Basta!
Een ieder heeft z'n raam verkleind.
Men zit als grote zwarte tulpen
met de vingers in het donker
angstgebitten vast te klinken
in het jaargetij.
Er zwerft een schurfthondje rond
(allergisch voor de mensen).
Het schurkt zich aan dierenkadavers
zoals een rivier z'n bedding vormt:
aan gras en boom een zucht ontfutselt.
Onthutst in de straaljagerhemel
verlicht de zon de maden.
De mensentanden klappen in hun holen.
Sorry, blaft het hondje,
maar 't spijt hem niet:
hij heeft zijn vorm gevonden.
En wij maar wachten op de welkomst
van het Wondermannetje
- slechts eenmaal in de duizend jaar geboren -
dat zeggen zal dat wij niet groeien
maar dat alles kleiner wordt.
In oktober alle blaadjes
van de bomen trekken
omdat het dan herfst is.