Al draagt een aap een gouden ring…

Er zat zo’n voornamelijk uit glimmend pak, paarse stropdas en haargel opgetrokken horeca-figuur tegen betaling zijn waar aan te prijzen in het tv-programma van H. Mens, mettertijd ook steeds meer een karikatuur van zichzelf geworden, zich nog slechts omringend met andere eendimensionale karakters, zodat de kijker het gevoel bekruipt te kijken naar het resultaat van een fröbelworkshop programmamaken voor lieden met een ‘geestelijke uitdaging’. Elke week weer een adembenemend schouwspel.

Deze gast ‘deed’ in wijn: ‘Bij ons draait alles omtrent wijn’, deelde hij plechtig mee. Wat dat precies betekende en wat dat ‘omtrent’ meer was dan ‘om’, dat bleef duister. Natuurlijk ging het altijd om ‘mooie’ wijnen. Of ‘omtrent’ mooie wijnen. ‘Mooie producten’, zeg maar. Met vanzelfsprekend de bekende ‘mooie neuzen’ en ‘mooie afdronken’. Het autisme van de moderne middenstand: denken dat mensen je vanzelf gaan geloven als je maar vaak genoeg luid verkondigt dat iets goed is. En deze ene, die ‘zat op’ € 7,30 ‘de fles’. Dat we niet dachten dat ze dat kostte – nee, daar ‘zat ze op’.

Hoe ‘mooi’ dit alles ook was, deze moderne wijnboer paarde in zijn toon een merkwaardig soort ambtelijkheid aan nauw verholen superioriteit tegenover zijn clientèle, en was daarmee uitstekend op zijn plaats in het programma, dat elke week weer de vraag onbeantwoord laat of het zijn succes nu dankt aan verregaande luiheid dan wel aan de onverholen minachting van de kijker – een probleem overigens dat om voorrang strijdt met het vraagstuk of de runderachtige naïviteit die het ademt geveinsd is of echt.

Die mooie wijnen, die bezorgde de wijnman namelijk thuis. Om misverstanden te voorkomen, liet hij alvast doorschemeren van het ergste uit te gaan en meldde wat klanten konden doen ‘als de instructies niet goed waren’ (hij bedoelde: als kopers een verkeerd adres zouden opgeven; je wist het nooit met die wijndrinkers, uitgesproken domme mensen die  hun eigen naam nog niet kunnen spellen): ‘Dan kunnen ze bellen.’ Ze. Inderdaad. ‘Voor zeventienhonderd uur.’ Klantgerichtheid 2012, met een glimpak en een zegelring. De Taaldokter moest ineens sterk denken aan een oud en ten onrechte veel te weinig gebruikt spreekwoord.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *