Leve de stereotypen

De  fantasieloze richtlijnen uitvaardigende kwezels die zowel het probleem als de oplossing van alles zoeken in woorden en het landschap der taal daarmee doen verdorren,  hebben een nieuw doelwit: ‘stereotypen’. Stereotypen? Nou en?

De heksenjacht van hen die zowel het probleem als de oplossing van alles zoeken in taal heeft een nieuw doelwit: ‘stereotypen’ (clichés over geslacht, ras, seksuele voorkeur, etc.). In schoolboeken ‘wemelt’ het ervan, griezelt de Volkskrant op 13 november: een wereld waar een kwade genius machtige woorden als magische spreuken uitstrooit over willoze slachtoffers. De enig juiste reactie luidt: nou en?

Telkens als de elkaar met hun correcte alertheid feliciterende taalkwezels hun fantasieloze richtlijnen uitvaardigen, slaat de verdorring toe in het landschap der taal. ‘Kinderen krijgen via schoolboeken stereotiepe beelden voorgeschoteld van mannen, vrouwen en mensen met een niet-westerse achtergrond.’ Dat ‘niet-representatieve’ beeld zou hun zelfbeeld aantasten. Zien de tere zieltjes alleen autoritaire mannen, hysterische vrouwen, uitkeringstrekkende allochtonen en kirrende homo’s? Nee: de taalzeloten, die gelijkheid verwarren met inwisselbaarheid, betreuren de afwezigheid in schoolboeken van timmerende Eva’s, baby’s verschonende Adams, Shaneequa’s op zeilkamp, Maurits-Jannen in de shisha-lounge en Ali’s in spaceshuttles. Eerder schreven onderzoekers van taalboeken voor immigranten bloedserieus: ‘Typisch vrouwelijke activiteiten, zoals het huishouden doen of voor de kinderen zorgen, kwamen vaker met vrouwelijke namen voor’ – o schande!

Boeken hóeven de werkelijkheid natuurlijk helemaal niet te weerspiegelen, maar kennelijk is iedereen nu zo bang om zelf slachtoffer te worden van morele volksverontwaardiging, dat men vlucht in nog hollere clichés dan die welke men bestrijdt. Samen met de vage begrippen en ongefundeerde aannames leidt dit tot volslagen gratuite beweringen over stereotypen.

Pompeo Borra - The Nude, 1927, Hermitage St. Petersburg
Pompeo Borra – The Nude, 1927, Hermitage St. Petersburg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kretologie
Het debat kenmerkt zich door halfbakken definities. Zo zouden kinderen met een niet-westerse achtergrond zich ‘niet-gerepresenteerd kunnen voelen’ als er weinig mensen met zo’n achtergrond in boeken voorkomen. Maar wat ís dat, je ‘niet-gerepresenteerd voelen’? En: hoe erg is het? Wat betekent het, dat een kind zich moet ‘herkennen’ in een boek? En vooral: waarom zou het zich níet kunnen ‘herkennen’ in een kind van een ander geslacht, met een ander uiterlijk? Zelf verslond ik de ‘meisjesboekjes’ over Shirley Flight, ‘de gevleugelde gastvrouw’. Wat betekent het dat kinderen zich moeten ‘thuisvoelen’ in teksten? Zij zouden ‘gemotiveerder zijn en beter leren’. Hoe meet je dat? En waarom zou dat ‘thuisvoelen’ niet samengaan met stereotypen? Het klinkt allemaal aannemelijk, maar het is kretologie.

Betutteling
Dit weerhoudt de taalmaffia er niet van te concluderen hoe ‘belangrijk’ het is om stereotypen te vermijden. Dat heeft iets te maken met ‘kansengelijkheid’, maar niemand maakt duidelijk wat dan het verband is tussen de vertegenwoordiging in literatuur en de kansen in de praktijk. Ja, ‘kwetsbare groepen’ zouden een ‘verkeerd beeld’ van de werkelijkheid of van hun kansen kunnen krijgen. De betutteling! Een béétje ouder, een béétje leerkracht nuanceert en biedt kaders bij de kinderliteratuur. En een béétje kind snapt dat een boek niet de werkelijkheid is. Dat je niet meteen zelf kunt vliegen als je over stewardessen leest.

En het causale verband ligt vooral andersom: stereotypen bepalen niet de praktijk, maar komen eruit voort. Mannen doen nu eenmaal vaker ‘iets technisch’ dan vrouwen, en van minderheden zijn er eh… minder dan van die grauwe middelmaat. Zo lang er meer Koens knutselen en Bea’s scones bakken dan andersom, is het logisch dat in veel boeken Koens knutselen en Bea’s bakken.

Wij allen leerden lezen en denken met standaardbeelden, verhevigingen van de werkelijkheid, die de literatuur ons schonk. De boze stiefmoeder. De koene ridder. De goede fee. De verstrooide professor. De nurkse zonderling met het hart van goud. De hulpvaardige stewardess. En we leerden relativeren: de meeste ridders zijn niet koen, de meeste stiefmoeders niet boos, de meeste stewardessen geen superhelden.

Dus stop met het opdringen van dat doorgeschoten egaliteitsdenken. Als we ons voegen naar dat niveau, is taalpolitiek-correcte eenheidsworst ons deel: kinderboeken vol gehandicapte, genderfluïde kabouters die de hele dag in fleurige rokjes lopen te houthakken. Boeken horen geen pamfletten te zijn. Het zijn maar woorden.

Leve de stereotypen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *