Blog

De Taaldokter hoort wel eens wat. Dan vist hij een beduimeld notitieboekje uit zijn zak en schrijft het op. En als hij het de volgende dag nog kan lezen, kunt u het nu ook lezen. Belangrijkste bevinding: de schepping heeft niet voorzien in een zwanenhals tussen hersens en mond.


Genieten van enthousiasme

Ja mensen, Eatme heeft een wijnkaart 'ontwikkeld'. Ook een menu, maar daarvan bestaat helaas geen kaart. (Of zou er toch een streepje vergeten zijn?)

- Zozo: 'simpelheid is vaak het meest gecompliceerd'. Riekt dat naar een fraai geformuleerd excuus voor een wel erg karige kaart?

- Nou nee hoor, want het gaat om 'zich concentreren op de smaakvolle essentie'.

- Juist.

- Nou ja, en ook om het 'opnieuwen van klassiekers'.

- O, het 'opwarmen van klassiekers', eigenlijk - dus toch luiheid?

- Neu neu, dat niet, deze kaart is slechts ontwikkeld 'op' basisgedachten.

- Verrassend ook dat die ingrediënten rechtstreeks uit de 'Atlantische Oceaan Noord-West' komen, en niet eerst bij Bussum linksafslaan.

- Nou ja, in elk geval: geniet van ons enthousiasme!

Geplaatst op: 30-12-2011 door Taaldokter

Prongelijk na de rand

Je staat soms te kijken van de creativiteit van HBO-studenten - en vraagt je af op grond van welke uitgangspunten zij woorden en zinnen vormen.

Van de een las de Taaldokter dat kosten 'na de rand kunnen worden teruggevorderd'. Pas na enkele minuten close reading ontdekte hij dat het klassieke 'naderhand' werd bedoeld.

Vervolgens schreef een ander dat hij 'prongelijk' had vergeten iets in te leveren. Per ongeluk...

Geplaatst op: 30-12-2011 door Taaldokter

Het Verhaal

Het verhaal. Het woord suggereert op z'n minst een kop en een staart. En het klínkt al spannend. Allesomvattend ook: 'het definitieve verhaal'. Althans, dat is de bedoeling. Maar die pretenties zie je steeds vaker niet waargemaakt worden, in bijeengegoogelde artikeltjes of tien minuten durende tv-reportagetjes. Het Verhaal van een overdreven woord.

Gisteravond werd het programma De vijfde dag uitgezonden (‘reportages vanuit de identiteit van de EO'), over oude bewoners van een psychiatrische inrichting. Begeleid door een stemmige muziekje lichtte een invoelende vrouwenstem de beelden van mompelende patiënten toe:

'Dit is het verhaal over mensen die zich aan het eind van hun leven nog steeds achter gesloten deuren bevinden. Dit is het verhaal over mensen die vaak angstig zijn, stemmen horen of in een waanwereld leven. En dit is het verhaal over een uitstervend ras. En het verhaal begint bij mijn eigen oudoom.'

Toen de Taaldokter zich zo'n tien minuten later (interviewfragmentje, commentaartje, beelden van bomen, weer een muziekje) afvroeg wanneer dat verhaal zou beginnen, bleek de reportage voorbij te zijn.

Die Verhalen zijn meestal hooguit verhaaltjes.

Geplaatst op: 30-12-2011 door Taaldokter

Saillante onmiddellijkheid

Uit het programmaboekje van het Amsterdamse Felix Meritis.

Het zijn niet alleen de randfiguren, ook kunstenaars zelf maken zich wel eens schuldig aan kunstbullshit. Hier componist Richard Rijnvos over 'stijl'. Zo hadden we er nog nooit naar geluisterd! Stijl die 'beschikt over een saillante onmiddellijkheid', stijl die 'zich trefzeker als protagonist weet te presenteren' - inderdaad, 'stijl' laat zich niet eenvoudig in woorden vatten.

Even daarboven brengt Luc Ferrari 'een lichaam tot leven' - en dan vormt 'deze' een 'ritmische realiteit'. Mag het een onsje meer wezen?

Geplaatst op: 29-12-2011 door Taaldokter

Het gaat heel erg over

Misschien ligt het aan zijn relatieve onbekendheid met een bepaald soort theater- en muziekgenres, maar de Taaldokter vindt het altijd wat moeilijk als mensen zeggen dat die 'ergens over gaan'. Onlangs hoorde hij ene Giovanca beweren: 'Die voorstelling gaat heel erg over...' - waarover, dat drong al niet meer tot hem door. 

Sommige boeken, nou ja, daarvan kun je zeggen dat ze 'ergens over gaan'. Maar muziek? Dans? Het komt hem altijd voor alsof de spreker de materie geforceerd toegankelijker probeert te maken door maar te melden dat het 'ergens over gaat'. En dan niet een beetje, nee: 'heel erg'. Op zo'n moment dringt de vreselijke uitdrukking 'dat gaat helemaal nergens meer over' zich onwilekeurig aan hem op.

Geplaatst op: 29-12-2011 door Taaldokter

Etymologische pragmatiek

Fraai staaltje etymologische, katholieke pragmatiek op Canvas, door een pastoor die de vraag beantwoordt of 'godverdomme' zeggen een doodzonde is: 'Zelfs Jezus aan het kruis zei: "God, Gij hebt mij verlaten. Gij zijt ver van mij. Zoals de Vlamingen zeggen: Godver."

Geplaatst op: 29-12-2011 door Taaldokter

Weten wat je bekend is

TV-programma EenVandaag liet weten dat Noord-Korea een 'land vol geheimen' is, waar wél kinderfilms en kleding voor het westen worden geproduceerd. Vervolgens werd de kijker een vlijmscherpe vraag gesteld: 'Wist u bijvoorbeeld dat u - en misschien ook wel uw kinderen - meer met Noord-Korea hebben dan u bekend is?'

Eh...? Nee dus.

Geplaatst op: 29-12-2011 door Taaldokter

Morrelen, morrelde, gemorreld

Morrelen. Waar hoor je dat woord nog, behalve als het gaat over de hypotheekrenteaftrek? Nou ja, het komt ook wel voorbij in verband met andere politieke gevoeligheden – de AOW-leeftijd, de monarchie, ‘salarisgaranties’, de ‘betaalbaarheid van opvang’ en het ‘plafond voor bonussen’ - maar dat is het wel zo’n beetje. De Volkskrant online vandaag: ‘Geert Wilders stelde dat er wat hem betreft nieuwe verkiezingen komen, mocht het kabinet aan de hypotheekrenteaftrek morrelen.’

Morrelen. Prachtwoord. Je zíet een zootje recalcitrante peuters in een donkere gangkast rondscharrelen, met hun grijpgrage vingertjes de wanden betasten, alles bepotelend wat ze niet kennen, alle onbekende gevolgen blijmoedig negerend.

Morrelen. Met alle klungelende, knoeiende en prutsende connotaties die het woord aankleven. Een kop als ‘wetenschappers morrelen aan ons mens-zijn’ maakt duidelijk dat die negatieve connotatie definitief deel is geworden van de woordbetekenis. Er wordt niet meer aan stoelpoten gezaagd, er wordt gemorreld!

Morrelen. Onvervangbaar: je zult niet snel horen dat het kabinet ‘friemelt’ aan de hypotheekrenteaftrek, of dat Wilders ‘de stekker eruit trekt’ als er wordt ‘gefrunnikt’ aan de AOW-leeftijd.

Morrelen. Bestaat er treffender beeldspraak om de kwalijke gangen van je politieke tegenstanders te kenschetsen?

Geplaatst op: 28-12-2011 door Taaldokter

Gratuite vernieuwing

De P.C. Hooftprijs hanteert gratuite kwalificaties - ‘vernieuwing’, ‘bevrijding’, ‘het beweeglijk maken van sensaties’ - die revolutie suggereren, maar een politieke correctheid weerspiegelen die alleen nog nadruppelt in de kunstbeschouwing, en citeert uit een rapport dat niet te vinden is.

 

Op 19 december werd bekend dat de dichter Tonnus Oosterhoff in 2012 de P.C. Hooftprijs krijgt, een van de belangrijkste literaire oeuvreprijzen in het Nederlands taalgebied. Op de website van deze staatsprijs staat een ‘fragment uit het juryrapport’: ‘Oosterhoffs poëzie is in hoge mate vernieuwend, ze heeft de Nederlandse dichtkunst van diverse keurslijven bevrijd, niet planmatig of vanuit een dichterlijke ideologie, maar door persoonlijke oorspronkelijkheid en het bijzondere talent van de auteur voor het vastleggen of liever gezegd juist beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensaties.’

Een fascinerende woordkeuze, die meer vragen oproept dan menig gedicht. Zo kun je je afvragen wat de jury bedoelt met een ‘dichterlijke ideologie’, en of er andere ‘oorspronkelijkheid’ bestaat dan ‘persoonlijke’. Prangerder vragen zijn echter: wát vernieuwen die gedichten precies, hoezo gebeurt dat ‘in hoge mate’, en waarom is dat blijkbaar zo goed dat het deze prijs waard is? Het antwoord is eenvoudig: ‘vernieuwing’ – in andere vakgebieden graag ‘innovatie’ genoemd – is tegenwoordig een pre op zichzelf. Zoals bedrijven moeten ‘innoveren’, moet poëzie ‘vernieuwen’. Maakt niet uit wát, áls het maar gebeurt: ‘vernieuwing’ is goed. En als je erbij schrijft ‘in hoge mate’, suggereert dat nóg meer kwaliteit. Altijd prijs. Zonder toelichting betekent het echter niets.

Daarnaast moet poëzie ‘bevrijden’ – zoals kunst vaak vooral schijnt te moeten ‘aanklagen’, ‘bekritiseren’ of ‘becommentariëren’. Want wie dacht dat de poëzie sinds de Vijftigers verlost was van vormdwang, komt bedrogen uit: Oosterhoffs gedichten hebben de dichtkunst alsnog bevrijd van ‘diverse keurslijven’. Hoeveel, en van welke aard, daarover spreekt de jury zich hier niet uit – en evenmin over de vraag waarom dat goed zou zijn. Blijkbaar was de vaderlandse poëzie door toedoen van duistere, niet nader genoemde krachten (vermoedelijk dezelfde als die welke ook de ‘vernieuwing’ in de weg staan) decennialang gedoemd tot een bestaan in onvrijheid. Wie kan er tegen die ‘bevrijding’ zijn? Hoewel: wie is er gebaat bij bevrijding na de oorlog?

Gelukkig gaat het hier ook om een dichter met talent. Nou ja, gelukkig: een talent ‘voor het vastleggen of liever gezegd juist beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensaties.’ Hier resulteert het concretiserend bedoelde stijlmiddel van de zelfcorrectie (‘liever gezegd’) in regelrechte onbegrijpelijkheid: het beweeglijk maken van sensaties. Misschien doelt de jury op de website van de dichter met visuele grapjes en bewegende gedichten?

‘Vernieuwing’, ‘bevrijding’, ‘het beweeglijk maken van sensaties’: woorden die revolutie lijken te ademen, maar in werkelijkheid belegen algemeenheden. Ze weerspiegelen de achterhaalde, paternalistische politieke correctheid die de politiek zelf juist achter zich probeert te laten, maar die nog nadruppelt in de kunstbeschouwing. En daarmee vormen ze een fraai staaltje framing en zelflegitimering van de jury: deze poëzie ‘vernieuwt’ en ‘bevrijdt’ en is daarom goed. Zij vernieuwt het denken over wat poëzie zou moeten zijn op zo’n manier, dat u gaat denken dat wat wij goede poëzie noemen, inderdaad goede poëzie is. En als u niet begrijpt wat zij vernieuwt en waar zij ons van bevrijdt, dan illustreert dat alleen maar uw conservatisme, haar vernieuwingskracht en ons gelijk. Want die uiterst kwalijke dwangbuis waar zij ons van bevrijdt, dat is uw onbegrip.

Wat de jury lijkt te willen, is het publiek dat Gerard Reve beschreef in zijn gedicht Op mijn ouderdom:
‘Een meisje schrijft alles op, en als ik zeg
Die en die, die vind ik wel een groot dichter,
dan schrijft ze neer, in groot en leesbaar schrift:
“Die en die is een groot dichter”.’

Al met al maakt dat ene, in vele media geciteerde citaat razend nieuwsgierig naar het gehele rapport. En dan blijkt dit ook nog eens de taal te zijn van een autoriteit die zich blijkbaar niet degelijk hoeft te verantwoorden: het juryrapport is nergens op de site te vinden (wat trouwens geldt voor de meeste auteurs die de prijs sinds 1947 hebben gewonnen). Als je het nummer op de website belt, krijg je een aardige dame van het Letterkundig Museum in Den Haag aan de telefoon, die vertelt dat zij niet weet waar die rapporten zijn, dat ze daar toch eens achteraan moet, en dat ze het rapport te zijner tijd wel kan mailen, maar nu nog niet, want ‘er moeten nog wat kleine veranderingen worden doorgevoerd’.

Kortom: vooralsnog weten we niet meer over de keuze van de jury dan dat nietszeggende, slecht gemotiveerde, eenregelige citaatje uit een rapport dat niet te vinden is. Het klinkt goed, maar het is kul; een variant van 'de jury vindt het goeie gedichten'. Dat is allerminst een diskwalificatie van de dichter, maar wel van de jury en van de klakkeloos citerende media – die beide blijkbaar een taakopvatting hebben die net zo vrijblijvend is als het woord ‘vernieuwend’.

Zou de dichter die prijs onder voorbehoud durven weigeren - totdat het taalgebruik en de motivering van de jury glashelder zijn?

Geplaatst op: 28-12-2011 door Taaldokter

Resultaatverantwoordelijken

De titulatuur in overheidsland blijft je verbazen.

Na dat onsmakelijke 'trekkers' (bonkige, in VanGogh-tinten gevatte, eeuwig voortploeterende verschijningen), het enge 'probleemeigenaars' (wethouder Hekking-achtige crash-dummy's) en het - nog engere - 'probleemhouders' (lieden die ellende aantrekken als stront vliegen, en die zijn verworden tot levensgevaarlijke ongeleide projectielen, omdat iedereen de hoop dat het ooit goedkomt allang heeft opgegeven), las hij nu als aanhef van een standaardbrief aan een gezelschap projectleiders: 'Geachte resultaatverantwoordelijke'.  

- En wat is uw functie?
- Ik ben resultaatverantwoordelijke.

Resultaatverantwoordelijke. Je kunt nog beter trekker zijn.

 

Geplaatst op: 23-12-2011 door Taaldokter

Framing bij de overheid

Over 'targets', 'trekkers' en de 'dynamiek van het geheel' (HandHaving 5, 2011).

Geplaatst op: 19-12-2011 door Taaldokter

Staande houding

Even spatie neuken over de Volkskrant van 15 december: volkomen terecht natuurlijk, dat de Raad van State oordeelde dat die vier buitenlandse schoonmakers niet zo lang hadden mogen staan. Waterboarding is er niks bij.

Geplaatst op: 19-12-2011 door Taaldokter

Lelijke journalisten

De Amsterdamse stadstoeter AT5 twittert: 'De mooie violiste Janine Jansen is te horen in de Nederlandse speelfilm Süskind.'

Kijk, dat is nou verkapt seksisme. Niet: 'de wereldberoemde', 'de geweldige' of desnoods 'de Amsterdamse' - nee: 'de mooie violiste'. Je kunt haar horen in die film, niet zien dus, maar: goed om te weten dat ze 'mooi' is. 

Het valt al niet mee om mooi gevonden te worden; dit soort journalistiek suggereert ook nog eens dat je best aardig viool speelt ondanks je schoonheid. Ze had natuurlijk beter model kunnen zijn, of huisvrouw, zoals elke vrouw, maar omdat ze zo fraai oogt zien we dat gekke vioolgedoe even door de vingers.

Aan mannen refereren schrijvers van dit soort pulp anders - maar niet minder irritant: soundtracks zijn in hun idioom niet verzorgd door 'de welgeschapen Ennio Morricone', maar 'door de oude meester'. F. Halsema noemen ze trouwens altijd 'Femke', maar M. Rutte 'Rutte (zie ook hier). Lelijke journalistiek door lelijke schrijvers.

Geplaatst op: 19-12-2011 door Taaldokter

Artiestens in de nichtclub!

Je denkt nog even aan een grapje, maar dan weet je weer: hoe groter het opschrift, hoe sneller men door de letters het woord niet meer ziet.

Geplaatst op: 14-12-2011 door Taaldokter

Lekker

Interpunctiecarpaccio vooraf, dan een terrine heldere inktbouillon, vervolgens een keuze uit diverse met de hand geselecteerde papiersoorten, op smaak gebracht met een lauwwarme dressing van leestekens. Het geheel geserveerd met een taalgarnituur, en oerhollandse woordbrij met lettervermicelli en stukjes geconfijte woordpulp na!

 

Geplaatst op: 27-11-2011 door Taaldokter

Transitief escaleren

In korte tijd hoorde de Taaldokter twee mensen het werkwoord 'escaleren' gebruiken op hem nog onbekende wijze: met een lijdend voorwerp. Het gebeurde in zinnetjes als 'Ik escaleer dat naar mijn manager' en 'Anders escaleren we de zaak'.

Hij deinsde onwillekeurig achteruit, want hoewel de bedoeling duidelijk was ('Ik ga dit hoog spelen') impliceerde dat 'escaleren' een moedwillige keuze voor buitenproportionele consequenties, en daar is hij geen voorstander van.

Daarnaast stond de subversiviteit die uit de zinnen sprak hem niet aan. Maar vooral was het toch de suggestie dat de spreker de macht bezat om zaken niet 'uit de hand te laten lopen' maar zélf te 'escaleren', die hem tegenstond. Bijna net zo sterk als mannen die geen auto 'hebben' of 'erin rijden', maar minzaam zeggen 'Ik rijd een Porsche' - zichzelf daarmee afschilderend als heersers van het asfalt die met losse teugel wederspannige voertuigen de hunne maken.

Geplaatst op: 27-11-2011 door Taaldokter

Krampjes en prikjes

Oudertaal. Zoals bekend spreken veel ouders van de 'handjes' en 'voetjes' van hun baby's. Begrijpelijk: kleine kinderen, kleine ledematen, kleine kleren, kleine dingen - en dus gebruik je verkleinwoorden. 'Pijn in je buikje?' - alla, al zal het kind zelf het, zodra het kan spreken, gewoon hebben over zijn 'buik'. 

Al eerder verwonderde de Taaldokter zich over wat dan die buikjepijn veroorzaakt: 'krampjes'. Merkwaardig fenomeen: verschijnselen die normaal geen verkleinvorm hebben (althans niet zonder betekenisverandering) krijgen die ineens wél als ze bij kinderen optreden. Nu las hij weer over een kind dat 'zijn eerste prikjes' had gekregen.

Op een of andere manier wordt hij een beetje ziekjes van die verkleinwoordjes.

 

Geplaatst op: 27-11-2011 door Taaldokter

Voorbestemming

 

Dus niet in het daaráchter bestemde afvalbakje. Ook niet in het daarbóven bestemde bakje. En al helemaal niet in het daartussen bestemde bakje. Ja?

Wel accenten, geen vraagteken: de motiveringen voor interpunctie zijn ondoorgrondelijk. Nadruk willen leggen maar verwarring stichten, een vraag suggereren maar een bevel geven - niet doen. Is dat duidelijk!

(Opschrift in mannentoilet Hogeschool van Amsterdam)

Geplaatst op: 26-11-2011 door Taaldokter

Snufferd

Volwassen mannen - het zijn, althans in de ervaring van de Taaldokter, voornamelijk mannen - die het hebben over je ' snufferd': wat moet je daarvan denken? Meestal gebruiken ze het woord niet om te verwijzen naar je reukorgaan, maar passen ze het toe in zinnetjes als 'Je stond er toch met je snufferd bovenop' en 'Hij kreeg de bal recht op zijn snufferd'. Meteen doemt het stripachtige beeld op van een sullige mopshond, die het sappige bot dat voor zijn vochtige neus bungelt wel ruikt maar niet ziet. Maar intussen: verpakt in de oubollige lolligheid van dat 'snufferd' maken ze de ander een verwijt of wijzen op diens tekortkomingen. Type Grappige Oom die nooit liep maar altijd 'de benenwagen nam' - totdat zijn 'rikketik' het begaf.

Geplaatst op: 26-11-2011 door Taaldokter

Zoetjes, bittertjes en krokantjes

De Taaldokter dineerde bij het Amsterdamse restaurant De Kas. Er was geen kaart, maar in plaats daarvan doemde aan tafel bij voortduring een jongmens op (pogingen te ontdekken waar hij telkens vandaan kwam strandden; hij materialiseerde als het ware steeds aan tafel) dat een ellenlange monoloog begon over de mogelijkheden. Daarbij werden verkleinwoorden niet geschuwd. Sterker nog: élk gerecht bleek een '-tje' te bevatten.

Zo was het voorgerecht voorzien van een 'zoetje', had het hoofgerecht een 'krokantje', en telde het dessert maar liefst een 'bittertje' én een 'pepertje'. Vragen of obertje iets zonder 'zuurtje' of 'beetje' had leek zinloos; er werd snel een bestellinkje geplaatst waarna hij zijn bekje hield. Gelukkig was het smaakje redelijk in orde.

Geplaatst op: 21-10-2011 door Taaldokter

Hardwerkend en toekomstgericht

De manier waarop mensen zichzelf omschrijven in hun beknopte 'Twitterbiografietjes' is soms veelzeggend van nietszeggendheid. Een beetje het 'goede glas wijn' uit de contactadvertentie. Neem de tekst van de onlangs tot het PvdA-fractiebestuur toegetreden J. Monasch: 'Toekomstgerichte politiek, verschil maken en aanpakken. Kiezen voor hardwerkende en zorgzame burgers.'

'Toekomstgerichte politiek': nee, op het verleden gerichte politiek, daar zaten we op te wachten!
'Verschil maken': jaja: als je 'verschil maakt' ben je goed bezig. Net zoals 'anders' zonder uitzondering positief is. Zie ook hier.
'Aanpakken': welja: iets wat per definitie ongewis is vooral een concreet aura verlenen. Ronkende, verbale cosmetica. Suggestie van handen uit de mouwen, kolenschoppen, en dokwerken - veelal resulterend in een PvA (Plan van Afwachten) of PvodRz (Plan van op de Reet zitten). Zie ook hier
'Kiezen': niet 'twijfelen'! 'Kiezen' is goed, want weloverwogen en daadkrachtig. Verkeerde keuzes bestaan niet. - Maar wat betekent dat, 'kiezen voor burgers'?
'Hardwerkend': fluks de al vijftig jaar uitgestorven Gewone Man opgegraven, de Zwijgende Nederlander, die altijd al de lul was, met zijn pet en zijn buik en zijn korte achternaam - en die door politici van links en rechts om nauwelijks op te helderen redenen consequent wordt getooid met het ultieme epitaaf 'hardwerkend'.

Benieuwd of deze verbale visagist de PvdA weer opstoot in de vaart der volkeren.

 

Geplaatst op: 21-10-2011 door Taaldokter

Discreet benaderen

Nog een merkwaardige aansporing, in een advertentie op LinkedIn: ‘Word discreet benaderd door 10.000 headhunters.’

Was dat voor als je eigenlijk op headhunters viel, maar daar nog niet openlijk voor durfde uit te komen? Dat je dan naar een speciale headhunterontmoetingsplek kon gaan? En hoe deden ze dat - bijna ongemerkt, bij verrassing, van opzij, van achteren? Het klamme zweet brak de Taaldokter uit bij de onwillekeurige gedachte aan duizenden headhunters die in bosjes rond verlaten parkeerplaatsen stonden te trappelen om hem ‘discreet’ te ‘benaderen’. Bah.

Geplaatst op: 21-10-2011 door Taaldokter

Dagelijks

TV-reclame: ‘Bezoek dagelijks de molen van Sloten’. Op twee gedachten hinkende slogan: enerzijds heel zakelijk duidelijk willen maken dat die molen elke dag open is voor het publiek, maar er anderzijds zo’n wervende aanmoediging tegenaan gooien. Dat wringt: het gevolg lijkt een oproep om elke dag maar weer, uitentreuren, in en rond die vermaledijde molen te komen dwalen, tot de dood een verlossing is. Angstvisioenen van Hollandse vlaggetjes, klederdracht en grijsbebaarde molenaars.

 

Geplaatst op: 18-10-2011 door Taaldokter

Over poedels en kaketoes

Fijn, het ging weer eens over taal in de politiek. De ‘verbale ontsporingen’ tijdens de Algemene beschouwingen veroorzaakten nogal wat ophef – in de media dan. Jan met de Pet, Mien uit Appelscha, Henk en Ingrid – of hoe de Gewone Mannen en Vrouwen tegenwoordig ook heten mogen – zullen er niet wakker van hebben gelegen.

Wilders’ kwalificatie van Cohen als ‘bedrijfspoedel van Rutte 1’, zijn ‘Doe ’s normaal man’-een-tweetje met Rutte - wat kun je ervan zeggen? Opmerkelijk in de Nederlandse politiek, enigszins kolderiek, maar om nou te beweren dat onze democratie erdoor in gevaar komt... Politieke schijnbewegingen, vriendschappelijk gekissebis voor de vorm.

Politiek én media repten echter waarschuwend van ‘onparlementair taalgebruik’ en een reactie die ‘niet passend is bij de statuur van een minister-president’. Maar: zaten Achmed en Fatima erop te wachten dat ‘de spreker die woorden terugneemt’? Knikten zij instemmend bij het obligate ‘Zo gaan we niet met elkaar om’ van zowel oppositie als coalitiepartijen? Veerden zij verheugd op bij het platgetreden ‘Laten we het als-je-blieft hebben over de inhoud’? Welnee: een superieure reactie, díe was welkom geweest.

Een minstens even snedig weerwoord? Daar moeten de omstandigheden naar zijn: een treffende vergelijking die zich aandient, een onverbiddelijke grap die spontaan opkomt, een onontkoombare vraag.

Cohen had kunnen zeggen dat hij geen poedel was, maar een pitbull. Hij had op zijn beurt de spreker kunnen vergelijken met het Hollands kuifhoen of een geelkuifkaketoe met een beperkte woordenschat. Hij had blaffend naar de interruptiemicrofoon kunnen hollen. Hij had ook zijn pootje kunnen optillen tegen het spreekgestoelte. Dat was allemaal ongeveer even leuk geweest als Jolande Sap die voordoet hoe je een stekker uit het contact trekt.

En Rutte? Die stond al met 1-0 achter doordat hij zelf in eerste instantie de aandacht vestigde op onze relatie met handelspartner Turkije, door zich ongevraagd te distantiëren van de ‘vergelijking van de Turkse premier met een aap’ (nog afgezien van de vraag of de uitspraak ‘Daar komt de islamitische aap uit de mouw. En hij heet Erdogan’ volgens de wetten der logica inderdaad hetzelfde betekent als ‘Erdogan is een aap’). Toen hij meende te moeten roepen: ‘Doe zellef lekker normaal man!’, was de boot helemaal aan.

Blijkbaar zijn Cohen noch Rutte uit het juiste hout gesneden voor een rake verbale repliek: de een stamelend, de ander struikelend over zijn eigen schijnbaar terloopse manier van politiek bedrijven. En de inhoud? Ha, de inhoud: blijkbaar beseft de meerderheid van de Nederlandse politici nog steeds niet dat politiek nooit heeft gedraaid om de inhoud - maar dat de vorm wél verandert. In weerwil van zijn spruitjeslexicon sluit Wilders’ wijze van spreken naadloos aan bij de tijd. Hij weet dat je argumenten wel ijzersterk moeten zijn, wil je het redden zonder volkstaal, humor en in elk geval de schijn van authenticiteit. Dat moet je kunnen. Daar is talent voor nodig. En met een beetje geluk sijpelt er dan ook nog wel eens een argumentje door. Je kunt Wilders veel ontzeggen, maar niet dat talent.

Kortom: na twee dagen Algemene beschouwingen is de belangrijkste conclusie dat ons land nog geen politicus kent die Wilders verbaal aankan. Men vlucht in contraproductieve reflexen: de minister-president door zijn studentikoze ge-jij-bak, de oppositie door haar ongeloofwaardige verontwaardiging over de bejegening van een premier die zij zelf bestrijdt - waarmee het begrip hypocrisie een geheel nieuwe dimensie krijgt. Maar ook coalitiepartner CDA, door het gratuite gehamer op die ‘inhoud’. Dat is, vanwege de framing van redelijkheid (wie is er tegen ‘inhoud’?), op termijn misschien nog wel gevaarlijker voor die democratie dan het eendimensionale vocabulaire van Wilders.

Soms maken woorden alles erger. Soms volstaat een blik. Het zwijgen van de VVD lijkt nog de meest effectieve strategie. Cohen en Rutte hadden zich ook kunnen beperken tot een minzaam, nauwelijks merkbaar optrekken der wenkbrauwen - en overgaan tot de orde van de dag. Zolang zij zich dat niet realiseren, blijft eenoog koning in het land der blinden, zullen de ‘verbale ontsporingen’ ‘de mensen in de wijken’ worst zijn - en hoeft het geen verbazing te wekken als de volgende editie van Van Dale het lemma ‘bedrijfspoedel’ bevat.

Geplaatst op: 03-10-2011 door Taaldokter

Experten

 

Volgens het Parool luidt het meervoud van expert 'experten'. Tuurlijk: De donoren zijn de sponsoren van de experten. Je wordt er niet een van de beste krants mee.

Geplaatst op: 01-10-2011 door Taaldokter

'Elite'

Wat die 'culturele elite' is en of die 'achterhaald' zou zijn, lijkt de Taaldokter irrelevant. Zijn pleidooi voor heldere taal in de kunstwereld was geen pleidooi voor 'niet-elitaire kunst' (wat dat ook wezen moge), maar precies voor dát: heldere taal.

Na de voorspelbare irrationele weerstand en defensieve reflexen blijkt de sector toch gevoelig voor argumenten. Langzaam maken politisering van het debat en verdachtmakerijen jegens critici plaats voor een gezond inzicht: met vage, opgeblazen taal bewijs je de kunst een slechte dienst, omdat het publiek in het beste geval de schouders ophaalt en in het slechtste geval knarsetandend afhaakt – waarmee je zélf een voedingsbodem legt voor bezuinigingsdrift.

Duidelijke taal dus. Niemand heeft gezegd dat dat makkelijk is, en het streven naar begrijpelijkheid van het Stedelijk Museum is alleen al daarom prijzenswaardig. Of daarmee het 'gat tussen kunst en publiek' wordt gedicht is de vraag - maar van de Taaldokter hoeft dat ook niet. Kunst mag best 'elitair' zijn. Kwalijk is het als zij zich ontrrekt aan kritiek door zich te hullen in nevelen van wartaal. Begrijpelijke taal stelt het publiek beter in staat zich een oordeel te vormen - en daarmee is al veel gewonnen.

 

Geplaatst op: 10-09-2011 door Taaldokter

Doodserzaak

De Taaldokter vraagt zich af of we 'doodserzaak' weer gaan uitspreken als 'doodsoorzaak' nu Jan met de Tandjes T. van den Brink weer even van de buis is.

 

Geplaatst op: 10-09-2011 door Taaldokter

Het Jij-tijdperk

De Taaldokter bespeurt sinds enkele jaren een klemtoonverandering in het aanspreken van lezers, kijkers en luisteraars door kwisboeren, reclamemakers en communicatietypen. Lag de nadruk voor die tijd op de actie of handeling ('Wil je winnen?'), inmiddels draait alles om het persoonlijk voornaamwoord ('Wil jij winnen? bel dan...').

De ongevraagd-tutoyerenden zeggen daarmee niet alleen dat je dus verliest als je niet wint (ernstige nalatigheid), maar benadrukken ook nog eens dat een ander wint als 'jij' niet wint - wat alles nog erger maakt en 'jou' degradeert tot dief van je eigen portemonnee (misdrijf). Het Jij-tijdperk ten voeten uit.

 

Geplaatst op: 10-09-2011 door Taaldokter

Nieuwe verhoringen

De Taaldokter meende het echt te verstaan: 'minister van Vuiligheid en Justitie'. Ook moest hij lang peinzen voordat hij begreep dat ene H. Bres met 'toksjo' talkshow bedoelde.

Geplaatst op: 10-09-2011 door Taaldokter

Mevrouwen

Het bestaat nog: zonder tongue in cheek, dubbele agenda met dubbele bodem, neiging tot ironie, parodie, satire of camp ‘mevrouw’ zeggen. De Taaldokter hoorde een volwassen man refereren aan vrouwen die hij niet goed kent als ‘mevrouwen’.

Eerder
constateerde de Taaldokter dat het gebruiken van ‘mevrouw’ (of ‘meneer’ of ‘de heer’, vooral als dat wordt voorafgegaan door het aanwijzend voornaamwoord ‘die’ of ‘deze’) vaak een - al dan niet bedoeld - denigrerend effect heeft. Overigens net zoals de aanspreekvorm ‘heer’. 

Deze man nu vertelde dat hij een 'mevrouw’ ontmoette, sprak met een ‘mevrouw’, en iets meemaakte met deze ‘mevrouw’. Dus niet de aanmatigende vocatief ‘mevrouw!’, niet het quasi-beleefde maar eigenlijk het tegenovergestelde suggererende ‘deze mevrouw’, niet het ambtelijk-politiek-juridisch correcte ‘mevrouw’; hij verwijst gewoon, zoals hij dat vroeger geleerd heeft, naar meisjes, juffrouwen en dames met ‘mevrouw’. 

De Taaldokter vindt dat getuigen van een behartigenswaardig, vanzelfsprekend respect. En het is vooral merkwaardig dat dit zo opvallend is.

Geplaatst op: 07-09-2011 door Taaldokter

Dienende leiders

RTL7 heeft een zondagochtendprogramma met de onzalige titel %talk, waarin ‘openhartige CEO’s’ spreken over inspiratie, verbinding en ondernemerschap’. Zelden eerder werd een dergelijk gezelschap leeghoofdige ijdeltuiten op het bewegend behang waargenomen, dat tevergeefs tracht de genotvolle rillingen der publiciteit te maskeren.

Natuurlijk gaat het niet over hoe je winst kunt maken, belastingvoordeel halen of je imago opvijzelen - maar impliciet wél. Alleen heet dat hier dus ‘ondernemerschap’, ‘verbinden’ en ‘inspireren’ - of geïnspireerd worden, zeg maar gerust: ‘gepassioneerd’, want ook dat onvermijdelijke woord echode weer van alle kanten over de tafel.

In dit jargon is de ondernemer een soort softe versie van Jezus, die de godganse dag bezig is ‘geïnspireerd’ of ‘gepassioneerd’ te raken, om vervolgens anderen te ‘inspireren’ of te ‘passioneren’, waarna hij een potje aan het ‘verbinden’ slaat, zodat uiteindelijk iedereen 'heppie' is. Dit alles doet de Ondernemer - en nu komt het - vanuit zijn ‘dienend leiderschap’. Afgelopen zondag luidde de stellige conclusie dan ook: ‘Goed leiderschap is dienend leiderschap’. Instemmend geknik en gehum alom.

Een kind weet natuurlijk dat een leider niet dient, anders was hij geen leider, het woord zegt het al. Maar op ondoorgrondelijke wijze is iedereen, van links tot rechts - ook degenen die grif afgeven op socialistische idealen - ervan overtuigd geraakt dat het een enorm pre is als je je een ‘dienend leider’ toont.

Hoed u voor de Dienende Leiders. Zeker als deze ook ‘onzichtbaar’ en ‘persoonlijk leiderschap’ betrachten, volgens ‘het nieuwe leidinggeven’, u een ‘professional’ (‘pfessional’) noemen en 'met u' 'werken aan' uw ‘persoonlijke groei’.

Geplaatst op: 06-09-2011 door Taaldokter

Zomaar

‘Dat zou zomaar kunnen’.
Populaire uitdrukking, wat merkwaardig is, gegeven de manier waarop zij meestal wordt gebruikt: als bepaling bij een conclusie van een betoog dat ontegenzeggelijk moet leiden tot juist die conclusie. En dán volgt ineens: ‘Dat zou zo maar kunnen.’

Het gaat slecht met de economie. De werkloosheid stijgt. De vooruitzichten zijn somber.
- ‘Zou ik ook mijn baan verliezen?’
- ‘Dat zou zomaar kunnen.’

Zomaar. Eigenlijk heeft het er niets mee te maken - of althans: ik heb er niets mee te maken, dat dat even duidelijk is. Maar dat je het wel weet dus.

Maar dat 'zomaar' is dus niet zomaar - het is een rechtstreeks gevolg van de genoemde verschijnselen, het is de conclusie van die argumenten, de logische slotsom.

Waarom dan deze geïnstitutionaliseerde vrijblijvendheid? Vanwege het lekker bangmakerige toontje? Omdat de spreker zich ermee kan onttrekken aan elke verantwoordelijkheid? Zomaar?

Geplaatst op: 06-09-2011 door Taaldokter

Plan van Afwachten

Plan van Aanpak. Met twee hoofdletters. Veelal 'PvA' genoemd. De Taaldokter moet de term voor het eerst hebben gehoord rond 1995, toen hij een korte carriere als ambtenaar begon. Vanaf het begin stond de term hem tegen, wat ermee te maken had dat deze voornamelijk werd gebezigd door - nou ja, Plannenmakers: om een of andere reden veelal vrouwen van communicatieafdelingen en mannen in clowneske streepjespakken, waaronder zij, merkwaardig genoeg, vaak bruine instappers droegen (Taaldokters vraag 'Ga je jagen?' werd meestal met een niet-begrijpend schouderophalen beantwoord), in elk geval niet het 'type aanpakker' bij uitstek.

Toen de pers eerder dit jaar meldde dat minister E. Schippers met een ‘Plan van Aanpak’ zou komen om de bereidheid om orgaandonor te worden te vergroten, vroeg de Taaldokter zich eens te meer af wat zo een plan nu anders maakte dan een’gewoon’ plan. Waarom was de term zo volkomen ingeburgerd geraakt, vooral in overheidsland? En waarom namen de media deze over? 

Wie ervoor verantwoordelijk is, en sinds wanneer, dat valt niet te achterhalen, maar wel staat vast dat ambtenaren en politici er iets wat per definitie enigszins ongewis is een wat concreter aura mee trachten te verlenen. Een plan, hoe goed en uitgewerkt ook, is immers niet meer dan een voornemen. Ook als het minutieus verantwoordelijkheden, begroting en planning beschrijft. Dat ‘aanpak’ is louter cosmetisch: niet meer dan een suggestie van handen uit de mouwen, kolenschoppen, doorzetten en dokwerken. Maar een 'plan van aanpak' blijft gewoon een plan - dat kan mislukken.

Het is jammer dat de pers meegaat in die kolenschoppen-framing, door die ronkende terminologie over te nemen. Ook omdat het niet zelden blijkt te gaan om een PvodRz (Plan van op de Reet zitten) of een PvAthPzootnhemoh (Plan van Afwachten tot het Probleem zichzelf oplost of tot niemand het er meer over heeft).

Geplaatst op: 02-09-2011 door Taaldokter

Grazend schoon

Een ouwetje, uit de schoonmaakbranche. Die weet wat. 'Gemotiveerd' medewerkers die elke dag 'getrained' zijn om je verwachtingen te 'overtreffen'. En dat alles in een 'opgericht bedrijf'. Kantoren worden 'allround flexiblel' 'grazend' schoongemaakt. Inclusief het weghalen van het spinnenweb. En de 'bewassing' van het 'glas'. De 'Afrikaanse kunst' moet je ook niet uitvlakken, en denk eens aan de EXTRAS - daar kun je het zelf toch niet voor doen?

 

Geplaatst op: 31-08-2011 door Taaldokter

Stappen die gezet gaan worden

In een mailtje na de verkiezingen voor de Provinciale Staten liet D66 Noord-Holland weten blij te zijn dat de partij 'weer deel uit maakt' van het bestuur in de provincie.

Volgens dit bericht waren de belangrijke punten in het coalitieakkoord 'dat er stappen gezet gaan worden tot een beter en innovatief systeem voor openbaar vervoer', 'dat de financiering anders aangepakt wordt' en dat 'de inzet voor natuur en duurzaamheid hoog blijft'. Dit akkoord zag men dan ook 'als een start van een verstandig en stabiel bestuur, dat duurzaam investeert in een beter woon-, werk- en leefklimaat'.

De Taaldokter draagt die partij een warm hart toe, maar makkelijk wordt dat hem niet gemaakt. 'Stappen' die 'gezet gaan worden' - het doet altijd denken aan lieden die 'aan de rand van de afgrond stonden' maar 'sindsdien een flinke stap voorwaarts hebben gezet'; de stappen gaan hier natuurlijk naar het onvermijdelijke 'innovatieve systeem. 'Financiering' die 'anders' wordt 'aangepakt'. De financiering van wat? En hoe anders - net zo als dat 'anders' in die 'innovatieve' leus 'D66 Anders Ja' - suggererend dat 'anders' per definitie 'beter' betekent, zonder enige specificatie? En wat te denken van die 'inzet' die 'hoog blijft' - 'We kunnen uw neus opereren maar het blijft een gok'? En dat er tot slot weer 'duurzaam' wordt 'geïnvesteerd', komt velen blijkbaar nog steeds aannemelijk en lovenswaardig voor, maar is van een onuitstaanbare vrijblijvendheid.

Juist van deze partij had de Taaldokter gehoopt dat ze minder woorden zou gebruiken om in het geheel niets te zeggen.

 

Geplaatst op: 31-08-2011 door Taaldokter

Eerste keer gratis beurt

'Niet meteen "seks" in de titel zetten, maar wel de suggestie ervan wekken', moet AVG hebben gedacht, toen het bedrijf een mailtje stuurde over de talloze voordelen van 'AVG PC TuneUp' bij het afstellen van je computersysteem, onder de kop 'Eerste keer gratis beurt'.

 

Geplaatst op: 31-08-2011 door Taaldokter

Nieuwe Overdrijving

Is dat camp, die Nieuwe Overdrijving in de horeca? Afgaande op die 'überboiler' zou je het wel gaan denken. Of is het gewoon beroepsdeformatie?

'Zijdezachte chocolade met rood fruit in de afdronk'; 'besjes, bloemig, afdronk van groene appeltjes'. Het gaat over koffie hè. 

En jaja, natuurlijk is de 'gelimiteerde oplage' 'prachtig' (zoals alle equivalenten en vergrotende en overtreffende trappen van 'mooi' enorm in zwang zijn in allerhande gaarkeukens). Maar dat die olie 'met de hand geplukt', 'door molenstenen verpletterd' en 'diversen keren gezeefd' is, daardoor vergaat je toch elke lust om te proefen... proeven.

 

Geplaatst op: 31-08-2011 door Taaldokter

Zorgen dat krijgen uitgelekt

- 'Ben je zorgen te maken over uw privé-foto's in uw album kunnen krijgen uitgelekt?'

- 'Nee, maar heb ongerust over zijn tekst in advertenties verkeerd zal worden vertaald.'

Geplaatst op: 31-08-2011 door Taaldokter

Uiteindelijk

Steeds vaker te horen: 'aan het einde van de dag' - niet in de letterlijke betekenis, maar in de zin van 'uiteindelijk', 'alles welbeschouwd'. Geleend van het Engels? Ongetwijfeld: 'at the end of the day'. Effectief? Zeker. En nog poëtischer dan wat wij gewoon waren te zeggen ook!

Geplaatst op: 30-08-2011 door Taaldokter

De taal van de omroep en de kunstsector

 

Op 26 augustus las de Taaldokter in het Amsterdamse Concertgebouw een column voor over de taal van de Nederlandse Publieke Omroep en - alweer -  de kunstsector, die hun samenwerking willen optimaliseren. Dat ook daarbij heldere taal onmisbaar is, daarvan leek de meerderheid van het illustere gezelschap toehoorders na afloop - na de onvermijdelijke aanvankelijke skepsis te hebben overwonen - wel overtuigd. 

Lees de column hier: 

Geplaatst op: 28-08-2011 door Taaldokter

Ambtenarentaal - een noodzakelijk kwaad?

De Taaldokter over de vraag of ambtenarentaal een noodzakelijk kwaad is, in Handhaving van VROM.

Geplaatst op: 27-08-2011 door Taaldokter

Nogmaals missies

De Taaldokter nogmaals over misse 'missies', nu in Handhaving van VROM.

Geplaatst op: 27-08-2011 door Taaldokter

Aftasten, acht slaan en vertrekken

De Taaldokter was er al voor gewaarschuwd: ook over de zuidgrens wordt driftig gegrossierd in kunstspeak. Het overigens prachtige gebouw van het Museum aan de Stroom (MAS) te Antwerpen huisvest een idioot eclectische collectie die zo'n beetje alles behandelt, van menselijke temperamenten tot de Antwerpse haven. Het deed denken aan museumpjes in Braziliaanse provincieplaatsen die hun exposities onveranderlijk beginnen met de oerknal, om de bezoeker vervolgens urenlang tussen kartonnen schotten door te leiden langs de wandelstokken en pijpen van oud-burgemeesters, om ze ten slotte uit te laten komen bij een panaromafoto van de omgeving die je voor de deur live kunt zien. 

Maar goed, prietpraat dus ook in Vlaanderen. Kunstenaars die hun onderwerp 'benaderen' - 'als een banaal gegeven'. Daar kun je al uren over peinzen. Dat ze daardoor 'ruimte scheppen voor reflectie' maakt het er niet helderder op. Gelukkig 'reiken' ze wel 'scherpe inzichten aan'. Hoe? Nou, bijvoorbeeld door 'met hun blik het reliëf van oppervlakken af te tasten'. Of door ergens 'acht op te slaan', of ergens van 'te vertrekken'. 

Benieuwd of ze bij het MAS ook De Standaard lezen.

Geplaatst op: 27-08-2011 door Taaldokter

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Hoog op de lijst dodelijk vermoeiende uitdrukkingen: 'maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen'. Minister E. Schippers over een kwestie die - mede door die terminologie - even saai werd als de uitdrukkking zelf: 'Alle partijen nemen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.'

Het zijn niet alleen overheden die zich graag begeven in de echoënde put van de maatschappelijke verantwoordelijkheid - bedrijven menen ook allerlei vanzelfsprekendheden in plannen en rapporten te moeten vatten in soortgelijke termen, omdat ze 'midden in de samenleving staan' (Albert Heijn) of 'een grote maatschappelijke impact willen hebben' (Deloitte). Iedereen, van ziekenhuizen tot banken, heeft een 'maatschappelijke verantwoordelijkheid'. En daar moet je goed 'handen en voeten aan geven', want 'vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard'.

Geef je wel eens iets aan een 'goed doel'? Dan neem je je 'maatschappelijke verantwoordelijkheid'. Verkoop je volkorenbrood? Idem. Houd je je aan een ISO-richtlijn? Dito. Gewoon je gezonde verstand gebruiken door slim te ondernemen heet nu 'maatschappelijk verantwoord'. Daarmee is dat net zo'n hol begrip geworden als het verwante 'duurzaamheid'. Mensen die zeggen dat ze hun 'maatschappelijke verantwoordelijkheid' nemen, doen de Taaldokter altijd denken aan Gerard Reve, die het had over zijn 'volksgezondheid'.

Geplaatst op: 27-08-2011 door Taaldokter

Woordgedrag

Eerder constateerde de Taaldokter hier dat het spreken over 'gedrag' (reis-, vlucht-, koop- of agressief) van mensen een enigszins medicaliserend effect heeft. Nu heerst in sommige kringen ook de opmerkelijke gewoonte om te spreken van 'gedragen' bij dingen en verschijnselen. Dat heeft een ander effect: personificatie. Zo hebben taalkundigen het vaak niet over een verschijnsel dat ‘voorkomt’ of ‘zich voordoet’, maar bijvoorbeeld over een werkwoord dat zich op een bepaalde manier ‘gedraagt’. 

Een willekeurige greep:

  • ‘Het werkwoord beseffen gedraagt zich dus anders dan bijvoorbeeld het werkwoord zich realiseren, dat wél een wederkerend werkwoord is.’
  • 'Het onderwerp van een onergatief werkwoord gedraagt zich precies zo als het onderwerp van het transitieve werkwoord'.
  • 'In de letterlijke betekenis 'achter iemand aan gaan' gedraagt het (overgankelijke) werkwoord volgen zich als de (onovergankelijke) werkwoorden van beweging.'
  • 'Een van de werkwoorden gedraagt zich als het hoofd van de cluster.'

Je hóórt bijna het bronzen stemgeluid van de natuurdocumentaire: ‘De bunzing gedraagt zich onwennig in zijn nieuwe omgeving...’ Die personificatie suggereert zelfstandig denkende werkwoorden, die - ongeacht wat wij willen - toch wel hun eigen gang gaan. Wat natuurlijk niet zo is; die verschijnselen komen voor omdat wij die woorden zo gebruiken. Maar door gedrag toe te schrijven aan verschijnselen die zich in het gewone taalgebruik helemaal niet kúnnen gedragen, ben je zelf minder verantwoordelijk voor dat 'gedrag'.

 

Geplaatst op: 24-08-2011 door Taaldokter

Risicofactor

'Als de risicofactor dusdanig groot is dat het kapot kan gaan, dan weet ik nog niet wat ik doe", aldus PSV-trainer F. Rutten over de hamstring van een speler, volgens NU.nl.

De risicofactor.  In plaats van 'het risico' dus. Wedden dat hij ook 'maatregelenpakketten' gebruikt voor maatregelen, 'redengeving' voor reden, 'taakstelling' voor taak, 'smaakbeleving' voor smaak, 'verwachtingspatroon' voor verwachting, 'tijdsbestek' voor tijd, 'prijsstelling' voor prijs en 'problematiek' voor probleem? 

Zie ook hier.

Geplaatst op: 24-08-2011 door Taaldokter

Toch nog wat kunstpraat

 

De Taaldokter vreest dat het niet meer ophoudt, het gebruik van de drogreden van de stroman, de politisering van het debat en - in het verlengde daarvan - de op niets gebaseerde verdachtmakerij. Need he say more? Men lijkt niet te willen lezen wat hij schreef.

 

Geplaatst op: 16-08-2011 door Taaldokter

Chemisch - eng

Deodorantfabrikant Sanex gaat er prat op een deodorant te maken zonder 'chemische ingrediënten'. Dat lijkt goed want dat klinkt eng, 'chemische ingrediënten'. Enger in elk geval dan kunstmatige stoffen, want dat lijkt Sanex eigenlijk te bedoelen. En daarmee boezemt de fabrikant de consument onterecht angst in.

Het doet denken aan de beschrijving van Sallie door Gerard Reve (in Nader tot u): 'Vrijwel haar gehele konversaatsie behelsde het bedrog en de vervalsing, die volgens haar het levensmiddelenbedrijf beheersten: boter was meestal gemengd met inferieure, minerale of zelfs "scheikundige" vetten, meel bevatte grote hoeveelheden krijt of aarde, brood zat bijna altijd vol met gemaken stro, terwijl men reeds lang bedorven vlees, door kunstmiddelen, weer een fris en bloederig uiterlijk kon geven.'

 

Geplaatst op: 16-08-2011 door Taaldokter

Kunstpraat (slot)

De Taaldokter is blij dat zijn artikelen ‘Met prietpraat verdedig je het belang van kunst niet’ en ‘Kunstwereld grossiert in holle prietpraat’ (NRC en nrc next, 9 augustus) de discussie over het taalgebruik in de kunstwereld aanwakkeren. Gezien de brede instemming (veelal van kunstenaars en kunstredacteuren zelf) werd dat hoog tijd: ‘feest der herkenning’, ‘mag ik het ophangen in mijn atelier?’, ‘vaak heb ik er een teiltje bij nodig’, ‘een verademing’, ‘gelezen met grote glimlach’, ‘hierom heb ik ooit een opleiding gestaakt’... 


Ook werd zijn vrees bevestigd, in fraaie bewoordingen: ‘Erger is dat deze zwammende club de touwtjes stevig in handen heeft en met zijn ondoordringbare jargon het publiek wil laten geloven dat kunst haar betekenis ontleent aan wat er over gezegd wordt’.

De vraag waar dit taalgebruik nu vandaan komt - op opleidingen aangeleerd onder invloed van ‘postmoderne cultuurfilosofen’? – is voer voor psycho- en sociolinguïsten. De Taaldokter werd in dat verband gewezen op het 35 jaar oude essay The painted word van Tom Wolfe (zie Wikipedia), en op vergelijkbare verschijnselen in de (pseudo)wetenschap. Interessant is ook de opmerking van een vertaler Engels-Nederlands dat ‘de Engelsen misschien nog wel erger zijn’.

Enfin, het probleem is duidelijk. Afgaande op de in beide kranten gepubliceerde reacties zou de Taaldokter echter bijna gaan denken dat zijn aanklacht net zo cryptisch was als de taal waartegen zij zich richtte. De briefschrijvers vermeden in elk geval zorgvuldig op de essentie van zijn betoog in te gaan.
De Taaldokter schreef dat de kunstwereld de indruk wekt een gebrek aan kwaliteit te verhullen, met haar wollige en opgeblazen taal. Daarom pleitte hij ervoor dat zij in begrijpelijke taal verantwoording aflegt over wat zij doet: degelijke informatie geven en keuzes beargumenteren - inderdaad zonder jargon (hoe nuttig dat intern ook moge zijn, voor het publiek werkt het niet). Iets wat heel normaal zou moeten zijn. Wil je dat niet of kun je dat niet, dan creëer je zélf afstand - en daarmee een voedingsbodem voor bezuinigingsdrift. Dat is meer een kwestie van gezond verstand dan van politieke voorkeur.

Maar o, wat ligt dat gevoelig! Het blijkt erg lastig te zijn om politieke overtuiging en opvattingen over subsidies buiten het debat te laten. Kritiek op de taal van de kunstwereld wordt geïnterpreteerd als kritiek op kunstenaars of het begrip kunst zelf. Zij zou generaliserend zijn en niet op feiten berusten. Welnu: de voorbeelden betroffen bestaande teksten over beeldende kunst, omdat juist die sector relatief zwaar wordt getroffen door bezuinigingen - toeval of niet. En dat zes van de tien Nederlanders achter de cultuurbezuinigingen staan, blijkt uit onderzoek (van Maurice de Hond; NRC, 3 juli).

De een meent dat de Taaldokter die wartaal wijt aan de kunstenaars zelf; hij klaagde echter juist degenen aan die verantwoordelijk zijn voor die vage bijschriften, brochures en websteksten. En waar komt de wetenschap vandaan dat de meeste beeldend kunstenaars dyslectisch zijn? Is daar onderzoek naar gedaan? Trouwens, al wás dat het geval: dat is hoogstens een excuus voor lees- en spelproblemen - niet voor bewust opgeblazen wartaal en gebrekkige argumentatie.
De ander schrijft: ‘Maar al te graag steunen dit soort figuren de bezuinigingen op kunst van dit minderheidskabinet’. Hoe hij dat uit het betoog van de Taaldokter heeft kunnen halen is een raadsel – het is in elk geval een creatief staaltje exegese: een verklaring van de bezuinigingsdrift interpreteren als een pleidooi voor bezuinigingen. En nota bene een collega-taaladviseur suggereert dat de Taaldokter pleit voor een soort Henk-en-Ingrid-taaltje in de kunstsector omdat die ‘te moeilijk’ zou schrijven.
De drogreden van de stroman, heet dat soort verwijten in de retorica: een karikatuur maken van het standpunt van je opponent. De Taaldokter riep niet op tot het gebruik van tienwoordenzinnen en éénlettergrepige woorden, maar schreef dat de kunstwereld zichzelf met wartaal tekort doet – en een goed verstaander had daaruit kunnen opmaken dat hij die wereld een warm hart toedraagt.
 
Natuurlijk draagt achtergrondkennis bij aan begrip en waardering voor kunst. Maar ‘kunstspeak’, die werk van kunstenaars ‘contextualiseert’, zoals dat wordt genoemd, werkt averechts. Dat vindt de Taaldokter niet omdat hij gebrek aan kennis tot norm verheft, of omdat kunst uit hapklare brokken populaire eenheidsworst zou moeten bestaan. Nee: juist omdát hij informatie wil – maar dan wel graag wel in gewonemensentaal. Die teksten zijn namelijk niet bedoeld voor kunstenaars of curatoren, maar voor het publiek. Eigenlijk een kwestie van – excusez le mot – respect.
 
