakje met letters. Als u deze binnen 24 uur in de juiste volgorde opeet gebeurt er verder niets. (Tip: de uitkomst zegt iets over mijn ergernis, frustratie en woede). Ik wens u smakelijk eten. Mocht u om een dokter verlegen zitten dan houd ik mij aanbevolen en kunt u een beroep op mij doen.
Vriendelijke groet, ook aan Tante Betje,
Uw Taaldokter
Ook de 'Nederlandse Energie Maatschappij' (voer voor de spatiepolitie, maar een slimme, vertrouwenwekkende naam - nog net niet met sch) heeft het in tv-spotjes over 'als goedkoopste getest'. Als de Taaldokter het zich goed herinnert begon deze constructie aan een opmars met 'als beste gestest' (waar nog een lekker binnerijm in zat), wat de verbazing bleef prikkelen over die nieuwe constructie 'testen als', die hem nog steeds niet lekker zit. Als eerste of tweede testen, prima. Als beste testen? Dat kan dan toch niets anders betekenen dan 'als beste beginnen aan de test'? Mene tekel.
En nu hij het er toch over heeft: waarom wordt het meervoud van 'test' steeds vaker 'testen' in plaats van 'tests'?
Het onnavolgbare tv-programma Goedemorgen Nederland wordt om de haverklap onderbroken door verkeersinformatie (waarvan je je afvraagt welk doel die dient, want de files blijven omdat men toch wel in de auto stapt - okee, misschien was het nog veel erger zonder die verkeersinformatie, maar de Taaldokter vermoedt dat het net zoals met het weer is: je kunt er wel tegen zijn maar het is er toch, en daarom geven we er 'informatie' over), en die verkeersinformatie wordt dan afgesloten met het zinnetje: 'Tot zo ver de actuele verkeersinformatie.' Handenwrijvend ga je er eens goed voor zitten: zometeen komt de oude verkeersinformatie ook nog! Maar nee, die blijft uit. Kijkersbedrog.
In Buitenhof sprak een docent Nederlands over 'kennis en vaardigheden aanbrengen'. Laat de Taaldokter nu altijd hebben gesproken van 'iemand kennis en vaardigheden bijbrengen'! Maar nee: eerst binde men de leerling terdege vast, dan brenge men de kennis en vaardigheden aan - in dunne laagjes, zodat ze goed drogen.
Het kwam er koelbloedig uit en 's mans tafelgenoten wekten de indruk dat ze ook niet raar zouden hebben opgekeken als hij had gesproken van 'kennis en vaardigheden bevestigen'. De Taaldokter vermoedt een analogie met dat vreselijke 'aandragen', dat tegenwoordig zo graag wordt gedaan met bijvoorbeeld 'oplossingen'. Misschien was dit 'aanbrengen' wel een halfbewuste samentrekking van dat 'aandragen' en 'bijbrengen' - waarbij het vermijden van dat eerste slechts kan worden toegejuicht, maar te vrezen valt dat het vermijden van 'bijbrengen' is ingegeven door de neiging niet te traditioneel of autoritair over te komen. 'Kennis bijbrengen? En wie bent u dan wel? Aanbrengen zul je bedoelen!' Of is dit alles nu projectie van de Taaldokter?
VNO-NCW-baas Wientjes had het op tv binnen één minuut over zowel ‘volgedragen’ als 'doorgewrocht’. Merkwaardig onmodieuze verlenging in plaats van verkorting; 'voldragen' en 'doorwrocht' zullen hem waarschijnlijk te moeilijk hebben geleken voor zijn gehoor. Toch beter dan onzin.
De Taaldokter belde een Hoge Ambtenaar. De secretaresse nam op: 'Die is er niet. Kan ik u mischien doorverbinden?' Taaldokter: 'Dat hoop ik.'
Niet meer weg te denken: de constructie 'naar... toe'.
Ik voel me ongemakkelijk naar jou toe.
We moeten dit goed naar de werkvloer toe communiceren.
Ik ben bezorgd naar de toekomst toe.
Ten opzichte van, naar, met, voor, over - het zijn alle stijlvoller en duidelijker alternatieven voor dit vergaarbakbegrip. Het lijkt verwant met het epidemische vormen aannemende Syndroom van Richting. De populariteit van dergelijke softe formuleringen baart de Taaldokter grote zorgen. Naar de toekomst toe.
De Taaldokter hoorde iemand zeggen: 'Heb je hem z'n boek teruggegeven?' En plotseling schoot hem een heel andere 'hem z'n' te binnen: die van de aangetrouwde Grappige Oom, die lang geleden - niet grappend - tot zijn vrouw sprak, wijzend op de jonge Taaldokter: 'Heb je hem z'n stukkie gelezen?' Hem z'n stukkie. Toen al vroeg de Taaldokter zich af waarom de oom niet gewoon zei 'zijn', maar vragen deed hij het niet, beschroomd de Grappige Oom zich ongemakkelijk te laten voelen omdat hij geen 'standaardtaal' sprak. Want dat was 'hem z'n' niet, zoveel was duidelijk.
Anno 2010 levert een vluchtige speurtocht via Google eigenlijk slechts één relevante treffer op bij 'hem z'n': in een stuk over 'pronominale isomorfen in Belgisch-Limburg' op www.dnbl.org schrijft A. Stevens:
Een ander interessant aspect van het geval ligt in het feit dat door de evolutie d > z het oorspronkelijke dijn een homoniem geworden is van zijn, mann. pronomen van de 3e pers. enkelvoud. In de plaatsen waar beide samengevallen zijn wordt de homonymie op volgende eigenaardige wijze vermeden: in twijfelachtige gevallen waar het zinsverband niet duidelijk op een 2e of een 3e persoon wijst, wordt zijn (3e pers.) vervangen door ‘hem z'n’. Zo bv. te Bilzen: zɛ.i* kɪ*nd ɪs ni bɛːtər ɑz ət mɑ.int (: Jouw kind is niet beter dan 't mijne) maar: (h)em zə kɪ*nd ɪs ni bɛːtər ɑz ət mɑ.int (: Zijn kind is niet beter dan 't mijne)! Zo ook: tɪs (h)em zənən (h)uːt, tɪs tə zɛ.i*nə ni (= 't Is zijn hoed, 't is de jouwe niet!)
De Taaldokter verwedt er zijn ijsmuts onder dat hij 'hem z'n' vaker heeft gehoord, en de Grappige Oom was geen Belgisch-Limburger - integendeel, zou hij bijna zeggen. Vraag: is 'hem z'n' inderdaad een zeer obscuur (regionaal) verschijnsel? En welk fenomeen ligt eraan ten grondslag? Is 'zijn' te 'beschaafd'? Of is dat 'hem' - enigszins in de lijn van het door Stevens gesignaleerde vermijden van homonymie - gebruikt als specificatie van 'zijn' - is het voor de duidelijkheid? Wie het weet mag het zeggen.

Abonneer op de RSS feed


