Plan van Afwachten

Plan van Aanpak. Met twee hoofdletters. Veelal ‘PvA’ genoemd. De Taaldokter moet de term voor het eerst hebben gehoord rond 1995, toen hij een korte carriere als ambtenaar begon. Vanaf het begin stond de term hem tegen, wat ermee te maken had dat deze voornamelijk werd gebezigd door – nou ja, Plannenmakers: om een of andere reden veelal vrouwen van communicatieafdelingen en mannen in clowneske streepjespakken, waaronder zij, merkwaardig genoeg, vaak bruine instappers droegen (Taaldokters vraag ‘Ga je jagen?’ werd meestal met een niet-begrijpend schouderophalen beantwoord), in elk geval niet het ‘type aanpakker’ bij uitstek.

Toen de pers eerder dit jaar meldde dat minister E. Schippers met een ‘Plan van Aanpak’ zou komen om de bereidheid om orgaandonor te worden te vergroten, vroeg de Taaldokter zich eens te meer af wat zo een plan nu anders maakte dan een’gewoon’ plan. Waarom was de term zo volkomen ingeburgerd geraakt, vooral in overheidsland? En waarom namen de media deze over?

Wie ervoor verantwoordelijk is, en sinds wanneer, dat valt niet te achterhalen, maar wel staat vast dat ambtenaren en politici er iets wat per definitie enigszins ongewis is een wat concreter aura mee trachten te verlenen. Een plan, hoe goed en uitgewerkt ook, is immers niet meer dan een voornemen. Ook als het minutieus verantwoordelijkheden, begroting en planning beschrijft. Dat ‘aanpak’ is louter cosmetisch: niet meer dan een suggestie van handen uit de mouwen, kolenschoppen, doorzetten en dokwerken. Maar een ‘plan van aanpak’ blijft gewoon een plan – dat kan mislukken.

Het is jammer dat de pers meegaat in die kolenschoppen-framing, door die ronkende terminologie over te nemen. Ook omdat het niet zelden blijkt te gaan om een PvodRz (Plan van op de Reet zitten) of een PvAthPzootnhemoh (Plan van Afwachten tot het Probleem zichzelf oplost of tot niemand het er meer over heeft).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *