(Ode aan) De Kleine Man
Daar staat hij dan
de man om wie
het is begonnen
aan gene zijde
van De Kloof.
Jeneverzijds.
Gewoon
zoals hij is:
hand in zak,
schouders halfzes.
Jan.
De zwijgende,
hardwerkende
Nederlander
in zijn straat
met zijn pet
en zijn buik
en zijn korte
achternaam.
De Burger.
Zijn tv pruttelt
Geen Vertrouwen,
Zakkenvullers,
allemaal,
dus dichterbij Gewone Man
en wat de mensen denken
in dit land. Die trappen
daar niet in.
Daar gaat hij dan.
Tevreden man
op zijn gemak
langs afgronden,
door diepten,
hummend:
Wie
is er weer de lul?
Juist: de Kleine Man.