Chez François
Diep in de Ardennen,
zijn oren als vleermuizen aan zijn schedel gegroeid,
een tafel als looprek,
werkt hij zich uit zijn grot
tot achter de toonbank
en staat me te woord
- hoewel hij dus niets meer hoort.
Alimentation.
Een oude dame wacht,
amechtig, slecht ter been.
Ze lacht: 'Bonjour François, bonjour monsieur.'
Er komt van alles uit het plafond:
bretels, reeksen kaarten, muggenzifters,
of hoe die plakstroken heten,
tegen vliegend ongedierte.
Ik heb niet eens een kater.
Later, toch wat trillend, kom ik thuis:
een blik peren op sap
en sigaretten.
In het papieren zakje
zit het bonnetje
dat hij steunend op de toonbank schreef.
Bf 268 is Bf 250 geworden.
Het is gaan waaien.
Door de bossen
lacht zijn eentandslach
de waarde van de Emo bloot.