Boeiend idioom

Nog even wat kunstbullshit.

 

 

 

Dat de kunstenares ‘geboeid is door het idioom van klassieke sieraden’, dat is al op het randje (wat is in ’s hemelsnaam het ‘idioom van sieraden’? En wat betekent het als je daardoor ‘geboeid’ bent?).

Echt over de schreef gaat het bij haar ‘sterke behoefte’ om het karakter ‘zodanig aan te tasten dat andere eigenschappen dan de volmaaktheid ervan zichtbaar zouden worden’. Dixit de kunstenares zelf; zo zie je maar dat het niet alleen de ‘randfiguren’ zijn die prietpraat uitslaan. Dit klinkt een beetje als het kind tussen de scherven of snippers: ‘Kweenie. Ik wilde ’t gewoon stukmakeh.’ Er staan ook wel eens lieden in musea met de ‘sterke behoefte’ om werken van kunst ‘zodanig aan te tasten dat andere eigenschappen dan de volmaaktheid ervan zichtbaar worden’ – en die worden meestal rap afgevoerd.

Dat de kunstenares ook nog de ‘culturele waarden’ rond het parelsnoer ‘onderzocht’, is tot besluit weer een staaltje degelijke research suggererende humbug. De Taaldokter voelt niet de minste behoefte deze tekst verder aan te tasten; het is schier onmogelijk dat daar nog andere eigenschappen dan onvolmaaktheid door aan het licht zouden komen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.