Bespraakbeer

Steeds vaker te horen: ‘bespreekbaar maken’.

Problemen. Homoseksualiteit. Laaggeletterdheid. Zelfmoord. Wanhoop. Huiselijk geweld. Conflicten op het werk. Arbeidsmarktproblematiek. Geldzaken. Veiligheid. Kwaliteit. Alles kan of moet ‘bespreekbaar’ worden ‘gemaakt’.

Maar wat is dat eigenlijk, dat ‘bespreekbaar maken’? Mensen net zo lang martelen totdat ze ergens over willen praten? Ze ‘schoppen tot ze een geweten hebben’?

Nee hoor: meestal bedoelen de sprekers gewoon ‘het ergens over hebben’. De term wordt alleen veelvuldig misbruikt (met name door politici), bijvoorbeeld door midden in een gesprek te melden ‘Ik wil dit gewoon graag bespreekbaar maken’, terwijl het al een half uur gaat over wat er dan ‘bespreekbaar’ moet worden ‘gemaakt’. Praatjes voor het publiek en voor de vaak.

(Iets ‘bespreekbaar’ hebben ‘gemaakt’ is inmiddels ook een verworvenheid waarover je je trots niet onder stoelen of banken dient te steken. ‘Die-en-die heeft als eerste het probleem van zus-en-zo in Nederland bespreekbaar gemaakt.’ Die-en-die heeft het er als eerste over gehad, wordt dan dus bedoeld.)

De bespreekbaarmakers suggereren dat juist en alleen zij het ‘aandurven’ ‘taboes te doorbreken’ en ‘helderheid te verschaffen’ – daarbij structureel tegengewerkt door achterbaks gekonkel en slinkse machinaties van Geheime Krachten. Een te wantrouwen type. Waarover men kan spreken, dat hoeft men niet bespreekbaar te maken, om Wittgenstein te parafraseren.

Bespreekbaar maken. Verboden woord.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *