(Ode aan) de Kleine Man

Onze Taal heeft ’t over Jan Modaal en Henk en Ingrid.  Ik herinner me ook nog ‘Mien uit Appelscha’ van O. Ruding. Vooral echter dwalen de gedachten toch terug naar een gedicht van eigen hand, van lang geleden:

(Ode aan) De Kleine Man

Daar staat hij dan
de man om wie
het is begonnen
aan gene zijde
van De Kloof.
Jeneverzijds.
Gewoon
zoals hij is:
hand in zak,
schouders halfzes.
Jan.

De zwijgende,
hardwerkende
Nederlander
in zijn straat
met zijn pet
en zijn buik
en zijn korte
achternaam.
De Burger.

Zijn tv pruttelt
Geen Vertrouwen,
Zakkenvullers,
allemaal,
dus dichterbij Gewone Man
en wat de mensen denken
in dit land. Die trappen
daar niet in.

Daar gaat hij dan.
Tevreden man
op zijn gemak
langs afgronden,
door diepten,
hummend:

Wie
is er weer de lul?
Juist: de Kleine Man.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *