Probatio pennae
![]()
Probatio Pennae
de oude lul preekt:
wat heette liefde -
alles kwam van jou uit
en ging naar jou terug.
Jaren sta je vragenstellend aan
de zee, een bed, een raam:
zijn al die vogels hier...?
Nooit slapend in een bed van haar,
van stenen, borsten, goud
(veel gevogelte verkend;
gewoontediertjesvent).
Zijn alle vogels hier genesteld?
Al vragend gaat men zo
van bed in bed.
En erger.
Het heeft geen naam, geen zin, geen reden;
er is slechts een vermoeden.
En aan de horizon van dat vermoeide
vragen aan het blinde raam
schaduwen,
de maan.
Zijn al die kutvogels genesteld
behalve jij en ik?
Gil je, is dit sterfbed?
Al vragend gaan we zo
van dood in dood
en verder
wachtend tot Afwezigheid
- het onvoorstelbare moment,
die zeldzame seconde
waar jij zo goed in bent -
ons uit dit vragendal ontzet.