Het weer dan

Beluister

 

Verwachting

Dinsdag 14 tot en met

Vandaag en morgen: overwegend en enkele

Er is vrij veel
en verspreid over het land
komen voor.
Rond de 12.
De zuidwest tot zuid,
matig, aan de kust tot vrij.
In de avond in kracht af.

In de nacht overwegend
en van tijd
tot tijd lichte.
Van het zuiden uit tijdelijk.
Rond of boven.
Er staat een matige.

Morgenochtend de westelijke
helft nog vrij veel
en af en toe.
In het oosten aanvankelijk
en geregeld te zien.
In de loop van de dag
verder oostwaarts
en mogelijk enkele.
Daarbij is er kans op.

In het westen
tot plaatselijk mogelijk
nog langs de oostgrens.
In de ochtend naar zuid
tot zuidwest
en neemt daarbij.

Vooruitzichten

In het algemeen veel
en iedere dag perioden
en met name zaterdag veel.
In de middag onder
de tijd van het jaar.

Vooruitzichten lange termijn

Dinsdag 21 tot en met

Grote kans (ca. 60 %) op voortzetting
met rond of iets onder.

Gehoreclaag

Fraaie illustratie van de Hollandse volksaard, gisteravond in een verder niet onaardig restaurantje: uitbater meent aan zijn ontkennende antwoord op onze terloopse vraag wanneer hij open is gedurende de feestdagen te moeten toevoegen: ‘We moeten ook een beetje om onszelf denken’.

‘We moeten ook een beetje om onszelf denken.’ Huilebalk. Alsof wij niet zojuist een fijn bedrag in zijn horecabeurs hadden geduwd. Alsof hij de gehele avond bezig was geweest alleen maar om óns, klanten, te denken. Alsof dat erg zou zijn geweest.

‘We moeten ook een beetje om onszelf denken.’ Dat mag best, maar doe dat een beetje discreet, ja? Want wij blieven dat gretige gehoreclaag niet. Die misplaatste conversatie. Die Algeheele Nivelleering.

Van je vrouw af

Op 10 oktober 2012 schreef E.N. Perquin in De Groene Amsterdammer over een vrouw die zei dat haar dochter ‘van haar man af ging.’ Volgens haar een ouderwetse uitdrukking; tegenwoordig hoorde ze vooral neutrale bewoordingen (‘bij elkaar weg zijn’, ‘uit elkaar zijn’). Ze meende dat de term minder vaak gebruikt zou worden voor mannen. Daarvan zou men namelijk zeggen dat zij ‘hun vrouw in de steek laten’. ‘Van iemand af gaan’ leek Perquin dan ook ‘beter, heldhaftiger’.

Afgezien van bespiegelingen over alle mogelijke plastische interpretaties van de term (van elkaar afrollen, een nieuw bestaan tegemoet), riep dit vragen op bij de Taaldokter. Hij meende de uitdrukking nog regelmatig te horen – wel met een onderscheid tussen ‘af gaan van’ en ‘af zijn van’. Gaan is natuurlijk actiever dan zijn. Voor wat het waard was, leverde even googelen zes treffers op voor ‘gaat van zijn vrouw af’, en maar één voor ‘gaat van haar man af’. ‘Is van zijn vrouw af’ gaf echter 82.000 treffers (slechts twee in de afgelopen maand), en ‘is van haar man af’ 129.000 (slechts vier in de afgelopen maand).

Perquin kon wel suggereren dat het meestal ging om de man als dader en de vrouw als slachtoffer, de Taaldokter vond dat dat net zo goed andersom kon gelden. En een uiterst onsympathieke uitdrukking bleef het. Hij zag altijd de middelbare man in een horecagelegenheid voor zich, die, kleintje pils in de knuist, een bezegelringde, dikke pink in de lucht, net iets te luid verkondigde de moeder van zijn kinderen te hebben ingeruild voor een jonger exemplaar.

‘Ging’ hij ‘van zijn vrouw af’, dan legde hij een snood masterplan ten uitvoer om een zonnige toekomst op te bouwen, ‘was’ hij ‘van zijn vrouw af’, dan was hij als door goddelijke interventie eindelijk verlost van die kwezelachtige, frigide trut die hem het leven structureel zuur maakte. Die kennelijke voorkeur voor het meer passieve zijn maakt de zegswijze zo mogelijk nóg onsympathieker. Maar blijkbaar wordt deze nog slechts gebezigd in beperkte kring.

Al draagt een aap een gouden ring…

Er zat zo’n voornamelijk uit glimmend pak, paarse stropdas en haargel opgetrokken horeca-figuur tegen betaling zijn waar aan te prijzen in het tv-programma van H. Mens, mettertijd ook steeds meer een karikatuur van zichzelf geworden, zich nog slechts omringend met andere eendimensionale karakters, zodat de kijker het gevoel bekruipt te kijken naar het resultaat van een fröbelworkshop programmamaken voor lieden met een ‘geestelijke uitdaging’. Elke week weer een adembenemend schouwspel.

Deze gast ‘deed’ in wijn: ‘Bij ons draait alles omtrent wijn’, deelde hij plechtig mee. Wat dat precies betekende en wat dat ‘omtrent’ meer was dan ‘om’, dat bleef duister. Natuurlijk ging het altijd om ‘mooie’ wijnen. Of ‘omtrent’ mooie wijnen. ‘Mooie producten’, zeg maar. Met vanzelfsprekend de bekende ‘mooie neuzen’ en ‘mooie afdronken’. Het autisme van de moderne middenstand: denken dat mensen je vanzelf gaan geloven als je maar vaak genoeg luid verkondigt dat iets goed is. En deze ene, die ‘zat op’ € 7,30 ‘de fles’. Dat we niet dachten dat ze dat kostte – nee, daar ‘zat ze op’.

Hoe ‘mooi’ dit alles ook was, deze moderne wijnboer paarde in zijn toon een merkwaardig soort ambtelijkheid aan nauw verholen superioriteit tegenover zijn clientèle, en was daarmee uitstekend op zijn plaats in het programma, dat elke week weer de vraag onbeantwoord laat of het zijn succes nu dankt aan verregaande luiheid dan wel aan de onverholen minachting van de kijker - een probleem overigens dat om voorrang strijdt met het vraagstuk of de runderachtige naïviteit die het ademt geveinsd is of echt.

Die mooie wijnen, die bezorgde de wijnman namelijk thuis. Om misverstanden te voorkomen, liet hij alvast doorschemeren van het ergste uit te gaan en meldde wat klanten konden doen ‘als de instructies niet goed waren’ (hij bedoelde: als kopers een verkeerd adres zouden opgeven; je wist het nooit met die wijndrinkers, uitgesproken domme mensen die  hun eigen naam nog niet kunnen spellen): ‘Dan kunnen ze bellen.’ Ze. Inderdaad. ‘Voor zeventienhonderd uur.’ Klantgerichtheid 2012, met een glimpak en een zegelring. De Taaldokter moest ineens sterk denken aan een oud en ten onrechte veel te weinig gebruikt spreekwoord.

Soort van echt

Jongeman in tv-programma dat Millionaire matchmaker of zoiets heet, over wat hij verwacht van zijn toekomstige ‘partner’: ‘I just want her te be like real.’ Niet eens de bekende korte aarzeling: ‘I want her to be – like – real’, nee, een kordaat: ‘like real’.

De vrije vertaling van dat Amerikaanse ‘like’-pareltje – ‘soort van’ – valt, zoals bekend, ook in Nederland steeds vaker te horen. Prijzen wij onze geliefden binnenkort ook omdat ze ‘een soort van echt’ zijn?

Iedereen passeert

Fijn ‘stukje’ gristentaal, gisteravond bij de EO. In huiverprogramma De kist wordt CDA-kamerlid S. Uitslag geïnterviewd over de dood. Op de vraag of ze bang is, antwoordt ze: ‘Ik hoop niet dat ik snel passeer, maar ik ben niet bang voor mijn eigen dood.’ Nou kan er in het Nederlands heel wat passeren – van voorbijgangers tot notariële akten – maar als synoniem voor ‘verscheiden’, ‘sterven’ en ‘ontslapen in de armen van je schepper’ kende de Taaldokter het woord nog niet. Het leek een letterlijke vertaling van het Engelse ‘to pass away’ of ‘to pass on’, gruwelijk eufemisme uit een hoek die sommige gristelijke politici hier te lande nogal lijken te bewonderen.

En wat hoopte ze – natuurlijk? ‘Dat er op mijn begrafenis heel veel mensen zijn die zeggen: “Ze heeft me geïnspireerd, wat een inspirerende… visionaire is natuurlijk ook mooi…”, citeerde ze alvast de necrologieën. ‘Ik hoop dat ik…’ – en toen onderbrak ze zichzelf, maar de Taaldokter verdacht haar er sterk van dat ze had willen zeggen: ‘dat nog mag meemaken.’

Maar goed, daar was allemaal nog geen sprake van, want ze had nu ‘een kindje’. Anderen hadden misschien gezegd: een dochter, maar met dat verkleinwoord diende de spreekster  - ondanks dat ze, geruststellend, in reïncarnatie geloofde (‘pijnlijk, een soort geboorte’) – alvast een gratis bezwaarschrift in tegen het haar aangedane onrecht voor als het onverhoopt toch zo ver mocht komen.

Enfin. De Taaldokter moest plotseling sterk denken aan de Monty Pythons ‘dead parrot-sketch’. Passeert u de koffie even?

Voor een betaalbaar pension!

Volgens een bloedstollende presentatie van ex-minister A. Klink is een van de ‘moderne risico’s’ die de ‘klassieke verzorgingsstaat’ bedreigen de betaalbaarheid van het ‘pension’. Goed, dat weet je, zou J. Cruijff zeggen. Echt beangstigend wordt het, wanneer blijkt dat daarnaast ook de ‘arbeidsmarkt’ nog eens ‘vekrapt’. Gelukkig is daar wat aan te doen -natuurlijk: een ‘versoberings agenda’ opstellen (met ‘financiele’ prikkels – ‘activerende’ prikkels, welteverstaan)!

Goed, allicht had hij die paar A4′tjes (die trouwens voornamelijk Engels bevatten) niet zelf gewrocht maar waren ze hem in de maag gesplitst door een dyslectische stagiair, maar hij had kennelijk ook niet de moeite genomen even de formuleringen te controleren alvorens de goedgevulde zaal van het Muziekgebouw aan ‘t IJ toe te spreken. Verbazingwekkend eigenlijk dat A. Klink niet de nieuwe lijsttrekker wordt van het Christen-Democratisch Appèl.

Mensen wegbrengen

En daar hoorde de Taaldokter het weer, in een café ditmaal, uit de mond van de waard die consequent aan zijn ex-vrouw refereert als ‘het Ministerie van Oorlog’ of ‘de Raad van Overstuur’, wat aardig schetst hoe hij in het leven staat – een man die in voortdurende staat van oorlog verkeert met alles en iedereen, waarbij die nooit nader gedefinieerde ‘ze’ hem, in de woorden van wijlen A. Geesink, ‘structureel tegenwerken’, en in welke strijd uiteindelijk altijd hij, Kleine Man immers, de lul is: ‘mensen wegbrengen’. Om precies te zijn zei hij: ‘Ik heb er al genoeg weggebracht.’

Wat voorafging was een kolderiek misverstand: man in café krijgt telefoon, neemt op, zegt na enkele seconden drie keer ‘Godverredomme’ en stopt telefoon weg, waard vraagt: ‘Tisser?’, man antwoordt: ‘Die-en-die is dood’, waard zegt ‘Godver’, man beent deur uit, waard legt clientèle uit wie er nu weer dood is, te jong, niet eerlijk, concert des levens, et cetera, telefoon van café gaat, waard neemt op, luistert, zegt ‘O’, legt weer neer en zegt: ‘Hij was het zelf niet, het was ze moeder.’

En toen sprak hij dus: ‘Ik heb er al genoeg weggebracht.’ En de Taaldokter vroeg zich af waarom die uitdrukking hem zo tegenstond.

Toen hij het verwaten gezicht tegenover hem opnam, wist hij het: mensen die anderen ‘wegbrengen’ doen dat niet met gepaste rouw en bescheidenheid, maar ter meerdere eer en glorie van zichzelf; hun woordkeus benadrukt dat het leven niet ongemerkt aan ze voorbijtrekt, en ze laten zich er en passant nog even mee op voorstaan dat ze ondanks alle sores de gelegenheid vinden allerlei figuren die hun pad kruisen ‘weg te brengen’.

Aandachttrekkerij. Mensen die anderen ‘wegbrengen’ doen dat om de angst te bezweren dat er, als hun tijd komt, niemand is om hen zélf weg te brengen. Want dat is wat ze het liefste willen: zelf worden ‘weggebracht’, tijdens een staatsbegrafenis, in een kist omringd door drommen mensen die ze ‘de laatste eer bewijzen’, waarna hun praalgraf een bedevaartsoord wordt voor het volk, dat nog tot in lengte van jaren snikkend knielt voor de Man die Altijd Anderen Wegbracht.

En daar begonnen de woorden van Bazon Brock te echoën door het café: ‘Der Tod muß abgeschafft werden, diese verdammte Schweinerei muß aufhören. Wer ein Wort des Trostes spricht, ist ein Verräter.’