Zouden de briefschrijvers liever iets anders hebben gelezen? Net als de gewraakte teksten roepen hun reacties de vraag op: slordigheid of moedwil? De Taaldokter gaat er maar vanuit dat het onnadenkendheid en onnauwkeurig lezen was. Vaststaat dat de wens ‘kunstenaars moeten nog veel onbegrijpelijker worden’ niet alleen tamelijk kinderachtig is, maar vooral een waarschuwing mag zijn voor de vaagschrijvers in de kunstsector: with friends like these, you don’t need enemies.
Geplaatst op: 16-08-2011 door Taaldokter

Reacties kunstpraat

De stukjes van de Taaldokter over kunstprietpraat in de NRC en de nrc next roepen nogal wat reacties op. Hieronder staan er enkele.

 

.

nrc next 1                                  nrc next 2                                NRC

Geplaatst op: 16-08-2011 door Taaldokter

Over 'het spijbelen van kinderen' en 'oorlogse bewegingen'

 

Volgens het Parool gaat de gemeente Amstelveen 'het spijbelen van kinderen' aanpakken. Door verbodsborden waarop staat: 'Het is verboden kinderen te spijbelen'?Want die associatie met overgankelijke werkwoorden maakt de formulering wat vreemd: 'het spijbelen van kinderen' als 'het stelen van fruit'. 

Ook als je die gedachtegang niet hebt, is het een merkwaardige constructie - door de nadrukkelijke implicatie dat in Amstelveen ook regelmatig wordt gespijbeld door andere bevolkingsgroepen ('Wethouder: "Het moet afgelopen zijn met het spijbelen van senioren"'). Gewoon 'het spijbelen' was dus ruimschoots voldoende geweest.

Gelukkig volgt nog dat fraaie 'oorlogse bewegingen'. 'Vooroorlogs' en 'naoorlogs' zijn heel gebruikelijk, maar 'oorlogs' niet. Dat kennen we alleen in samenstellingen: 'oorlogswinter', 'oorlogspaard'. Toch zou het best een effectief woord kunnen zijn in de betekenis 'zich afspelend tijdens de oorlog' - verwijzend naar de oorlogsperiode dus. Maar hier wordt het gebruikt in de betekenis van 'zoals tijdens een oorlog', of 'behorend bij een oorlog'. En daarvoor gebruiken we gewoonlijk de samenstelling 'oorlogsbewegingen'.

Geplaatst op: 10-08-2011 door Taaldokter

Leefbaarheid gaat ergens over

Leefbaarheid. Toen de Taaldokter het woord voor de eerste keer hoorde – het zal zo’n vijftien jaar geleden geweest zijn – vond het hij bijna net zo’n vaag begrip als ‘duurzaamheid’. En dat is er eigenlijk niet beter op geworden.

Volgens de driejaarlijkse leefbaarheidsbarometer van het ministerie van Binnenlandse Zaken staat ‘de leefbaarheid van wijken en buurten’ ‘hoog op de beleidsagenda’. Leefbaarheid zou ‘aangeven’ hoe bewoners hun leefomgeving ervaren: ‘Leefbaarheid gaat over hoe mensen de samenstelling van de bevolking in hun buurt waarderen, over hoe veilig men de buurt vindt, over hoeveel overlast en hinder men ervaart, over de kwaliteit van de woningvoorraad, over voorzieningen in de buurt en over de kwaliteit van de publieke ruimte’.

Definities met ‘gaat over’ zijn nooit de meest nauwkeurige. Boeken of films ‘gaan’ in meerdere of mindere mate ‘ergens over’, muziek al minder, maar iets als ‘leefbaarheid’?
- Waar gaat de leefbaarheid bij jullie over?
- Nou, vorige week ging de leefbaarheid nog over de veiligheid, maar deze week over de voorzieningen.
Onzin, natuurlijk. Leefbaarheid is iets. Of niet, natuurlijk.

Volgens de definitie van het Ministerie ‘gaat’ leefbaarheid’ eigenlijk overal ‘over’. Over de buurt, eigenlijk. Of over de wijk natuurlijk. Vraag mensen hoe tevreden ze zijn met hun omgeving en je krijgt dezelfde antwoorden als wanneer je vraagt naar ‘leefbaarheid’. Het suggestieve van vragen naar leefbaarheid is dat het ook de mogelijkheid van het tegenovergestelde impliceert: ‘onleefbaarheid’. Daar zit een zekere tijdgebonden overdrijving achter. Mensen zijn nogal snel geneigd 'situaties’ ‘onleefbaar’ te noemen als op een hoek drie jongens rond een brommer staan.

Maar het raarste van het woord is wel dat het die ‘buurten’ en ‘wijken’ tot net zulke objecten degradeert als ‘eetbaar’ doet met ‘appel’.

Leefbaarheid. Eigenlijk gaat het nergens over.

Geplaatst op: 10-08-2011 door Taaldokter

Letterlijk

Het gebruik van het woord 'letterlijk' als een soort algemeen versterkend bijvoeglijk naamwoord is een bekend fenomeen. Een beetje zoals 'echt'. 

Nu hoorde de Taaldokter iemand zeggen: 'Zo kan ik letterlijk mezelf zijn.' Hoe zou zo iemand het verschil tussen 'letterlijk' en 'figuurlijk' beschrijven? 

En volgens omroep TROS vielen er, 'ook letterlijk, slachtoffers over Murdoch'. Struikelpartij over gestrekte mediamagnaat?

Enfin, de stapel letter-lijken is onafzienbaar.

Geplaatst op: 10-08-2011 door Taaldokter

Dagelijks dodelijk

De Taaldokter drukte op de informatieknop van de afstandsbediening tijdens het programma RTL Boulevard en verlas zich deerlijk: stond daar werkelijk 'een dodelijke mix van actualiteiten, vermaak en opinies'? Wat een superieure zelfironie! Een tweede blik leerde dat het ging om een 'dagelijkse mix'. Veelzeggende verlezing.

Geplaatst op: 10-08-2011 door Taaldokter

Koffietafelschrijver

Gehoord: iemand die wilde refereren aan Nescio: '... kom, hoe heette die ook al weer... Nescafé?'

Geplaatst op: 10-08-2011 door Taaldokter

Serieus op tafel liggen

Snelprater W. Vermeend bij Knevel en Van den Brink op de vraag of het plan om een eurozone te beginnen met de Benelux, Frankrijk en Duitsland een 'serieuze optie' was: 'Dat was een optie die serieus op tafel heeft gelegen.'

Het betekent gewoon 'ja', maar in bepaalde kringen - niet de beste - zegt men van opties graag dat ze 'op tafel liggen' - en zelfs 'serieus op tafel liggen'. Dit zijn dezelfde kringen waarin men 'om de tafel schuift' als er moet worden overlegd.

Geplaatst op: 10-08-2011 door Taaldokter

Prietpraat 2

 

En ook vanavond in de NRC over kunstbullshit. Klik hier voor een pdf.

Geplaatst op: 09-08-2011 door Taaldokter

Prietpraat kunstwereld

 

De Taaldokter vandaag in nrc next over kunstbullshit. Klik hier voor een pdf.

Geplaatst op: 09-08-2011 door Taaldokter

Stijliconen, dieetgoeroes en lingeriekoninginnen

En weer hoorde de Taaldokter een voorbeeld van de klakkeloze wijze waarop sommige media de schaamteloos zelfpromotende terminologie overnemen van tweederangs acteurs, huppelzangeresjes, quasi-wetenschappers en handige zakenlui. Na de 'soapster', het 'stijlicoon' en de 'dieetgoeroe' kwam nu M. Dekkers langs als 'lingeriekoningin', waarmee de term 'begripsinflatie' weer een extra dimensie kreeg.

Geplaatst op: 06-08-2011 door Taaldokter

Iets. Over de dader. Die erachter zit.

Kort na de eerste aanslag in Noorwegen wist een van de vele inderhaast opgetrommelde Deskundigen op de Nederlandse televisie de volgende (on)zin te produceren:

'Het zegt wel iets, niet alles, maar wel iets, over een mogelijke dader die erachter zit als het gaat om professionaliteit.'

Ja, je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.

'Iets'. 
Wat dan?
'Nou, iets. Niet alles. Maar wel iets.'
Over de dader?
'Nee: over een mogelijke dader hè.'
Een mogelijke dader?
'Ja, die erachter zit dus.'
Maar wat zegt dat dan?
'Nou, dat zei ik al: iets.'
Iets?
'Ja, als het gaat om professionaliteit.'

Kortom: het was een grote bom, en dus zou de dader wel eens 'professioneel' kunnen zijn.

Zie ook: het heeft er alles mee te maken.

Geplaatst op: 04-08-2011 door Taaldokter

Kennelpereet. Hoe leuk.

Amsterdams stadsomroep AT5 over de verslaggeving over de jaarlijkse 'Canal parade' (merkwaardig genoeg consequent uitgesproken als 'kennelpereet'):

'...en dan krijgt u er ook nog eens commentaar bij van niemand minder dan Cornald Maas. Hoe leuk is dat.' Zonder vraagteken.

Daarmee is 'Hoe leuk is dat' definitief doorgedrongen tot het media-idioom - niet als vraag, maar als stelling. Hoe irritant is dat.

Geplaatst op: 04-08-2011 door Taaldokter

Ontlezing

Meisje op de vraag hoe vaak ze een boek leest: 'Ehh... niet vaak... Ik weet niet precies hoe vaak niet.'

Geplaatst op: 04-08-2011 door Taaldokter

Verscholen - verschuild

De ontwikkeling van sterke naar zwakke vervoeging van werkwoorden is goed zichtbaar in de berichtgeving over oorlogsmisdadigers, die zich steeds minder vaak 'verscholen' of 'hebben verscholen', en steeds frequenter 'verschuilden' of 'hebben verschuild'. 'Mladic zou zich in bunkers hebben verschuild'.

Geplaatst op: 04-08-2011 door Taaldokter

Zoals plaatsgevonden

Fraai voorbeeld van juridisch correct en interessant klinkende overbodige woorden: 'Meneer zus-en-zo, laten we het eens hebben over de operatie zoals die heeft plaatsgevonden.' (interviewer J. Pauw)

Van 'training', 'besluitvorming' en 'samenwerking' tot 'geschiedenis' en 'Holocaust': er wordt aan gerefereerd 'zoals ze hebben plaatsgevonden'. Dat u zich realiseert dat het niet om de operatie gaat 'zoals die niet heeft plaatsgevonden', of 'had kunnen plaatsvinden', of om een geheel andere operatie. 

Vertroebelende onzin, is de mening zoals de Taaldokter zich die heeft gevormd.

Geplaatst op: 04-08-2011 door Taaldokter

Vaagtaal roept kritiek over kunstwereld af

Gezien de traditie van vage taal in de kunstwereld is het niet verwonderlijk dat zij er bij het publiek zo bekaaid vanaf komt. En dat is misschien wel terecht, want die taal lijkt bewust te worden ingezet om een gebrek aan kwaliteit te verhullen.

De weinig eloquente wijze waarop de kunstsector zich verweert tegen bezuinigingen wortelt in een traditie van in zichzelf gekeerd, vaag taalgebruik. Natuurlijk, het is lastiger de waarde van abstracte ‘objecten’ duidelijk te maken, dan van meer ‘blauw op straat’ of ‘handen aan het bed’. Maar de kunstwereld maakt het haar opponenten wel erg gemakkelijk. Zij lijkt geen heldere taal te wíllen spreken.

Neem de bijschriften en brochures in musea en galeries. Waar je als bezoeker begrijpelijke informatie en enige mate van objectiviteit verwacht, tref je in het beste geval een hermetisch proza, en in het ergste geval opgeblazen nonsens waar ook na noeste close reading geen chocola van valt te maken.

De sector grossiert in clichés, open deuren, Grote Woorden en interessante adjectieven. Ideetjes heten 'paradigma's' of ‘concepten’, veranderingen 'transformaties', gebruiksvoorwerpen ‘archetypen’ en smaakverandering ‘esthetische modelwisselingen’. 'Beelden' zijn 'iconisch' en hebben onveranderlijk ‘een sterke dynamiek’. Een allegaartje aan werken is ‘een veelheid aan uitingsvormen’. Staan en hangen objecten kriskras door de zaal? Dan is er ‘een ongebruikelijke relatie met de tentoonstellingsruimte’. Pleegt een kunstenaar plagiaat? Dan ‘omvat het oeuvre ook toegeëigende werken’.

In dit idioom is nietszeggendheid verheven tot norm. De kunstenaar is ‘geboeid’, ‘gefascineerd’ en bij voorkeur ‘gepassioneerd’ door ‘spanningsvelden’, ‘contrasten’ of ‘kwaliteiten’, die hij vervolgens ‘onderzoekt’ en waarmee hij ‘aan de slag gaat’. Werken die zo ontstaan zijn 'vehikels' met als belangrijkste eigenschap dat zij ‘reflecteren op’ of ‘refereren aan’. Bijvoorbeeld aan ‘symbolische associaties’, ‘culturele waarden’ en ‘verhaalstructuren’. Ook ‘spelen’ zij met ‘verwachtingspatronen' of ‘illusie en realiteit’. Zij ‘stellen vragen’, ‘vertellen verhalen’ en ‘doen voorstellen’. Deze werken hangen of staan dan ook niet gewoon, nee: ze ‘verhouden zich tot de ruimte’, of ‘verwijzen’ naar iets daarbuiten – maar in het ideale geval ‘naar zichzelf’.

Daarnaast is het uiterst belangrijk dat ‘het traditionele museumdecorum wordt verstoord’, of dat er - al dan niet ‘systematisch’ - wordt ‘bekritiseerd’, ‘ontregeld’, ‘becommentarieerd’, ‘aan de kaak gesteld’ of ‘blootgelegd’. ‘Stereotiepen en clichés’ bijvoorbeeld, of 'de overdaad en gulzigheid van de consumptiecultuur'. De 'voyeuristische verwachtingen van de kijker' doet het ook altijd goed.

Dit resulteert in teksten van een nachtmerrieachtige abstractie. Wat moeten we ons voorstellen bij werken die zijn ‘bevrijd van hun vierkante vorm’, ‘abstracte lijnen en geometrische vlakken’ die ‘een dialoog aangaan binnen de totaalvorm’, werken die ‘reflecteren op context, institutionele kadering, productie en receptie van kunst’, en kunstenaars die ‘de representatie van identiteit in de massamedia benaderen op zowel ethische, politieke, maatschappelijke, esthetische als epistemologische wijze’? Hoe serieus nemen we de kunstenares die parelkettingen bewerkt uit ‘diepe behoefte die zodanig aan te tasten dat andere eigenschappen dan de volmaaktheid ervan zichtbaar worden’?

Mag het een onsje minder? Het terminologische spervuur suggereert diepgang en degelijkheid, maar is zo betekenisloos dat het volslagen gratuit wordt. ‘Verwijzen’ en ‘ontregelen’ op zichzelf vormen geen garantie voor kwaliteit. En het aplomb waarmee wordt vermeld dat werken ‘belangrijk’ zijn – of, nog raadselachtiger, ‘urgent’ - getuigt vooral van onvermogen tot zelfreflectie en een wereldvreemde arrogantie. Dat is niet alleen potsierlijk; met deze esoterische wartaal wekt de kunstsector de indruk zich te willen onttrekken aan kritiek en eigenlijk een gebrek aan kwaliteit te verhullen. Geen wonder dat een meerderheid van de Nederlanders achter de bezuinigingen staat; wie niet al het gevoel had te kijken naar de kleren van de keizer, krijgt het wel door de holle prietpraat uit het humbug-lexicon.

Daarmee bewijst de branche zichzelf een slechte dienst - want de kwaliteit van de tekst zegt niets over de kwaliteit van de kunst. Toom die pretenties dus wat in, geef informatie in gewonemensentaal, en motiveer waarom iets goed bedacht of knap gemaakt is. Of zwijg; een mens wil ook wel eens gewoon een mooie expositie met werk van goede kunstenaars. En maakt dan zelf wel uit of het gaat om ‘urgente werken die spelen met zijn verwachtingspatroon’.

Denkt u dat het nu eenmaal zo hoort? Houd dan de kunstbullshitdetector bij de hand. En wees op uw hoede als het programmaboekje, het bijschrift of de recensie meer dan twee kunstbullshittermen bevat.

Geplaatst op: 04-08-2011 door Taaldokter

Voor de rechter slepen

 

Waar komt die hysterische woordkeus van de pers toch vandaan, de laatste jaren? Meningsverschillen zijn 'slaande ruzie', mensen zijn het niet oneens maar zijn 'woedend' - en dan 'slepen' ze elkaar 'voor de rechter'. En in het zinnetje daaronder leest de lekkergemaakte lezer - stripachtige visoenen van spartelende boeven die aan de haren de trappen van het gerechtsgebouw worden opgesleurd - wat dat betekent.

Geplaatst op: 28-07-2011 door Taaldokter

Vast leggen

De Taaldokter kreeg een mailtje van iemand die een afspraak wilde 'vast leggen' en werd verrast door de rijkdom aan interpretatiemogelijkheden door die ene spatie: 'vast' een 'afspraak leggen', een 'vaste afspraak' 'leggen', een afspraak 'vast' 'leggen' - of toch gewoon een 'afspraak vastleggen'?

Geplaatst op: 27-07-2011 door Taaldokter

Vriendelijk verzoek

 

Mededelingen die beginnen met 'Vriendelijk verzoek' moeten worden gewantrouwd. Al helemaal als ze worden gevolgd door een of meer uitroeptekens, wat de Taaldokter ook wel eens heeft gezien, maar ook daarzonder; meestal is het verzoek helemaal niet zo vriendelijk, en vaak is niet duidelijk wat het eigenlijk inhoudt, zoals in dit geval.

Los van de onbeholpen stijl (steeds maar weer dat 'aanbrengen' van 'het glasvezel') en de gedateerde woordkeus ('schrijven', 'jl.', 'daar', 'desbetreffende', 'gelegen', 'gesitueerd', 'separate') is het 'verzoek' wel erg abstract: huurders wordt alleen gevraagd 'medewerking te verlenen'. 

Eigenlijk staat er niets anders dan: 'Als u gratis glasvezel wilt, kan dat snel worden geregeld, maar u moet natuurlijk wel thuis zijn als de monteur langskomt.'

Niet duidelijk wordt echter wanneer dat is, en evenmin wat het verschil is tussen meterkasten 'op de desbetreffende etages' en 'in het appartement', en al helemaal niet wat het door dat 'dus' geïmpliceerde causale verband is tussen 'meterkasten op de desbetreffende etages' en het alleen maar hoeven openmaken van de meterkast.

Dat bijna hardop gezuchte 'moeten' in de laatste zin maakt duidelijk dat Jacobus Recourt eigenlijk vindt dat hij structureel wordt tegengewerkt door verwende huurders terwijl hij die hij uit de goedheid van zijn hart een gunst verleent. Vervelend briefje, ook al noem je het 'vriendelijk verzoek' - terwijl het zo makkelijk beter kan.

Geplaatst op: 27-07-2011 door Taaldokter

In de bus

 

De Taaldokter zag in de bus tot zijn verbazing dat de geplande aankomsttijd 14.60 uur was. Zou er op 37 juli een geheel nieuwe dienstregeling zijn ingegaan?

Prompt schoot hem de poëtische aankondiging in herinnering van een nieuw activiteitenschema in een bejaardentehuis: 'De tijden zijn veranderd. U krijgt daar nog bericht over.'

Geplaatst op: 27-07-2011 door Taaldokter

Uitnutten

Gevalletje Voorvoegselverwildering. Kijk voor meer onder Ziektebeelden bij Voorvoegselverwildering.

Vraag op LinkedIn: 'Welke LinkedIn expert wil Deli XL helpen met een down to earth workshop over het zakelijk inzetten en uitnutten van LinkedIn?' Uitnutten. Je denkt aan een grap, maar het is serieus bedoeld. Kwestie van smaak, want de term kan best 'nuttig' zijn in de betekenis: 'volledig, optimaal benutten'. Zo zou de Taaldokter het dan ook gewoon noemen. Want 'uitnutten', kom nou toch! Die schraperige, voor-een-dubbeltje-op-de-eerste-rang-connotatie ook - hij zag de workshoptitel al voor zich: 'LinkedIn: nu gratis geheel uitgenut!'

Geplaatst op: 21-07-2011 door Taaldokter

Over opgegroeid uitwijken en uitgekookt lobben

De Taaldokter wisselde van gedachten met iemand die de beknopte bijzinnen in 'In Amsterdam opgegroeid, week X vervolgens uit naar Rotterdam' en 'Laat in Den Haag gearriveerd kon de schrijver geen hotelkamer meer vinden' ongrammaticaal noemde. 'Ontdaan van zijn kleding lag de gewonde op de brancard' en 'Uitgekookt lobte de spits de bal over de keeper' vond hij echter wel acceptabel.

De Taaldokter deelde de bezwaren niet, maar zag ook dat er iets raars aan de hand was met de tijd in die eerste twee zinnen. Maar dat had misschien meer te maken met logica dan met grammatica. 

Er werd vanuit gegaan dat het ging om bepalingen van gesteldheid, ook wel 'dubbelverbonden bepalingen' genoemd. De ANS zegt daarover: 'deze duidt een gesteldheid van het onderwerp [...] aan die zich voordoet tijdens de door het gezegde uitgedrukte werking. Tussen gesteldheid en werking bestaat geen inherent verband.'

Nou, dat gold duidelijk voor ‘uitgekookt' (een uitgenaste speler én een slim lobje) en voor ‘ontdaan van zijn kleding’ (een naakte gewonde die naakt ligt). Maar ‘deden’ ook ‘opgegroeid zijn’ en ‘gearriveerd zijn’ zich ‘voor’ tijdens de ‘door het gezegde uitgedrukte werking’? Mwah: ze beschreven eerder een ‘permanente gesteldheid’ of een proces dat achter de rug was. Je bleef niet opgegroeid en gearriveerd zijn. Enfin: er hoefde blijkbaar dus geen ‘inherent verband’ te zijn tussen 'gesteldheid' en 'werking'.

Volgens de Taaldokter was het probleem dat ‘opgegroeid in Amsterdam’ helemaal niet relevant was voor ‘week hij vervolgens uit naar Rotterdam’ (behalve dat het een soort tegenstelling uitdrukte). Anders dan ‘uitgekookt lobben' was ‘opgegroeid uitwijken’ onlogisch - maar daarom nog niet ‘ongrammaticaal’. Net zoals het bekende ‘kleurloze groene ideeën slapen woedend’ eigenlijk.

En als je dat logische verband nu eens sterker maakte? ‘Opgegroeid in Amsterdam, kende X de stad als zijn broekzak’. Dat vond de ander nog steeds niet acceptabel. Hij bleef dan zoeken naar parafrases: 'nadat hij was opgegroeid', ‘opgegroeid zijnde’ – die de Taaldokter nogal gewrocht voorkwamen. Zinnetjes waarin de bijzin was verplaats naar de positie meteen na het onderwerp vond hij opvallend genoeg wél acceptabel ('De schrijver, laat in Den Haag gearriveerd, kon geen hotelkamer meer vinden') – maar dan was het volgens hem een bijstelling en geen bepaling van gesteldheid meer, wat de Taaldokter weer betwijfelde. 

Het aardige van zulke discussies, hoe je die verschijnselen ook wenst te benoemen: au fond is het soms gewoon een kwestie van smaak - of zoiets ongearticuleerds als 'taalgevoel'. En zoals bekend kun je daar uitstekend over twisten - maar op een gegeven moment ben je uitgeluld.
 
Overigens meende de ander dat dergelijke zinnen steeds frequenter voorkomen, onder invloed van de Engelse zogeheten present perfect continous: 'Having grown up in Amsterdam', 'Having arrived late in town'. Iets vergelijkbaars zou de oorzaak zijn van weglating van het voorlopig voorzetselvoorwerp ('Ik ben benieuwd of ze komt' in plaats van 'Ik ben er benieuwd naar of ze komt'). Maar ja, ook daarmee had de Taaldokter geen probleem. Bewijs voor dergelijke veronderstellingen is natuurlijk welkom.
Geplaatst op: 20-07-2011 door Taaldokter

Haat

Gehoord: de ultieme postume haatverklaring: 'Unfortunately, he died before I could kill him'.

Geplaatst op: 20-07-2011 door Taaldokter

Belletjetrekken

Daar werden klokkenluiders, die het uit hoofde van hun functie al niet gemakkelijk hebben, even lelijk gedegradeerd in het NOS-journaal: 'Klokkenkluiders trekken aan de bel'. Je hoort er toch van op: ze waarschuwen niet, ze 'luiden' niet eens 'de noodklok' - het zijn gewoon ordinaire belletjetrekkers...

'Pling plong.'
'Wat was dat?'
'O niets, weer zo'n klokkenluider.'

Geplaatst op: 20-07-2011 door Taaldokter

Losmaken, wegdraaien, schieten

Tot de meest opmerkelijke verschijnselen in het voetballexicon horen infinitiefconstructies in allerlei soorten en maten:

  • 'Sneijder, losmaken van Brama... en dan 't schot!'
  • 'George, aannemen, en... HET SCHIETEN OVERLATEN AAN MULENGA!'
  • ‘Afjagen door Davids.’
  • ‘Jansen, die kan dat, die kan dat... maar nét eventjes te lang wachten...’
  • 'Zomaar inleveren van Bak-Nielsen'.
  • ‘Akpala... koppen!’
  • ‘Snel ingooien door Robben.’
  • 'Duwen ten opzichte van Braafheid'
  • ‘Van Bommel... Zoeken naar afspeelmogelijkheden’.

Vaak heeft de constructie een vast stramien met twee variabelen - de namen van spelers:

  • ‘[naam] hard inspelen op [naam]’
  • ‘[naam] uit de rug komen van [naam]’
  • ‘[naam] bal meegeven aan [naam]’
  • ‘[naam] opendraaien naar [naam]’
  • ‘[naam] zoeken naar [naam] (of ‘het linkerbeen’’
  • ‘[naam] wegdraaien van [naam]’
  • ‘[naam] breedleggen op [naam]’
  • ‘[naam] afgeven aan [naam]’
  • ‘[naam] inleveren bij [naam]’

Bij vergelijkbare mededelingen verwacht je gewoonlijk een tegenwoordige (of desnoods verleden) tijd, maar – zoals wel vaker – gelden ‘in de voetballerij’ andere wetten.

Deze vormen komen ongetwijfeld voort uit tijdnood van de commentator. Voor adequaat commentaar is wat er gebeurt veelal belangrijker dan wie het doet. En ‘Sneijder, losmaken van...’ is nu eenmaal beknopter dan ‘Sneijder, maakt zich los van...’ of ‘Sneijder, heeft zich losgemaakt van...’

Het effect is tweeledig. De constructies leggen de focus inderdaad op de actie. Vooraf of na afloop worden de namen van de betrokkenen ‘ingevuld’, als een soort regieaanwijzing. Tegelijkertijd ontstaat een soort ‘meelevend proza’: het zijn geen ‘externe’ aanmoedigingen of imperatieven, maar de commentator kruipt als het ware in het hoofd van de speler en maakt de kijker van daaruit deelgenoot van zijn bevindingen (‘Snel! Hard inspelen op die-en-die!’).

Bij deze al dan niet bewuste keuzes van de commentator zullen ook klank en ritme een rol spelen. Vandaar dat ook in zinnetjes met een minder ‘urgente’ handeling soms die infinitief opduikt ('Duwen ten opzichte van Braafheid', ‘Van Bommel... Zoeken naar afspeelmogelijkheden’) – maar dat is een kwestie van smaak. En natuurlijk wordt zo’n constructie op een gegeven moment productief, en kunnen steeds meer zinnetjes op vergelijkbare wijze worden gevormd.

Dit kan ook een verklaring zijn voor de passieve infinitiefconstructie die hier werd besproken door de Taalprof: 'Bal laten lopen door Mandzjoek'. Best mogelijk dat de commentator van dienst redeneerde: als ‘Afjagen door Davids’, 'Zomaar inleveren van Bak-Nielsen' en ‘Snel ingooien door Robben’ mogelijk zijn, dan kan 'Bal laten lopen door Mandzjoek' ook. In zulke zinnetjes zijn ‘het afjagen’, ‘het inleveren’, ‘het ingooien’ en ‘het laten lopen’ belangrijker dan degene die dat doet.

Dat roept de vraag op of die infinitieven zijn gesubstantiveerd. Zijn het ‘foutjes’, of iets heel anders? En: zijn dit unieke vormen, voorbehouden aan de (voetbal)verslaggeving, of komen ze ook daarbuiten voor? En hoe kun je dergelijke zinnetjes ontleden? 

