Déjà -bu (in de tram)
'... en what about
wij een bewustzijn,
en dat steeds bedwelmen?'
De anarchistjes in ons oude hart
laafden zich: vertrouwde douche
van drank. Soms vroeg iemand nog
waarom.
Buiten ging het beest,
bliksems, haastig, jeuk,
geen tijd voor leuke dingen.
Vonken tegen de hemel knetterend,
fragmenten van ramen en regen.
Een man als een mythe,
zijn barstende spiegels,
zijn spullen.
Zijn naam die klonk
of je motor niet startte:
de Afgrijzer.
Maar alles ging voorbij, wij
dachten: '...'
Later alles weer als alles,
toen de rem weer van de klok was,
zeverend: vergeet me niet.
En altijd altijd altijd weer:
bier er over heen.
Dus what about
toen daar het beest
handenwringend haren
uit z'n grote hoofd
en wij
in de remise van de klok?
- `Telefoon voor Walt Disney.'