De koning van de Leidsestraat
de Koning van de Leidsestraat is moe
en dronken
hij hangt z’n hoofd
op tafel
legt z’n handen
uitgestrekt
op tafel
ook hier geen bier meer op de tap
de struise blondine
heet Annie en zucht
dat de koude wodka ook op is
dan maar lauwe
ook goed
en hij staat al op de toog
de Koning van de Leidsestraat
opent zijn ogen
als garagedeuren in de mist
richt zich half op
en boert
als je die borrel niet lekker vindt
krijg je er nog een
een kolossale indiaan
die als twee druppels water lijkt
op die zogenaamd doofstomme
uit One flew over the cuckoo’s nest
glimlacht even
in de richting
van het geluid
maar al snel weer
alleen
tegen zijn wodka
jurist jurist
ach jonge
vertel mijn wat over juriste
me broer is jurist
me neef is jurist
me moeder is jurist
mijn tent kejje niet sluite
wou jij deze tent sluite
dus jij wilt me café sluite
weetjewel wie of dat ik ben
de Koning van de Leidsestraat
en weet jij wat ik doe
ploffer tegen je kop
ter illustratie wordt een forse hand
uit een doodmoe leren jack gediept
en een wijsvinger
verrassend nauwgezet
tegen je slaap geplaatst
ze noeme me niet voor niets de Koning
ik ben altijd gewapend
je probeert
je hebt de verkeerde voor je
ik ben de jurist hier niet, dat is hij
wijzend op K.
die doet of zijn neus bloedt
hij wil je café sluiten
wil je er aan toevoegen
maar de Koning van de Leidsestraat
krijst nu uitzinnig
blaffer tegen je kop
tent sluite
plofploflof
je durf zijn hand in deze eeuwigheid
niet weg te duwen
uit angst
dat die plotseling afgaat
toe nou Robert
(zo heet de Koning van de Leidsestraat
in het echt, uitgesproken op zijn Frans)
smeekt Annie
die jonges benne hier voor ’t eerst
die komme uit een heel andere cultuurwereld
ga lekker slape bove
dan trekt de Koning van de Leidsestraat
zijn hand terug
om ogenblikkelijk in slaap te vallen
de kolos
de doofstomme
maakt bezwerende gebaren
over de halflege glazen
ze zijn al weer vol
uit zijn binnenste borrelt
gebrom op
ik zou zo maar weggaan jonges
met een schuine blik op de ronkende royalty
die plotseling weer tot leven komt
en brult
met jou heb ik ook nog een appeltje te schillen
bolle
zeg dat je me vriend bent
of ik schiet je kop er af
ben je me vriend
een zucht
ja Robbie
dan wordt de Koning van de Leidsestraat
overmand door dikke tranen van Verleden
we hebbe veel meegemaakt mijn vriend...
en je glipt de deur uit
de nachtelijke vrijheid in
de volgende ochtend
priemt de vinger
van de Koning van de Leidsetraat
een witte plek
in je slaap