Hoe dan ook, ze zijn net zo begrijpelijk als het prachtig poëtische, beknopte voetbaljargon dat helemaal geen werkwoorden nodig heeft:
‘Ruiz... Ruiz...! Maar: Gomes...’
'Goal? Nee: Van der Sar.'

Geplaatst op: 18-07-2011 door Taaldokter

Behoorlijk veel

Hier schreef de Taaldokter al eerder over uitdrukkingen als 'Ik kan me er wel iets bij voorstellen', ‘Dat heeft alles te maken met...’ en ‘Dat zegt veel over jou’. 

Hij merkte toen op dat het een beetje flauw is om te reageren op de letterlijke betekenis door te vragen ‘Wat dan?’, omdat je dan voorbijgaat aan de min of meer gestandaardiseerde, overdrachtelijke betekenis. 

Maar dat de interviewer dat niet deed toen de voetbalbroertjes S. en L. de Jong op zijn vraag 'Wat hebben jullie met tafeltennis?' slechts antwoordden: 'Nou, behoorlijk veel toch wel denk ik' - daar stond hij toch van te kijken. Maar dat komt misschien omdat hij behoorlijk veel met taal heeft.

Geplaatst op: 15-07-2011 door Taaldokter

Misse missies

In navolging van het bedrijfsleven formuleren overheden ‘missies’. In plechtige mission statements worden hogere doelstellingen en motto’s vastgelegd. Vaak in combinatie met een ‘visie’, ‘strategie’, ‘kernwaarden’ en ‘ambitieniveaus’.

Het staat sjiek op websites en in jaarverslagen, maar moet vooral de betrokkenheid vergroten – van zowel medewerkers als ‘klanten’. Het woord roept wat ongelukkige associaties op: met de kerkelijke zending - de oorspronkelijke betekenis - maar ook met militaire operaties: heel concrete missies. De meeste overheidsmissies zijn echter vooral vaag: ‘iets waar we hard aan zullen trekken om het te worden, iets dat ons dient als een soort kompas’, aldus de gemeente Heemskerk. Het lijkt een doel, maar dan van het soort dat niet echt hoeft te worden bereikt.

Die ‘missies’ van overheden zijn zonder uitzondering clichés, ze klinken nogal opschepperig, ze zijn uiterst vaag, volkomen gratuit en vaak veel te lang. Daarmee schieten ze hun doel voorbij. Overheden die ze desondanks blijven presenteren kunnen daarom niet genoeg worden gewantrouwd.

Ronkende clichés
Veel van die missies trappen in ronkende taal open deuren in en presenteren uitgekauwde gemeenplaatsen met veel aplomb.
‘De Gemeente Bussum is een gemeente met een aantoonbare maatschappelijke werking die een hoogwaardige kwaliteit van dienstverlening levert’.
Schijndel: ‘Samen met onze partners werken wij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving.’
‘Doetinchem wil vraaggericht werken. Ook wil de gemeente stuurbaar zijn.’
Gouda: ‘Samen gaan we voor resultaat in onze stad!’
‘Scherpenzeel is een mooi dorp met een gemeentelijke organisatie, die dichtbij en toegankelijk is.’
‘Samen klantgericht succesvol ondernemen’ (Gorinchem).

Stellige opschepperij
De schrijvers worden niet gehinderd door valse bescheidenheid over de eigen kwaliteiten.
‘De gemeente Steenwijkerland is een ambitieuze organisatie die meedenkt, transparant werkt, betrouwbaar en flexibel is en waar wij trots op zijn’.
‘De gemeente Zwolle is een professionele, betrouwbare en ambitieuze overheid.’
Culemborg: ‘Wij werken deskundig en met verantwoordelijkheidsgevoel voor bestuur en samenleving.’
En de Rijksoverheid werkt ‘met hart voor de publieke zaak, integer en met kennis van zaken’.

Die stelligheid is merkwaardig. Het zou getuigen van een aangename realiteitszin om te schrijven dat je dit alles graag wilt – en laat anderen dan maar laten bepalen of dat lukt.

Ambtelijke vaagheid
Tegelijkertijd zijn veel missies uiterst raadselachtig, of ze nu formeel of populair zijn geformuleerd: ‘De gemeente Wierden is een zelfstandige overheidsorganisatie’ die ‘een hoogwaardig pakket diensten en producten levert’, ‘binnen de gestelde wettelijke en politieke kaders.’ Sommige missies zijn zo op zichzelf gericht dat het lijkt of ze uit een identiteitscrisis voortkomen: ‘De gemeente Schijndel is een lerende organisatie’, en die ‘daagt je uit om jezelf als lerende medewerker op te stellen.’

Vrijblijvende onzin
Ook als de nadruk - slimmer natuurlijk - op de burgers wordt gelegd, blijft het vaak bij vrijblijvende wensbeelden: ‘De dynamische stad en het te koesteren landelijk gebied versterken elkaar en bieden inwoners de benodigde voorzieningen’ (Zevenaar). ‘In Amsterdam is het nu en in de toekomst goed wonen en werken’. Rotterdam ‘werkt aan een stad die durft!’ en wil ‘resultaat boeken met alles wat we ondernemen.’ Maar wat is een stad die durft? En wát durft die dan precies? En wie wil er eigenlijk geen resultaat boeken?

Lange lappen
Een effectieve missie is een aansprekende oneliner die ook nog inhoud heeft. Voor overheden, met hun vele taken en rollen, is dat eigenlijk onmogelijk. Wie tien collega’s vraagt in twintig woorden hun core business te formuleren, krijgt geen twee dezelfde beschrijvingen.

Zo heeft Gorinchem maar liefst 800 woorden nodig. Dat komt ook omdat zij alledaagse begrippen meent te moeten definiëren: ‘”samen” geeft aan dat de organisatie (of de onderdelen daarvan) niet op zichzelf staat, noch wil staan, maar samen met anderen wil opereren ten gunste van de stad.’ Vermoedt de gemeente dat lezers het woord ‘samen’ niet kennen? En Amsterdam gebruikt zo’n 160 woorden om uiteindelijk uit te komen bij: ‘We willen dat Amsterdam dynamisch Amsterdam blijft.’ Maar wat dát nu precies betekent...?

Kortom: zulke ‘missies’ wekken eerder irritatie op dan betrokkenheid. We willen allemaal een goede kwaliteit van leven. Maar dat is zó vanzelfsprekend dat je het niet hoeft op te schrijven. Een bakker schrijft ook niet dat hij ‘samen met zijn partners op transparante wijze een betrouwbaar pakket graanproducten wil bieden’.

Noem doelen dus gewoon doelen, zorgt dat je die haalt en spreek duidelijke taal. Dan hoef je geen tijd te besteden aan missies en doe je jezelf niet tekort met gekunstelde formuleringen zonder enig onderscheidend vermogen.

 

Geplaatst op: 15-07-2011 door Taaldokter

Masturberende missionaris

 

Heden Halbe: de toekomstig directeur van het Concertgebouworkest en huidig staatssecretaris van cultuur H. Zijlstra omschrijft zichzelf vandaag in de NRC als een zelfbevlekkende misionaris. Hij hanteert daarbij een dubbelzinnige woordkeus die een degelijk katholieke achtergrond doet vermoeden. Zo verkondigt hij dat zijn baan 'zelfbevlekking' is. Heerlijk natuurlijk, maar, zo stelt hij, dat is alleen vol te houden met een - ach, dat al door zovelen zo vaak misbruikte woord - 'missie'; vanzelfsprekend zonder nadere toelichting. Verder vindt hij het 'leuk' om 'aan de knoppen te zitten - en dan die 'voldoening' na het 'beklimmen' van die 'berg'. Hmm...

Geplaatst op: 08-07-2011 door Taaldokter

Onderwijs verbetert onderwijs

In een online onderzoek van de Taalunie wordt gevraagd hoe belangrijk de deelnemer het volgende thema vindt:

‘Het onderwijs doet er alles aan om het taalonderwijs te verbeteren. Met een serie conferenties voor begeleiders onderzoekt de Taalunie hoe vernieuwingen in het onderwijs Nederlands het best renderen. Wat werkt en wat niet?’

Hoe je het adequater kunt formuleren is nog niet eentweedrie duidelijk, maar zo staat het er wel erg cryptisch: ‘Het onderwijs doet er alles aan om het taalonderwijs te verbeteren.’ De overheid? De Taalunie? Iedereen die in het onderwijs werkt? Het was allemaal beter geweest. Maar ‘het onderwijs’? Wat is dat?

‘Het onderwijs’ dat ‘het taalonderwijs’ wil verbeteren, dat riekt naar ‘de branche’ die ‘de financiële branche’ wil verbeteren, of ‘de sector’ die ‘de zorgsector’ wil verbeteren. Wij van het onderwijs adviseren taalonderwijs.

Geplaatst op: 07-07-2011 door Taaldokter

Geen hoer meer

Opmerkelijk hoe onze formuleringen onbedoeld onze aannames en denkbeelden kunnen blootleggen. Een bevriende fotograaf moest fotograferen in een omgeving met veel prostituees. Met belangstelling had hij de dames opgenomen. Met belangstelling én bewondering, want: ‘Er was één vrouw bij, nou, die was zó mooi – dat was gewoon geen hoer meer!’

Geplaatst op: 07-07-2011 door Taaldokter

Boeiend idioom

 

Nog even wat kunstbullshit.

Dat de kunstenares 'geboeid is door het idioom van klassieke sieraden', dat is al op het randje (wat is in 's hemelsnaam het 'idioom van sieraden'? En wat betekent het als je daardoor 'geboeid' bent?).

Echt over de schreef gaat het bij haar 'sterke behoefte' om het karakter 'zodanig aan te tasten dat andere eigenschappen dan de volmaaktheid ervan zichtbaar zouden worden'. Dixit de kunstenares zelf; zo zie je maar dat het niet alleen de 'randfiguren' zijn die prietpraat uitslaan. Dit klinkt een beetje als het kind tussen de scherven of snippers: 'Kweenie. Ik wilde 't gewoon stukmakeh.' Er staan ook wel eens lieden in musea met de 'sterke behoefte' om werken van kunst 'zodanig aan te tasten dat andere eigenschappen dan de volmaaktheid ervan zichtbaar worden' - en die worden meestal rap afgevoerd. 

Dat de kunstenares ook nog de 'culturele waarden' rond het parelsnoer 'onderzocht', is tot besluit weer een staaltje degelijke research suggererende humbug. De Taaldokter voelt niet de minste behoefte deze tekst verder aan te tasten; het is schier onmogelijk dat daar nog andere eigenschappen dan onvolmaaktheid door aan het licht zouden komen.

 

Geplaatst op: 07-07-2011 door Taaldokter

Zichslikken

 

Al eerder signaleerde de Taaldokter dat het sommigen te complex lijkt om wederkerende werkwoorden te gebruiken; de wederkerende voornaamwoorden keren minder en minder weder.

Zo wordt zich realiseren langzaamaan 'realiseren', en zich toeleggen op 'toeleggen op'. Ook werd al een verbasterde vaste uitdrukking opgetekend: 'Als ook ethici daar hun hoofd over hebben gebroken...' (in plaats van zich daar het hoofd over hebben gebroken).

Het verschijnsel wil nog wel eens betekenisverwarring veroorzaken: ‘iets realiseren’ is iets geheel anders dan je iets realiseren, en ‘toeleggen op’ heeft niets te maken met je toeleggen op.

Het populairst lijkt ‘afspelen’ te zijn. Vandaag weer twee voorbeelden, van weblog dejaap.nl en uit het blad Flair: ‘op welk niveau afspelen’ en ‘in de jaren dertig afspelen’.

Over de oorzaak tast hij in het duister. Angst voor overdreven versleten te worden, oerhollands economisch instinct (net zo veel weglaten dat het nog begrijpelijk blijft), luiheid? Maar waarom zijn ‘zich beseffen’ en ‘zich irriteren’ dan bezig aan zo’n onstuitbare opmars? Het meest raadselachtig is nog wel dat bij de twee synoniemen ‘zich realiseren’ en ‘beseffen’ omgekeerde ontwikkelingen gaande zijn.

Hoe lang het verschijnsel al voordoet, herinnert de Taaldokter niet. Maar misschien vergist hij en verspreken de mensen gewoon. Daar kan hij wel wat bij voorstellen. Toch verslikt hij elke keer als hij leest dat iets afspeelt. Hij windt er zo langzamerhand behoorlijk over op: ‘speelt af in de jaren dertig’ - scheer toch weg!

Geplaatst op: 07-07-2011 door Taaldokter

Au in de voet

Arts in tv-programma over een ziekenhuis tegen een ongeveer achtjarig, verlegen meisje: ‘Waar heb je au? In de voet?’ Een opvallende, paradoxale combinatie: 'au' in plaats van 'pijn', maar 'de voet' in plaats van 'je voet'. ‘Au’ is informeel, en duidelijk gericht op de belevingswereld van het kind - maar ‘de voet’ schept juist weer afstand. Waar het ‘au’ misschien wat overdreven inlevend was (hij had best gewoon kunnen vragen: ‘Waar heb je pijn?’) was ‘de voet’ juist weer afstandelijk. Dat bepaalde lidwoord in plaats van een voornaamwoord ('uw' of 'je') is altijd onhandig, maar deze merkwaardige combinatie in één zin duidt op beroepsdeformatie.

Kijk hier waarom uw arts zegt dat u 'de onderbroek' 'mag' aanhouden.

Geplaatst op: 01-07-2011 door Taaldokter

De baas heeft centjes

Journalisten lijken vaak te denken dat zij hun taalgebruik moeten infantiliseren om door te dringen tot het publiek. Let wel: denken -  te oordelen naar het type woorden waarmee dat gebeurt, is dat helemaal niet nodig. Zo wordt er de laatste weken veelvuldig bericht over de 'IMF-baas'. Regelmatig vallen ook termen te horen als 'de baas van de ambtenaren', 'de baas van de publieke omroep', de 'baas van de brandweer', de 'baas van de kernreactor', en ga zo maar door. 

De Taaldokter krijgt daarbij altijd het gevoel of hem in een restaurant door een minzaam glimlachende ober een potje Olvarit wordt voorgeschoteld. Zouden mensen het nieuws werkelijk niet begrijpen als journalisten gewoon 'voorzitter', 'directeur' of 'eigenaar' zeggen? 

Het doet denken aan de hypotheekadviseur die het maar had over 'centjes': 'Het gaat natuurlijk om uw centjes'... In combinatie met 's mans gele overhemd met paarse das reden genoeg de onderhandelingen subiet af te breken en hém een factuur te zenden, in plaats van andersom.

Geplaatst op: 01-07-2011 door Taaldokter

Over tips, do's, don'ts, stappenplannen en formats

Op internet wordt een ‘handboek zakelijk schrijven’ aangeprezen. Zoals zo vaak volgens het twijfelachtige adagium ‘kwantiteit is kwaliteit’. Het boek staat natuurlijk ‘boordevol voorbeelden uit de praktijk’. Van zo’n beetje alles wat meer dan twee keer voorkomt zegt men tegenwoordig dat een boek er ‘boordevol’ mee staat: begripsinflatie en geen kwaliteitscriterium. Je vraagt je vooral af waarom niemand eens een boek ‘in de markt zet’ met: ‘Nu met slechts drie relevante voorbeelden – en dat weet u ook alles!’.

Het boek geeft ‘tips, do’s en don’ts, voorbeeldteksten, een stappenplan en een handig format.’ ‘Voor elke tekstsoort’. Zo, besluit de schrijver, ‘wordt zakelijk schrijven een stuk eenvoudiger.’ De Taaldokter krabde zich achter de oren: een stuk eenvoudiger?

Je krijgt dus ‘tips’ en daarnaast ‘do’s en don’ts’; geheel verschillende dingen, die we even goed uit elkaar moeten houden. Een ‘do’ is wat je moet doen, een ‘don’t’ is wat je niet moet doen, en een tip is iets – nou ja, daartussenin. Dan zijn er dus ‘voorbeeldteksten’, maar dat hadden we al gezegd. En natuurlijk heb je een ‘stappenplan’ nodig. Want schrijven zonder stappenplan, dat is net zoiets als beleid zonder ‘plan van aanpak’. Wat daarin staat? Nou, geen tips en do’s en don’ts natuurlijk, want die heb je dus al. Het zijn meer ‘adviezen’, en misschien zelfs ‘raadgevingen’, over hoe en wanneer je die ‘tips en do’s en don’ts’ moet toepassen. Ja, en dan is er het ‘handige format’. Schrijven zonder ‘format’, dat is immers net zoiets als een boek zonder ‘tips en do’s en don’ts’. In het ‘handige format’ zie je dus hoe je de ‘tips en do’s en don’ts’ via het ‘stappenplan’ verwerkt tot ‘elke tekstsoort’. Het is dus geen ‘voorbeeld uit de praktijk’ maar meer een soort voorbeeld uit de theorie. Dus we resumeren even: je hebt de tips...

Enfin... De Taaldokter werd wat kregel. De overdaad aan interessanterige termen suggereert dat iedereen goede teksten kan schrijven. U hoort er misschien van op, maar dat is niet het geval. Het belangrijkste blijkt namelijk pas als je je angst overwint voor die ‘tips’, ‘do’s en don’ts’, ‘stappenplannen’ en ‘handige formats’ en de pen ter hand neemt: beschik je over enig talent en - vooral - gezond verstand?

Geplaatst op: 01-07-2011 door Taaldokter

Niet wegkijken 2

Tijdens die 'Nederlandse Veteranendag' werd ook weer het nieuwe 'Niet wegkijken'-mantra gemurmeld; op de vraag waarom zo'n dag goed was, zei een veteraan: 'Omdat Nederland niet wegkijkt'. Niet wegkijken. Het gebeurt steeds vaker.
- 'Wat zit je daar te doen?'
- 'O, ik ben even niet weg aan het kijken.'
Zelfs onze premier meende het te moeten zeggen na de schietpartij in Alphen. Nogmaals: waar komt toch dat paranoïde idee vandaan dat Nederland zou willen 'wegkijken'?

Geplaatst op: 28-06-2011 door Taaldokter

Alle vier de windstreken van het land

Tijdens het verslag van de 'Nederlandse Veteranendag' had de NOS-stem het tot drie keer toe over het publiek dat was toegestroomd 'uit alle vier de windstreken'. Ook hier treedt weer het fenomeen op dat verandering van een staande uitdrukking ('alle windstreken') licht vervreemdend werkt. En dat werd nog sterker toen de stem ten slotte sprak over 'alle vier de windstreken van het land'. Nederland heeft namelijk geheel andere windstreken dan pak 'm beet België.

 

Geplaatst op: 28-06-2011 door Taaldokter

Bezig met boeddhisme

Op zondagochtend wordt Nederland verblijd met tv-uitzendingen van de BOS (de Boeddhistische Omroep Stichting). Afgelopen week had iemand het daar over ‘bezig zijn met boeddhisme’: ‘Nadat ik een tijd heel intensief was beziggeweest met boeddhisme, ontdekte ik ....’ – iets in die trant.

Bezig zijn met
. Heerlijke, multifunctionele uitdrukking. Poly-interpretabel ook. Met de interessante suggestie van een concrete activiteit, zoals in 'doende zijn'. Maar 'ik ben bezig met het schrijven van een boek' is een stuk concreter dan bezig zijn met 'boeddhisme', met 'de islam', met 'het WK', met 'de man/vrouwverhouding', met 'jezelf', met 'de kou', met 'arbeidsmarktproblematiek'... De lijst mogelijkheden is schier eindeloos.

Dit 'bezig zijn met' is vaak eigenlijk niets anders dan ‘ergens wat ongearticuleerde gedachten over hebben’, of ‘ergens door in beslag worden genomen’ - en dat klinkt een stuk minder positief.

 

Geplaatst op: 28-06-2011 door Taaldokter

Voor geen gat te vangen

 

De Taaldokter dacht dat de uitdrukking luidde: 'niet voor één gat te vangen zijn', gezegd van vindingrijke, volhardende personen die overal een oplossing voor weten.

Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) betekende het oorspronkelijk 'niet gemakkelijk te vangen zijn' en werd het gezegd van dieren met holen met meerdere uitgangen: die waren tijdens de jacht dus niet 'voor één gat te vangen'.

Het is altijd wat raar als je iets verandert in dergelijke overdrachtelijke uitdrukkingen; je bent dan geneigd de betekenis weer letterlijk te nemen. In dit geval zou het met opzet gedaan kunnen zijn: om duidelijk te maken dat de schrijver in het geheel niet te vatten was.

Geplaatst op: 28-06-2011 door Taaldokter

Modern is ouderwets

Het woord 'modern' was vroeger modern. Nog niet zo heel lang geleden was het een veelgebruikt adjectief. Je kon een modern huis hebben, een methode kon modern zijn, je kon er een moderne levensstijl op na houden, et cetera. Deze tijd lijkt inmiddels al zo ver achter ons te liggen dat de Taaldokter zichzelf erop betrapte het als een vondst te beschouwen dat hij in een stuk iets ‘modern’ noemde.

Hoe dit komt is niet duidelijk. Het zal ermee te maken hebben dat het verwerpelijke, want zo langzamerhand volslagen betekenisloze begrip ‘innovatief’ zo’n onstuitbare opmars maakt - maar het lijkt er toch echt op dat het woord ‘modern’ zelf ouderwets is geworden. Ach, vroegher, thoen allesch beeter wasch...

 

Geplaatst op: 25-06-2011 door Taaldokter

Ouders. Verzorgers. En. Of.

Ouders/verzorgers. Dat dat begrip nog steeds wordt gebruikt. Een rare, onnodige correcte term: er zijn natuurlijk veel meer kinderen met ouders dan met ‘verzorgers’, en eventuele ‘verzorgers’ vinden het vast niet erg om te worden aangesproken met ‘ouders’. Maar blijkbaar is het begrip niet weg te denken uit de school-taal. Jammer, want elke keer als je het tegenkomt blijft je oog eraan haken en begin je weer te filosoferen over die ouders en verzorgers. Of die verzorgers. En of! Ouders/verzorgers. Aankruisen wat gewenst is. Onnodig.

Net zoals dat hinderlijke ‘en/of’: bijna altijd te vervangen door ‘of’. Neem nu een zinsnede als 'wonen en/of werken in het buitenland': je kunt wonen in het buitenland, een enkeling zal er alleen werken, en je kunt wonen én werken in het buitenland. Letterlijk is 'wonen of werken' natuurlijk het een of het ander. Maar wat geldt voor iemand die in het buitenland woont en wat geldt voor iemand die in het buitenland werkt, zal meestal ook gelden voor wie er woont én werkt. Dus waarom moet iedere lezer (m/v) van dergelijke zinnen nu telkens zijn/haar keuze maken door die tekstvervuilende slash?

En trouwens: waarom eigenlijk die optie in 'ouders/verzorgers'? Dat 'verzorgers' heeft een wat medicaliserende connotatie: er doemt niet meteen een blozende kinderschare op. Gewoon over ’opvoeders’ spreken zou al beter zijn. Of is dat een besmet woord? Even aan mijn ouders/verzorgers vragen.

 

Geplaatst op: 25-06-2011 door Taaldokter

Elk ogenblik

Er staat ook een filmpje op bol.com. Voordat je dat kunt zien, verschijnt de tekst: 'De film start elk ogenblik'. Elk ogenblik - het lijkt een vertaling van het Engelse 'any moment'. In het Nederlands klinkt het meer als een waarschuwing, die de vrees wekt dat elk moment opnieuw een nooit meer weg te klikken bol.com-vertoning begint, een maalstroom van de ewige Wiederkunft des Gleichen.

Geplaatst op: 25-06-2011 door Taaldokter

Taal zonder kloten: deze artikel

Datzelfde bol.com biedt je de optie: ‘Ik wil ieder artikel ontvangen zodra deze beschikbaar is en betaal slechts eenmaal de verzendkosten ongeacht het aantal pakketten.’ Deze artikel. Taal zonder kloten. Zie: ziektebeelden.

 

Geplaatst op: 25-06-2011 door Taaldokter

Tweedehandsverkoper

 

Op bol.com kun je een ‘leuk bedrag’ overhouden aan de verkoop van je ‘media-artikelen’. Daartoe dien je je aan te melden als ‘2ehands verkoper’. Zou dat verstandig zijn? Het klinkt als 'tweederangsverkoper': net zo onbetrouwbaar als de bijkans spreekwoordelijke tweedehandsautoverkoper - en de 'tweedehands eieren' van G. Reve.

Geplaatst op: 25-06-2011 door Taaldokter

Hak en breekwerk

 

Zo zo. Er wordt gestart met de hak. En nog breekwerkzaamheden op de koop toe! En niet op donderdag, maar vanaf donderdag. Da's ook mooi. Jeuk aan me betonnengoot trouwens. Gelukkig worden de leegstaande woningen gestart tussen 08.00 en 16.00 uur. En geluids overlast! Enig! Helaas is niet alles duidelijk wordt aan gewerkt voor beter begrip?

Klantgerichtheid 2011...

Geplaatst op: 24-06-2011 door Taaldokter

Bravoroepers en vroegklappers

Bravo. Afgelopen week hoorde de Taaldokter er weer een: een Bravoroeper. Nu komt dat wel vaker voor, temidden van het applaus en ook wel gejoel en gefluit, maar meestal gaat het om strategisch opgestelde,  niet te indentificeren bravoroepers. Dit keer echter stond de Bravoroeper vlak achter hem: ineens hoorde hij het, tijdens de eerste applausgolf na het concert: een schuchter, bijna gekucht ‘bravo’ - eigenlijk alleen hoorbaar doordat het van zo dichtbij kwam. Maar blijkbaar had de Bravoroeper moed geput uit deze eerste geslaagde poging, want toen de dirigent opnieuw het podium betrad liet hij een schallend ‘Bravo!’ klinken. Dat was voor de Taaldokter aanleiding zich half om te draaien en de man (bravoroepers zijn nooit vrouwen) eens goed op te nemen. Er viel verrassend weinig bijzonders te zien aan de Bravoroeper: een wat grauwe man van onbestemde leeftijd met een heel gewoon hoofd.

Bravo. Mooi woord : een uitermate functionele, internationale term.  Behalve door de Bravoroeper waarschijnlijk alleen nog gebezigd door mensen die ook ‘grandioos’ zeggen. Dat de Taaldokter onwillekeurige, rukkerige hoofdbewegingen begint te maken als hij een bravoroeper hoort, ligt dan ook niet aan het woord. Het heeft ermee te maken dat eigen onderzoek uitwijst dat 92 procent van de bravoroepers ook Vroegklapper is (altijd als eerste applaudisseren, nog voor de laatste noot is uitgeklonken of het doek is gezakt, voornamelijk om bekendheid met de uitvoering te etaleren), 89 procent ook Staande-ovationist (ongeacht de kwaliteit van het gebodene, onmiddellijk na afloop ostentatief en luid klappend opstaan), en soms zelfs Meeneuriër (45 procent).

Geplaatst op: 24-06-2011 door Taaldokter

Genieten (van)!

Er kwam een jongeman aan de deur van de Taaldokterpraktijk. Hij wilde dat de Taaldokter ‘zakelijke stroom’ zou gaan ‘afnemen’ van het bedrijf dat hem op pad had gestuurd. Dat zou voor iedereen beter zijn, daar kwamen zijn wervende woorden op neer. En om dat te illustreren sprak hij gewichtig: ‘U kunt bij ons nu genieten van vele voordelen.’

Genieten van voordelen. Het kán natuurlijk wel. Je kunt genieten. Je kunt ergens van genieten. Eventueel dus ook van 'voordelen'. Maar dat je zaken als  korting, onderwijs, een maaltijd en korting ook kortweg  kunt 'genieten’, lijkt steeds minder bekend, realiseerde de Taaldokter zich. Vroeger genoot je - tegenwoordig geniet je ervan, daar komt het op neer. 'Iets genieten' wordt 'genieten van iets'. Begrijpelijk, deze ontwikkeling - ‘genieten van’ is waarschijnlijk veel 'gewoner' dan ‘iets genieten’ - maar deze gelijkschakeling van 'genieten' en 'genieten van' vormt wel een verarming van het idioom. En dat valt eigenlijk niet te genieten.

Geplaatst op: 24-06-2011 door Taaldokter

Onderlinge tweestrijd

 

Volgens Het Parool is een voetbalwedstrijd tussen Denemarken en IJsland een 'onderling duel'; een onderlinge tweestrijd, dus eigenlijk. Het klinkt zo vertrouwd dat nauwelijks opvalt hoe overdreven die combinatie van 'onderling' en 'van de IJslanders' is. Net zo overbodig als 'beide' in 'beide partijen werden het eens', wanneer twee partijen tot overeenstemming komen.

Denemarken  speelt tegen IJsland en verliest. In een onderlinge wedstrijd. Tegen elkaar. Met z'n tweeën. Dus niet tegen Spanje. Dat dat duidelijk is. Klakkeloze interessantdoenerij, dat is het. Net zoals dat omschrijven van IJslanders als 'eilandbewoners'. Dit soort journalisten noemt L. van Gaal ook nog steeds 'de oefenmeester uit Avenhorn'.

Geplaatst op: 24-06-2011 door Taaldokter

Chocolade trio

 

De dessertkaart van een Amsterdams horeca-etablissement: een 'chocolade trio', een 'kaas plateau' met 'kweeperen compote' - het bekende voer voor de spatiepolitie, eigenlijk. Maar wat die kolderieke spaties zo merkwaardig maakt is vooral het contrast met de belendende, correcte spelling van 'rabarbertaartje' en 'mangoparfait'. Zouden die horecacartografen daar nu nooit eens één gedachte, hoe vrijblijvend ook, aan wijden? Hmm. Vermoedelijk kun je dat niet verwachten van iemand die 'lemon cheesecake' vertaalt met 'lemon cheesecake'... 

Geplaatst op: 24-06-2011 door Taaldokter

Rosenthals naar de nabestaanden

Minister U. Rosenthal 'geeft' regelmatig van alles 'aan'. Dat doet hij dan 'richting' iets of iemand. En dat kan dan bijvoorbeeld gaan over de relatie die deze geadresseerden hebben 'naar' iets of iemand anders ('toe').

Het meest recente staaltje Rosenthals was zijn opmerking dat de arrestatie van Mladic 'genoegdoening naar de nabestaanden' betekende. Natuurlijk had hij ook 'richting de nabestaanden' kunnen zeggen, of 'naar de nabestaanden toe', maar dit keer koos hij voor 'naar de nabestaanden'. Mooi, kort, allitererend.

Maar waarom gebruikte hij eigenlijk niet gewoon 'voor de nabestaanden'? Waarom leggen lijders aan het Syndroom van Richting en de Naartoe-Neiging die volkomen irrelevante nadruk op het 'traject' van bijvoorbeeld 'genoegdoening'?

 

Geplaatst op: 15-06-2011 door Taaldokter

Pakket aan maatregelen

 

Het Parool: de gemeente Amsterdam heeft weer eens 'een pakket aan maatregelen' 'gemaakt'. Zozo. Het mag natuurlijk best, die ronkende dooddoeners van de overheid gewoon overnemen, maar wat betekent zoiets nou eigenlijk? 

Dat 'pakket aan maatregelen' is het bekende 'maatregelenpakket' uit de reeks holle platitudes die verder bestaat uit woorden als 'redengeving', 'taakstelling', 'smaakbeleving', 'verwachtingspatroon', 'tijdsbestek', 'prijsstelling' en 'problematiek'. Allemaal termen die gewichtiger moeten overkomen dan hun gewone - kortere - alternatieven. Wie geen reden vraagt maar een 'redengeving', geen taak heeft maar een 'taakstelling', geen verwachting maar een 'verwachtingspatroon' en geen probleem maar 'problematiek' doet dik. Vaak werkt dat averechts, maar het is ook kolderiek.

Met dat 'maatregelenpakket' is nog meer aan de hand. Het lijkt een soort tastbaar hulpmiddel, een ambachtelijk instrument waarmee de gemeenteambtenaren de lege kantoren gaan vullen. Zeker als dat pakket ook nog eens is 'gemaakt'. Op een draaibank in de catacomben van het stadhuis, door de oude pakkettenmaker. Een 'tool'. Lekker concreet. En dan heeft 'pakket' ook nog eens zo'n feestelijke connotatie! 

De 'maker' van zulke woorden suggereert daarmee concrete kwaliteiten die weinig te maken hebben met de meer abstracte werkelijkheid: de gemeente wil regels en procedures invoeren om het probleem op te lossen.

Overigens is dat 'pakket aan maatregelen'  ook nogal onhandig geformuleerd. Het roept de weerman in herinnering die het had over 'een pluk met bewolking'. Kortom: wat doen die voorzetsels daar? Je hebt het toch ook niet over een toefje met slagroom?

Geplaatst op: 15-06-2011 door Taaldokter

Je realiseren wie je bent

Prachtig onbedoelde non-argumentatie in een discussie over J. Cruijff die zich bemoeit met voetbalclub Ajax: 'Hij moet zich wel realiseren wie hij is.' Korte stilte. 'En dat realiseert hij zich als geen ander.' Misschien bedoelde de spreker dat Cruijff zich realiseerde dat hij zich moest realiseren 'wie hij was'. Maar het kwam anders over, door die gebrekkige formulering. Eerst suggereren dat iemand de realiteit uit het oog heeft verloren. Dan met veel aplomb beweren dat hij zijn plaats juist wel kent. Daar vervolgens een beetje triomfantelijk bij gaan zitten kijken. En niemand die er iets van zegt.

Het deed de Taaldokter denken aan een gesprek tussen twee oud-collega's, van wie er één de onhebbelijke gewoonte had ontwikkeld het met iedereen eens te zijn, waartoe hij de strategie toepaste om gewoon het tegenovergestelde te beweren van wat hij eerder had gezegd als zijn gesprekspartner het er niet mee eens bleek te zijn; even eenvoudig als effectief, vreemd genoeg, want iedereen nam er genoegen mee - mensen krijgen nu eenmaal graag gelijk:
B.: 'Ik vind jou echt een wetenschappelijke instelling hebben, jij bent een echte wetenschapper.'
A.: 'Ik ben helemáál geen wetenschapper.' 
B.: 'Nee natuurlijk jij bént ook helemaal geen wetenschapper!'

Maar gelijk krijgen is iets anders dan gelijk hebben, leert de dooddoener: de collega was wel degelijk een wetenschapper.

Geplaatst op: 04-06-2011 door Taaldokter

Vootuil

Voetbalanalist M. Been analyseert een wedstrijd van het Engelse Arsenal: 'Arsenal zat op een gegeven moment in een vootuil.' Hij bedoelde dat het de ploeg gemakkelijk afging, dat deze in 'een fauteuil' zat. 'In een zetel', hoor je tegenwoordig ook wel, vermoedelijk naar Vlaams voorbeeld. 

Geplaatst op: 04-06-2011 door Taaldokter

Balverlies

Ajax-trainer F. de Boer na een matige wedstrijd van zijn elftal tegen RKC: 'Telkens als je balverlies leed kreeg RKC de bal.' Opmerkelijke uitspraak: het zou verdraaid merkwaardig zijn geweest als, telkens wanneer 'je' balverlies leed, pak 'm beet FC Groningen de bal ineens zou hebben gekregen. Anderzijds: 'In de voetballerij is alles mogelijk'.

Geplaatst op: 04-06-2011 door Taaldokter

Op de kastanjes zitten

Journalist (!) op tv: '... iemand die de hete kolen uit het vuur moet halen.' 

Geplaatst op: 04-06-2011 door Taaldokter

Kritische benaderingen van epistemologische aard

Opvallende kenmerken van bullshit (niet alleen van kunstbullshit) zijn het gebruik van Grote Woorden, interessanterige adjectieven en zeer veel woorden in het algemeen - alles het liefst in combinatie. Dat hoeft allemaal geen probleem te zijn: uit angst voor Grote Woorden is zelden iets zinvols voortgekomen, bijvoeglijke naamwoorden kunnen verhelderend werken, en een grote hoeveelheid tekst kan een lust om te lezen zijn.

Maar: de zeldzame kijker die zich de moeite getroost alles te lezen in het Amsterdamse fotomuseum FOAM kan weinig anders dan concluderen: 'Aha. Fotojournalisten doen wat ze goeddunkt en hier hangt daar zo'n beetje een willekeurige selectie uit'. 

Willekeur, persoonlijke voorkeur, toeval: het mag allemaal best de grondslag vormen voor exposities. Maar het zou wel verfrissend zijn als dat gewoon eens werd gezegd, en als de tekstuele pretenties wat werden ingetoomd. 

Want wat wordt er nu weer beweerd? Aan Grote Woorden geen gebrek: 'onverwachte renaissance', de 'dood van de fotojournalistiek', 'paradigma's'. Ook de adjectieven ontbreken niet: een 'transformatie' is 'radicaal', 'concepten' zijn 'fundamenteel', een 'autoriteit' is 'absoluut', een 'figuur' 'almachtig' of 'heroïsch' en een 'beeld' 'iconisch'. En natuurlijk is er veel, heel veel tekst. Zo heeft die renaissance niet alleen te maken met 'nieuwe werkwijzen', maar ook maar meteen met nieuwe 'strategieën, perspectieven, technieken en spelers'. En de 'kritische benaderingen' zijn maar liefst 'ethisch, politiek, maatschappelijk, esthetisch, theoretisch als epistemologisch' van aard.

Mag het een onsje meer zijn? Ja hoor: er moet 'iets heel anders gaande zijn', er moeten zich 'ware omwentelingen;' hebben voorgedaan, 'benaderingen' moeten 'hun eigen geschiedenis en een veelheid aan uitingsvormen' hebben, 'clichés' moeten 'systematisch bekritiseerd' worden, en 'tegenvoorstellen' moeten 'zijn gekenmerkt door een diepgaande en hartstochtelijke trouw aan het beeld'. En dat beeld, dat 'is bevrijd van traditionele eisen' en 'vrij om andere vragen te stellen, andere stellingen te deponeren [sic] en andere verhalen te vertellen.'

Langzaam begint de kijker het lachen te vergaan. Een mens wil ook wel eens 'een leuke tentoonstelling met werk van goede fotografen'. En o, dat verlangen naar foto's die gewoon foto's zijn en geen 'verhaal vertellen' - laat staan 'vragen stellen'!

 

Geplaatst op: 03-06-2011 door Taaldokter

Onbruikbaar

 

Toilet in het Amsterdamse fotomuseum FOAM. Hoe veelgebruikt 'disabled toilet' ook is, het is een letterlijke vertaling van het Nederlandse 'invalide toilet'. En dat zal toch niet de bedoeling zijn geweest? En trouwens: wat gebeurt daar eigenlijk met die baby?

Geplaatst op: 03-06-2011 door Taaldokter

Is goed

De Taaldokter sloot het telefoongesprek af: ‘Tot snel!’ Het wat lijzig uitgesproken antwoord kwam onmiddellijk: ‘Is goed.’

Is goed. Als afsluitend antwoord. Variant: ‘Is OK.’ Ook al gehoord:
- ‘Veel succes!’
- ‘Is goed.’

- ‘Hartelijk dank!’
- ‘Is goed.’

Is goed. In winkels, aan de telefoon, in persoonlijke contacten met vrienden maar ook met wildvreemden. Dat dodelijke vermoeide, die nauw verholen neerbuigendheid ook. Alsof je zuchtend een lastig kind tevredenstelt. Is goed. De nieuwe wellevendheid. Wel reageren, maar tussen neus en lippen even de nadruk leggen op de verleende gunst: jij bent degene die hier in de positie verkeert om toestemming te verlenen. Tot ziens? Succes? Ja, hoor jongen, is goed. Nog net niet gevolgd door ‘wat jij wilt’, of ‘’t Is jouw feessie’.

Is goed-zeggers zeggen nooit meer ‘geen dank’, ‘graag gedaan’ of ‘tot je dienst’, maar 'is goed' dus - en soms ‘alsjeblieft’ – of, liever nog: ‘asjeblief’.
- ‘Hartelijk dank voor dit interview.’
- ‘Asjeblief / Is goed.’

Is goed weerspiegelt een wereldbeeld waarin bescheidenheid geen deugd is, maar een ziekte. Niet meer doen. Is goed?

Geplaatst op: 03-06-2011 door Taaldokter

Levend geslacht

Parool-opperkeukenprins J. van Dam heeft er een handje van om esoterische - om niet te zeggen: culinair-fetisjistische - terminologie te hanteren, dus de Taaldokter begrijpt het vast verkeerd als hij denkt dat Van Dam hier pleit voor het slachten van dode kikkers.

Geplaatst op: 28-05-2011 door Taaldokter

Final moment

H. ten Cate in Studio Voetbal, na de overwinning van Ajax op FC Twente, over de ingehouden, zoete wraak van Ajax-directeur R. van den Boog op diens plaageest J. Cruijff:  'Dit is dan op dit moment even zijn final moment. En mag je dan reageren?' Final moment. Fijn. Het allerlaatste, ultieme finest moment.

Geplaatst op: 25-05-2011 door Taaldokter

Je er iets, veel, alles bij kunnen voorstellen

 

De laatste tijd vielen de Taaldokter constructies op als ‘Dan gebeurt er wel iets met je', ‘Het heeft alles te maken met...’ en ‘Dat zegt heel veel over haar.’ Dergelijke uitdrukkingen lijken op te rukken: ‘Dan gaat er wel iets door je heen’, ‘Dan doet dat genoeg met je’, ‘Ik kan me daar wel iets bij voorstellen’. Het zijn wat clichématige zinnetjes die op het eerste gezicht omtrekkende bewegingen maken rond hun eigen betekenis.

Die schijnbare vaagheid komt in de eerste plaats door die woordjes zoals ‘iets’, ‘alles’, ‘wat’, ‘weinig’, ‘genoeg’ en ‘veel’. Gemeenschappelijk kenmerk is hun weinig specifieke betekenis - of je ze nu ‘onbepaalde telwoorden’, ‘onbepaalde voornaamwoorden’ of ‘bijwoorden’ noemt.

Maar er is meer aan de hand. Deze woordjes lijken in dergelijke zinnen nauwer verbonden te raken met het werkwoord dan in andere constructies met dezelfde werkwoorden. Vergelijk ‘Er gebeurt wel wat met je’ en ‘Er gebeurt wel iets verschrikkelijks met je’, en ‘Dan gaat er veel door je heen’ en ‘Dan gaat er een pijnscheut door je heen’, of ‘Dat heeft alles te maken met God’ en ‘gewoon’ ‘Dat heeft te maken met God’. Ze vormen een sterkere betekeniseenheid met dat werkwoord. Je kunt ze wel door elkaar vervangen, maar niet weglaten zonder die eenheid – en daarmee de aard en betekenis van dat werkwoord - aan te tasten. Je hoort dat ook aan de veranderende klemtoon.

Daarom is het ook een beetje flauw om te vragen: ‘Wat dan?’, of ‘Hoeveel dan?’ Je reageert dan alleen op de letterlijke, lexicale betekenis van die woordjes, en gaat voorbij aan de min of meer gestandaardiseerde, ‘idiomatische’ betekenis van de constructie als geheel. Maar dat zulke vragen mogelijk zijn, duidt erop dat deze ‘werkwoordelijke uitdrukkingen’ hun betekenis nog aan het verwerven zijn. En de vraag blijft natuurlijk welke consequenties het heeft als er ‘iets met je gebeurt’.

Geplaatst op: 20-05-2011 door Taaldokter

Leesboek

P. de Leeuw heeft in zijn tv-programma een gast die een boek heeft geschreven. Dat is aanleiding voor verbazingwekkende, steeds luidere uitweidingen over niets in het algemeen en alles in het bjjzonder - tot de tijd blijkbaar alweer op is en de 'tv-maker' zich herpakt om ter afronding van alweer een verheffend brokje televisie toch nog even aandacht te besteden aan het boek: 'Ik vond het een heel leuk boek. Om te lezen.' Zucht van opluchting in de Nederlandse huiskamers. We vreesden even dat het een leuk boek was om gebakken eieren op te serveren of te korte stoelpoten mee te ondersteunen.

Geplaatst op: 19-05-2011 door Taaldokter

Dieetgoeroe dokter Frank

Knevel en Van den Brink van de EO spraken met een arts en een deskundige die het oneens met hem was over diëten. Zij noemden de arts daarbij zonder blikken of blozen 'dieetgoeroe'. Zoals achttienjarige zang- en huppelmeisjes die drie minuten op tv zijn geweest 'stijliconen' worden genoemd, zo is iemand die een boekje over afvallen publiceert onmiddellijk 'dieetgoeroe'. Begripsinflatie. Zo'n goeroe kun je achter elke boom vinden.

Er viel meer twijfelachtigs op te tekenen. De man was niet alleen 'dieetgoeroe', maar werd ook 'dokter Frank' genoemd, door zowel de interviewers als zijn opponent - en één keer zelfs door hemzelf. Niet gewoon 'meneer' of desnoods 'dokter' en dan zijn achternaam, maar 'dokter Frank', alsof hij al jaren bij je over de vloer komt, je ouders heeft geëuthanaseerd en de navelstreng van je kinderen doorgeknipt. Veilig. Vertrouwd. De doctor Phil van de Lage Landen: dokter Frank.

Hij liet zich dat graag aanleunen: h et zou hem een zorg zijn dat het, uit de monden van zijn interviewers en tegenstrever, ironisch zou kunnen worden geïnterpreteerd  - heel misschien soms een klein beetje met enige kwade wil: als er maar over 'dokter Frank' werd gesproken. Begrijpelijk.

Onbegrijpelijk: dat journalisten zo kritiekloos meegaan in dergelijke op niets gebaseerde positieve zelf-framing.

 

Geplaatst op: 19-05-2011 door Taaldokter

Hoe stuk of je zit

Interviewster B. Barend tot FC Twente-voetballer D. Landzaat na de verloren wedstrijd om het landskampioenschap: 'Hoe stuk zit je?'

Nu is dat 'stuk zitten' sowieso al een vervelende uitdrukking, vanwege het brede spectrum van niet-gedefinieerde emoties waarop zij betrekking kan hebben (van vermoeidheid tot rouw, van moedeloosheid tot depressie), maar een journalist die vraagt 'hoe stuk' iemand 'zit' lijkt werkelijk elke ambitie terzijde te hebben geschoven. Het antwoord is de Taaldokter door de irritatie dan ook ontschoten.

Geplaatst op: 17-05-2011 door Taaldokter

Vervallen in momenten

Trainer F. Rutten van voetbalclub PSV debiteert een fraaie inleiding op wat geen antwoord zal blijken te zijn, gevraagd naar zijn inschatting van de kans dat hij volgend seizoen nog dezelfde functie heeft: 'Ik kan er alleen dit over zeggen, en dan verval ik in herhalingsmomenten...'

Vermoedelijk ingegeven door de gerechtvaardigde onwil om te beginnen met 'Zoals ik al zei' - want daar lijken de meeste voetballers en coaches hun antwoorden - wegens redactioneel ingrijpen - mee in te leiden. Maar herhalingsmoment? Dat past in het riijtje 'redengeving', 'taakstelling', 'smaakbeleving', 'geurbeheersing', 'verwachtingspatroon', 'maatregelenpakket', 'tijdsbestek', 'prijsstelling' en 'problematiek'.

 

Geplaatst op: 17-05-2011 door Taaldokter

Een gewicht van vijf

Onlangs publiceerde het onvolprezen Taalpost een tip over het gebruik van het woord 'percentage' in combinatie met 'procent': 'Een percentage van 5 procent [...] is juist; een percentage van 5 is overigens ook mogelijk, maar iets minder duidelijk.' Of dat laatste klopt valt te betwijfelen; het allerduidelijkst lijkt in elk geval een constructie die dat 'percentage' helemaal vermijdt - gewoon spreken over 'vijf procent' dus.

Interessanter is dat Taalpost de opvatting onjuist noemt dat 'een percentage van 5 procent' dubbelop is: 'percentage en procent zijn niet hetzelfde: het eerste is een grootheid, het tweede een eenheid. Vergelijk: een gewicht van 10 kilo, een lengte van 5 meter, een stroomsterkte van 5 ampère en een druk van 1 pascal. Er zijn grootheden die worden uitgedrukt in een eenheid die erop lijkt, zoals voltage, wattage en percentage, maar dat is geen belemmering om volt, watt en procent te noemen: een voltage van 220 volt, een wattage van 150 watt en een percentage van 5 procent.'

Wie grootheden en eenheden strikt wil scheiden moet constructies als 'een percentage van vijf' eigenlijk afkeuren. Het is echter logisch om dat niet te doen, want dergelijke formuleringen zijn zowel gebruikelijk als begrijpelijk.

Dat 'procent' in 'een percentage van vijf procent' is wel degelijk overbodig, omdat percentage, anders dan gewicht en lengte, slechts in één eenheid wordt uitgedrukt: procenten. Bij gewicht en lengte is het wél noodzakelijk om de eenheid te noemen, omdat die grootheden niet alleen worden uitgedrukt in kilo's en meters, maar ook in bijvoorbeeld grammen en decimeters; je kunt er slechts naar gissen of je in staat zult zijn een 'gewicht van vijf' te verplaatsen', zolang je niet weet of het om grammen of tonnen gaat. Dat de eenheid wel wordt genoemd bij voltage en wattage (die ook slechts in één eenheid worden uitgedrukt)  is geen reden om dat bij percentage dan ook maar te doen: procenten zijn immers veel gangbaarder dan volts en watts.

Geplaatst op: 14-05-2011 door Taaldokter

Stevige hoop uitdrukken

Dezelfde reisbegeleider die eerder berichtte over de Mooietogus Ammeretus meldde de Taaldokter een uitspraak van een reiziger in zijn groep. De wetten van de groepsdynamica bepalen dat zo'n verzameling mensen - naast De Notoire Klager, Het Gezelligheidsdier en De Man Die Alles Beter Weet - altijd een Natuurlijke Leider heeft, meestal een gepensioneerde filiaalchef in een tropenvest, die op de laatste dag de fooien voor de reisbegeleider invordert en die vervolgens namens de groep toespreekt.

In dit geval was het de heer S. die de reisbegeleider in zijn woord van dank bedacht en de reis evalueerde. Hij besloot met: 'En dan wilde ik daarbij ook de stevige hoop uitdrukken dat we elkander ooit weer zullen zien.'

De stevige hoop uitdrukken: goede intenties met een luchtje. Prachtige, plastische manier van zeggen.

Geplaatst op: 05-05-2011 door Taaldokter

Nog even over inzetten op

Geplaatst op: 29-04-2011 door Taaldokter

Richting Israel naar buurland

 

Minister U. Rosenthal liet in Buitenhof weten van alles te hebben gezegd en 'aangegeven' richting Israel, 'ook over de relatie naar Syrië'. 

Het Syndroom van Richting en de Naar... toe-Neiging in één zin. Niet 'tegen' iemand iets zeggen, niet eens 'naar', maar 'richting'. En er is geen relatie 'tussen' twee landen, maar ze hebben een relatie 'naar elkaar'. Althans, dat leek het stukje signaal dat Rosenthal afgaf richting de interviewer, wat betreft zijn verhouding naar Israel toe.

 

Geplaatst op: 29-04-2011 door Taaldokter

De groenten van Koeman

Heerlijk voetbalavondje. Na de wedstrijd eerst een interviewer die tot een buitenlandse speler sprak, over diens doelman die een 'kapitale blunder' beging: 'Joe loek et duh koolkieper... dets uh terribul fees...' En toen kwam even later ook nog R. Koeman die het had over de 'afgekeurde kool'. 

Geplaatst op: 29-04-2011 door Taaldokter

Niet wegkijken

 

Na de schietpartij in Alphen - een gebeurtenis van de categorie waaraan men zich altijd verplicht voelt tot vervelens toe iets toe te voegen als 'de afschuwelijke tragedie', 'de dramatische gebeurtenissen' of kortweg 'het drama' - sprak premier M. Rutte: 'Nederland kijkt niet weg.' Klonk goed: geen oogkleppen, heldere blik.

Toch riep het vragen op. Hoe deed je dat eigenlijk, 'wegkijken'? En waarom had Nederland in vredesnaam zullen 'wegkijken'? En zou 'wegkijken' niet knap lastig zijn geweest, gezien de overvloedige media-aandacht - zo je het al had gewild? Dat 'niet wegkijken', dat was een verdienste, zo moest uit de woorden van Rutte blijken.

Goed, nabestaanden en overlevenden leken niet afkerig van alle 'niet-wegkijkende' landgenoten - maar het had onmiskenbaar iets voyeuristisch. En het is tamelijk gratuit, de bevolking ermee complimenteren dat zij iets niet heeft gedaan wat ook in het geheel niet voor de hand lag. Of had de 'premier van alle Nederlanders' soms massaal 'wegkijkende' burgers verwacht? De volgende keer misschien toch maar een betrouwbaar cliché uit de la 'meeleven' trekken.

Geplaatst op: 27-04-2011 door Taaldokter

Opzitten

Arts-assistent op tv tegen patiënt met gebroken ruggenwervel: 'Het is stabiel, dus u mag opzitten.' Opzitten. Merkwaardig jargon. Waarom niet gewoon 'zitten'? Door dat prefix '-op' krijgt het werkwoord iets meer van een handeling, een verandering van situatie - een beetje zoals 'opstaan' verschilt van 'staan'. Maar daar lijkt het niet om te gaan: de patiënt mag gewoon zitten. Niet handig, ook omdat de onontkoombare associatie met 'pootjes geven' dat 'opzitten' iets denigrerends geeft.

Geplaatst op: 27-04-2011 door Taaldokter

Kinderwens

Nog even over die 'kinderwens', vandaag in Trouw:

Geplaatst op: 27-04-2011 door Taaldokter

Sancties op slechte overheidstaal

De Taaldokter vandaag in Het Parool over sancties op slechte overheidstaal:

Geplaatst op: 26-04-2011 door Taaldokter

Er gebeurt wel wat met je

De steeds minder verfrissende en steeds minder fris ogende staatssecretaris H. Bleker vertelt op tv dat hij wel eens een paus heeft ontmoet: 'Dan kun je wel een gereformeerde jongen uit Groningen zijn, maar dan gebeurt er wel wat met je.'

Toelichting overbodig, leek hij er tevreden achteraan te denken. Maar de oplettende kijker dacht: Hoezo dan? Wat gebeurt er dan met je? En welke consequenties heeft dat? Maar niks hoor. Bleker bleef ernstig voor zich uit zwijgen na deze goedkope poging het katholieke volksdeel te paaien.

'Er gebeurt wel iets met je', dat is een symptoom van dezelfde afwijking die ’Dat zegt veel over jou' (Wat dan?) veroorzaakt, en ‘dat heeft er alles mee te maken’ (idem).

Wonderlijk hoe zelden interviewers enig kritisch vermogen aan de dag leggen bij dergelijke gratuite vaagheid. Jammer ook, want niet alleen de geïnterviewde bepaalt de kwaliteit van het gesprek.

Geplaatst op: 22-04-2011 door Taaldokter

Confronteren

Er waart een undercover-spook door Nederland. Zijn naam is A. Stegeman, van het tv-programma Undercover in Nederland. Een confronterend programma.

Stegeman opereert in de traditie van illustere voorgangers als W. Fréquin en P. Storms. Hun tactiek: vermeende misdadigers net zo lang met camera en microfoon lastigvallen tot ze publiekelijk een bekentenis afleggen.

Stegeman heeft daar nu een woord voor gevonden: confronteren. Hij 'confronteert' wat af. Op samenzweerderige toon vertrouwt hij de kijker toe: ‘Daar loopt de veroordeelde pedofiel, op weg naar een veertienjarig meisje. Hij weet niet dat dat eigenlijk onze redacteur is. Straks ga ik hem confronteren.’
'Nadat ik haar geconfronteerd had, wilde de oplichtster opeens niet meer praten.'

Confronteren. Maar waarmee dan? Dat doet niet ter zake bij Stegeman, de Grote Confrontator. Hij confronteert. Zonder voorzetselvoorwep. Heeft hij geleerd van Amerikaanse voorbeelden.

Confronteren. Klinkt krachtig, betekent weinig. Net als het programma. Het confronteert wel: met een zelfingenomen appel op ongearticuleerde onlustgevoelens en het gesundes Volksempfinden.

Geplaatst op: 21-04-2011 door Taaldokter

Fascinatie voor de nieuwheid van dingen

Bij: Chinese Stools. Made in China Copied by Dutch, 2007, van Wieki Somers, collectie Stedelijk Museum te Amsterdam.

Zozo. Die Chinese fascinatie toch. En niet gewoon voor ‘nieuwe dingen’, maar voor ‘de nieuwheid van dingen’. Wat iets anders is, én onzin (alsof alle dingen nieuw zijn - zie Openbaringen 21:5: ‘Zie, ik maak alle dingen nieuw’). Maar goed, als reactie hierop richtte de kunstenares zich dus ‘op andere kwaliteiten die ze er aantrof in het dagelijks leven’. Ja goed, hoe gaat dat, je slentert wat door Beijing en dan zie je wel eens een kwaliteit liggen in een steegje of achter een muurtje. En daar richt je je dan op. Als artiest. En dan word je ook ‘aangesproken’ door hoe die straatarme straatverkopers hun ‘zitmeubelen verpersoonlijken’. En dan ga je vanzelf ‘werken met contrasten en onverwachte eigenschappen’. En dan maak je een boot die niet kan varen of je ‘legt een rattenbontje over een vakensschedel: een surreële jachttrofee, waaruit je daadwerkelijk thee kunt schenken.’

Aardig om te merken hoe een informatief en wervend bedoeld tekstje vooral paternalistisch - om niet te zeggen kolonialistisch - overkomt; ook ten opzichte van de kijker/lezer.

Geplaatst op: 20-04-2011 door Taaldokter

Het heeft er alles mee te maken dat het veel over je zegt

Wat betekent het als mensen zeggen dat iets ‘alles te maken heeft’ met iets anders? Vermoedelijk in eerste instantie vooral gebruikt als reactie op ‘dat heeft er niets mee te maken’ (‘Jawel, dat heeft er juist alles mee te maken’), wordt deze constructie  tegenwoordig ook ‘zelfstandig’ gebruikt. Neem gewoon een zin uit een discussie over religie en omgaan met dieren, gebruikt zonder nadere toelichting: ‘Ik denk dat het alles met God te maken heeft hoe je dieren behandelt.’

Die zin roept vragen op. Ben je goed voor dieren als je in God gelooft? Moet je wel in God geloven als je dieren goed behandelt? Of is het de schuld van God dat er zoveel dieren worden mishandeld? Leidt dierenmishandeling tot atheïsme?

Iets heeft 'te maken met' iets anders als er een of andere relatie bestaat tussen die twee zaken, die van allerlei aard en intensiteit kan zijn. Zo kun je zeggen dat iets 'veel te maken heeft' met iets anders - en vervolgens leg je uit waarom. Of iets heeft ‘misschien soms een klein beetje te maken met’ iets anders, dat kan ook. Het is vaag, dát is duidelijk.

Dat ‘alles’ lijkt daarmee in tegenspraak: het suggereert een concreet, nauw, direct of oorzakelijk verband, maar dat is schijn: dit 'alles' is net zo vaag als 'te maken hebben met'. Als het echt zo duidelijk was, zou je het niet zo moeizaam formuleren.

Iets soortgelijks is aan de hand met de uitdrukking ’Dat zegt veel over ...’ ‘Dat die mevrouw haar eigen leven heeft geofferd om andere mensen te redden, zegt heel veel over haar.’ Hier maakt de gradatie eigenlijk niet uit: of het nu ‘een beetje’, ‘wel iets’, nauwelijks wat’ of ‘alles’ zegt, de vraag blijft steeds; wat, in vredesnaam, zegt het dan? Dat 'die mevrouw' dapper was? Dat ze een goed mens was? Dat ze verkeerde prioriteiten stelde? 

De Taaldokter zou wel willen dat mensen iets vaker probeerden hun gedachten wat adequater te verwoorden. Dat zegt ongetwijfeld vrij veel over hem, maar dat heeft er alles mee te maken dat men elkaar in steeds hollere gemeenplaatsen nabauwt, terwijl het best origineler kan.

Zie ook: De Ziekte van Te maken hebben.

Geplaatst op: 19-04-2011 door Taaldokter

Meuven pik

Het 'Mövenpick hotel' heeft 'Mövenpick ijs': zonder 'kunstmatige smaak' maar mét kleurstoffen.

Geplaatst op: 19-04-2011 door Taaldokter

De medicalisering van ons taalgebruik

Nederlanders: ongeveer het meest tevreden volk ter wereld. Wel zeggen we regelmatig dat ons land ‘ziek’ is. Afgaande op ons taalgebruik gaat het inderdaad niet best.

Wij zijn dol op ziektebeelden. Ze helpen ons om allerlei alledaagse verschijnselen te institutionaliseren – ‘een plekje te geven’. Heetten vervelende kinderen vroeger gewoon ‘lastig’, later werden zij ‘hyperactief’, tegenwoordig hebben zij ‘ADHD’. (De ouders: ‘We zijn zó blij dat het eindelijk een naam heeft.’) Deze tendens blijkt ook uit de vele, enigszins medicaliserende beschrijvingen in termen van ‘gedrag’: wie wegloopt 'vertoont vluchtgedrag', wie winkelt 'koopgedrag' en wie een reisje maakt ‘reisgedrag’. Veel van dat ‘gedrag’ komt voort uit een ‘vraag’. Zo gaan mensen bepaald ‘zoekgedrag vertonen’ omdat zij ‘rondlopen met een informatievraag’. En waar blijkt dat uit? Uit de ‘signalen die zij afgeven’. Een soort symptoombeschrijvingen uit de medische encyclopedie.

Deze medicalisering van ons taalgebruik wil het debat nogal eens vertroebelen. Ook de huidige discussie over oudere vrouwen die alsnog een kind willen wordt gedomineerd door zo’n woord: ‘kinderwens’. Ergens in het recente verleden is ‘een kind willen’ – of, nog erger: ‘nemen’ – vervangen door ‘een kinderwens hebben’. En als die wens wordt vervuld krijgen we niet een kind, maar wordt onze ‘kinderwens gerealiseerd’.

Het is een lief, beetje sprookjesachtig woord, dat associaties oproept met vallende sterren en goede feeën: ‘Ik wenste... dat ik een kindje had!’ Tegelijkertijd lijkt het een onontkoombare aandoening: op zekere leeftijd word je nu eenmaal getroffen door ‘kinderwens’. En op www.kinderwens.nl kunnen mensen met een ‘niet-gerealiseerde kinderwens’ bijpraten met ‘lotgenoten’. Je krijgt die ‘kinderwens’ ongeveer zoals je griep krijgt. Met onbepaald lidwoord (‘Ik heb een kinderwens’), zonder lidwoord (‘Ik heb kinderwens’) – en het is zelfs al waargenomen met bepaald lidwoord (‘Ik heb de kinderwens’). Dit suggereert verschillende gradaties van ziekte, net zoals in ‘Ik heb een griepje’, ‘Ik heb griep’ en ‘Ik heb de griep’.

Wie zegt te lijden aan ‘kinderwens’ onttrekt zich daarmee aan kritiek. Niet alleen door die eufemistische lieflijkheid van het woord, maar vooral door dat medicaliserende gebruik – je vraagt immers ook niet aan iemand met griep of hij daar niet te oud voor is. En dat ‘vluchtgedrag’ is jammer voor de discussie.

Laten we dus stoppen met dit medicaliserende jargonfetisjisme, voor we er inderdaad ziek van worden. Wie depressief is heeft tegenwoordig al een ‘doodswens’. Voordat koopverslaafden straks hun ‘koopwens’ uitspreken en minder draagkrachtigen hun ‘geldwens’, spreken we af: wie ‘kinderwens’ heeft, wil graag kinderen krijgen, wie 'agressief gedrag vertoont' slaat erop, en wie een 'zorgvraag' heeft, heeft hulp nodig.
Geplaatst op: 19-04-2011 door Taaldokter

Het stimulerende rol

Er was overigens een merkwaardig bord te zien, dat de officiële overdracht van het project 'Begrijpelijke formulieren' van het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de Nederlandse Taalunie markeerde, tijdens dat symposium in de Amsterdamse Beurs van Berlage op 13 april. Meteen suggereren dat je een 'stimulerende rol' speelt omdat je je 'inzet' voor iets, alla - maar dat 'het' is wel erg gek. Het rol? Of wordt met dat 'het' iets niet genoemds, maar wel hoogst belangrijks bedoeld? Die J.P.H. Donner toch.

Geplaatst op: 19-04-2011 door Taaldokter

Waarom de taal van de overheid niet beter wordt

'Bent u gehuwd met en woont u niet duurzaam gescheiden van de natuurlijke moeder van bovenvermelde studerende? Zo nee, woont u met haar samen?' De afgelopen jaren heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dit soort teksten in overheidsformulieren herschreven. De Nederlandse Taalunie neemt het project nu over en kondigt zelfs een ‘bredere voorziening’ aan om de taal van de overheid te verbeteren. Dat is een kansloze missie, zolang het taboe op dwingende maatregelen niet wordt doorbroken.

Duidelijke taal van de overheid scheelt procedures, tijd, geld en ergernis - daarover zijn politici, wetenschappers, burgers én ambtenaren het eens. Waarom lukt het dan maar niet om die taal structureel te verbeteren?

Omdat weinig hardnekkiger is dan ambtelijke angst – en niet zelden regelrechte onwil. Men is bang op zijn woorden te worden 'gepakt', 'doet het altijd al zo' en hult inhoudelijke leegte in een wolk van woorden. Goed, de belangstelling voor verbetering leeft even op na een mediarelletje, als het opleidingsbudget op moet of als een wethouder 'iets met taal heeft' - maar de wezenlijke wil ontbreekt. Hoe dat komt? De arrogantie van de macht: de overheid heeft als monopolist in overheidstaal nu eenmaal geen concurrenten. Dus liggen schrijfwijzers te verstoffen in archiefkasten, is er een draaideurbeleid voor taaltrainers, worden functie-eisen aangepast, promoveren lijders aan dyslexie en schrijfangst tot beleidsschrijver, en blijven gemeenten, provincies en ministeries telkens zelf het wiel uitvinden.

Kan de Taalunie het tij keren? Dat valt te betwijfelen. Haar capaciteit is beperkt en haar werkterrein zeer breed (van onze spelling tot taaladviezen, literaire prijzen en de internationale positie van het Nederlands). Zij wil nu eerst gaan ‘inventariseren wat er is’. Dat de nodige expertise er allang is, bleek echter al tijdens haar eigen Taaluniedebat van 2008: onderzoeksresultaten, standaardteksten, schrijfwijzers, cursussen, keurmerken, websites, burgerpanels en ‘ludieke acties’. Het zou nu slechts moeten gaan om het opheffen van de versnippering in kennis en middelen. De voornaamste reden voor scepsis is dat de Taalunie wil ‘zoeken naar een effectieve manier om ambtenaren te motiveren om zulke hulpmiddelen ook te gebruiken’. Zij lijkt niet doordrongen van wat men ‘in het veld’ allang weet: zolang maatregelen vrijblijvend zijn, blijft het bij het incidenteel blussen van lokale brandjes en het nathouden van de ‘belendende percelen’.

Om de voortwoekerende veenbrand bij het vuur zelf te bestrijden is een structurele, dwingende aanpak nodig. En daarvoor moet het nog steeds heersende ambtelijke taboe op sancties worden geslecht. Combineer om te beginnen al die bestaande best practises in adequate voorschriften, trainingsprogramma’s én functie-eisen voor alle overheidslagen. Zet taalvaardigheid vervolgens consequent in als selectie- en beoordelingscriterium. Want waarom allerlei assessments organiseren, maar niet testen of iemand behoorlijk kan schrijven? En vooral: zorg dat onduidelijke taal consequenties krijgt; wie zich niet kan of wil houden aan de wettelijke plicht voor de overheid om duidelijke taal te gebruiken, zit op de verkeerde plek.
Kortom: er is alleen hoop op verbetering als de Taalunie een onvermoede daadkracht aan de dag legt. En dan zou wel eens een dieperliggend probleem aan het licht kunnen komen: een fundamenteel kwaliteitsgebrek onder schrijvende ambtenaren, dat – in elk geval gedeeltelijk – zijn oorsprong heeft in de kwaliteit van ons onderwijs.
Geplaatst op: 19-04-2011 door Taaldokter

Onbevoegd terrein

Kijk: je hebt bevoegde en onbevoegde gebieden. En dit hier is dus een onbevoegd terrein. Daar geparkeerde auto's krijgen een waarschuwing. Maar geen extra waarschuwing. Dit is trouwens een herhaling. Van een eerder bordje.

Geplaatst op: 10-04-2011 door Taaldokter

Reisgedrag: genieten van voordeel

De Taaldokter wil niet meehuilen met de wolven in het NS-bashers-bos, maar staat graag even stil bij de taal in het mailtje dat hij kreeg van ‘Directeur Consumentenmarkt’ Erik Beenen. Om te beginnen spreekt uit die twijfelachtige titel nu niet bepaald aandacht voor de reiziger. Goed, deze wordt ‘consument’ genoemd, maar het belangrijkste lijkt toch die ‘markt’ te zijn. Maar wat is dat eigenlijk, de ‘consumentenmarkt’? En welke andere ‘markten’ onderscheidt de NS? Niet handig, zo’n titel die meer vragen oproept dan beantwoordt.

Verder valt, naast de gebruikelijke ronkende taal, de enigszins uit de toon vallende uitdrukking ‘voornemens zijn’ op. Om reizen per trein ‘nog aantrekkelijker’ te maken ‘zijn wij voornemens op 1 augustus 2011 nieuwe abonnementen te introduceren’. Een veelgebruikte ambtelijke constructie om te zeggen wat je wilt of van plan bent, maar het klinkt net alsof het iets meer is dan zo’n op zichzelf toch wat magere mededeling. En zo’n simpel woordje wijst de ‘consument’ er toch even fijntjes op dat je geen gewone organisatie bent die zomaar wat wil of van plan is – maar een Instituut, waarvan men zich eigenlijk in de handen mag wrijven er ‘consument’ van te zijn.

De webpagina met toelichting dan: ‘Als 60-plusser of gezin geniet u van extra voordeel en kinderen reizen zelfs gratis mee.’ Genieten van extra voordeel. Raar. ‘Genieten van’ is iets anders dan ‘genieten’. Zo kun je ‘rust’, ‘een salaris’, ‘een opvoeding’ of ‘de eer’ genieten, en ‘extra voordeel’ – zonder daar per se van te genieten. Onwetendheid of opzet? (‘”Voordeel genieten”? Veels te ouderwets – begrijpt niemand. Nee hoor, “genieten van”; laten we ook nog merken hoe bijzonder het is.’) Niet te genieten, eigenlijk.

Tot slot sluit de NS aan bij de modieuze medicaliserende institutionalisering door te spreken over ‘gedrag’: ‘En als parttimer heeft u met het Altijd Voordeel abonnement een nieuw en flexibel woon/werk-abonnement dat past bij uw reisgedrag.’ Niet: ‘dat bij u past’ of ‘dat aansluit bij uw wensen’ – nee: ‘dat past bij uw reisgedrag’. De ‘consument’ ‘vertoont’ namelijk ‘reisgedrag’. Omdat hij een vervoersvraag heeft waarschijnlijk.

De Taaldokter is voornemens nog vaak van de voordelen van zijn reisgedrag te genieten, maar hoopt wel dat de NS iets meer zijn best zal doen gewonemensentaal te gebruiken. Ook voor de ‘consumentenmarkt.

Geplaatst op: 09-04-2011 door Taaldokter

Zorgvraag

De Taaldokter vertoont nog even wat kritisch gedrag.

We leven in tijden van institutionalisering. Niet alleen wordt er 'gedrag vertoond' (van vlucht- tot koop- en agressief gedrag), men heeft ook geen hulp meer nodig, maar heeft een 'vraag'. Nu ging het op tv over een ‘straat voor schizofrenen’, waarvan de bewoners met een ‘zorgvraag’ rondliepen. Want wie veel schizofreen gedrag vertoont krijgt vroeg of laat een zorgvraag.

Vanwaar toch die perfide terminologie, die mensen reduceert tot statistiekjes van 'vertoners' en 'vragers'? Ter meerdere eer en glorie van de beleidsjargonfetisjist en diens technocratische wereldbeeld?

Nog één keer: wie 'vluchtgedrag vertoont' vlucht; wie 'koopgedrag vertoont' winkelt; wie 'agressief gedrag vertoont' slaat erop; en wie een 'zorgvraag' heeft, heeft hulp nodig. Tot zover de gewonemensentaalvraag.

Geplaatst op: 07-04-2011 door Taaldokter

Spanningsveld onderzoeken

Weer een nieuwe in de uitdijende lijst  '-gevingen', '-stellingen', '-belevingen', '-patronen', '-pakketten', '-bestekken' en '-tieken': Het Parool rept van 'spanningsveld' in plaats van gewoon 'spanning'. Niet slechts de 'spanning' of de 'spanningen' worden onderzocht, maar meteen het gehele 'spanningsveld'. De grasmat zal eerst worden betreden door enkele gespecialiseerde vooruitgeschoven verkenners, zodat experts eventuele mijnen onschadelijk kunnen maken, waarna de grondtroepen het spanningsveld zullen binnenvallen. Spannend.

Geplaatst op: 04-04-2011 door Taaldokter

Geurbeheersing

Uit de tv-reclame van luchtverfrisserproducent Airwick: 'Onze beste geurbeheersing ooit'. Niet: 'onze lekkerste luchtverfrisser' of 'ons beste geurtje' - nee: 'onze beste geurbeheersing ooit'. Geweldige vondst om zo'n toch wat zijig product aan de man te brengen, dat gebruik van het woord 'beheersing': de krachtige, bijna wetenschappelijke uitstraling, de associaties met termen als 'crisisbeheersing' ook. Fallout? Complete Meltdown? Gelukkig hebben we Totale Geurbeheersing. Volgende stap: 'ons nieuwe geurbeheersingsmodel'?

Geplaatst op: 04-04-2011 door Taaldokter

Deals onderhandelen

Lijkt er een tendens te zijn om oorspronkelijk alleen overgankelijke werkwoorden ook onovergankelijk te gebruiken (De planning wijzigt wekelijks, Je kleren combineren prachtig), het omgekeerde komt ook voor, bijvoorbeeld bij het werkwoord 'onderhandelen'. In de tv-reclame van boekingwebsite Prijsvrij wordt gezegd: 'Waar je ook naartoe wilt, de beste deals hebben wij al voor je onderhandeld'. Deals onderhandelen. Invloed van het Frans (négocier) of het Engels (to negotiate)?

Geplaatst op: 04-04-2011 door Taaldokter

De parade van Ten Rouwelaar

'Goed schot, maar de parade is van Ten Rouwelaar', aldus de voetbalcommentator. De Taaldokter blijft dat gek vinden klinken, 'de parade van Ten Rouwelaar'. Vermoedelijk omdat zijn eerste associatie bij 'parade' - zowel verwant met 'pareren' als met 'paraderen' - toch die is met door marsmuziek dan wel hymnen begeleide uniformen in het gelid. Maar inderdaad: een van de betekenissen van 'parade' - naast onder meer 'uiterlijk vertoon' en 'wapenschouw' - luidt: 'het afweren, pareren' en, iets vager, '(acrobatische) sprong van een doelman'. Om een of andere reden mompelt hij, sinds het kennisnemen van deze toepassing, bij het horen van woorden als 'blokkade' en 'retirade' altijd 'blokkaderen' en 'retiraderen'.

Geplaatst op: 04-04-2011 door Taaldokter

Reflecteren op kadering

En daar was het weer, dit keer in het Stedelijk Museum in Amsterdam: een kunstwerk dat 'reflecteert op', 'een relatie heeft met', 'verwijst naar', 'markeert', 'zich verhoudt tot', 'is op te vatten als', en 'schatplichtig is aan'.

Wie zegt dat de terminologie enig wantrouwen gepast maakt, bezigt een understatement.

Wat is 'reflecteren op institutionele kadering, productie en receptie van kunst'? Onzin maken en afwachten wat men ervan zegt? En wat is 'kadering': kadrering of toch kade-ring? En nou, wat heeft deze installatie 'een ongebruikelijke relatie met de tentoonstellingsruimte'! Er ligt zomaar een deel op de vloer! Gelukkig 'verwijst' dit 'naar niets anders dan het object zelf'.

Dit is het werk waarom het gaat:

Geplaatst op: 30-03-2011 door Taaldokter

Begrip voor hinder wordt begrip voor verbetering

Bord in de fietsenstalling onder station Amsterdam-Amstel. 'Werken aan verbetering', dat is altijd goed. Maar hebben de fietsenstallers daar 'begrip' voor? Begrip vragen voor iets positiefs - of in elk geval iets wat als zodanig wordt gepresenteerd: het is een beetje raar. Het gaat natuurlijk om begrip voor eventuele hinder die onvermijdelijk is voor de 'verbetering'. Maar het lijkt erop dat ProRail zich tegenwoordig maar vast van tevoren verontschuldigt voor haar werk. En dat is geen kwaliteitsgarantie voor de werkzaamheden en de communicatie daarover - zeker niet als je geen woorden als 'hinder' of 'overlast' in de mond durft te nemen.

Geplaatst op: 30-03-2011 door Taaldokter

Inspirerend - inspirationeel - inspiratief

Waarschuwing:
op de 'Kennisdag ruimtelijke sector 2011' komt 'een inspiratieve presentatie over hoe Social Media is in te zetten bij Ruimtelijke Planvorming'. Let op de eerbiedige hoofdletters voor het eigen vakgebied in 'Ruimtelijke Planvorming'. Net zo min als deze ironisch bedoeld lijken zijn, is het rare woord 'inspiratief' dat, vreest de Taaldokter.

Al eerder merkten we 'inspirationeel' op, als alternatief voor het zolangzamerhand door niemand die zichzelf serieus neemt nog gebezigde 'inspirerend'. Blijkbaar was dat nog niet genoeg. Inspiratief. De Taaldokter vindt het een wat frustratieve ontwikkeling.

Geplaatst op: 30-03-2011 door Taaldokter

Het Nieuwe accountability implementeren

De ondraaglijke leegheid van het communicatiejargon

Was het niet tragisch en komisch tegelijk, vond de Taaldokter, hoe sommige ‘communicatie-experts’ grossierden in non-communicatie: stijf van de clichés, onhandig formulerend, amechtig hijgend naar aandacht. Zo organiseerde het ‘vakblad Communicatie’ workshops. Wat dat voor workshops waren? Nou, inspirerende workshops, wat dacht je! En voor wie dan? Voor de ‘pragmatische communicatieprofessional’ natuurlijk! Wat je ermee kon? Veel hoor: bijvoorbeeld ‘weloverwogen een keuze maken om al dan niet uw Twitterstrategie vorm te geven of uit te breiden’ na de workshop ‘Zakelijk twitteren’.

En er was natuurlijk veel ‘nieuw’, zoals ‘Het nieuwe woordvoeren’: ‘al die nieuwe en nog nieuwere media - het biedt de communicatieafdeling volop kansen’. En wat dacht je van ‘Het nieuwe corporate merkdenken’: ‘Het corporate merk ontwikkelt zich van vertrekpunt voor communicatie en marketing naar richtpunt voor de organisatie. Een richtpunt dat strategie, communicatie, marketing, HR en de lijn met elkaar verbindt. In het nieuwe corporate merkdenken wordt het corporate merk een strategisch managementinstrument dat doelgericht en doelbewust wordt ingezet om strategie te realiseren, veranderingen te managen, fusies van smeermiddel te voorzien of bijvoorbeeld klantgericht te worden.’

God wist wat het betekende, maar het was ‘nieuw’ en ‘strategisch’, het ‘verbond’ - en er was ook iets met ‘doelgericht’, ‘doelbewust’, ‘realiseren’ en ‘managen’, dus het zou wel deugen. Je kon er zelfs ‘klantgericht mee worden’!

‘Wil jij leren hoe je de toegevoegde waarde van communicatie voor de organisatie inzichtelijk maakt?’ Ook deze uitdagende vraag onder de intrigerende kop ‘Accountability’ noodde tot verder lezen: ‘Dan biedt deze workshop je [wat] je nodig hebt om accountability van communicatie binnen jouw organisatie te implementeren.’ Nou! Was dat niet precies wat je altijd al had gewild maar nooit kon: accountability van communicatie binnen je organisatie implementeren! Fan-tas-tisch!

Dolenthousiast doorklikkend ontdekte je dat de workshop ‘Online reputatiemanagement’ niet zozeer ging ‘over web 2.0 maar veel meer over PR 3.0.’ En ‘Internal Branding 2.0’ was ‘een workshop vol handreikingen om zelf mee aan de slag te gaan’, en je kon kennismaken met ‘het Hybride PR model’ met ‘concrete methodieken’ ‘om je pr-inspanningen beter meetbaar te maken dan ooit’. Dit beloofde Leuk 4.0 te worden! Je kon inmiddels nauwelijks wachten tot je je portemonnee mocht trekken.

Zeker niet toen je even verderop las dat er ‘handvatten worden aangereikt voor het oplossen van positioneringsvraagstukken’. En dan kon je ook nog eens leren ‘betekenis te geven aan de veranderende wereld’, ‘formele en informele netwerken binnen en buiten de organisatie ontdekken’, ‘een dialoog op gang brengen’ en ‘mensen in staat stellen om op hun eigen wijze verbinding te maken met de veranderingen die hen raken in hun werk- en privéleven.’

Erg belangrijk allemaal, gezien wat jij als adviseur wilde: ‘positie kiezen, relevant zijn, een stempel drukken en daar de resultaten van zien’. Ja! Een stempel drukken en daar de resultaten van zien: ja, ja, ja!

Ach. Zou de Taaldokter losbarsten in laaglandse hymnen, zich schaterend van zijn stoel storten, knarsetandend zijn haren uit het hoofd trekken, of toch maar zichzelf kietelen om een glimlach te forceren? Hij besloot het te houden bij een open mond van verbazing: hoe wonderlijk was het niet dat anno 2011 schaamteloos zo’n verzameling onzin, nonsens en kolder werd ‘gecommuniceerd’, dat ook maar iemand dat serieus nam – en ervoor betaalde?

Want o ja: ‘Voor de eerste workshop bedraagt de investering 399 Euro.’ Wat er eigenlijk stond: onze windhandelaars draaien losers die elkaar wijsmaken dat ze er iets aan hebben graag een poot uit met een serie dodelijke workshops vol platte clichés, een enkele goedkope tip en een uitgekauwd voorbeeld. We doen niet eens meer ons best het aantrekkelijk te formuleren, en zo lang niemand het merkt gaan we gewoon door.’

En de Taaldokter besloot Het Nieuwe Hybride Negeren toe te passen op alle uitingen van ‘vakblad Communicatie’.

Geplaatst op: 28-03-2011 door Taaldokter

Klacht is signaal

Even klagen. Uit een mailtje van de klantenservice van TNT Post:
'Hartelijk bedankt dat u de moeite neemt ons te informeren over uw ontevredenheid over de postbezorging waarin u aangeeft dat uw tijdschrift voor de vierde keer niet is bezorgd. [...] Uw signaal kan ons helpen om onze dienstverlening te verbeteren.'

De Taaldokter moest even kauwen op de eerste zin. Waarin 'gaf' hij nu iets 'aan'? In zijn 'ontevredenheid'? De 'postbezorging'? Beetje slordig, zo'n anakoloet als opening.

En dan. 'Aangeeft'? De Taaldokter had precies geschreven waar het op stond hoor: het blad was vier keer niet bezorgd en hij stelde voor de bezorger - nee, niet daarop 'aan te spreken' - een stevige schrobbering en misschien nog een laatste kans te geven.

En 'Signaal'? Zeg maar gerust: klacht. En die was niet bedoeld om de 'dienstverlening te verbeteren', maar om dat tijdschrift waarvoor betaald wordt gewoon in de bus te krijgen.

Ze weten het tegenwoordig allemaal, de helpdesks en servicecenters, dat ze wellevend moeten schrijven dat ze zich 'kunnen voorstellen dat dit heel vervelend voor u is' en hun excuses aanbieden. Service met een glimlach, noemden ze dat vroeger. Maar wie je klacht een 'signaal' noemt en een helder betoog 'iets aangeven', lacht een slechtzittend kunstgebit bloot. En de oogjes lachen niet mee.

Geplaatst op: 23-03-2011 door Taaldokter

Relatie met Jezus

De Volkskrantredacteur zal wel een jolige bui hebben gehad, toen hij schreef over dat 'aangaan van een relatie met Jezus Christus', dacht de Taaldokter - maar het staat echt op de website van de organisatie die homo's wil bekeren: 'the decision to leave homosexuality is not about one particular method, but ultimately about a relationship with Jesus Christ'. 'Een relatie met Jezus': het klinkt toch altijd wat... - ja, nichterig.

Geplaatst op: 22-03-2011 door Taaldokter

Wat heet

Een originele trap van vergelijking op de menukaart van het Chinese restaurant. Dacht u gewoon 'heet', 'heter' of 'heetst' te bestellen? Nee hoor: beginners kunnen hier gewoon 'iets hete' krijgen, gevorderden bestellen 'hete', en voor de durfals is er 'heter'. Heel bescheiden eigenlijk.

De Taaldokter herinnert zich met een glimlach de vriendelijke Indiër die hem, op zijn vraag of het bestelde gerecht wel echt ‘hot’ was, antwoordde: ‘Yes, very hot’ - en vervolgens zijn  tafelgenoot, die iets milders wilde, op de kaart een gerecht aanwees waar ‘medium’ achter stond en wantrouwend informeerde of dat wel echt mild was, enthousiast verzekerde: ‘Yes yes, very very medium!’

Geplaatst op: 22-03-2011 door Taaldokter

Dakloze zwervers

Verrassende kop in Het Parool: een beetje als 'Helft zieken voelt zich ongezond' of 'Driekwart miljonairs vindt zichzelf rijk'. De Taaldokter verkeerde eigenlijk in de veronderstelling dat zwerfjongeren per definitie dakloos waren. Het is een kwestie van definitie: volgens Van Dale kunnen ze ook 'van huis zijn weggelopen' - maar dus blijkbaar wel een 'dak' hebben. De regelmatig voorkomende combinatie 'dak- en thuislozen' roept dan weer de vraag op wanneer je aan zo'n 'dak' kunt refereren met 'thuis'.

Geplaatst op: 22-03-2011 door Taaldokter

In de heer

De Taaldokter constateerde het al eerder: enigszins denigrerend verwijzen naar mensen door een beleefdheidsvorm te gebruiken rukt op. Een verwarde patiënt is 'die mevrouw', voetballer en coach die protesteren tegen een rode kaart zijn 'de heer Bovenberg en de heer Pastoor', en W. Holleeder is een 'meneer'. Dit komt tegelijk ironisch ('Ik noem hem wel "meneer", maar u en ik weten dat... etc.'), en belerend over ('Ze is wel gek, maar ik blijf heel netjes "mevrouw" zeggen). Een vervelende combinatie.

Een vergelijkbaar fenomeen in - al dan niet verrassend - de taal van winkeliers en horeca-uitbaters ademt eenzelfde onuitstaanbare superioriteit van de spreker. De middenstand is 'meneer' en 'mevrouw' voorbij.

Steeds vaker hoor je daar 'heer' (en soms ook 'dame') als aanspreekvorm. Was het gebruikelijk te worden aangesproken met 'Dag mevrouw' en 'Alstublieft meneer', nu is het 'Dag dame' en 'Alstublieft heer' - en niet zelden kortweg 'Dame...' of 'Heer...'. Misschien wel juist omdat 'dame' en 'heer' oorspronkelijk beleefder zijn dan 'mevrouw' en 'meneer' komt dit onnatuurlijk, overdreven en daardoor denigrerend over. Dat zit 'm ook in het ritme en de klemtonen. Is de ober of winkelbediende bij gebruik van 'Alstublieft meneer' gedwongen de laatste lettergreep te beklemtonen en aldus duidelijk hoorbaar het woord 'meneer' uit te spreken, bij 'Alstublieft heer' lijkt hij dankbaar dat 'heer' bijna te kunnen inslikken. De Nieuwe Lompheid.

Zie ook:
De heer Bovenberg en de heer Pastoor
Willem Holleeder is een meneer

Geplaatst op: 07-03-2011 door Taaldokter

Het vlees is zwak

Deskundige op tv wil duidelijk maken dat het eten van biologisch vlees - naast de bekende voordelen - ook nog eens een goed gevoel van eigenwaarde oplevert. Of zelfrespect. Of zoiets. Maar hij zegt enigszins freudiaans: 'Het geeft ook een enorme zelfbevrediging.'

Onwillekeurig moest de Taaldokter denken aan de man die aankondigde zijn blaas te gaan legen met de woorden: 'Even de aardappels afgieten en naar het vlees kijken.'

Geplaatst op: 07-03-2011 door Taaldokter

Peuters zijn ook geen lieverdjes

'Beter dan andersom', ben je geneigd te denken over de merkwaardige kop van het Amsterdamse AT5, naar aanleiding van een kind dat een werk van Rembrandt beschadigde: 'Peuter betast oude meester'. Goed dat daar ook eens aandacht aan wordt besteed.

Geplaatst op: 07-03-2011 door Taaldokter

Halverwege alles en niets

Schaatscommentator: 'Fredricks is een man van alles of niets. Gisteren zat ie daar een beetje tussenin.' Die commentator, daar hou je van of je haat hem. Gisteren vond de Taaldokter hem maar zozo.

Geplaatst op: 07-03-2011 door Taaldokter

Bleekgezicht

M. Thieme (Partij voor de Dieren) tegen H. Bleker (CDA): 'U spreekt met twee gezichten.' Nu heeft de man enkele gelaatsplooien, maar de Taaldokter vermoedt toch dat Thieme bedoelde: 'U spreekt met twee monden'. Bleekgezicht spreekt met gespleten tong, als het ware.

Geplaatst op: 25-02-2011 door Taaldokter

Verhuizing ontvangen

De Taaldokter wijst er ambtenaren en andere beleidsschrijvers tijdens trainingen vaak op: je kunt als bijlage geen 'onderzoek' meesturen. Pietluttig?

Het is hetzelfde principe als bij de stomerijbaas die naar aanleiding van een klacht schreef: 'Ik heb de colberts bekeken maar kan geen klacht ontdekken.' En nu kwam er een mailtje binnen van waterleverancier Waternet: 'U heeft via Mijn Waternet een verhuizing doorgegeven. Wij hebben uw verhuizing ontvangen.'

Onderzoeken meesturen, klachten ontdekken en verhuizingen ontvangen? Het moet natuurlijk zijn: een onderzoeksrapport of -verslag, een reden of oorzaak van een klacht, en een aangifte van verhuizing (of gewoon een verhuisbericht). Een kwestie van een klein beetje nauwkeurigheid, logica - en wat aandacht voor de lezer.

Geplaatst op: 24-02-2011 door Taaldokter

U mag de broek even uittrekken

 

Een interessant artikel in Onze Taal van P.A. Coppen over ‘balanceren op het slappe koord van de modaliteit’: het betekeniscontinuüm van de ‘wenselijkheidswerkwoorden’ mogen, willen en moeten, en de ‘waarschijnlijkheidswerkwoorden’ kunnen, lijken en zullen. Hij vindt het zorgwekkend dat mensen zich ergeren aan modale betekenisverschuivingen: ‘Het betekent dat zij het ragfijne gevoel voor dit onderdeel van ons taalsysteem beginnen kwijt te raken’. En dat zou kunnen leiden tot een armoedig lexicon van eendimensionale betekenissen.

Nu heeft ook de Taaldokter een warme liefde voor de rijkdom aan nuances, tonen, schakeringen en connotaties van woorden, maar soms voelt hij toch nadrukkelijk mee met de klagers. Bijvoorbeeld bij het beruchte gebruik van ‘mogen’ in de min of meer gestandaardiseerde arts-patiënt-situatie. Vreselijk is het niet, een arts die met een hoofdknikje zegt: ‘U mag daar even plaatsnemen’ - uit de situatie blijkt immers dat ‘mogen’ hier iets als ‘wenselijkheid’ uitdrukt op de schaal die loopt van ‘toestemming’ tot ‘verplichting’.

Anders dan voor het sterk gestandaardiseerde ‘mogen’ in Herman Finkers’ grapje: ‘Mag ik u hartelijk bedanken.’ ‘Gaat uw gang.’ zijn er voor dit medisch-modale ‘mogen’ echter goede alternatieven. Denk bijvoorbeeld aan ‘Wilt u hier even plaatsnemen?’, ‘Gaat u zitten’, of ‘Als u daar gaat zitten...’, eventueel vergezeld van een gebaar naar de gewenste zitplaats. Glashelder, en de kans dat de patiënt reageert met: ‘Nee, dat wil ik niet’ of ‘Commandeer mij niet zeg!’ is verwaarloosbaar. Om elk misverstand uit te sluiten, kan de arts ook kiezen voor een ‘als-dan’-constructie, eventueel in de vorm van een vraag-antwoord-sequentie. ‘Als u wilt dat ik uw buik onderzoek, dan moet u daar even gaan liggen’ of ‘Zal ik uw buik onderzoeken? Dan moet u daar even gaan liggen.’

De ergernis over dat ‘mogen’ lijkt dan ook vooral ergernis over de gemakzucht van de arts die niet naar dergelijke alternatieven zoekt. En die wordt nog begrijpelijker als dit ‘mogen’ samen optreedt met een ander verschijnsel: de vervanging van voornaamwoorden door bepaalde lidwoorden. ‘U mag de broek even uittrekken. De onderbroek mag u aanhouden.’ Geen uitzonderlijke combinatie, die door haar afstandelijkheid fataal is voor gelijkwaardige communicatie. Ook de patiënt die alle verschillende connotaties kent die in dat ‘mogen’ resoneren, zal zichzelf geweld moeten aandoen om niet uit te roepen: ‘Ik MAG DE onderbroek aanhouden?’

De Taaldokter adviseert de arts daarom minstens drie maal daags te oefenen met zorgvuldige formuleringen in vaak toch al gevoelige situaties. Dat vergt enig inlevingsvermogen en inspanning, maar verlicht de pijn - en is daarmee uiteindelijk effectiever.

Geplaatst op: 22-02-2011 door Taaldokter

Gedrag vertonen

Een Deskundige Dame op tv over dieren in de zogeheten megastallen: 'Ze kunnen hun natuurlijke gedrag niet vertonen.' Merkwaardig onnodig beleidsnotitiejargon, dat ook over andere onderwerpen regelmatig te horen is: mensen vluchten niet, maar 'vertonen vluchtgedrag', ze slaan er niet op maar 'vertonen agressief gedrag', ze winkelen niet maar 'vertonen koopgedrag', et cetera.

Gedrag vertonen. Een formulering die de 'vertoner' reduceert tot een geestelijk gehospitaliseerde statistische voetnoot, en ook nog lijkt te impliceren dat het 'vertoonde gedrag' in de eerste plaats onderzoeksobject voor de Deskundige is. Of vertoont de Taaldokter nu te veel kritisch gedrag?

Geplaatst op: 22-02-2011 door Taaldokter

Gezonde tent

In de tv-reclame voor een zalfje wordt beweerd dat dit dient voor 'een gezonde tent'. De Taaldokter krijgt daarbij merkwaardige associaties. Hij vermoedt dat ook hier de vrees om elitair over te komen de oorzaak is. Zie ook de keelpastieljes.

Geplaatst op: 22-02-2011 door Taaldokter

Improvisorisch

Fotograaf H. Aarsman in De wereld draait door over straatonderwijs in India: 'Het is allemaal heel improvisorisch.' Klassieke contaminatie van provisorisch ('voorlopig') en geïmproviseerd.

Geplaatst op: 22-02-2011 door Taaldokter

Problematiek

De Taaldokter hoorde er weer één in het rijtje 'redengevingen', 'taakstellingen', 'smaakbelevingen', 'verwachtingspatronen', 'maatregelenpakketten', 'tijdsbestekken' en 'prijsstellingen': 'Mensen die een stevige problematiek hebben'.

'Problematiek' gebruiken in plaats van 'problemen' of 'een probleem' dus. Beetje raar is het voorbeeld wel, want waar 'problematiek' op zichzelf iets eufemistisch heeft, wordt dat enigszins tenietgedaan door 'stevige', zou je zeggen. 'Complexe problematiek' zou het al meer in het ongewisse laten. Er zullen weinig mensen zijn die zeggen 'Hij heeft [een] problematiek' in plaats van 'Hij heeft een probleem', maar de Taaldokter adviseert ook in combinaties met bijvoeglijke naamwoorden toch maar te kiezen voor 'problemen'.

Geplaatst op: 14-02-2011 door Taaldokter

Schor

Roda JC-trainer H. van Veldhoven na een verloren wedstrijd: 'Je hebt het toch over je heen geroepen.' Misschien zichzelf overschreeuwd?

Geplaatst op: 14-02-2011 door Taaldokter

Oprechte deelneming aan de samenleving

De Taaldokter krijgt wekelijks een krantje in de bus van het Amsterdamse stadsdeel Oost, dat huis-aan-huis wordt verspreid. Het staat bol van de bekende, onnodig borstklopperige overheidsretoriek, die - en daar gaat het om - vaak vervat is in buitengewoon hermetische taal. En dat is raar, want wie aan zelfpromotie doet (niet onnodig, want die stadsdelen lijken spoedig te verdwijnen) wil begrepen worden. Of niet?

De eerste kolommen van dit periodiek reppen van stadsdeelvertegenwoordigers die in de buurt gaan kijken. Dit noemt het stadsdeel 'expedities', en het gebeurt natuurlijk samen met 'professionals' (spreek uit: 'pfessials'). Vanzelfsprekend creëert dit 'samen optrekken' 'meerwaarde' om een 'kloof' te dichten' en 'de 'eigen kracht van mensen in te zetten', zodat zij kunnen 'deelnemen aan de samenleving'.

De esoterische, ouderwets paternalistische en tegelijk volslagen fantiesieloze terminologie maakt bijna dat je het niet meer wilt, 'deelnemen aan de samenleving'. Een geval van OverheidsOnzinGenerator.

Geplaatst op: 14-02-2011 door Taaldokter

Klaar zijn met

Wanneer de ontwikkeling begon, weet de Taaldokter niet, maar de uitdrukking ‘klaar zijn met’ lijkt dé manier te worden om je onvrede met iets of iemand te verwoorden - vaak voorafgegaan door ‘zó’ of ‘helemaal’. Een willekeurige internetselectie:

  • Koster helemaal klaar met 'heisa'
  • AZ is helemaal klaar met spoorloze Jonathas
  • CDA Noord-Holland nu al klaar met PVV
  • Heineken is helemaal klaar met Sjoerd Kooistra
  • Bak Nielsen 'helemaal klaar' met Friese fans
  • Helemaal klaar met de vuvuzela
  • Hannover is helemaal klaar met Schlaudraff
  • Patty Brard helemaal klaar met realitysoap!
  • Giel Beelen: 'Helemaal klaar met The Voice'
  • Vrouwen zijn helemaal klaar met roze bling bling gadgets
  • Anouk is helemaal klaar met baby's
  • Helemaal klaar met 2010!
  • Ik ben he-le-maal klaar met de iPhone
  • Helemaal klaar met die sneeuw!

Er blijkt zelfs een boek Zo klaar met jou! te bestaan. ‘Pasta? Daar ben ik zó klaar mee’, hoorde de Taaldokter laatst. Onsympathieke uitdrukking, vond hij. Waarom? Ten eerste drukt zij meer uit dan alleen iets als ‘voor mij heeft zij/hij/het afgedaan’; er zit ook een connotatie in waarmee de spreker zich enigszins superieur toont aan het object van diens onvrede: ‘Ik besteed er mijn kostbare tijd niet meer aan. Ik heb haar/hem/het afgehandeld’: missie volbracht, object kaltgestellt. Daarnaast ademt de term iets koppig definitiefs: ‘Die heeft het voorgoed verknald, wat er verder ook gebeurt’. Op de achtergrond speelt dan nog de oudste betekenis van ‘klaar’ mee: helder, duidelijk, onomwonden: ‘En dat zeg ik gewoon zoals het is.’ Tot slot is de uitdrukking een wel erg gemakkelijk containterbegrip om toch zeer diverse onlustgevoelens te uiten.

Welke gevolgen deze ontwikkeling heeft voor de interpretatie van koppen als ‘Helemaal klaar met revalidatie’, en of op een uitroep als ‘De koffie is klaar!’ binnenkort gereageerd zal worden met de vraag ‘Waarmee?’, is nog onduidelijk.

Maar de Taaldokter is helemaal klaar met ‘klaar zijn met’: geborneerde ‘zeggen-wat-je-denkt’-retoriek van taalgebruikers als verwende kinderen. Afgelopen. Einde verhaal. Over en sluiten. Finito. Passé. Schluss. Aus. Basta. Terug naar de studio in Hilversum.

Geplaatst op: 14-02-2011 door Taaldokter

Naar de toekomst toe

Gehoord: 'Deze foto is een mooie herinnering naar de toekomst toe.' Een herinnering aan het verleden richting de toekomst, zeg maar.

Geplaatst op: 14-02-2011 door Taaldokter

Manier van overkomen

De commentator: 'Arnoutovic wordt nog wel eens vergeleken met Ibrahimovic. Dat is een beetje de manier van overkomen.' De Taaldokter vond de manier van overkomen van Ibrahimovic heel anders dan die van Arnoutovic. Maar dat lag misschien aan zijn manier van interpreteren.

Geplaatst op: 14-02-2011 door Taaldokter

Volksaard

Op de tentoonstelling 'Reclameklassiekers' in de Amsterdamse Beurs van Berlage wordt geprobeerd 'de Nederlandse volksaard' te duiden. Dat levert, in het nisje waar sport in de reclame wordt geïntroduceerd met obligate praat over het Nederland waar je maar gewoon moet doen omdat je dan al gek genoeg doet, een paradoxaal pareltje op. Anderzijds vinden 'we' namelijk ook: 'Als je veel hebt bereikt, en toch gewoon bent gebleven, dan mag je daar best trots op zijn'.

Als de Taaldokter het goed begrijpt vinden 'we' dus dat we niet trots mogen zijn op wat we hebben bereikt, alleen op de gewoonheid die we daarbij hebben weten te behouden. - Maar dan ben je dus al niet meer zo 'gewoon'.

De werkelijkheid is dan ook een stuk perverser: die topsporters, 'artiesten' en anderen die 'veel hebben bereikt' zijn zich ervan bewust dat het zaak is te pretenderen 'gewoon' te zijn gebleven, wetende dat dat niet zo is, net als hun fans, en zo houden zij gezamenlijk de illusie in stand dat ze 'gewoon' zijn en daar dol op zijn. (Maar niet al te gewoon want dan gaat de lol eraf, en intussen zegt men nuffig dat 'we in dit land geen sterren kunnen aanbidden'.)

Opvallen door onopvallendheid? Trots zijn op bescheidenheid? Dat zouden 'we' wel willen! Als je iets kunt zeggen over 'de Nederlander' dan is het dat hij er een merkwaardig genoegen in schept om het luidst te roepen dat je 'in dit landje je hoofd niet boven het maaiveld uit mag steken omdat die dan genadeloos wordt afgehakt.' En in dat koor zingt die tentoonstelling braaf mee. Een soort persiflage op een satire met een dubbele bodem.

Geplaatst op: 14-02-2011 door Taaldokter

Verwachtingspatronen, gespin en de heer

Even enkele recente aanvullingen op het Voetballexicon.

Verwachtingspatronen
Beroepsvoetbaloudehoer J. van Gelder over wat bondscoach B. van Marwijk vindt van debutant K. Strootman: 'De bondscoach heeft een zeer hoog verwachtingspatroon van 'm.' Wat zijn dat toch, die verwachtingspatronen? Ook in de voetbaltaal rukt de windhandel in 'redengevingen', 'taakstellingen', 'smaakbelevingen', 'verwachtingspatronen', 'maatregelenpakketten'en 'tijdsbestekken' op. Zie ook hier.

Veel gespin, weinig wol
Excelsior-trainer A. Pastoor over 'gedoe': 'Het was, hoe zeg je dat - ja, spinnen - gespin, weinig wol.' Veel gespin, weinig wol. Associaties met bekende sprookjes, maar ook met zacht snorrende katers - toch iets anders dan geblaat. Maar veel gespin, weinig wol zou wel eens een grote toekomst tegemoet kunnen gaan: het verwoordt treffend het ijdele 'afjagen', 'opendraaien' en 'lanceren' van verliezende ploegen.

De heer Bovenberg
Scheidsrechter legt voor camera (als kijker krijg je er plaatsvervangende schaamte van, die afgedwongen openbare boetedoeningen) verantwoording af over door boze trainer bestreden beslissing: 'Ik heb de heer Pastoor uitgelegd waarom de heer Bovenberg een rode kaart heeft gekregen'. De heer. Onzekerheid, angst en een diepgevoelde minachting strijden om voorrang in dat ene woord. Zie ook hier.

Geplaatst op: 08-02-2011 door Taaldokter

Laatste editie: de laatste keer over uitgeven

Beknopte samenvatting van een verbazingwekkende avond, in het Parool van vandaag:
klik hier voor een pdf.

Geplaatst op: 07-02-2011 door Taaldokter

Maar ook noch voor

Een opvallende formulering van staatssecretaris H. Bleker gisteravond bij Pauw en Witteman over de gevolgen van de ontwikkelingen in Egypte: 'Zo'n fase [...] is niet goed, noch voor Egypte, maar ook noch voor de betrekkingen [...] met Egypte.'

Maar ook noch. Klinkt een beetje als 'En. Jawel. Dus.' Hm. Hoe ongebruikelijk ook, eenmaal ingezet is het vervolg van de constructie logisch: na dat eerste 'noch' moet een tweede volgen. Omdat Bleker blijkbaar de tweeledigheid van de gevolgen wilde benadrukken, zag hij zich genoodzaakt dat 'maar' in te voegen - daarmee ook een tegenstelling tussen die twee aspecten suggererend.

Had hij zich dat tevoren gerealiseerd, dan had hij waarschijnlijk gekozen voor: 'Zo'n fase is niet goed voor Egypte maar ook niet voor...' Hij had er ook voor kunnen kiezen het tweede 'noch' sterk te beklemtonen.

De formulering mag logisch zijn, nodig is zij niet: 'noch... noch...' was afdoende geweest. Misschien vreesde Bleker halfbewust niet duidelijk genoeg te zijn voor de gemiddelde kijker, zonder dat 'maar'. 'Noch' biedt veel mogelijkheden:
- 'Zo'n fase is noch voor Egypte, noch voor de betrekkingen goed.'
- 'Zo'n fase is goed voor Egypte noch voor de betrekkingen.'
- Ook gebruikelijk: 'Zo'n fase is niet goed voor Egypte, noch voor de betrekkingen.'

Altijd beginnen met 'Niet...' en vervolgen met 'en/maar ook niet...' lost dat keuzeprobleem van de 'noch'-constructies op. Toch zou het jammer zijn als zij verdwenen.

Geplaatst op: 03-02-2011 door Taaldokter

Passivitis in Oost

Op 28 januari 2011 opent de voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Oost, F. Elatik, een serie debatten en een ‘expertmeeting’ onder de titel ‘Verbinden in Oost'. Doel: ‘polarisatie en vervreemding tegengaan’. Je houdt je hart vast, want natuurlijk gaan ‘bewoners, bestuurders, professionals en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk veld’ ‘met elkaar in gesprek over thema's’ – maar dat is niets nieuws.

Wat volgt is echter een aperte onjuistheid – en dat is minder gebruikelijk. Onder de kop ‘Verscherpte tegenstellingen in de samenleving’ schrijft het stadsdeel op zijn website:

‘Het huidige politieke klimaat, is volgens sommigen de oorzaak van de verscherpte verhoudingen tussen groepen in de samenleving. Het recht om kritiek te hebben op een godsdienst wordt gezien als vrijheid van meningsuiting. Anderen wijzen naar de opkomst van de islam en zien dit als een bedreiging voor de westerse normen en waarden. Daarnaast merken vertegenwoordigers van maatschappelijk organisaties op dat enkele jongeren zich afkeren van de samenleving omdat zij zich in hun identiteit aangetast voelen. Maar sommige jongeren zijn zelf ook niet verdraagzaam tegenover andere bevolkingsgroepen of tegen mensen met een andere seksuele geaardheid. Deze ontwikkelingen voeden het toenemende gevoel van onveiligheid en intolerantie in de buurten.’

Één blik op de meest recente cijfers van het gemeentelijke bureau Onderzoek en Statistiek leert dat dit onzin is: over het algemeen zijn zowel de objectieve als de subjectieve veiligheid in het stadsdeel toegenomen. Naar de reden van deze hijgerige onrustzaaierij kun je dan ook slechts gissen. Je zou zeggen dat de overheid er juist belang bij heeft te verkondigen dat het goed gaat met de veiligheidsbeleving, zodra daar ook maar de geringste aanleiding toe bestaat.

Maar er is meer. Want wat bedoelt het stadsdeel nu eigenlijk met dat onhandige zinnetje: ‘Het recht om kritiek te hebben op een godsdienst wordt gezien als vrijheid van meningsuiting’? Door die passieve constructie blijkt niet wie dat vindt. ‘Men’? ‘Alle stadsdeelbewoners’? ‘Een enkele zonderling’? ‘Het volledige ambtelijke apparaat’? Het lijkt zelfs of het stadsdeel daar tegen is - en of die opvatting bijdraagt aan het groeiende onveiligheidsgevoel. Dat er dus niet is.

Om die onduidelijkheid te voorkomen had het stadsdeel natuurlijk beter kunnen schrijven: ‘Hoewel het goed gaat met de veiligheid, zijn er nog steeds mensen die zich op straat asociaal gedragen met als excuus dat anderen hun religie bekritiseren. Daar willen we vanaf, want zulke kritiek valt onder de vrijheid van meningsuiting. Wie daar niet tegen kan moet zich gedragen en met argumenten komen.’ Is het domheid, of is dit wijselijk niet gebeurd en liggen de belangen van het stadsdeel elders?

Geplaatst op: 03-02-2011 door Taaldokter

Taal zonder kloten: de Ziekte van Deze

Het Nederlands lijkt zich te ontwikkelen tot een taal zonder kloten – of zonder tieten, for that matter. Niet dat de taal 'onzijdiger' wordt, maar juist dat de 'mannelijke' en 'vrouwelijke' verwijswoorden het van de 'onzijdige' lijken te winnen: nog slechts ‘die’ en ‘deze’ gebruiken, in plaats van bijvoorbeeld 'dit’, ‘het’ of ‘dat’. Wat ook een vorm van geslachtloosheid is.

Het is een bekende, zinloze ergernis van velen, maar soms wordt het ook de Taaldokter wat al te gortig, en vreest hij dat we op weg zijn naar niet alleen één verwijswoord, maar ook één lidwoord - en eigenlijk het liefst ook één zelfstandig naamwoord. Met veel plaatjes en geluid.

Nu weer eerst een mededeling over een nieuw boek: 'Deze wordt gepresenteerd...' Toen tv-zender AT5 over een cruiseschip in de haven: 'Het schip is zo groot dat ie niet op de foto past.’ En tot slot Kamervoorzitter G. Verbeet bij het afscheid van Kamerlid F. Halsema: 'Ik heb een gedicht en die ga ik u voordragen.'

Enfin. Gelukkig zei ze niet ‘welke'.

Eerder:


De Amsterdamse stadsomroep AT5: 'Hij pakte haar camera af en gooide 't stuk.' Het camera. Onbegrijpelijk, gegeven de eerder vermoede neiging naar alle woorden maar met 'die' te verwijzen. Versimpeling, alla, maar liever niet ongestructureerd.

De Taaldokter kreeg iemands voicemail en hoorde: 'Toets een hekje om uw bericht nogmaals te beluisteren of deze opnieuw in te spreken.' Deze. Per slot van rekening is het deze bericht. Logisch.

In de krant (en niet als citaat!): ‘Als u een lampje heeft en hij gaat aan...’ Afgezien van de omslachtige formulering ('Als u een lampje aandoet...' is helderder) valt ook hier de neiging op om naar 'het-antecedenten' te verwijzen met 'die' ('hij') in plaats van 'dat' ('het').

Zo repte dezelfde door Amsterdammers goed bekeken zender van een onderdeel voor een machine, 'weliswaar geprepareerd in Duitsland, maar toen ie werd teruggeplaatst...' (Let op de suggestie: Nederlanders mogen dan bij 'oorlog' niet meer meteen aan Duitsers denken, ze verkeren nog wel in de waan dat alles bij onze oosterburen gründlich gebeurt.)

Aan het Amsterdamse Oosterdokseiland verrijzen mooie gebouwen, ontging ook stadszender AT5 niet, maar de omroep was toch vooral benieuwd naar de sound van het gebouw: 'Het nieuwe con-ser-va-to-ri-um [moeilijk woord!] ziet er prachtig uit, maar hoe klinkt ie?' Ie. 'Wie is die?' 'Die meisje van de kon-ser-vaa-too-rie-jum.' Het komt niet meer goed.

Geplaatst op: 31-01-2011 door Taaldokter

Ongepast

Wat moet je in de lezer stoppen als je 'ongepast' wilt betalen?

Geplaatst op: 31-01-2011 door Taaldokter

De PVV en de Verboden Woorden

De NRC citeerde PVV-ster F. Agema in het t-programma 24 uur met...: 'Ik vind tolerantie zo'n hol begrip. Je tolereert iemand totdat hij over de schreef gaat en dan tolereer je hem niet meer. Ik vind dat het iets voorwaardelijks inhoudt. Ik vind het begrip niet mooi en ook niet iets om trots op te zijn.'

Prachtige illustratie van de tendens om autoriteiten in twijfel te trekken: van artsen tot agenten, juristen en politici - tot woorden. Tolerantie. Wat betekent zo'n woord nog helemaal? De online Van Dale zegt: 'de verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden' - de mate dus waarin je andersdenkenden verdraagt. 'Tolerantie' betekent dus iets wat per definitie voorwaardelijk en dus rekbaar is (maar goed, dat is maar de Van Dale).

En daar houdt Agema blijkbaar niet van. Zij zegt het woord 'hol' te vinden omdat het iets rekbaars betekent - niet omdat het begrip rekbaar is (en inderdaad te pas en te onpas wordt gebruikt, zonder vermelding van wat je dan zou moeten tolereren). Dat is net zoiets als het woord 'poep' vies vinden omdat je niet van poep houdt. Of het woord vrijheid, omdat het 'iets voorwaardelijks inhoudt': je leeft in vrijheid totdat je niet meer in vrijheid leeft.

Niet mooi en ook niet iets om trots op te zijn. Weg met de rekkelijken en hun tsunami van voorwaardelijke woorden, waarmee de grachtengordelelite dit mooie land om zeep helpt!

Geplaatst op: 31-01-2011 door Taaldokter

Ruttiaans: meer dan erin zit

Het viel te vrezen dat het, na het tijdperk Balkenende, een stuk rustiger en minder vermakelijk zou worden om te letten op de taal van de minister-president. Langzamerhand beginnen gelukkig toch interessante contouren zichtbaar te worden van wat elders al 'Ruttiaans' is genoemd: het taalgebruik van premier M. Rutte.

Natuurlijk wordt er flink en voorspelbaar in de bus geblazen over het vele Engels waarmee hij zijn teksten onnodig zou doorspekken. Interessanter is zijn retoriek, die hij schaamteloos ontleent aan Grote Voorbeelden.

Zo sprak hij vorige week in het tv-programma Buitenhof: 'Er is niets mis met Nederland wat we niet kunnen repareren met wat goed is in Nederland' - een letterlijke, zij het wat ongemakkelijke (je ziet toch de bilnaad voor je van de loodgieter die klem zit in je keukenkastje) vertaling van de woorden van B. Clinton in diens inaugurele rede: 'There is nothing wrong with America that cannot be cured by what is right with America' (die op zijn beurt de woorden parafraseerde van zijn voorganger D. Eisenhower: 'There is nothing wrong with America that the faith, love of freedom, intelligence and energy of her citizens cannot cure').

Rutte vergaloppeert zich af en toe ook (nog): in een nauwelijks hoorbaar tussenzinnetje beweerde hij: 'We hebben een ongelooflijk sterk land waar we veel meer uit kunnen halen dan erin zit.’

Denk daar maar eens over na. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Geplaatst op: 30-01-2011 door Taaldokter

Kunstbullshit 2011

Het lijkt waarachtig wel of sommige op- en bijschriftenverzinners de KunstBullshitGenerator als leidraad gebruiken! Er wordt weer volop 'verwezen' (naar 'de bredere betekenis'), 'gerefereerd aan' ('de symbolische associaties') en 'bekritiseerd' ('de overdaad en gulzigheid van de consumptiecultuur').

Mag het een onsje meer zijn? De vanzelfsprekendheid waarmee het gebracht wordt blijft verbazen.

Geplaatst op: 30-01-2011 door Taaldokter

Inspirationeel!

De Taaldokter kreeg de volgende vraag.

'Ik kreeg vandaag het inspirationele iFly-magazine van de KLM in mijn digitale brievenbus. Het wat?, dacht ik. Ja, ik las het goed: het inspirationele iFly-magazine! Aan welke ziekte lijdt dit iFlymagazine, Taaldokter?'

De Taaldokter dacht eerst dat het om dat populaire, multifunctionele voorvoegsel 'i-' ging, (zoals dat bijvoorbeeld in de personeelsbeschrijvingen van een softwarebedrijf wordt gebruikt: 'iDirect', 'iProject', 'Support', 'iCoordinate', 'iReport', 'iFinance', 'iDevelop', 'iTest', en 'iOrganise'). Meer over de achtergronden van dit verschijnsel hier

Het was de schrijver echter begonnen om het woord 'inspirationeel'. Ja, dat lijkt wat merkwaardig. Waarschijnlijk is gewoon 'inspirerend' bedoeld, maar is - naar Engels voorbeeld (inspirational) - 'inspirationeel' gebruikt . Een korte (internet)speurtocht leert dat de meningen verschillen over de juiste toepassing in die taal van inspiring en inspirational, maar dat laatste lijkt in elk geval vaker voor te komen dan ons 'inspirationeel'. Kortom: een purist zou het met een zuur gezicht een anglicisme noemen.

De schrijver vermoedde: misschien ligt 'inspirerend' te dicht bij 'transpirerend', waarmee de associatie met 'zwoegen' opdoemt: 'Want laten we wel wezen: vakantie is leuk, maar het is ook zwoegen. Je kunt beter gaan werken!' Dat is mogelijk. Misschien klinkt alles wat te maken heeft met 'inspireren' de meesten tegenwoordig wel in de oren als trekken aan een dood paard. 'Inspirerend'? Oppassen!

Hoe dit zij, de Taaldokter is een sucker voor de manier waarop kleine vormveranderingen, door bijvoorbeeld voorvoegseltjes en uitgangen, allerlei betekenisnuances (of grote -verschillen) kunnen bewerkstelligen, en stilletjes hoopt hij binnenkort zelf een folder in de bus te krijgen met niet-frustrationele, vibrationele aanbiedingen. Epibrationeel gespreken dan.

Geplaatst op: 30-01-2011 door Taaldokter

Agent op maat

Nog even naar aanleiding van Het einde van de uitgeverij: van de website van ‘literair agentschap’ Sebes & Van Gelderen, die ouderwets huiselijk begint met ‘welkom’:

  • ‘Naast spreek- en schrijfopdrachten representeren wij auteurs bij de verkoop van hun manuscript’;
  • ‘Naast het Nederlanders en Vlamingen vertegenwoordigt Sebes & Van Gelderen ruim 80 uitgevers en literair agenten’;
  • ‘Voor een schrijver of spreker op maat zijn wij sinds 1998 hét bureau’.

En dat was nog slechts pagina 1. Naast de merkwaardige constructies valt vooral het gebrek aan moeite op om oorverdovende clichés te vermijden. 'Literair agenten' letten vooral op cijfers, dat zal het zijn.

Geplaatst op: 30-01-2011 door Taaldokter

Kapsalon

De Taaldokter komt niet vaak in snackbars, en verbaasde zich over de folder in de bus die de 'kapsalon' aanprees. Slechts € 6,-! Even googelen leerde dat er als sinds 2003 een zeer luisterrijke snack door Nederland waart. Inmiddels schijnen er ook 'kipsalons' en 'vissalons' te worden geserveerd.

Geplaatst op: 29-01-2011 door Taaldokter

De uitgever als bedreigde diersoort

25 januari 2011: een Nederlandse uitgever houdt zijn gehoor met veel aplomb voor dat het naar de boekwinkel moet. 27 januari: het Amerikaanse Amazon maakt droogjes bekend inmiddels meer e-books dan paperbacks te verkopen.

Hebben uitgevers van papieren boeken nog bestaansrecht, over pakweg vijf jaar? Over die vraag organiseerde de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam de bijeenkomst Het einde van de uitgeverij? Dat de avond plaatsvond in het Comedy Theater, was veelzeggend. Volgens de aanwezige schrijvers, lezers en internetspecialisten moet de branche zich opmaken voor een aardverschuiving, maar lijkt zij zelfs niet voorbereid op een lichte schok.

Klik hier voor een uitgebreid verhaal (pdf).

De aanwezige uitgevers en ‘literair agenten’ wisten die indruk treffend te illustreren. Zij beleden een heilig geloof in het papieren boek en vonden elkaar in een verbeten apologie van het huidige bestel. Logisch: ze zijn onderling afhankelijk en willen hun marktaandeel behouden. Er ontvouwde zich een waaier aan zonderlinge redeneringen. Wij zijn nodig omdat we onmisbaar zijn. En we zijn onmisbaar omdat we nodig zijn – daar kwam het op neer. Wie anders moest onbekende debutanten promoten en gerenommeerde auteurs ‘in de watten leggen’? Kochten de meeste lezers niet in de vertrouwde boekwinkel? Hoeveel e-books werden er nu helemaal verkocht? En schrijvers kregen wel 20% van de royalty’s! Anderen partijen hadden bovendien onvoldoende verstand van selectie, redactie en distributie, ‘het onderhouden van contacten en vermarkten van talent’. En waarom zouden auteurs zich het hoofd breken over de financiën? Het waren trouwens vooral weer mensen van buiten het ‘boekenvak’, die het beter wisten. Nee hoor: uitgeven was ‘een vak’.

‘Het is een vak’: een veelgebruikt, maar altijd wat schril klinkend argument om je bestaansrecht te verdedigen. Maar om wie draait het nou? Wie vraagt er in de boekhandel om ‘de nieuwste van uitgeverij zus-en-zo?’ Wat als dat vak anno 2016 helemaal niet meer nodig is? Als de generatie die opgroeit met beeldschermen geen papieren boeken meer wil? (‘Wat was dat voor ding opa?’ ‘Dat noemden we een “boekenkast” jongen.’) Als schrijvers en lezers zelf in hun behoeften voorzien door online uit te geven en te kopen? Als ondernemende auteurs andere zelfstandigen inhuren voor redactie, marketing, vormgeving en verkoop, en zo zelf zeggenschap krijgen over proces en opbrengsten? Als internet meer inzicht biedt in de publiekssmaak dan het oordeel van uitgevers? Als lezers online investeren in boeken? Dan staan de verhoudingen in de boekenbranche net zo op hun kop als in de muziekindustrie.

Nee, e-books zijn geen fysieke boeken – maar wel veel goedkoper te produceren en verspreiden. En consumenten betalen daar graag een redelijke prijs voor. Natuurlijk verdwijnt het papieren boek. Wie ontvangt er nog wel eens een telegram? Natuurlijk zullen schrijvers het heft steeds vaker in eigen hand kunnen nemen. Een zegen voor auteur én lezer. Overigens ook voor onze leefomgeving - en voor de kwaliteit van het aanbod, als uiterst matige schrijvers niet meer worden gehypet door geoliede machines.

Slechts een enkeling voelde het trillen van de grond. Nederig werd toegegeven dat niet de uitgeverij het ‘merk’ was, maar de schrijver. En er kon wel wat meer worden geïnvesteerd in ‘sociale media’. Dat moest echter wel ‘passen bij de auteur’. Want kostte dat twitteren niet heel veel tijd? Nou ja, er zouden misschien taken worden overgenomen door nieuwe spelers. Maar topredacteuren zouden echt niet weglopen om ‘een beetje gaan zzp'en’. En ook op internet zouden de gevestigde ‘huizen’ de dienst blijven uitmaken. Toch?

Zich bezinnen op hun rol? De uitgevers leken er zelfs niet over te willen nadenken. Uit onverschilligheid? Aannemelijker is dat zij veinsden de veranderende verhoudingen niet serieus te nemen: après nous la déluge. Onbegrijpelijk was het nauw verholen dedain voor schrijver en lezer waarmee dit gepaard ging. Als die houding representatief is voor de branche, zal er inderdaad maar een enkeling overblijven: 'Voor de watjes', zoals schrijfster N. Noordervliet zei. Terwijl de eerste barsten in de vloer zichtbaar werden en de zaal begon te schokken, verhief een oude struisvogel moeizaam zijn kop uit een stapel half vergane boeken, schudde enkele vergeelde snippers van zich af, knipperde tegen het licht en kuchte amechtig: ‘En toch is het een vak!’

Joost R. Swanborn, lezer

Geplaatst op: 27-01-2011 door Taaldokter

Gestelde vragen

En ja hoor, daar was hij weer, ditmaal op de website van het DeLa Mar-theater te Amsterdam: de rubriek 'Veel Gestelde Vragen'. Valt reuze mee: het blijken er slechts acht te zijn.

Overigens ben je hier ook een 'Dhr.' of een 'Mw.'

Geplaatst op: 26-01-2011 door Taaldokter

OverheidsOnzinGenerator

Na de KunstBullshitGenerator presenteert de Taaldokter nu ook zijn OverheidsOnzinGenerator (OOG). We kenden al de Bullshitbingo: het spelletje waarbij je verboden woorden (‘bullshittermen’) afvinkt, zoals ‘synergie’, ‘in de week leggen’, ‘bandbreedte’, ‘benchmark’ en ‘toegevoegde waarde’. Maar: overheidstaal is juist mede berucht vanwege combinaties van dergelijke gratuite termen, resulterend in aannemelijk en zelfs gewichtig klinkende, maar volledig betekenisloze zinnen: ‘De inzet van gemeentelijke professionals biedt perspectieven bij het samen optrekken rond de eigen verantwoordelijkheid zodat alle partijen over hun eigen schaduw heen kunnen stappen.’

Daarom is er nu de OverheidsOnzinGenerator (OOG): een handig schema dat helpt zulke constructies te herkennen, te voorkomen, en - voor wie de onbedwingbare neiging heeft - zelf te maken. Combineer naar hartenlust willekeurige termen uit de vier kolommen, en creëer uw eigen overheidsjargon. Altijd multi-interpretabel, altijd polyvalent!

Vergroot de afbeelding of klik hier voor een pdf.
 

Geplaatst op: 25-01-2011 door Taaldokter

Het station/stadion/stadium voorbij

Op televisie sprak voormalig PVV-kandidaat-Statenlid C. de Bruin over 'een gepasseerd stadium'. Een niet onbegrijpelijke constructie (hij had ook iets kunnen zeggen als 'een voorbij station'), en wellicht een hypercorrectie (in een flits dacht de spreker beter 'stadium' dan het misschien wat plastische 'station' te kunnen gebruiken, zoals sommigen het menen te moeten hebben over 'de voetbalstadia in Nederland'). Hoe dit ook zij, aan het geestesoog van de Taaldokter trok een lange rij gepasseerde stadia voorbij, waar mensen stonden te wachten op treinen die nooit zouden komen.

Geplaatst op: 19-01-2011 door Taaldokter

Invoering is het geval

Van de website van de Amsterdamse Dienst Milieu en Bouwtoezicht: 'Op het moment van schrijven is de invoering van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) per 1 oktober 2010 het geval.'

Behalve dat deze tekst ruim drie maanden na de beoogde invoeringsdatum nog in deze vorm op de site staat, valt de constructie met 'het geval zijn' op. Te maken hebben met, sprake zijn van, het geval zijn: formuleringen die de angst voor al te concrete mededelingen moeten bezweren. En ze werken averechts, want ze roepen meer vragen op dan ze beantwoorden - wat men precies wil zeggen blijft onduidelijk. De lezer vraagt zich onmiddellijk af: wordt die wet nu ingevoerd of niet?

Ook na het tijdperk J.P. Balkenende (groothandelaar in 'het geval-', 'sprake van-' en 'te maken hebben met'-constructies) tieren dergelijke moeizame wrochtsels welig. Dat iets ('de invoering van een wet', 'angst onder de bevolking', 'verrommeling van het landschap') gewoon is, heerst of in dit geval bijvoorbeeld 'wordt verwacht', lijkt steeds zeldamer.

Adequater was natuurlijk geweest: 'Op dit moment lijkt het erop dat de wet... wordt ingevoerd', 'We verwachten dat de wet.... wordt ingevoerd', 'Naar het zich nu laat aanzien wordt wet... ingevoerd', of desnoods 'Invoering van de wet is gepland op...'

Door de schrikbarend toenemende frequentie van deze contraproductieve omtrekkende taalbewegingen, is op dit moment een zekere moedeloosheid bij de Taaldokter het geval.

Zie ook: Er is sprake van vaagheid

Geplaatst op: 11-01-2011 door Taaldokter

Vakantiebespiegeling: cijferfetisjisme en stadstours

De Taaldokter verbaasde zich weer over het cijferfetisjisme tijdens de city-tour, op de rode dubbeldekker die hem door de nieuwe stad reed, met achter hem twee dronken Finse pubers en voorin een Amerikaans echtpaar met een verveelde dochter, terwijl hij in de stijve bries de pet op het hoofd trachtte te houden, het ene oortje van de krakende headset in het oor (pogend het door een student Engels ingesproken bandje te verstaan, boven de enthousiaste, onafgebroken in haar eigen taal in een te luid afgestelde microfoon sprekende gids uit), en de camera voor het oog.

‘Krrrkggh... Aan uw linkerhand ziet u in de bocht de Oude Burcht liggen, die in 1325 door zeshonderachtentwintig monniken is gebouwd. Bij de poort staat het beeld van de Grote Vrijheidsstrijder, in 1630 opgericht ter ere van...Pffffrrrt.’

‘Het witte gebouw aan ...Brrrkkk... is de Nationale Assemblee. Hier worden van oudsher de belangrijkste beslissingen genomen en in de naaste omgeving vinden wij dan ook vele bars en gezellige kroegjes die zijn vernoemd naar de volksvertegenwoordigers van ...Kkrrrk.’

‘Let u op als we zometeen over de brug komen: aan uw rechterhand ziet u dan het Standbeeld van de Naamloze ...Ghhhhhrkplop.’

‘Dames en heren, het is tijd voor onze eerste stop. Vergeet niet zo’n geniepig glaasje huisgemaakte brandewijn met een stuk artisanale cake te nemen in een van de oorspronkelijke vakwerkhuisjes.’

‘....Wkrrrrakkk... Dan naderen wij nu het Financiële District. Hier is het een komen en gaan van ....rrrrrrrrt....’

‘Let vooral op de gevelsteen in het derde huisje van link...Plfplfplfkrkkk...'

‘Toen Keizer ...Krrk.. de Derde in 1784 opdracht gaf voor de bouw van dit buitenverblijf verkeerde het land in deplorabele staat....snjiiiieeeep....Krk... dat het bouwwerk - opgetrokken uit maar liefst drie miljoen zestigduizend achthondernegenenveertig handgebakken klnkers - de tand des tijds heeft doorstaan.'

'....Kgggggrrrrhh... waarvoor wij nu voor stilstaan is de Nationale Opera, waar in de loop van de afgelopen decennia vele binnen- en buitenlandse diva’s acte de présence gaven... Bhhrrrrkgg.... tegenwoordig ook dienstdoet als ...Hrrrkuukkmphw... Jaarlijks vinden hier zevenhonderdtweeëndertig voorstellingen plaats, variërend van .... krrkblobblobgggrkk...'

'...stadion aan uw rechterhand, thuisbasis van de geliefde stadsploeg, jaarlijks zeshonderdacht wedstrijden worden gespeeld.'

'...  economische groei van de laatste jaren letterlijk weerspiegeld in de glazen gevel van de toren voor ons, in 2009 ontworpen door .... Flofflofkrrrak... en het jaar daarop gebouwd door vijfduizendachthonderdnegenenveertig professionals met behulp van een achtduizendtweeëntwintig kilo wegende kraan die de zevenhonderdertig glasplaten van negentienhonderacht kilo elk over de belendende gebouwen takelde.'

... spreekwoordelijke gastvrijheid die tot uiting komt in haar vlekkeloze beheersing van de zeven talen die standaard worden onderwezen vanaf het moment dat kinderen de leeftijd bereiken van drie jaar op de zeshondertwaalf scholen in de drieënvijftig districten...Bhrrggggrkr...'

'... linkerhand de rivier waar elk jaar zo’n achtendertig miljard liter water doorheen stroomt... krrrrk... entachtig vrachtschepen die goed zijn voor ...knknknkrrrrr... ton vracht, honderdzes cruiseschepen uit drieënveertig landen...knjiieeeeeph.... passagiers.... Hghhhrrrrmmmhk... twintig diersoorten en waterplanten. De elf soorten aangeplante oevergewassen worden voor vijfennegentig procent gebruikt in de industrie, waar, zoals gezegd, eenenveertig procent van de bevolking een arbeidsplaats.....Krrrrr...'

'... voor het stadspark dat achtendertig soorten bomen telt... kr...kr....krrr...plop...'

'... Knjieearrgggggh.... sluiten wij hier onze rondrit door de stad af voor ...krrrkkk... waar u zich kunt laven aan pruimenbloesemlikeur en misschien wel een flensje aandurft, waar het personeel er jaarlijks driemiljoenvijfhonderddrieëntwintig van bakt. Denkt u aan uw gids?'

Geplaatst op: 10-01-2011 door Taaldokter

Uitregenen

Dat het in verband met de brand in Moerdijk (de 'verschrikkelijke / afschuwelijke / dramatische' brand, lijkt iedereen zich weer verplicht te voelen daar aan toe te voegen) in de media gebezigde werkwoord 'uitregenen' hier en daar wordt gedefinieerd als 'verwijdering door regen van radioactieve deeltjes in de atmosfeer die ontstaan zijn bij een kernexplosie' zal de omwonenden niet vrolijk stemmen.

Geplaatst op: 10-01-2011 door Taaldokter

Prijsstelling

 

De windhandel in 'redengevingen', 'taakstellingen', 'smaakbelevingen', 'verwachtingspatronen', 'maatregelenpakketten'en 'tijdsbestekken' woekert voort: nu hoorde de Taaldokter weer spreken over 'een lage prijsstelling', terwijl 'een lage prijs' werd bedoeld. Qua geld betreft kost het financieel toch niet duur om dat dan gewoon te zeggen?

Zie ook hier.
 

Geplaatst op: 10-01-2011 door Taaldokter

Plannen en resultaten

In overheidscommunicatie heerst een schrikbarende - al dan niet moedwillig gesuggereerde - onbekendheid met het verschil tussen plannen en resultaten. Het simpele feit dat er plannen zijn of wordt overlegd, wordt regelmatig gepresenteerd als een knap resultaat. 'In gesprek zijn gegaan', een 'opgesteld plan van aanpak’, een 'uitgevoerde inventarisatie', 'uitgesproken ambities' - het lijken in overheidsland belangwekkende resultaten.

Op de gemiddelde gemeentelijke website staat in het ergste geval met veel aplomb dat ‘visies’ of ‘missies’ zijn 'vastgesteld', in het beste geval valt er te lezen over doelen (die ‘ambities’ heten), plannen en processen. In een als het heelal zelf uitdijende hoeveelheid 'onderliggende' en 'vervolgdocumenten' worden deze beschreven, uitgewerkt, gecontroleerd en herzien. Dit heet de 'planning- en controlcyclus'.

Het schrijnendste voorbeeld van deze aanpak die zo effectief de aandacht afleidt van waar het werkelijk om gaat, vormt de constructie ‘met alle partijen om de tafel gaan’ - en alle varianten daarop: ‘samen’, ‘met z’n allen’, ‘met alle actoren / betrokkenen / spelers’, ‘aan / rond de tafel’, ‘schuiven / 'gaan zitten’ - ook in diverse contaminaties, zoals 'om de tafel in gesprek gaan'. De wethouder: 'Ik ben heel blij dat de gemeente nu om de tafel is geschoven met de branchevereniging / ouders van de raddraaiers / partners uit het veld.'

De daadwerkelijke resultaten zijn veelal in twee zinnen samen te vatten. O, wat zou het een verademing zijn als de overheid zich daar eens toe zou durven beperken. Maar nee: iemand heeft ooit bedacht dat dat te magertjes oogt, en die opvatting is helaas gemeengoed geworden.

En dat het publiek, murwgebeukt door het bombardement van loze termen, niet reageert - een handvol beroepsquerulanten daargelaten - vormt de legitimatie om op dezelfde voet door te gaan.

Zie ook: Transparantie als toverwoord

Geplaatst op: 10-01-2011 door Taaldokter

Onverantwoorde verantwoording?

Een gouwe ouwe, nu aangetroffen in een scriptie: 'Mensen dragen verantwoording voor de samenleving'. Afgezien van het Balkenende-achtige 'lekker-belangrijk'-gehalte van de mededeling, valt de constructie verantwoording dragen voor iets op.

Verantwoording leg je af - bijvoorbeeld nadat je ter verantwoording bent geroepen - over iets waarvoor je verantwoordelijkheid hebt, draagt, hebt aanvaard, genomen of zelfs opgeëist.

Het is overdreven om te zeggen dat het gebruik van verantwoording dragen in plaats van verantwoordelijkheid dragen onverantwoord is en de taalgebuiker die het doet onverantwoordelijk, maar een aandachtpuntje blijft het.

Geplaatst op: 10-01-2011 door Taaldokter

Verschil tussen dag en nacht

Merkwaardig: in een tv-reclame voor Elmex-tandpasta zegt een mannenstem: ‘Het is een verschil tussen dag en nacht.’ De vaste uitdrukking luidt natuurlijk: 'een verschil van dag en nacht'. Zelfs op internet geeft van ruim anderhalf keer zoveel treffers als tussen, terwijl je best kunt verwachten dat zo'n uitdrukking vaker wordt verhaspeld - maar niet in 'commercials'; of wel? Er zal over nagedacht zijn. Is van te onduidelijk? Of moet die afwijking van de standaard juist de aandacht trekken (en misschien zelfs irritatie wekken, wat, zoals bekend, uitstekende propaganda is)? De wegen der reclameschrijvers zijn ondoorgrondelijk.

Geplaatst op: 10-01-2011 door Taaldokter

Hasjtag

Het is altijd aardig als een spreker zijn eigen dubbelzinnigheid niet doorheeft, en soms bijna niet te geloven, zoals wanneer presentator A. Boomsma de kijkers van een tv-programma over softdrugs er fijntjes en zonder knipoog op wijst dat ze kunnen reageren via Twitter: 'Hashtag zus-en-zo.'

Geplaatst op: 10-01-2011 door Taaldokter

Pastieljes

Uit de sportwereld was al bekend dat velen liever spreken over 'medaljes' (of, ook niet bijster smakelijk, 'plakken') dan over 'medailles'. Nu hoorde de Taaldokter in een tv-reclame 'keelpastieljes' aangeprezen worden. Pastieljes.

Een andere verklaring dan vrees te worden versleten voor bekakt of overdreven als je gewoon 'pastilles' zegt is er niet; de uitspraak van 'ajje' is niet bijzonder lastig voor de gemiddelde Nederlander, gegeven de populariteit van 'Ajje' voor 'Als je...'.

Geplaatst op: 10-01-2011 door Taaldokter

Vakantiemededeling

In het buitenland: 'You look like a nice couple. Not him, but you.'

Geplaatst op: 10-01-2011 door Taaldokter

Assbook

Gehoord uit de mond van een Facebook-hater, op de vraag waarom hij niet 'op Facebook zat': 'Ik richt zelf wel een "social network" op: Assbook.'

Geplaatst op: 10-01-2011 door Taaldokter

Ayaan-zeggers slaan weer toe

En ja hoor: denk je net van veel verkapt taalseksisme af te zijn omdat F. Halsema ('Femke') de Tweede Kamer heeft verlaten, is A. Hirsi Ali weer eens op de Nederlandse televisie - en prompt staan de commentaren op internet weer bol van het ge-'Ayaan', als was ze een persoonlijke vriendin van de schrijvers - hier en daar zelfs in één zin 'Ayaan' en 'Pauw' (die haar interviewt, zelf ook Ayaan-zegger). Hirsi Ali is Ayaan, Pauw is Pauw. Hou daar toch eens mee op (of spreek ook consequent over Mark, Piet Hein, Uri, Henk, Halbe, et cetera).

Zie ook: taalseksisme

Geplaatst op: 05-01-2011 door Taaldokter

Nieuwjaarsboodschap

(Afbeelding openen of bekijken als pdf)

Geplaatst op: 04-01-2011 door Taaldokter